Skip to main content

Full text of "Verhandelingen van het Bataviaasch Genootschap der Kunsten en Wetenschappen"

See other formats


. 'i , '„■»•■'■■ iV;.' ;:•.■•.'■ •■■*.■■* • .* ■• -..■.... ••' . :• -, ;<■/-• V4 "•'... 

v»;: ;/ ,-y>i-'v\V;> v; ■ v/v^f- s.-> .*.;* ó-:-.:." ■.,..■•■-■'•■.* v -f: 1 -*"-' '■*• \ " ; >• ■ ••.•;•'■•■ 




iV,^'* : -Vi'.::. ! ,s?-'«r-.':"^. •".*•.. 



: •■> ^•••' : *>: ; ^-v>^ /;.-a^: •'?;•;.'> '•"■ -■■ ■■■■'>...>•./-•■>.«■.' t. ■-;}■■-.'.. -:.•■•" ,:i.r.V'j' - '- ■ 




•• -2^ ■:■• ^V- -'^ •■••■--■••■ -'V--*j- ••->■.".:-..-■■ .••:;>::-^- ■^.■•> v " ' -v -" : - - ^••■■■" 1 V:-*: : >S.-i" •tt,2 
•;;^v- •■;.-. ■■".■■■■;• :>-v :'.:■. >' , .•--^. ■••;•'.: : .-' •"'^■.•■•♦^■* :-^x % ;> •:-■■*:■..■•■:• ■■/■■ -\...- :-k , ; . 

'■;.'■> ..V'- : ^.''.' :-- f .». ;.: v ''::iU'..'^" i ' -♦.« •';V -iÜ< "'v- ••- .».-••••.:•' -..^ ■*•'■■♦• <- '.■ '■.'■''•• "V ■ 
p ••■ ' .'>•.•'• i.- ■'••■;.•.••• .-• .'«-t . : • '■ ■: •■: j. ■■ A - • ■• ■'•■..; ' ..••.:.'..• .'.,. 

t' ir-»-.;-; •2'" *'^ •-«'•-■*• '■•■- :•• V - -.^ • , .•*.*!•*■ ■■ V-V *r • ■♦. ■ *.. • 



. 









..•■• •*' 



7é'&'± 






«>* ... Vv- * •*- 












yJL/ 7 fa "/ Lmm 



prbrarg oi % IJfe^rtm 



OF 



COMPARATIYE ZOÖLOGY, 



AT HARVARD COLLEGE, CAMBRIDGE, MASS. 



jFountJetr hg pnbate subserf ptfon, fit 1861, 



(TVL^vt 



ïTitnMD.ffl 



iV&. 7 2.^1 



C 



ïï 




VERHANDELINGEN, 



VAN HET 



BATAVIASCH 



GENOOTSCHAP. 



VI. DEEL. 



VERHANDELINGEN 



VAN HET 

BATAVIASCH 

GENOOTSCHAP 



DER 



KUNSTEN en WEETENSCHAFPEN, 



ZESDE DEEL. 








r4 . Jh 



^, 




V^fH|^ 




Te BATAVIAj 

Gedrukt in d'E: Compagnies Boek-drukkery»» 
v By HETER van GEEMÈN ij 9 i. 



co 

beid tier plaats, door het Fx- 
tra-oidinair Lid Fran^ois 
van Boekhold, toen Com- 
mandant van *s Comp: Post al- 
daar, thands Tweede 'Refident 
aan 't Hof van den Keizer van 
Ta va te Souracarta, 

HL Eene Befchryving v n een ge- 
deelte der Ommc- en Boven- 
landen dezer Hoofditad &a: , 
door het Dirigeerende Lid A: 
TeisseipvE; waar van hec 
Vervolg ineen volgende Deel 
zal gegeeven worden, 

IVÏ F en gedeelte van eene Verhan- 
deling o ver de Muziek van Wy- 
len den op Ceilon befcheiden 
Onderkoopman Johanne.s 
Fr anc i s c us Gr a t ia a tf , 
Lid dezes Genootfchaps. Ee- 
ne ftof , wel niet regtftreeks 
tot het plan van dit Genoot- 
fchap behoorende, xioch 'er 

niet 



C3) 

hiet geheel van vervreemd , 
en niet onwaardig geacht oni 
den tegenwoordigen mangel 
van meer eigenaartige eenig- 
zins aan te vulen, tot welk 
einde het Vervolg vooreene 
volgende uitgaaf mede be- 
waard blyft. 

§ 2. 

Met de géwoone plegtigheden 
iverdt wederom op den 8. Maart 
ftes voorigen Jaars eene Algemeene 
Vergadering gehouden. De Heer 
Vermeer Vice - Profes van Di- 
rigeerende Leden opende dezelve 
met dö volgende Rede : 



Aa 



C4) 

LUISTEELYK OPPERHOOFD 
van NEERLANDS OöSTER- 
VOLKPLANTINGEN , ZO 
W F L ALS van BAT AVI A'S 
KUNSTMINNEND GE- 
NOOTSCHAP , 

VOORTREF1YKË MANNEN DTE 
TOT DE BLINKENDSTE WAAR- 
DIGHEEDEN IN DE ZE GE- 
WESTEN VERHEEVEN 
ZYT, 

AANZIENLYKE ZAMENWG van GEËER- 
DE KÖNSTGEISOTEN, 



B 



ewonderr de vernuftige Weerelcf* 
befchouwer in de wyd uitgeftrekte Ky- 
ken der Natuur , dien verbazender! 
keeten van weederzydfe betrekkingen 
en weederkeerige invloeden , waar 
door ieder deel van 't eindloos heelal 
aaneen -gefchakeld word, en tot 'tbe« 
ftaan en de beftendige voortduring van 
*t gants Gefchapendom zamea vloeid; 
, Trefd 



(5) 

Trefd Hem die za#te overeenftemmhig 
vaa ipiilóffien verschillende en uit hun- 
i en aard ftrydige Weezens , die eeven 
ais de vermenging der doffte en knars- 
fendfte klanken , in een konstig Mufycq 
eenezagtemelody vormen, de 1'choonfte 
orde ais uit den fchoot der wanorde 
te voorfchyn doed komen; Eekoord 
Mem 't glnderend Cieraad , dat daar 
door over de verlcheidene Toneelen 
der Natuur verfpreid word; Wordzyn 
gevoelig hart, hier coor in eerbiedige 
aanbidding der Albefturende Heemel* 
wysheid opgetogen; Hoe veel te meer 
moet f t den aandagtigen Belpiegelaar 
der vernuiftige Weereld, den verligten 
JVfensfen vriend dan niet treffen , zig 
met zyne Natuurgenoten , in tenen zel- 
ven kring van betrekkingen geplaatst 
je zien, door onderlinge pogingen 't 
geluk van 't gants Mensdom te zien 
bevorderen , en ieder van deszelvs 
Reeden door weederzydfe belangen en 
yerbintenisfen , zonnig aan elkander 
verknogt te zien , dat zy alle , als 
door eene onweerftaanbare neiging 
gedreeven, tot één hoofddoel zamen 
Verken? Dat toch myne geëerde Ho* 
jrgrs , £ully een gouden koeten » c ^ens* 

A 3 !> k 



e o 

lyk geflagt zamen fnoere , Dat , dat uit 
zo veele verfcheidene Leeden zaam- 
gefteld, en over alle bewoonbredcelen 
van 't Aardryk wyds en zyds verfpreid 
Lichaam , in eenen ftand van weeder- 
&ydfe betrekkingen en weederkeeri- 
ge invloeden van deszelvs Leeden ge- 
field zy, is allerzigtbaarst : Of zou Ik 
U hier zo veele verbintenisfenderver- 
fchillende Weereld- Volkeren, zo vee- 
le zaamgevlogtene belangen en pogin- 
gen derzel 'en behoeven te herrinne- 
ren ; waar door zy eikanderen, hunne 
voortbrengfelen meede deelen , weeder- 
Zvdfe veiligheeden bezorgen , de Lee- 
vensgeneuchteil verdubbelen , de na- 
tionale welvaard bevorderen ? Of zou 
Ik U 't treffend Tafereel der Volkshuis- 
houdingen behoeven te malen, U in 
't zelve 't geringst en aanzienlykst Lid 
der Maatfchappye , den prachtigften 
Troon -Vorst met den gemeenden 
Herderknaap en armften Dagloner in 
Zulk een naiuw Verband vertonen, dat 
zy , eeven als de ; wel in aanzien en weer- 
digheid verfchillende , dog elkander 
eeven fterk benodigt zynde Leeden 
van ons Lichaam, eenen weederkeeri- 
gen en eevenreedigen invloed op elkan- 

deren 



(7) 

deren hebben, zonder 'welken ze niet 
kunnen beitaan ? Wat Gelakzalighee- 
den dit, ó sterveling over U dierbaar 
Leeven verfpreid, wat zagte genoegens 
U dit doet Lnakeu, hoe zeer hierdoor 
de natuurtoneelen voor U vervrolykt, 
derzelver grensien als voor U uitgezet, 
hare weldajigheeden voor U verdub- 
beid worden, bezetd, gevoeld Ge al* 
lerleevendigst. 

Hoe meenig Lotgeval van Uw Lee* 
ven wierd niet verbeeterd door den 
raad, de hulp of beicherming van ver- 
mogende en dienstvaardige Natuurge- 
noten ! hoe meenig verrukkelykftond, 
deed U de omgang der Braven niet ge- 
nieten! hoe meenig hartenleed wierd 
niet verzagt, en als van dengeknelden 
boezem in den fchoot der trouwe 
vriendfehap afgefclioven ! Dat zelv de 
onverichilligfte verkeeruig met onze 
Natuurgenoten een itrcelend genoegen 
verfchaffe, dat 'er niets akelers voor 
r t menshk hart bedagt kan worden, 
dan een Eenling in de Nacuur te zyn, 
weet Ge alle myneHorers; Hoe veel te 
verrukkelyker word dan deeze verkee- 
rins; jfftef , hoe veel zaligryker die be- 
trekking , wat ryke bronnen van eedele 

A 4 ge- 



e 8 ) 

getaoegens doed zy als onder onze tree- 
Sen ontl p ringen , wanneer zy zig tot 
de hogere kringen van 't Ryk der 
Geesten verheft, de vetheevenfte be- 
spiegelingen van 't eedei vernuft ten 
onderwerpende weederzydfe befcha- 
ying en uitbreiding van onze vernufti- 
ge vermogens en zeedebke geaarthee- 
den ten dode heeft ? Gely k toch in de 
jsatuurlyke Weereld, zo wprd ook ia 
de vernuftige Wepreld , de eenefakkej 
aan de andere pi u{loken,deyppftplan- 
ting der menshke oenkbeelden door 
èenen weederketn^cn invloed beypr» 
derti 'f: geheel Ryk der waarheid dppr 
de weederzydfe pogingen van ieder by- 
ponder Lid uitgebreid. En wat zagte 
geneuchten , Nyver Letterminnaar » 
voeld Ge hier door niet in uwen boe- 
zem opryzenj Eén ftraalvan warewys- 
fteid pp uwen Natuurgenppt te mogen 
ïieerfchieten, Eén ftraal van 't Ligt dat 
Hem beglansd tot 't binfienst van uwen 
boezem te voelen indringen , wat ver-, 
mkkelykheeden die 't hart alleen ge- 
voelen, maar de bekrompene mensfen-: 
opraak niet 'uitdrukken £an I Schitte- 
rende Vernuften die de bewondering 
$er Weereld aan U boeide, boe eng 

mi 



(9) 

y*s mogelyk de kring uwerkundfghee* 
(jen gebleeven? [Trouwens uw eigen 
getuigenis doed t ons vermoeden, ] 
Hoe eng was mogelyk de kring uwer kuiï- 
digheeden gebleeven, had Ge in geene 
betrekking tot andere vernuften ge- 
daan, en 't Ligt dat U toedraaide aan 
geene andere Fakkelen konnen ontftee- 
ken , ja als in laaiende vlammen uit* 
breiden ! Hoe akelig was uw ftand ge- 
weest , hoe fomber uw Leeven , Grote 
Zielen die U der algemeene Welvaard 
des Mensdoms gewyd had , had Ge als 
Eenlingen moeten leeven, zonder ee- 
nige uwer lchrandere gedagten, uwer 
verligte kundigheeden , uwer verhee- 
vene befpiegelingen aan Iemand meede 
te kunnen deelen ! Ik verbeel my hier % 
myne Horers , een Neuton, een 
Boerhave, een Leibnits, een 
'SGravezande en zo veele andere 
Pronkcieraaden der menslykheid , voor 
eenen tyd tot zulk eenen (laat van 
volftrekte eenzaamheid verweezen, van 
slle hoop en uitzigt berooft , om 
immer Iemand met hun ligt en ken- 
jiis te beftralen, hoe opgetogen zou- 
den zy niet geftaan hebben, op dat 
ferfle ogenblik dat hun den om- 

A $ gang 



0°) 

jpmg met redemagtige, voor ónderwys 
en eedele gevoeli^heeden vatbare Na- 
tuurgenoten had aangevoerd} Trou* 
wens , Me dunkt , Ge oezefd en gevoeld 
dit heeden alle , myne Geëerde Ho- 
fers , Of zou deez dag , dit plechtig 
ftond 'er U geene ieevende aandoenin- 
gen van doen ontwaren? Gewenste 
Dag dien de Heemelgunst vrolyk tue- 
firale, wat eedele, wat roerende, wat 
verrukkelyke betrekkingen doed Ge 
mynen boezem gevoelen ! Wat vlam-» 
menden gloed, G mden Murgenzon, 
©ntftaken uwe eerde flralen in myn 
hart! Ik verbeelde my by 't ryzend 
Morgenrood , Neerland in blydfehap 
opgetogen , den vrolyk iten Feestdag 
te zien vieren, Hofannaas en Zeegen* 
klanken te horen aanheffen ; Hier ont* 
waakte alle myne neerlandfe gevoelig* 
heeden, hier gloeide 't neerlands bloed 
in myne aderen, hier vermengde Ik 
my als in den drang van Neerlands zin- 
gende en zeegenende reien. 

Dierbaar Vaderland , was de flille 
taal van myn bewogen hart, wees ge- 
zeegend van den Heemel , wees gezee^ 
gend boven alle andere Natiën der 
Weereld , \yqcs gezeegend in den Vorst 

dien 



(") 

dien Ce aan uw hoofd ziet pralen * 
Zie Hem lang het blinkend fpojr der 
voorvaderlyke Grootmoedigheid, Na- 
tie-min, en Godvrugt betreeden, dat 
de Jaren die zynen Vaderen verkort 
wierden, zynen Leevtyd werden toe- 
gevoegd, en Zyn doorlugtig huis ge- 
vestigd blyve tot in lengte van dagen l 

Hoe gezeegend is de dag niet, hoe 
diep moet die ons dankbaar geheugen 
niet ingeëtst (laan , die ons zelv maar 
pene enkele genoeglykheid aanvoer* , 
hoe veel te meer dan wanneer We die 
verdubbelt zien , en by de nationale 
betrekkingen , altoos zo heilig en dier- 
baar , ook die der Vriendfchap , der ver- 
nuftige zamenleeving en verkeering der 
Geesten gevoegd zien ! En wat glans- 
fen , wat vrolyke glansfen verfpreiden 
zy dan niet over deezen dag , wanneer 
Wy ons , die als Neederlanders reeds 
door zulke flerke banden aan eikande- 
ren geftrengeld waren , in eene nog en- 
gere betrekking , als Leeden van één der 
èedele Weetenfchappen gewyd Genoot- 
fchap befchouwen, door de dierbaarfte 
belangen aan eikanderen gefnoerd, in 
dezelve nutte pogingen, en tot dezel- 
ve bedoelingen als in één Lichaam 

ver- 



< 12) 

vereend! Gedoogt voortreffiyke Be» 
fturers , wier eedele genoegens de zagt» 
fie glansfen van 't aangezigt doen af* 
ftralen, Gedoogt kundige Meede- Be* 
fturers wier blakenden y ver en onver- 
moeide trouw hier billyk gemeld zy, 
Gedoog aanzie lyke Vergadering vaij 
verligte Meedeleeden en Kunstgeno- 
ten, dat Ik U met deezen dag blymoe* 
dig begelukke , en de belangen van 
ons Genootfchap U*ver vermogende 
befcherming , Uwer aanhoudende viyt , 
Uwer toegeneegenheid en ny vre arbeid- 
zaamheid , needrjg aanbeveele ; Daar 
*t doel van ons Genootfchap zo eedej 
is, Wie zou 't niet met den vlammend» 
ften yver pogen te bevorderen? Daar 
verligte kutfdigheeden de fchitterenJft<$ 
Cieraden der nienslykheid zyn, Wie, 
door eedele zucht aangeprikkeld, zou 
daar niet naar ftreeven? Daar onza 
weederzydfe betrekkingen de rykfte 
bronnen der menslyke gelukzalighee* 
den voor Qi)s openen* Wie zou dezel* 
ve niet (leeds yerleevendigen en aan-» 
wakkeren? Daar We in dit afgeleegen 
Gewest meer dan elders, d e begaafthee* 
den en vermogens onzer Watuur aan 
te kweeken hebben , Wie die de voor- 

treff- 



03) 

treffiykheid van zyn weezen eeft?gztat$ 
bczet'd, zou 'er geeoc dujbbele pogin- 
gen aan toevVyden ? Daar We . . . . ♦ 
maar Zagt, Laut Ik hier uwe eedelmoe* 
digheiu niet belgen; De Waarheiden 
Weetenfchappen f hebhen , vertrouwen 
We de fterklte voorfpraken in uw ei- 
gen hart, Jk zie een eedel y vervuur 
in uwen boezem gloeien : Uw eigen 
vernuft te befchaven, dat van anderen 
te verligten, 't Ryk der Waarheid en 
Deugd te fchragen en deszclvs grens- 
fen uit te breiden, is voortaan 't ver* 
heeven doel uwer pogingen ; De zagte 
ftreelihgen der Wysheid, 't echt ge- 
voel uwer eigene voortrefflykheid, be- 
neevens de bewondering en hoogagting^ 
Uwer Tydgenoten , mogen haar ten 
Lone ftrekken ! De Heeniel doe *i 
ons daar toe wel gelukken ! 

Zyner Hoog - Edelheid behaag* 
de het goedgunftig door den Eers* 
ten Secretaris der Hooge Regee- 
ring P: van de Weert dit And* 
woord te Jaaten voorieczen ; 



Wejc 



Wel Edele Gestrenge Heer, 

en heeren, 

Be Directeur j DirigéePvEnee 

E-S VERDERE HEEREN Le- 

den van 't BatAviasch 
Genootschap! 



ir 



et mag my thands weder gebeureri* 
op ticzen plegtigen dag , waar op wy 
bet geluk hebben , de heugelyke ver- 
jaaring Van Zyne Doorluchtige 
Hoogheid, onzen hooggeachten Op- 
perbewindhebber en Opper Gouverneur 
Generaal te mogen vieren , het Bata- 
Viasch Genootfchap* in de luisterryke 
tegenwoordigheid van de Hooge Regee- 
ring dezer Gewesten* en ingezelfchap 
van een aanzienlyk getal haarer Le- 
den , alhier vergaderd te zien , om een 
openbaar betorys te geeven , van den 
pryslyken lust en yver, die haar be- 
zielt, om dit Genootfchap in ftand te 
houden, ert haaren bloei zo veel mo- 
gelyk te bevorderen , dóór produólie 
van het Vyfdc deel haafer verhandelin- 
gen, genoegzaam alleen uit haaren eigen 

boe« 



C'5) 

boezem voortgevloeid, ten blylee flïfct 
alleen van haare werkzaam ppogingeft* 
om, ter beandwoording aan deh fhke 
inrigting van dit gedicht , nuttig te 
zyn voor het Gemeen, maar ook ten 
betooge, welke progresfen men zoude 
mogen voorzien, indien hun Genokt- 
fchap van elders en van buiten, door 
eene kragtdaadige medewerking, in het 
fourneeren van Prcduften van geesten 
vernuft, ter bevordering van heil/aa- 
me en algemeene belangens, en berei- 
king van menschlievende bedoelingen, 
opgebeurd en onderfteund werdt. 

Ik voldoe derhalven aan den eisch, 
om de aanfpraak van den Heer Direc- 
teur van 't Bataviasch Genootfchap te 
beand woorden , met te meer genoegen, 
zo wel, daar men mag ontwaaren , dat 
het gem: Genootfchap weder tot de 
vereischte a&iviteit is gebragt, als we- 
gens de aangenaame hoop en verwag- 
ting, dat haar voorbeeld, alle Liefheb- 
bers van Korsten en Weetenfchappen 
mag aanmoedigen, en opwekken om 
mede te werken , ter metrder bevorde- 
ring van den bloei van dit Genootfchap, 

Ik bedanke derhalvea bet Bataviasch 

Ce- 



Cénoótfchap , voor de fiertylte aan* 
fpraak , die dé Heer Direfteür, uit 
haareii naam, aan dé Hooge Regeering 
heeft gelieven te doen, ten naderen 
betoöge van de pryslyke oogmerken , 
die ze tot het doelwit hunner betrag* 
tmg hebben gefield , en door volhar* 
ding in hunnéh y vér , en met verhef- 
ving boven veeie ongunstige omftan- 
dighéclen , iiiitsgad ért; verdubbeling hun- 
ner póogingen * te beandwöofden aan 
de ihrigting van het Genootfchap , teri 
einde nuttig te zyii aan het Gemeen. 

Op die gronden hebbé ik dus ook 
Vrymöédigheid , uit haam van déHoo- 
gé Régeering, op het billvk vérzuek 
van het Bataviasch Genootfchap r aah 
hét zelve, de gunftigertfkxievan Hun 
Hoog Edelens te verzekeren , en aan 
het Bataviasch Geiiootfchap toe te 
zeggen die befcherming en onderfteu- 
iuhg, die het zelve, van hunne weï- 
ineenéndé bedoelingen ten nutte vaii 
het Gemeen kan verwagttn. 

Ik wensche teh dien einde hartelyk 
toe aan het Bataviasch Génootfchap, 
den mildert Zegen des Hemels , een 
heilzaam gevolg van haar e bedoelingen , 

en 



C 17) 

en die aangenaame fatisfaclïe , ter veiv 
gelding van haaren arbeid en yver, in 
de zeil 's- bewustheid van nuttig te z>n 
aan het Gemeen. 

Met opzicht tot het verder ver- 
rigte wyzen we te rug na het Pro- 
gramma koit naa dezelve uitge- 
geeven. 

Dit ecne verdient nog gemeld, 
dat het Dirigeerende Mede -lid Le 
Du lx deze Vergadering befloo- 
ten heeft met eéne openbaare Ge- 
nees- en Natuurkundige Les over 
den aart , voorna amfte eigenfehappen 
en voordeden der Dampkringslucht , 
waar by verfcheiden Proeven, 
grootendeels met de Luchtpomp, 
gelukkig en tot algemeen genoe- 
gen gedaan werden. Jammer, 
dat dit nuttig Mede -lid ons zoo 
vroeg door de dood ontrukt is! 

S'3 

liet Ordinair Lid Mr. P: Ross 

B van 



vsr. eene op Bofneo volbragte Com- 
misfie te rug gekomen \ en zederd 
ook al overleden, vereerde aan 't 
Genootfchap eenen van daar mede- 
gebragten echten Bezoar - fteen , 
benevens eenen Beker van (langen 
hout, waar aan de kragt wordt toe- 
gefchreeven , dat dranken daar in 
gefchonken bitter worden, en dan 
t 't een goed maag -middel ver- 
firekken , terwyl het daar in lig- 
gende Zaagzel gebruikt wordt om 
de bitterheid te vermeerderen. 

Van het Buiten - Dirigeerende 
LidJ: A: Schilling Gouverneur 
van Arabon, heeft het Genoot- 
fchap mede onlangs ontvangen 
honderd ftuks Ambonfche - Plant- 
gewaszen , die daadlyk in den Hor- 
tus geplant zyn. 

Het is ons altyd aangenaam zul- 
ke meldingen te maaken. 

Met 



( 19) 

S 4 

Met opzicht tot de uitgefchree- 
ven Prysvraagen kunnen we be- 
rigten , dat reeds twee Andwoor- 
den pp de Eerfte van het Jaar 1 790. > 
voorleden Jaar gecontinueerd, zyn 
ingekomen, die in verwagtingvan 
nog andere Andwoorden, ter be- 
oordeeling op z)n' tyd bewaard 
blyven. 

s 5. 

Naa de uitgaaf van het Jongst 
Programma in Maart 1791. zyn de 
volgende veranderingen onder de 
Leden voorgevallen, 

Door de dood , die in de laatfte 
tyden hier zo veele verwoesting 
maakte , zyn ons weggerukt 

Uit de Wel Edele Geftrenge Heeren 
Direéteuren , 

Mr. WILLEM van der BEKE, Raad 

Jïtitra^Qrdinair yan Nederlands Imiie. 
B a Uit 



C 20 ) 

Uit ctè Dirigeerende Leden $ 

CUILLIAM PIETER IE DULX * 

Med: D r , Opper - Chirurgen 'van het 
Kasteel , en Vijitateut van de Reede. 

HENDRIK ISAAC GUITARD., Op- 

per koopman 9 en Qecommitteerde tot en 
over de Zaaien van den Inlander. 

Uit de Ordinaire Leden, 

JAN REINIER COORTSEN, Koop 
man , Eer ft e Admimfirateur in het Zui- 
her- Pakhuis , en Geasfimeerd Lid in 
den Achtb: Raad van Jvfütie. 

PHIUPPUS de ELWYK, Tweede £* 
cretaris der Hooge Regeering. 

GOSE THEODORE VEPvMEER, 

Koopman^ Eerfie Adminijiraieur in de. 
Pakhuizen bezyden de Waterpoort , Schc* 
pen , Curator en 'Scholarch. 

JAN DANIËL BEYNON, Opperkoop* 
man en Secretaris ven den Ach tb: Raad 
van Jufïisie* 

MARTEN CORNEUS WEYER- 

MAN , Koopmcm en Secretaris van 
tleemraaden. ' 

HER- 



( 21 ) 

HFRMANUS de ROO, Kwpman , ?* v 
Eerfte Landmeeter. 

Mr. N1COLAUS MATTU/LUS, No- 
taris. 

Mr. PAULUS ROSS, i&të Ord'ncir 
van Jujlitie , f» Prointerim yJavocaat 
Fiscaal van Nederlands Indië. 

JOHANNES CORNELtS van MAS- 

SAU , Majoor van de Cavalier ie. 

ALEXANDER AGERBEEK , Oud- 

Bailliu. 

GERARD JACOB HAESV. 
B R O E C K , Predikant in de l\e- 
derduitfche Gemeente. 

LOUIS WYBRAND van SCHELLE- 
BEEK, Notaris. 

JACOB HACKER, Onderkoopman ,' en 
Klein Winkelier. 

JACOBUS COENRADUS FELIX 
COX, Onderkoopman en Tweede rfd* 
miniflrateurin den Medicinaalen Winkel. 

CAREL WILLEM van BOSE, Liew 

tenant van de Infanterie. 

HENRIK JAN van SCHULER, 

Koopman. 

B 3 AN- 



ANTHON GERHA'RD GUNTHER, 

Predikant in au Portugtcjche Gemeente. 

NICOLAAS WILHELM STAG- 

MEYER, Koopman en Factuurhmder* 

JAN CAREL OVERMAN, Koopman 
en Boekhouder op het Equipagie Cowptoir. 

Uit de Extra- Ordinaire Leden, 

Op Chormandel, 

PAUL FNGELBERT van HALM, 

Koopman en Uoofd- Adminijirateur ie 
Paleacatta. 

Op Cabo de Goede Hoop , 

Mr. CORNELIS van AARSSEN, 

Koopman en Secretaris van Politie* 

Op Javas Noord- Oost -Kust, 

LEENDERT HENRIK VER- 
M-EHR, D Colonel der Infanterie 9 
Commandant van de Militie. 

ABRAHAM LODEWYK PALM,0//- 

derkeopman ? , Ontvanger der Domeinen^ 
m Kasfier* 

• Na 



C >8 ) 

Na liet Vaderland zyn Vertrokken 
Uit de Ordinaire Leden , 

EZECHÏEL LOMBARD, 6Wx- 
Chirurgyn. 

CORNELIS SINKELAAR , Opper, 
koopman en Opperhoofd over het Gene* 
vaal Soldy-Comptoir. 

CAREL PIETER REIGERSMAN, 

Koopman en Eer/Ie Jdminiflrateur in 
de IVestzydfche Negotie - Pakhuizen. 

Uit de Extra - Ordinaire Leden , 

ADRIANUS GERARDUS KRAY- 
ENHOFF , Koopman , Fiscaal en 
jporp » meester te Hougly. 



B 4 NAAM< 



NAAMLYST 

DER 

H E E R E N - 

DIRECTEUREN* 

DIRIGEERENDE 

EN ANDERE 

LEDEN 

VAN HET 

BATAVIASCH GENOOTSCHAP 

der KUNSTEN en WEETEN- 

SCHAPPEN &c< 

ÖPPFR- DIRECTEUR.- 

Zyite Edelheid, de Hoog Edel Groot Acht- 
baar Heer 

Mr. WILLEM ARNOLD ALTfNG, 

Gouverneur Generaal van Neder- 
lands Indie. 

Directeur 1778. Opper Directeur zederd 
September 1780. 

C Dl- 



tfff 

DIRECTEUREN: 
De Wel Edele Groot Achtbare Heeren , 

^ENDRIK van STOCKUM, Eer/h 
Raad en € Dire£teur Generaal van Ne* 
derlands Inai'è, 1778. 

ANDRIAAN MOENS, Oud DireEteur 
Generaal van Nederlands Indi'è , 1 778* 

De Wel Edele Geftrenge Heeren » 

DAV1D JOAN SMITH, Raad Ordinair 
van Nederlands Indiër 1778. 

WILLEM JACOB van de GRAAFF, 
Raad Ordinair van Nederlands Indië , 
Gouverneur en DireSieur van Cesion , 
1778* 

JOHAN GERARD van ANGELBEEK, 
Èaad Ordinair van Nederlands Indië, 
Gouverneur en 'Direfieur van Mai/a- 
baar. Lid 1779> Din 1784. 

JOHANNES SIBERG, Raad Ordinair van 
Nederlands Indië , Lidi77% 9 Dir: 1784. 

ADRIAAN de BOCK, Raad Extra- Ordi- 
nair van Nederlands Indië* Lid. 1778, 
Dir. 1787. 

JAN GREEVE, Raad Extra- Ordinair van 
Nederlands Indië , Lid 1784, Din 

1787- 
|VIr. ISAAC TITSINGH, Raad Extra* Or. 

dinair van Nederlands Inaië, Lid 1778, 

Dir. 1780, 

JAN 



( *7 ) 

JAN HENDRIK WIEGERMAN, Raad 
Extra- Ordinair van Nederlands Indië, 
Lid 1778, Dir. in 1789» 

Mr. PIETER GERARDUS van OVE^ 
STRATEN, Raad Ext ra- O binair 
van Nederlands Indïè , Gouverneur en 
Direfteur van Javas Noord- ooft. Kufl, 
Lid 1784, Dir. 1790. 

GYSBERTJACOB WELGEVARE, Raad 
Extra- Ordinair van Nederlands Indïè , 
Lid 17781 Dir. 1791. 

Voorzittende Directeur by 
dlrigeerende leden: 

ADRIA^N MOENS, OudDire&eur Gene- 
raal van Nederlands Indïè \ zederd 1 7 83» 

DlRIGEERENDE LEDEN: 

TIIEODORUS VERMEER, Predikant in 
de Neder dmtfcbe Gemeente , Curator en 
Scholarcb, Vtce - Prafes , Lfd 1778, 
D*M£. Lid. 1784, Wee- Pr af. 1789 

FREDR1K SCHOUWMAN, Koopmanen 
Eerfte Admimftrateur in den Medici- 
naaien Winkel, Lid 1778, Dir. Lid 
1784. 

ANDRIESTEISSEIRE, Oud- Lid van bet 
Eerw: Collegte van Heemraadm , /*/</ 
1789, JWr. X/i 1789. 

C 2 Mr. 



Mr. CAREL SAXE, Raad Ordinair ié 

den Acbtb. Raad van Juftttic, en 
Prointerim Advocaat Fiscaal van Ne- 
derlands Indi'ê en Water Fiscaal > Lid 
1784, Dir. Lid 1789. 

JEREMIAS SCHILL, Predikant by de 
Lutherfcbe Gemeente alhier •> Lid en 
Dir. Lid 1790. 

CAREL van NAERSSEN, Onderkoopman 
en Commijfaris in de Bank Courant en 
van Leening , Lid en Dir. Lid 1791. 

JOHAN THEODOOR ROSS , Predikant 
tn de Nederduitfcbe Gemeente, Secre- 
taris van het Genoot fchap, Lid 9 Dir. 
Ltd en Secret. 1790. 



OR- 



(*9> 

ORDINAIRE LEDEN; 

Ingekomen in het Genootfcbap in 1778. 

DIRK GOEDBLOED,0^-&>r/?**W*. 

taris der Hooge Indiafcbe Regeert 'tg 

CHARLES LOUIS COLMOM), Lr}, 
gadier, en Hoof d over Compagnies Mi- 
litie in hidie. 

JAN ANDRIES DUURKOOP, Oud- Ma- 
joor titulair der Infantene. 

ERICUS jOHANNES WILTENaaR, 
Predikant by de Portugeefebe Gemeen- 
te , Curator en Schnlarcb. 

WILLEM VINCENT HELVETIUS van 
RIEMSDYK, Opper koopman en Oud 
Commiffar is tot en over de Zaaken van 
den Inlander. 

JACOB van HEEMSKERK, Opper koop* 
man en Vendumeefter. 

Mr. JOHANNES CHRISTOFVEL 
SCHULTZ , Oud Schepen tituhir tn 
Eerde Fendumeflsr. 

CHRISTI AAN MARTIN PROHN, Gui 
Majoor eer htf autorit. 

STEVEN POELMAN, Omtkmman* 
tn Diosjaard der Bataviafcbe Omme- 
landen. 

HENDRIK PIETER BANGEMAN, 
Koopman tn Oud* Admmiflrateur inde 
Pakhuizen 0) Onnfl. 

C 3 Mh. 



( 3° 1 

Mr, GYSBERTUS HEMMY , Koopman 

en Groot Winkelier. 
GERARD JOAN RUNSTORFF, Oa- 

der hopman en Ad\unEt Eerftc gezwoo» 

ren Klerk ter Secretary van Hunne 

Hoog" Edelbeden. 
WILLEM CHRISTOFVEL ENGERT, 

Boekhouder Generaal, Curator en 

Scbolatch. 
Mr* WYBRAND de JONGH, Koopman 

en Secretaris van Schepenen* 
JACÜBUS HERMANÜS PARIN- 

GALW, Koopman. 
CHRISTIAAN HENDRIK von ERATH, 

Koopman en Oud -Opper hoofd over 

Sumatras Weflkuft. 
WILLEM HENDRIK van BYLAND, 

Oud^Op perhoofd te 'Jaggernaikpoeram* 
ARNOLDUS CONSTANTYN MOM f 

Oud» Opper koopman van het Kafteel % 

27 Dec. 1779* 
ANDRIES HARTSINCK, Opper kmp- 

man, 7 tebr. 1780. 
DANIEL KREYSMAN, Oud-Kapitein 

ter Zee. 8 Maart 1780. 
JOHAN CASPER SPERLING, Binnen 

Regent van bet Buiten» Hospitaal, y. 

Feir. 1781. 
NICOLAUS ENGELHARD, Opperkoop- 

man 9 en Com?nifJaris tot en over de 

Zaaken van den Inlander. 9 Qftob. 

1784. 

Ver- 



(31) 

Verkoren den 4 November 1784. 

PHILIP HENDRIK de HAART, Com. 
mandeur ter Zee en Opptt-Equipa- 
giemeefter. 

JOH\N HENDRIK HOLLE, Onder* 
kopman en Kafiier det Bank Courant 
en van Leening. 

JOHAN GODLIEB JONAS 
SCHWARTZE, '£. L. M. f$ 
Philos. Dolf. Onderkoopman, Biblio- 
thecaris en Archivaris , en Opzich- 
ter der Bibliotheek van het Genoot* 
Jchap. 

Verkoren den 4 February 1793, 
LAMBERTUS JANSZ. HAGA, Oui* 

Gouverneur van Banda. 
NICOLAAS MAAS, Bailliu der Stad 

Batavia^ Curator en Scholarcb. 
COENRAAD MARTIN NEUN, Vifiia- 

teur Generaal der Indifche Negotie* 

Boeken, 
HENDRIK CASPER ROMBERG, Op. 

perkoopman en Opperhoofd van het 

Generaal Soldy- comptotr. 
DIRK JANSZ NANNINGA, Predikant 

in de Ntderduitfche Gemeente. 
DAMEL BORGSTEIN, "Predikant tri 

de Nederduitfche Gemeente. 
ADRIAAN ZOMERDYK, Predikant in 

de Maleidfche Gemeente. 

C 4 BHV 



f 3* ) 

BERNARDUS GYSBERTUS WUR- 
'J EN BERGER, Predikant op 't. Ei- 
land Onruft- 

ADR i AAN ANTHONY 's GRAVE- 

Z AN DE , Oppc r koopman. 
WILLEM JACOB ANDRIESSE, Ka~ 

pitein ter Zee en Onder - Equipage» 

meefter. 
P'ETER van de WEERT, Eerfte Se- 

er et ar is van de Hooge India] ct>e Re' 

geering* 
ANDREAS CANTEBEEN, Hoofd van 

JACOBUS ANTHONIUS BEYVANCK, 
FdbfiêK 

YSBRAND HENDRIK FRANCOIS VIN- 
CENT, Opper koopman , Sabandhaar 
en Licentmeefter. 

CHRISTIA AN LOUIS ARNOLD , Scb*. 
pen dezer Stad. 

JACOBUS MARTINUS BALJE , Sdé* 
pen dezer Stad. 

TEAN DAT, Oud. Schepen. 

IGNATIUS AANZORG , Eerfte Troe- 
ft cyn in het Binnen -Hospitaal, 

JACOBUS" THEÜDORUS REYNST, 
Koopman en Eerfte ddminiftrateur 
in de Pakhuizen op On> uft. 

WiLLEM JACOB CRANSSEN, Tweede 
Oppet hoopman van bet Kalfeel, 
f f PIE- 



( 33 ) 

PIETER BOTERKOPER, Tweede Se* 
cretaris der Hooge Indiafche Regte- 
ring. 

Mr. CJRNELIS ADRIANUS CAN- 
TOR VISSCHEK, Raad Ordinair 
in den Achtbaaren Raad van Jujiitie. 

NICOLAAS van BERGEN van der 
GRYP, Notaris, Curator tn Scbo* 
larcb. 

JACOB GEORGE DIEDER1K PA- 
SCHEN, Stads Apotheker. 

JOHANNE5 WILHELMUS BOVENS, 
Prafticyn in het IVees+tn Arm- huis, 

WILLEM MICHAEL ÖÓCKERS, Me- 
die. Doft. PraEticyn. in V Gefiicht voor 
de Penniften. 

STEPH.aNlS DOMINICÜS OLDEN- 
ZEEL , Eerfte Gezwooren Klerk ter 
Secretary van Hunne Hoog-Edelbe* 
den. 

SAMUEL van HOESEN, Koopman en 
Eerfte Adminiftrateur in het Pr ov i/ie- 
magazyn. 

PETRUS ADRIANUS GOLDBAQH f 
Koopman en Eerfte Adminiftrateur in 
de Weftzydfcbe ^Pakhuizen. 

Ma. WILLEM /iDRIAAN SENN van 
BASEL, Onderkoopman en Tweede 
Adminiftrateur in de, Pakhuizen op 
Qnruft. 

es 



(34) 

GERARD JACOB TITS T NGH, Koopman 

en Eerfte Adminifirateur in hei 

.Nieuw K/eeder -pakhuis. 
GEORGE FREQERiK WINKELMANS, 

Oud» Onderkoopman. 
WILLEM BERNARD JOHAN GAR- 

RISSON, Onderkoopman en Boek* 

houder op het Hopitaals Comptoir. 
PHILIP LEONARD van EYS, Onder* 

koopman en Tweede Aaminiflrateur 

in de Pakhuizen hezjden de Wattr- 

poort. 
JAN CONSTANTYN van SOÜ, 0#- 

def 'koopman en Guarnifoen-Schryvtr* 
HETER PHILIP du PUY, Onderkoop- 
man en Secretarts van Boeaelmeefte* 

ren* 
JEREMIAS OTTO CAULIER, Onder* 

koopman , en Gezwooren klerk by den 

Achtb. Raad van Juftitie. 
JAN JACOB VOGELAAR, Koopman, 

Boekhouder op het Guarni/uen Comp* 

toir en KaJJier der Koftpenningen. 
ALBERTUS HESRICUS WIESE, On* 

Verkoopman en Secretaris van Heeren 

fVeesmêefteren. 
GYSBERT HENRICUS de WITT, On* 

derkoopman. 
JOSEPH DAT, Lid van bet Eerw.Col- 

iegiê van Heemraaden. 

PAUL 



JMÜL BERGMAN, Hoofd* Ingeland é* 

Oud~Heemraad. 
GUILLI AÜMD ELIE TEISSEIRE t 

Burger. 
JAN JACOB van POLANEN de BE- 

\ERE, Notaris. 

Verkoren den %% February 1791. 

JACOBU3 JOHANNES van MAAS, 
Eerfïe Opperkoopman van het KajïeeL 

MATÏHYS SENN van BASEL, O/- 
per koopman en Groot Kajfier. 

GODFRIED CHRISTOFVEL FET- 
MENGER, Koopman en Geajfumeerd 
Lid in den Achtb. Raad van Jujlitie* 

JOHANNES van HEK, Koopman, Eerfte 
Adminiftrateur in de Pakhuizen be- 
zydcn de Waterpoort, en Schepen de» 
zer Stad. 

PIETER ENGELHARD, Koopman 9 Eet- 
Jie Adminiftrateur in bet Fzer»maga* 
x>yn en Schepen dezer Stad. 

LAMBERTUS ZEGERS RYZER f 
Koopman en Secretari: van den AchïM 
Raad van Juftitie. 

CAREL CU VEL, Notaris. 

JACOBUS PAULUS BARENDS, Ou- 
der koopman, Boekhouder, Secretaris 
sn Tandbewaarer in de Bank Cou- 
rant en van Leening. 

ISAAK de RAATH, Pratticyn in bet 
Ambagts - kwartier. 



fC 3ö ) 

Verkoren den 7 Maart 1791. 

CAREL HENDRIK SPECHT, Ftce-Pra- 

Jident "jan Heeren Schepenen. 
ALBERTUS HEiNRICUS VEUGE, 

Koopman , Negotie -en Munt» Boek* 

houder. 
GERRIT SiMIT, Tweede Pratticyn en 

Ferbandmeejïer tn het Binnen -Hospi* 

taal. 
JOHANNES HEIM, Onderkoopman en 

Tweede Adminifirateur in den Grco- 

ten fPinkel, 
JOHANNES LAMBERTUS PONTY, 

Stads Chirurgyn* 

^EXTRA- ORDINAIRE LEDEN: 

• 

Op Amboina, 

Verkoren den 4 FebruaFy 1790* 
]OHAN ADAM SCHILLING, Gouver* 

neur en DireSteur, Bttiten-Dirigee* 

rende Lid, 8. April 1790. 
BALTHAZAR SM1SSAART, Opper- 

koopman en Secunde. 
JOHAN COENRAAD FEYE, Predi* 

kant 4 
JOHAN FREDERIK RQUSSELET, 

*; Predikant* 
Mr. DANIEL JACOB BLONDEEL, 

Koopman en Hoofd tt Saparoea* 



(37 ) 

JOHANNES HOGERWAARD, Koop- 
man en Hoofd van Hila. 

BAREND JOOST ABEL COENDERS 
van HELPEN, Predikant ,y \ Maart 

Op Banda., 

PETRUS DOROTHEUS MARIA va* 
der AA, Onderkoopman ,4 F#tfi 1790. 

Op Ternaten^ 

ALEXANDERCORNABE, Gouverneur 
en Diretteur, Lid 1778, Buiten- Di- 
rigerende Lid) 8 yf^r/i 1790. 

GEORGÈ^REDERIK DURR, Fiscaal 
en Winkelier , 4 'Eter. 1780. 

JAN RUYSSENAAR, Predikant y 7 
Jl/tftfr/ 1791. 

Op Maccasfer, 

Verkoren den 4. February 1790. 

WILLEM BETH J^COBSZ., Gouver- 
neur en ^DireEteur^ Buiten -Dirigee* 
rende Lid, 8 April 1790. 

JOHAN HENDRIK HAEFFELY, Pre* 
dikant. 

CORNELIS MEURS, Onderkoopman en 
Rtfident op Bima. 



(38) 

JOHAN GODFRIED BUDACH, 0^ 
per koopman en Secunde> 7 Maart 
1791- 

Op Malacca y 

Verkoren den 4 February 1790* 
ABRAHAM COUPERUS, Gouverneur 

en 7Jireffeur, Buiten ~ c Dirigeerendt 

Lid, 8 April 1790. 
FRANCOIS THIERENS, Opper hop* 

man en Secunde. 
AUGUST FREDERIK STAROSKY, 

Predikant. 
DAVID RUHDE, Koopman , Fiscaal en 

Kaffier. 
Ma» JACOB van KAL, Onderkoopman* 

Secretaris van Politie en Ontvanger 

der Domeinen. 

Op Chormandel , 

JACOB EILBRACHT, Opper koopman en 
• Gezaghebber > 1779, Buiten -JDirigce* 

rende Lid 14 Febr 1791. 
JACOB SAMUEL de RAAFF t Onder* 

koopman, € Pakbuismeefter È Negotie* 

en Tol* Boekhouder. 
CASPARUS LEONARDUS EIJU 

BRACHT, Koopman en Opperhoofd 

te Jaggernaikpoerêm 1779. 



(39) 

NICOLAAS TADAMA, Ofperkonpman 
en Oud Gezaghebber, 4 Febr. 1790. 

PHILIP HENDRIK HEShUSiUS, On- 
derkoopman en Opperhoofd te Btmili* 
f at nam % 4 Febr. 1790. 

Op Ceilon, 

WILLEM JACOB vav pe GRAAFF, 
Gouverneur en Direfieur> DireÏÏeur 
van het Genootfchap y 1778. 

BARTHOLOM2EUS JACOBUS RA- 
KET, Commandeur van Jaffenapat» 
nam, 1778. 

RUDOLPH SAMUEL TAVEL, On- 
derkoopman ^ 6 Seft. 1779. 

Verkoren den 7 Mai 1781. 

JOHANNES RE1NTOUS, Koopman e* 
Eetfte Pakhuismeefter , te Colombo. 

DANIEL BURNAT, Oud-Opferzoop- 
man te Colombo. 

MATTHEUS van der SPAR, Koopman 
en Adminijlrateur te Gale. 

JOHAN LODEWYK SCHEEDE, Ma- 
joor en Commandant te Gale. 

Verkoren den 4 February 1790. 
P1ETER SLUYSKEN, Commandeur van 

Gale. 
MATTHEUS PETRUS RAKET, O/- 

f er koopman en Htofd- Adminijlrateur 

te Colombo* 

CA- 



( 4° y 

CAREL FREDERIK SCHREUDEÏÏ* 

Opper koopman en DeJJave te Jaffena* 
patnam* ' 
Mr. CHRISTIAAN van ANGELBEEK, 

Opper koopman en Dejfave te Mature. 
jOHANNES LAMBERTUS HOFF. 

MAN, A. V M. &. Phil Doft. 

Predikant te Colombo. 
CAREL FREDERIK SCHRODER, 

Predikant te Jajfenapatnam. 
MANUEL MORGAPPA, Predikant te 

Jajfenapatnam* 
FREDERICUS WILHELMUS CAPEL- 

LE, Predikant te Galé. 
OLKE ANDR1NGA, Kapitein ter Ze$ 

en Equipagie- mee fier ie Colombo, 
DANIEL D1TLOFF, GRAAF van RAN- 

ZOW> Koopman en Opperhoofd te 

Nigombo en Chilauw. 
WILLEM SEBASTIAAN BOERS, On- 

derkoopman en T^ispenfier te Colombo. 
JAN DAVID D'ESTANDEAU, On- 

derkoopman, Fiscaal en Kajfier te 

Gale. 
ADRIAAN SEBASTIAAN van 

de GRAAFF, Onderkoopman en 

Opperhoofd te Calpetty. 
BENEDICTUS LAMBERTUS van ZïT- 

ÏER, Koopman en Secretaris van Po- 
litie te Colombo , 7 Maart 1791, 

o P 



( 4i ) 

Op Cabo de Goede Hoop^ 

CORNELTS JACOB van de GRAAFF, 

Gouverneur en Direffeur 9 4 Febr. 

1790, Buiten* Dirigeerende Lid 8 

April 1790. 
Mr. JOHANNES le SUEUR, Opper* 

koopman en Keldermeefier, 1779. 

Verkoren den 4 February 1790. 

JOHANNES JSAAC RHE\ T IUS, Op- 
per koopman , Secunde en Hoofd- Admi- 
nifirateur. 

HOSPkRUS RITZEMA va* LIER, 
A L, M. &. Thit DoSt. "Predikant. 

PHILIPPUS HERMANUS GILQUYN , 
Colonel en Chef der Artillerie 

EGBERTÜS BERGH, JVtnkelier en Or- 
dinair Gecommitteerde bj de Monjie- 
ring. 

OLOF MARTINI BERGH, Onderkoop- 
man. 

Verkoren den 7 Maart 1791. 

JOHANNES PETRUS SERRURIER, 
Predikant. 

CHRIST1AAN FLECK, Predikant. 

ANDRE AS LUTGERUS KOLVER , 
Predikant by de Lutherfche Gemeente. 

TOBIAS CHR1STIAAN RONNEN- 
KAMP, Secretaris van de JVe es -ka- 
mer. 

D Op 



(40 

Cp Javas Noord - Ooi! - fcufl: , 

Mr PIETER GERARDUSvanOVEIU 
STkATEN, Gouverneur en Dlrec» 
teur f ^Direêïeur van dit Genootjchap. 

Verleren in 1778» 

JACOBUS van SANTEN, Opper koop- 
man en Hoofd- Admmiftratenir te Sa* 
tnarang. 

Mr. NICOLAAS ALEXANDER LE. 
LYVELD, Koopman en Rejident te 
Paccalovgpng. 

MR. NICOLAAS SCHWENKE, Koof* 
?n Rejident te Griffe* 

ANTHONY BARKEY, Opper koopmam 
en Gezaghebber in den Ooft -hoek. 

MARTINUS LEONARDUS GAAS* 
WYK, Onderkoopman tn Rejident te 
Joana. 

JOHAN FREDERIK, BAROV van 
RHEEDE tot den PARKELER, 
Opperkcopman en Eerfte Rejident ts 
Souracarta. 

WOUTER HENDRIK van YSSELDYfC, 
Oppef koopman en Eerjïe Rejident te 
Djrcjccarta. 7 Febr. i;8o. 

FREDERJCUS MONTANUS, Predi- 
kant te Samarang* 1 July 1780. 

JCHANNES WILHELMUS CROSE, 
Koopman, Eerfte Pakhuismeeffer en 
Negotie -Boekhouder te Samarang, $ 

febr. *78i* 

JAN 



( 4S ) 

JAN LUBBERT UMBGROVE, Koop* 
man en Refident te Tagal% 4 Nov. 
1784. 

DIRK van HOGENDORP, Koopman e» 
Rejiaent te Japara> 4 Nov. 1784. 

Verkoren den 4 February 1790. 

BAREND JAN van NIEUKERKEN 
genoemd NYVENHEIM, Koopman» 
en Fiscaal te Samarang. 

TR^NLGiS van BOEKHOLD, Koop- 
man > en Tweede Rejident te Soura* 
cat ta. , ■ 

GODOFKIDUS vak MASSAU t Onder- 
koopman y en Rejident te Rembang. 

PIERRE GUILLAUME JOSEPH BER 
NARD de CHASTEAUVIF.UX,^- 
pitein van de Infanterie , en Comman* 
dant in den Ooji-hoek. 

JOHAN GEORGE STEINMETZ, K+ 
ft ein ter TLee en Eerfte Informateur 
in bet Marine -School te Samarang. 

Op Bengalen 5 

CORNELIS van CITTERS AR. 

NOUDSZ.» Ojtperkoopman , m Ge» 
Zêghebbir. 

Op Suratte, 

Mr. abraham tosias sluysken, 

Dire&eur* 17:8, Buiten^Dirigeeren* 
de Lid 2 April 1790* 

Da CA.» 



( 44 ) 

CAROLUS LYNIS, Onderkoopman, en 
Secretaris van Politie, 4 Febr. 1790» 

Op Sumatras Wefl-kuft, 

Mr. PftlLIPPUS JOHANNES vander 
STENGH, Koopman en Opper hoojd, 
1779 j Buiten- Dirigeer ende. Lid, 14 
Febr» ItOx» 

JOHAN FREDERIK ZUGEL, Boek- 
houder en Refident op Poelo Chinco, 

1778. 

Op Mallabaai-j 

JOHAN GERARD van ANÖEL- 
BEEK, Gouverneur en DireSieur^ 
T^ireEieur van het Genoot/cban. 

JOHAN ADAM CELLARIUS* (?//- 

derkoopman, en Pakhuismeejïer, 6 
Sept. 1779. 
JAN LAMBERTÜS van SPALL, 0/>* 

per koopman, Secunde, èn Hoofd- Ad* 
miniflrateur , 4 Febr. 179 o. 

Op Bantam j 

FREDERIK HENDRIK BEYNON, 

Commandeur % 1778, Buiten - TJiri- 
geerende Lid, 8 April 1790. 
JACOBUS V4N de* BOGAARD, Koop- 
man, en Adminijtrateur , 4 Ftbr. 179^ 

GER- 



(45) 

GERRIT PIEPER, Onderkoopman* 
ut Fiseaal y 7 Maart 1791. 

Op Japan, 

Verkeren den 4 February 1790. 
PETRUS THEODORUS CttASSE, Op. 

per koopman en Opper- Hoofd. 
HENDRIK ANDRIËS ULPS, Opper- 

koopman en Opper- Hoofd. 
HENDRIK WILLEM DRONSBERGH, 

junior t Koopman en Pakhuismeejler. 

Op Chenbon, 

GODFRIED C AREL GOCKINGA , 

Opperkoopman en Rejïdent, 4 Nov. 
179°* 

Op Timorj 

TIMOTHEUS WANJON, Koopmanen 

Opper- Hoofd. 4 Febr. 1790. 

Op Palembangj 

PIETER WALBEEK, Koopmanen Eer- 
(teRefidènt, 1779. 

THEODaTUS RYNHOLD CHRIS- 
TOFVEL de WINTER, Onder- 
koopman en Tweede Refident^ 4 Febr. 
179a 

D 3 Cor- 



<40 

CöftRESPOXDEE RENDE LEDEN: 

C C H. van dfr Aa, Tredikfnt der 
Lutherfcbe Gemeente* en Sejcretaris 
der Hollandfche Müatfchafpy te 
Haarlem, 

I* B1CKER, Medic. Dofior en Secretaris 
van het Bataaf sch Genootfchap te 
Rotterdam. 

J. W. te WATER, Theol Dr. en Pr*, 
fesor te Leiden. 

IC 1YDEMAN, J. U Dr. en Profes* 
for^ en Secretaris van het Proviu~ 
ei aal Genootfchap te Utrecht. 

J. A- ENGELHARD, Procureur Gene- 
raal* eu Lid van het Genootfchap te 
Groningen. 

A. VOSMAER, Raad en Dire&eur van. 
het Natuur -en Kunft- Kabinet van 
Zyne 'Doorl Hoogheid in y sHage. 

iLp. SCHROEDER, A L. M. Theol. 
6? Thil T>r. en L. L. O. O' Profes- 
for te Groningen. 

J. F. HENNERT, A L. M. Phil. Dr 
en Profes for te Utrecht. 

B- SCHEID JJS, L L O. O. & Phil. 
Ex eg. Profesfor ^ te Harderwyk. 

S. RAU, Theol. Dr , Theol Typ & Extg. 
& L L O. O. Profesfor te Utrecht* 

H. A- SCHULTENS, L. L. O. O. & 
Ant. Habr. Profesfor te Leiden. 

G. 



<47) 

C. BONNET, Thcol Dr en Profes for te 

Utrecht. 
J. A. VOS, Theol. Dr en Profe:for ft 

Utrecht. 
V. HOFSTEDE, P>ofesfor in de Ketkl. 

Gefchiedcniszen en Oudheden* en 

Honorair Predikant te Rotterdam* 
A. L. BURMAN, Med. T>r en Profes* 

for Batanices f te Amfl<rdam. 
H. H. van dfn HEUVEL • Griffier van 

bet Hof Provincia$l te Utrecht. 
Mr. A. van ALPHkN, Burgermeefter 

te Leiden, 
P* M van NIELEN, Med <Do0or 9 e* 

Direiïeur van het Utrechts Genoot* 

fchap. 
M. HOUTTUIN, Med, <DoStar te Am* 

Jieldam. 
S de iVIOXCHY, Med, Dr. en Profes- 

for te Rotterdam. 
J. H van SWiNDEN, A. L, M Phil. 

Dr, en Ptofesfor te Amfïeldam. 
W. MUNNIKS, Med. <pf\ en Trofesfor 

te Groningen,. 
J. C RADfiMrtCHFR, Controleur der 

uitgaande Reebtan te Amfteidavt. 
Mr. M. A. van OExWEN, Raad en 

Bur^ermeefttr te Leiden. 
f de WILDE, Boekhouder der O l 

Compagnie te Amfïeldam. 
. • . NOLTHfcMUS, Eerfïe Boekhcttder 

dsr O. I Compagnie tt Amfïeldam. 
D + F. 



C 48 ) 

F. K. RADEMACHER, te Middelburg. 
J. TEMMINK, Ontvanger van den 100. 

en 2co, Penning by de O. I. Cêmps- 

gnie. 
W. VAN DER MEULEN, 

L. F. HOLTHUISEN, 
C. STOLL, en 

C. STYGER , alle vyf te Amfleldam. 

D. PARS, Colonel der Burgery te Leeu- 

waarden. 

I P. FOCKER, Leffor in de TVis- Na- 
tuur- en Stet re- kunde te Middelburg. 

Mr, A* G, SMITH, advocaat te Haarlem. 

JOAN OLVERT VAILLANT, Kapitein 
ter Zee in Dier fl van H. H* M. 

CHRISTIAAN ANTHONY VERHEUL, 
Kapitein ter Zee in T)ienfl van H H. M. 

JOHAN GERARD LE DULX, Pbilos. 
Stud. 

BüITENLANDSCHE CORRESPONDENTEN: , 






J. BANKS ,* Prefidtnt van de Academie te 
j—iOtiaen • 

C. P. THUI^BERG, Profesfor in ie Bo- 
tanie te Upfal. 

]. A. EULER, Secretaris van het Kei- 
zerlyk Genootfchap te Petersburg. 

A. F. BUSSCHJNG , Koninglyk Prui/ifch 
Opper - confijlorifal Raadt Di re flor 
*&ün het Gymnajïum in het Graauw 
Klooster ie Berlin. 

MAR- 



C 49 ) 

MARQÜÏS de CONDORCET, foerefê* 
ris van de Academie der Wetten- 
fcbapptn* te Parys. 

GARMER de St. JULIEN, Capitahe & 
Premier au Corps Rqyal du Genie dt 
France>> d Bayonne. 

BARON de HUPSCH, Lid va» ver- 
jchtiden Academiën en geleerde Gewot% 
fc happen , te Keulen. 

J. A. PASSINI, te Bankk 
In China, 

De Heerm Supercargas * die zig daar bc- 

vinden. 

De Mi^fionarisfcn te Pekin. 
Op Mauritius, 

Mr. CHARPENTIER de COSIGNY» 

Lieui: Coknet.- 

*s Genootsckaps Gemagtigde* 
in Nederland: 

REINIER ARRENBERG, Couratjht 
en Boekhandelaar t$ Rotterdam, en 

D 5 JO« 



(5o) 

JOHANNES ALLMIT, B,e\hmdelMr 
te Amjler&am, aan weike alle Brieven 
en Paketten voor die Genaocfchap 
kunnen bezorgd worden. 

BATAVIA den 1.7 February 1792, 

%Jk Naat& van het Genootichap, 
JOH THEOÖ. ROSS., 

Secretaris. 









K O R TE en eenvoudige BE* 
SCHRYVINÖ vai de 

Tjembing, of het zo ge- 
noemd uooJen -feest dcf 
Chmeezen, naar de waar- 
neming gedaan , ten bywe^ 
zen vanden Wel Ed Groot 
Agtb Heer AdriaaN' 
Mo e ns, Eerften Kaad en 
Direcleur Gen 1 doörwylen 
den Wel Eerw: Heer Jan 
HooymaNj Predikant in de 
Luiherfchè Gemeente al* 
hier, verzeld van den On- 
derkoopman Jan I acob 
Vogelaar, die deze aan- 
tekening gehouden heeft, 
op Zatürdag den 4' April 
37S9. 

Dit feest $ gewis een der aanmerkelyk» 
(Ie , zo niet de alleraanzienlykfte t 
plegtigheden van de/,e Natie* hec eer- 
ftenaa der/.elver Nieuwjaar voorvallende, 
wordt te Batavia in eerrn Hunner voor- 
naarafte Tempels op Goenoingfaric* de 
begraaf- plaaats van die volk, jiarlyks ge« 

A vierd f 



co 

vïeri, met zoo veele Ceremoniën en koff« 
baare toefteJlen, dat het den aandagt en 
Opmerking van een ieder dubbeld ver* 
dient — Naar de verklaaringen uit Hun' 
eigen mond , is deze dag eenlyk be- 
ftemd ter eerbiedige nagedagtems van 
Hunne afgeftorven vrienden, zoo dat rulka 
geenzfns fchynt te gehooren onder Hun* 
nen Gods-dienft. — Allerwegen is de toe* 
vloed van Menfchen even groot, by dui- 
zenden zig op dezen dag verzamelende, 
ten iegelyk vöór liet graf of de graven 
(*) van de zynen» Geen Chinees , hoe arm, 
of men ziet hem met de minde fpaarzaam- 
heid, en grootften yver, een ieder naar 
zynen Haat en vermogen , gelyk met de 
s 2ii2ien!ykfteji zyner Natie, ten offer ko. 
tnen voor de Graven — De Officieren » aU 
te egaal op 't deftigft uitgedofcht, in Hun 
purper ftaatzie gewaad, naar de wys der 
iVlandaryns in China, met Hunnen Capi- 
tain aan 'c hoofd, verzeld van den Boo- 
de met het fchild op de borft, en verders 

van 

(&) Het is niet oab-kend, da: het ond°r de Chineeïen 
etn conilan: gebra k is , de lyken ieder apart by te leg* 
gen, 20 dat de Ouders teeltyds nmn e ruftplaauca 
seer verre nebben ^an <ü-* hunner kinderen, en men dtll 
man even wyd begraaven vind van zyne vrouw. 



% 



( 3) 

van de aanzicnlykftsn onder Hun, waar by 
de Anachodas cf Schippers en Stuurlieden 
Van de alhier op dezt:n tyd aanwtzénda 
Chineefche janken , den rang ichynen fè 
hebben met de teipeéiive Pagters^ verga* 
deren zig alle ge&aienlyk voor llanaen 
voorsz: Tempel, gewoonlyk tegen 9 uu- 
ren in den voormiddag , wanneer de gróöfr» 
fte hoop van volk daar is, e!k een even 
viytig offeranden doende voor Hunne hy- 
zondere Graf-plaatzen , cerwyl hec ge- 
klapper der zo genoemde voetzoekers , van 
alle kanten afgefehoocen, by hec geduurig 
geklop op de kopere bekkens, en andere 
Chineefche ipeekuigen, een onbegrypelyk 
en verveelend geraas maaken. 

Als dan neemt de plegcigheid bv ch 
voorfch: Officieren vóór de ga'fcbs Natis 
eenen aanvang, in volgenie voegen; 

De Capitain Chineefch ditmaal, fchoon 
aanwezig, zig veriihöonende, wyl Hy in 
den rouw was, zag men in zyne plaatseen* 
der Oudfte Lieutenants voortreeden, aan 
het hoofd van zes andere Mede -offi- 
cieren , agter Hem gerangeerd in j^fè^fej 
reien» In deze orde marcheerden zy aan de 
figterfcvde van meermeiden Tempel, na den 
wefl> kant, daar de tneefte grafplaatzen 
zyn, en naderden tot vlak voor de deur* 

A s al- 



(4) 

alwaar de floep bedekt was met een ta« 
pyc, fïaande een ieder der gera: Officie. 
ren voor een op 't tapyt liggenderood Da- 
maft kaszen , met het aangezicht na Hunnen 
zogenoemden Tapekong of Joofje, inden 
Tempel, daar het Autaar rykelyk voorzien 
was met brandende groote kaaizen, de 
uitgesogfte vrugten , confyten , bereide 
fpyzen &c , raar de gewoone wys dezer 
Natie, niemand op Batavia onbekend — 
Hier op roept de Ceremoniemeefter, voor 
den ingang van het Gebouw geporteerd , 
luidkeels eenige Chineefche woorden den 
Officieren toe, die terftond op Hunne kniën 
met het aangezicht op den grond vallende, 
dus den gewoonen eerbied voor Hunnen 
.Afgod afleggen. Vervolgends ontvangen de 
gezamenlyke knielende Officieren uit han* 
den van de Autaar. bedienden, (b) zes è 
agt in getal, eenige heel dunne reukitok* 
jes , brandende , dewelke met beide han. 
den even voor het aangezicht gebragt , 
daadlyk weder worden te rug gegeeven, 
en door gem: Bedienden op het Autaar ge- 
I plant in een bakje met afch. — Daar naa 

over- 

\t\ T t il — «■■— i ■ « i i ■ i n ma ■ i ■ 

(h) Detc Autaar- bedienden ivn geene GeeftelyAe 
Perzooiien . maar eigenlyk b'nvooners en oppaszers van 
den Tempel, die, wanneer 'er in den Tempel, of by 
het Autaar eenne plcgtigheden verrigc worden, daaï 
toe ten diende ftaan, 



CO 

overhandigt men van binnen den eerflen 
Officier, de plaats van den Capitain be- 
kleedende , een kiein zilver kopje met 
Tjieuw, die Hy almede naarde gewoone 
manier voor het aangezicht gebragt hebben- 
de , het vogt weder uitftort in een voor 
Hem geplaatft bakje met aarde , en het 
kopje dan over geeft, wanneer het een en 
xnder weder binnen gaat en voor Jocfje 

wordt gezet. Dit gedaan zynde, flaan 

de Officieren alle op , op het geroep van 
den Ceremoniemeefter, knielen weder ne- 
der met het aangezicht ter aarde, en her- 
haaien dit ettelyke maaien, telkens op de 
aankondigingen als even door den Cere* 
momemeeiïer, die daar naa, terwyl de Off.» 
eieren gebukt liggen , van plaats veran- 
dert ' 9 en san de ander zyde der deur knie- 
lende, van een der meermdde dienaaren 
een tafeltje of plankje ontvangt, beplakt 
met rcod Cbineefch papier, en befchree- 
yen met verfcheide Carséiers , dewelke Hy 
opleeft met luide item; Dit duurt byna een 
minut of zes, en zoude, naar de verze- 
keringen van verfcheide Chineezen , de 
naamen behelzen van de afgeflorvenen , 
welker Geeften zy meeren cp deze uit- 
noodiging daar terftond te zullen verfchy- 
r,en, om deel te neemen in Hunne alge- 
meene vreugde. 

A 3 De 



CO 

De leezbg vc!bragt kynde* wordt het 
plank]* voornoemd weder binnen gezet $ 
en de leezer op zyn oude plaats aan d'an- 
derzyde van den ingang gekomen, roept de 
bukkende luidkeels weder op, waarmede de 
plegcighéié in den voorfch: grootea Tem- 
pel in zo verre een einde neeinc 

Dezelve gefchièdt civcd-. daar naa door 
yoorfch: Schippers en Pagters §Co, e- 
ven zoals hier voeren bëfchreev'en is ten cp- 
ÈJChf der Officieren ? en uk mede in | 
uur voltooid zynde» gingen de Officieren 
en' andéren in het Mem nieuw Tempeltje* 
piet verre v*n dei* grooten aan den noord 
fcant, voor weinige jaaren geftigt door den 
te genwèördigen Capitain Sv/a T h o e n- 
ko * naar de algemeene yerzeketiiigen, 
e^niyfe tér eere zommiger ifgeitorveaeti , 
welker mamen daar ook met ChinecTcKe 
Oraéters gegraveerd gezien worden op 
kleine pïankjes 9 aan beide zyden van den 
Tapefcpng — Hier werden » de zelfde 
p)?gti*beden en eerbewyzingen gedaan e- 
ven ais. voor oen grooren Tempel, eerffc 
épOE deCffideren* dan de Schippers, ver- 
volgende de Autaar- bedienden &c; 

Hier naa kwamen ook de Geeftelyken 
voor het Autaar te voorfchyn , d'eerfce daar 
vnn dmhangeil met een' rooden Mantel, 
met goude paüëaenten hier en daar be- 

n&aid % 



(7) 

smid, en voorzien met eenen priefterly. 
ken hoed op 't hoofd, teruyl vier adde- 
ren in blaauwe zyce gekleed , bloots* 
hoofds, twee aan twee aan weerskanten 
Honden. 

De plegtpleegingen van dezen belton- 
den eenlyk hier in, dat de Gpperprieiter 
zingende voor het autaajr eer(t eenige mi- 
nuten met het aangezicht na den Joofje 5 
en daarnaa weder omgekeerd (taande, ge- 
duurig met een klein takje zeker water 
uyt een kommetje (prengde, terwyl de 
vier anderen, cp hunne plaatzen b!y ven- 
de, mede zongen, en zonder ophoudc 
jnet de kleine klokjes, waar van ze ifidejr 
één hadden,. beiden — Dit ruini een quarc 
uur , eduurd hebbende, zo narn deze pieg- 
tigheid ook een einde; waar naa men alle 
de f!:- uuren van bamboezen met verguld, 
verzilverd en gifchilderd papier, die dus 
lang san beide kanten van den ingscg de* 
zes Tempels gerangeerd ftonden, buiten 
bragt, en op eenen hoop door het vuur ve- 
nietigde, by het geduuri* geklop daar by, 
door een' Priefter opeen koper bekken, en 
het afiteeken van verfcheide vuurwer- 
ken, 

Dufdanig v?.n verri^tingen der Voor- 
naamften van deze natie, vóór en in hun- 

A 5 neu 



en 

rpn Tempel op dezen by Hun zeer aan» 

jutrkelyken dag. 

De o ver fc en'* by duizenden in getal* 
die niet in den Terupel vcrichynen, doen 
Hu? ren eere-dienften * een ieder in 't by- 
zonder met even ytele vlyt en plestigheid 
voor de ruftplaatferi Hunner afgeftorveri 
vrienden, 7pnder dat ze zig aan den tyd 
bepaalen, pf zonder dat een zig bekreunt 
*an den ander. 

Zo vee] het gedrang van den ongeloof- 
lyk grooten toevloed van Merifchen ons 
bv deze pelegenhtid heeft toe^eJaattn* is 
iuen ook ooggetuigen geweeit van de ver- 
fijningen by den Graf- kelder van eeneit 
der asrizienlykfle Chineezen * den gewc« 
Zen Ternaatfchen Capitain Ong Jamko, 
voor weinige jaaren hier overleden : Dit 
Graf zeer hoog uit den grond, naar de ge- 
wóone wys der Grooten gemttzeld , en 
met een (ark van arduinfteen ( waar op 
eenige Chineefche letters gegraveerd en 
verguld waren ) voorzien * was ook vaa 
véele andere onderfcheiden door twee 
overeinde ftaande ronde Colommen van 
(teen , hebbende dê hoogte elk wel van 
32. voeten ♦ en geplaatft aan weerszyden 
vsn den kelder , vertoornende eenigelyks 
den fcaam cü gt boorte- plaats van den overlee* 

de- 



co 

ienen mtt Chineefche Carafbrs, die daar 
op ingehouden en nnde verguld varen — 
Op het voorplein va i hec Giaf, zeer zin- 
lyk rae<- knik bepLi terd , pronkten da 
naad elkander gevoegd-» tafels mee de koft- 
baarfte en heerlykfle vu ten, en andere 
eetwaaren f zoo van gebak, confituuren als 
andèrzins ; nevens vier ftaauie- itojlen, 
omhangen met fraaie met goud geborduur- 
de kleeden, terwyl vooraan, twee gellig- 
te groote offer -dieren op houte (tellen wa- 
ren geplaatlt, zynde een varkei en een 
bok met de fchoon gemaakte ingewanden 
daar by, even als by alle groote plegtig- 
beden gebiuklyk is, en dat o->k plaat: ge- 
vonden heefc voor aan den inging van de 
voorsz! tempels. 

Ter zyde van 't Graf, rond met graf- 
zooden belegd, zaten verfcheide Slaaven 
Jongens met allerhande Chineefche Mu- 
fi?k-ln(trumenten, waarby ook ememeni^. 
te zangereszen , by tuffjaen-poozingen 
treur- lieden op raf ven d<? f die met alle uit- 
terlyke tekenen van aanJoenin^ werden 
aangehoord door d.* najehaten wedu^JV 
van den overleed**n ?n , in gez 'Ifchap van 
veele andere vrouwen van de familie, geze- 
ten in een apart af xfci>oten vertrek van 
bamboezen en atapp en — Wat wyder vm 

A $ hier 



C f o > 

hief zag men ook aan de linke syde yan 
't Graf den zo genoemden Tapekong, ge- 
metzeld op de wys van eene kleine graf- 
ftede, met een fteen voor aan, waar op ee* 
nige Chineefche Caraéiers ~ Hier ter 
plaats was het, daar de piegtpleeging aller 
eerft een begin nam , dit gefchiede op de 
volgende wys: De Vrienden en Naaft.be- 
ftaanden van den overkedenen (Men nee- 
me hier onder niet de vrouwen, want de- 
ze verrigten zulks nooit, fchoon alle, zoo 
jonge als oude, die anders nimmer uit 
Haare wooningen mogen te voorfchyn ko- 
men, op dezen dag in 't openbaar ver- 
fchynen) voor af Hunne ftaatzie-kleede- 
ren van blaauw en purper zyde gaas aan. 
gedaan hebbende, begaven zig, twee aan 
twee, voor een gedekt tafeltje voor den 
voorfch; Tapekong, verzeld van eenen an- 
deren Chinees als Ceremoniemeefter ne- 
vens twee Jongelingen. 

De Ceremoniën waren hier verder, even 
als te vooren gewaagd is van de Officieren, 
eerft voor den Tapekong , en dan voof 
het Graf, aan welkers voet mede verfchei- 
de wel bereide Chineefche fpyzen &c 
waren gezet eigenhandig door de we* 
duw. Hier by merke men wyders aan, 
cat als de plegtigheden reeds zyn waas-ge» 

210* 



C ii ) 

rcmeti door de familie, als dan ook de 
v ienöen en goede kenniszen te voorichya 
komen, en dat, geduurende de bewyzen 
van eerbied door zulk een' vieemden, de 
r>a?.fle det Bloedverwanten dus lang ge- 
tukt ligc ten teken Van dankbaarheid. 

De ongclden by deze en andere dierge- 
lyke gelegenheden zyn gewis zetr groot, 
en nist wel mogelyk te oepaalén. -— Men 
heeft ons de verzekering gedaan, da: alleen 
Ly dn laacftgcmelde graf van Ong Jam- 
ko, ruim 300* rds- zouden zyn bekoftigd 
cp dtzen dag, 

Hoe groot de onkolïen doorgaands in het 
geheel beioopeil voor een Chinees van aam- 
zien— fchoon dezulken den grond voor niet 
hebben, daar de gemeenen ieder dzar voor 
moeien betaalen — om eenen Graf- kelder 
in orde te hebben, ge!yk het behoort, kan 
een ieder sfleiden uit het getfe een geloof- 
waardig Chinees ons verzekerde, ten op- 
zicht van liet half vokooid Graf van wylen 
den Lieutenant Gouw Poansoey, voor 
cenige Jaaren hkroverleeden, enbegraaven 
riet ver van cceerm: Ong Jamko, dat 
jjaaiplyk toe het rog entbreekende wel een 
paar duizend rds. werden vereifchc, èie 
coor de nagelaatvn Familie voor als nog 
niet konden worden bv een gebragt. 

Wat 



Wat men nu van de Ceremoniën in hei 
groot gezien , en hier ter neder gefield 
heeft 9 kan men ook zeggen van de ande- 
ïen, in het klein mede op twee plaatzen 
by gewoond te hebben ; het eerfte van ee* 
nen vader , die met veele gevoelige aan- 
doeningen offeranden bragt voor het graf 
van zynen, nu 5 jaaren overleeden zoon, 
en dan van een kind van nog geen $♦ jaa* 
ren , dat door de Moeder werdt onderleid 
in de uiteriyke tekenen van eerbewyaing 
voor het Graf zyns vaders^ 

Gewoonlyk neemeri de plegugheden op 
èeien dag een einde tegen óen namiddag, 
wanneer de gekookte fpyzen, dus larg voor 
de Tempelsen de Graven ten pronk geftaan, 
daar worden genuttigd , en de ongekookte 
na huis gedraagen, en onder de femilie 
en bekenden gedeeld. 

Jammer is het, dat aan de wéetgraag* 
heid van veelen onzen Ingezetenen (hoe 
gering ook van getal) ten opzicht der 
Chineezen * zo met betrekking tot Hunnen 
Gods-dienft, als Hunne zeden en gewooo 
tens, zo weinig kan worden voldaan, uit 
hoofde der onbegrype 7 yke onkunde van 
we! de meeden der Inwooneren dier andeis 
zoo be oemde natie. — Een ftaakje hier 
Vën zy genoeg aameroeren; 

Men 



Os) 

Men vindt by voorbeeld over al boven 
aan de poorten Hunner Tempels, zwart 
of rood verlakte plankjes, met eenige Ca- 
raéterj daar op gefneeden; Vraagt men 
na de beduidenis daar van $ by na nie- 
mand is er , die dies wegens de minfte onder- 
rigting kan geven, zelft veeltyds niet de 
Pnefters of Bonfen, die geftadig Hun ver. 
blyf houden in zulke Gebouwen. — Hoe 
veel moeite deedt niet voorich: Heer 
Hooyman, by deze hier voor befchree- 
ven gelegenheid, toen zyn Eerw: zoo bin- 
nen als buiten meerm; Tempel op Goe- 
noengfarie ook diergelyke befchreevea 
plankjes vondt. Naa veel vraagens einde- 
lyk was 'er een onder de Officieren, die 
de beduidenis wiftvan die Infcripiien, naa- 
melyk, Trad binnen met e$n cpregt gé* 
moed. 

Even 20 is het gefield met Hunne zd 
genoemde Wayangs fpellen , by zulke ge- 
legenheden altoos veelvuldig. — Die het 
Schouw- burg betreeden, zyn meert alle 
Balyfche meifjes , daar onder ook kinderen 
van 10. en meer jaaren, die van heare 
Geboorte- plaats hier op Batavia komende, 
veel tyds niet eens in haare eigen moeder- 
taal bedreeven xyn. — Echter weet men 
deze kinderea in weinig tyds zo ver te 

onder- 



C 14 ) 

onderrigten en te brengen, dat ze rafch 
op hec toneel vcrfchynen. — Alles verrig-, 
tenze met eene onbegrypelyke vaardig, 
heid, wat de lighaamsoefVemngen betreft, 
m^ar of ze zelve dat gene verftaan, 
wat ze zegeen, en van zig Jaaten hoo- 
ren» hier aan is zeer te twyfveien. Even 
wel zyn deeze Schouw- toneelen altoos 
onicingeld met duizenden van Menfchen, 
die nogthands eenen weetzieken Europeër 
mceft al niet Veeten te zeggen, wat ie 
hooien, en wat ze veiftaan. 



I 



RELAAS 

Van een Reisje, na, en op den 
Berg MARBABOE, of ook 
wel den Berg vanSALATlG A 
genoemd , zynde, volgends voor- 
geeven van dejavaanen , de hoog- 
fte op geheel JAVA. (a) 



k vertrok den 21. Oftober 1785. 's mor- 
gens te Paard van Salatiga, en bereikte 
naa den middag om 5. uuren Soental, daar 
de Paarden bleeven , en het reeds zeer 
koud was, deThermometerop50.gr:, 
e* vond daar de Javaanen in planken 
Hutjes rondom een vuur zitten. 

Vervolgends klom ik op na Thontil, en 
kwam daar naa zes uuren; het was hier 
zeer koud, om 8. uuren 's avonds, de 
r i hermometer op 45. gr:, door de wol- 
ken , die daar op de Hutjes lagen, zo 
dat ik niet in ftaat was zondereen vuur 
te kunnen blyven. 

ïk peilde, nog dien avond den top 
van den Berg, Zuid Oost , en een groot 

A Bosch 

11 1 1 ■ » T , . . — , MI , 1 1 , m 

(a) Deze Bere zou daar door den naam van Mar» 
baloty of Moeder van alle de Bergen bekomen heb- 
ben. M.a weer niet, dac 'er voorheen ooit een 

MêQbCh was op geweest. 



51 ( % ) 

Bosch, dat ik moest pasfëëren, Zuicl teil 
Oosten van my 5 om daar 'sNftgts nvui 9 
weg naar te kunnen rigteo ; vertrok 
middernagt by frgaien Maanefehx n , \vl t 
52. Europeezen en veifcheiclen jav a- 
.nen met eeten en drinken. p§tjoJs (i>) 
Eylen &a: &a:. ;van 7terf/, j^Uim aaii- 
jftonösop ra het Bosch , ciaarik om drie 
uuren in kwam, nam naar het (V. p^, 
den weg fegt i :uid Oo c t door h . t Büsdr, 
en 1 liet overal kappen ii1 de Eooircn ? 
om den weg wedfcrte rug te kunnen vin- 
den. Met BosBhf w<is vz'e.I>k wild, 
zonder wegen, of ecnfge pjsi;re;zeer 
groote boomen, van een geheel ander 
zoort, als onder den Berg gWhtltfefi 
wordt, eenige niet vrugien, ais EiVels 
van Eikeboomen , v/aren de een op .len 
anderen gewaszen ? en veele van ouder- 
dom omgevallen. Ik deed geitae^ 
met een piftool eenige losze ichotcn 
doen voor de Tygers, maar werd geen 
't minste wild gedierte gewaar, waar 
van ik geloof, dat de groote koude 
oorzaak is , flaan,de om 5. uureïi's Mor- 
gens de Thermohieter 8. gr: boven vrie- 
zen. Naa geitadig fterk door geklom- 
men 
e 



(Jêj Welk woord een ficatwèa» betekent. 



C3) 

men te hebben, kwam ik om zes uuren 
iiit bet Bps^I) op een kleine; vlakte, de 
koude u; s hu r buitengemeen, de 'i her- 
ri;umet,r 7. a 8, gr: Loven vriezen; ik 
\v#s by i:a niet in fta#t ou te fpi\ eken, 
n-\n handen en vecten , vr.:en half 
dood door de yogtyghêjci van de wol- 
ken, in 't gras; het was hier buiten dat 
zeer aangenaam, en ;.ls of men in een' 
lloementuin kwam; 'er groeit een zeer 
Lort, ruikende gras,, (c) vol bloemt- 
jes, en eene menige kleine boomtjes, 
gclyk aan Rofemaryn , 8. a io. voer n 
nyog, maar van een' heel ar -deren reuk , 
die men nooit ergens anders te zien 
krygt, als op deze plajus. Pe top. van 
óeu Berg fcheen my hier nogbvnahoo- 
ger als van de vhkte, de koude liet 

A 2 niet 

r C ; ')oor de Javsaren Sóutet Kvhn faunen ge- 

j-ocii d. dat onsetooflyk voedzaam . uiikendeen k-V 
rig is; de Vorsten feeven he- een' k< er in de week 
aan de paarden te eeren , die daar door in 't kort 
zeer vet en fte,k worden; het £, eir r!et % )Z\ 
hoog op deze Bergen; ik heb hè. me, deri worteHa 
beneden gebrast, maa^ is geftorvë. • de wcue's van 
dat gras gebruiken de Inlanders als Thee tlZl Pa 
inwendige kwaaien. Onder de merigre ve e el "•! 
en bloemen, die men op dit gebergte ; vinrfr i £" 
Vlier, Boter -bloemen, Weekbladen 7 •'*"'; f e 
Thee &.. &a. wordt ock d Dl «el L fVT r ' h(> 
Vaderland is, gevonden en meer h 1 -^ d,V in ' c 
aan my onbekend; ' eh ° ndeideklui ^n, 



(4) 

fiiet toe hier lang te vertoeven , waarotft 
op die vlakte eeriige Javaanenlaateade 
met patjols , om in den iyö, dat ik op* 
klom , w at te kunnen paf jollen om Kool 
te planten, en ander zaad te zaaien,? 
van welk alles ik my voorzien had , ik* 
het opklimmen vervolgde door de Ro- 
fcmaryn - boomtjes , omtrëfrd een half' 
uur, regt na den top; hoe hooger ik 
kwam, hoe kaaler de Berg werdt* om- 
trend om tien uuren geraakte ik op dert 
top , en vond denzelven omtrend 20. 
voeten breed, en 40. lang te zyn , kaal , 
met een weinig gras, kleine fbruikjes* 
en eene groote klip. (d) 

De lucht was helder, zodat ik overal 
rond konde zien , in het Land Bakakm, 
de Kadou , het Land van Damack , de 
Noord- en Zuyd-Zee, kort om het ge- 
zicht 



(d) Schoon riemand van de javaanen weet, dat 
de top van den Berg ooit beklommen i*,zo wistmeti 
echter te veiha'len, dar. daar een groorefteen op ligt, 
£ lyk ik ook gevonden heb, men verhaalt, Hat die 
Heen , onder het beftier van den Edelen Feer Gou- 
verneur Ossenbrug cp Toegoe , twee uuren van 
^amarang^ zoude hebben geleeden, dat de fcdpl Heer 
Gouverneur dien (leen wilde laate haaien, om een* 
kos'elyken diamant, dfo daar in zat, uit te breeken, 
maar dat die freen de ragt te vooren na den top vajfr 
4e n SaUiigflfebe Btrg 'verhuist wv, 



Cs) 

zicht was verrukkende. De Berg, \s 
aan drie kanten met zeer fteil afgaande 
valleien , waar in ik niet tot beneden 
konde zien; ik deed eenige ichooten 
met een piftool , welk een geruisch 
door die valleien, als de zwaarfte don- 
derdagen gaf; aan de dreuning zoude 
men zeggen dat de Berg hol was; ik 
vertoefde op den top eeae groote uur 
om wit te rusten, en vond geen gedier- 
te, noch vogels hoe genoemd, als ee- 
nige kleine gryze Zvvaalfjes, die ron- 
dom ons heen zweefden. 

De Javaanen zeggen, dat daar eenige 
Steen -Bokjes zig op houden, een 
zoorc , dat in de laagten onbekend is. 
De Lucht was ongeftadig koud en warm , 
de Thermometer op 50. tot 60. gr: on- 
geftadig; ik liet 'er eenige bedden maa- 
ken, waar ik kool op plantte, en wor- 
telen en knollen op zaaide, zo als ik 
op de te rug - reis , op verfcheiden plaat- 
zen deed; en kwam 's Namiddags om 
4. uuren op Thontil\€) en om 7. uuren 

A 3 's Avonds 



(e) ïbunhi ^ en mc j er Negeryijes li^er meer als 
de helfc op de hnogte van den 8erg;de Javaanenlee- 
ven daar zeer arm en ellendig; door de koude, dis 
door 'c geftadig oVwrdryven van de wolken veroor- 
zaak; 



(O 

's Avonds op Koffwg, den bloemlcool- 
tuin van den Edelen Heer Gouverneur 

van 

gajikt wordt , liggen zy raagt en dagby't vuur, en zyn 
half gerookt , ichoon zy volmaakt gezond zyn ; al- 
les wat tot hun gebruik noodig is, moet va. beneden 
daar gebragt worden , terwyl 'er geen pady, klap- 
peis, bamboezen, of iets diergelyks door de koude 
groeit \ Ja>ons is 't eenjjgfte , dat 'er nog voordkomt ,. 
maar (laan 8. a 9. maanden tot ze ryp zyn ; het land 
is 'er volmaakt ■ vrugtbaar voor alle Ëuropeefrhe 
groentens; dat volk geneert y.\g ril et planten van kool, 
aardappelen, feldery knoflook, &a. &a. daar zy by- 
ra geene moeite aan doen. of kennis van hebben, en 
nogthands ongemeen fehoon en poot worJen; de 
bloemkool, tarwe, en gerst, groeien daar, als in 'c 
Vaderland; het is een Land. als 'er weinige in de 
W aereld zyn, als 'er manr Menfchen woonden, die 
htt wisten zig tot nut te makken; de Lujjt is 'er en 
7 er fyn en sezpncl, de 'I hermometer ryst zelden des 
ééags boven de óo. er:, en daalt 'er des nagts onder 
de 40. , in de maanden july en Augustus is 'er zem- 
tyds Ys, een fchelïing dik gezien. 

De wolken liggen het mees* van tien unfen.*sMor- 
gc.ns, rot vier uuren ces Kamiddiks op den Berden 
bevog ( i>>en en veikoeien de Aarde, terwyl de Zon 
in de laagte alles verdroogt; 's Nagts, valt de dauw 
zeer fterk, zo dat alles Ichynt mede te werken, om 
dat Land volmaakt vrugtbaar te maaken. Wanneer 
in de maand Augustus ce allang allang , een zooit 
van zeer hoog opfehietende gras, droog i« geworden , 
brandt men zo veel en zo hoog op den Berg, al>het 
mogelyk is; 'in den Repen - tyd voerr het water alle- 
deze asch en de vettigheid van de bladen, &a: cca na 
beneden, zo dat de aarde zonder de minste moeite 
daar door weder gemest wordt; alles, wat ikgeplanc 
beb^e, is gelukt'en zelfs ver boven de verwagtinff» 

Het 



vai ^Yf , 4- llurcn boven Salatiga te rug- 

_ — _ . 

Het vee, dat bi r op dei Be f* weidt, is ongemeen 
v r n rroot dat ik teefehryf aart het kostelyk rui- 
ken e : <r"i.iig gras. hier v<>or gemeld; ik heb ee- 
ni < fcHaa^eï] ra boven gebri^t, en ondervonden, 
ó r i- zo vofmaaki (laaien, en vet worden, , daar by 
zo fmaakelyk zyn, dat die vo »r ^eene in Europa be- 
hoeven f f wyten ; de boter is hier" zo hard als kaas» 
geel uL £ouü, en zeer aaigena-in van fmaak* 



A 5 



RE. 



RELAAS 

Van een* Togt na den BRAN- 
DENDE BERG, op JAVA. 

X'c vertrok den i? c July 1786., *s Mor- 
gens vroeg van Salatiga, en kwam om 
twaalf uuren op Selo r en om 2. uuren op 
RowkO) zynde de laatfte Negeryopden 
Berg, aan den eenigen weg, daarliet 
mogelyk is denzelven te beklimmen, 
de Lucht was hier koud, de Thermo- 
meter 's Middags om 12.uuren58.gr:, 
en het verfchil was tusfen Sdatiga en 
daar reeds 20 gr: , en 36. tusfehen Sa* 
marang en bdo. 

Ik maakte vervolgends alles klaar , om . 
als de Maan op kwam , de reis te kun- 
nen vervolgen , en peilde den top van 
den Brandende Berg, Zuid Oost, en 
eenen hoogen Berg, dien ik eerst over 
moest, regt Oost van my, om daar in 
den Nagt den weg naar te kunnen rig- 
ten. 

Met het op komen van de Maan, 
omtrend óm n. uuren was, ver- 

trok 



C9) 

trok ik van Ronko , (a) en nam den weg 
regt Oost op; hoe hooger ik kwam, 
hoe kouder het werdt; om twee uuren 
op een' enkelen Berg van asch komen- 
de was, de Thermometer op 14. gr: 
boven vriezen gedaald ; de koude was 
nog grooter, door de Wolken, diege- 
ftadig over den Berg kwamen , en als ha- 
gel in 't gezicht iheeden ; de weg was 
hier op eenige plaatzen gevaarlyk, em 
zo fmal , dat men op handen en voeten 
over de klippen moest kruipen , daar 
men aan weerskanten in grondloozen 
valleien afzag. 

Ik zoude hier graag vertoefd hebben 
tot het dag was ; maar de fchrikkelyke 
koude liet niet toe, een moment (lil 
te houden; en had ik de Inlanders niet 
met Arak op Gengber getrokken , op 
de been gehouden , waren daar vast 
eenigen van bly ven liggen , en van de 
koude verfteeven. Om 5. uuren kreeg 

A 5 ik 

(a) Ronko ligt aan den Zuid -kant van den Berg 
JMarbaboei daar Kopping aan den Noqrd-kant ligt; 
al het Land is hier zeer vrugtbaar , dat nog door de 
Asch van de Brandende Berg vermeerderd word' ; de 
Berg brandt altoos iterk, maar woelt om de 10. 4 
12* uuren eet?s, wanneer hy zyne Asch op de omlig. 
gende Bergen uitfmyt; niemand weet van hier, nocl* 
•p Sniatiyi ooit aaidbeeving gevoeld te hebben* 



( io) 

Ik een* kleinen regen , en flaïfr d^or 
WCTtlt de lucht zo koud, dat deThermo- 
r ar tot op 4. gr: boven vriezen o aal- 
ce en zo geftadig bleef, tot de Zon 
cp kwam; wanneer wy ons voor een 
or.tzücbdyke vallet bevonden, vanen- 
&:de klippen, die den Brandende Berg 
van alle de omliggende Bergen affnydt; 
de top- van den Brandende Berg L.g 
coe voor ons, omtrend zo vtr, dat 
inen met een geweer-kogel in het gat, 
daar de rook uit kwam, kon fchieten ; 
ce regen was de oorzaak, dat ik niet 
durfde onderneemen, om van die klip- 
pen af te klimmen, om dat de fteenen 
glad waren , zonder het minst geboom- 
te of gras , daar men zig aan houden 
konde; de diepte van die vallei fchat- 
te ik op 1000. vademen. Wanneer het 
droog weder was geweest, en ik on- 
der in die vallei had kunnen komen, 
zoude het ook mogelyk zyn geweest, 
dïgt by het gat, daar de rook uitkomt, 
te gera^ken; watit de geheele Branden- 
de Berg beflaat uit enkele klip, die 
met kleine uitgebrande fteentjes en 
zwavel bedekt is, ontbloot van eenige 
ftruiken of gras, zo ver ik van daar 
ondekken kon , en rondom door ver- 

fchei- 



C") 

fchciden vrugtbaare Bergen ïngefloo* 
ten, daar hy als een Eiland in 't mid- 
v n in ligt, en den brandende top bo- 
ven uit laat zien. Het geboomte, en wa- 
ter , welk men verbeeldt van v ie laagte op 
den Brandende Berg te zien, is van de 
omliggende Bergen, zo even gemeld, 
cie men In de laagte voor den Bran- 
dende Berg z cl ven aanziet. 

p 'Jen gehe.elen top , en verfcheideit 
plaatzeq na beneden ligt eene groote 
menigte Zwavel , die geel, wit, en 
bruin uitziet , en alle brandt'. Men 
hoorde van, tyd tot tyd, een geruisch 
als of een wagen over eenen harden 
grond rydt; en de rook fcheen dan wat 
fterker uit het gat t komen. Zo men 
zig 'er naar uitrustte, zou het niet on- 
mogelyk zyn, om zo digt aan het gat 
te komen, dat men 'er eenen fteen in 
konde werpen ; doch die reis zou niet 
minder dan in drie dagen kunnen ge- 
daan worden. Hoe hoger men komt , 
hoe minder men eenig wild gedierte 
te vreezen heeft, fchoon het aan geen 
voed'zel en water, op de omliggende 
Bergen ontbreekt; maar ik onderftel, 
dat de zwaare koude daar van oorzaak 
jis. ï^aa alles , zo veel als mogelyk 

was 9 



wzs» emderzogt te hebben, nam ik de 
E. rug-reis aan , die niet minder moei- 
lyfc en gevaarlyk was, enkwam 's avonds 
weder onder den Berg, en daags daar 
aaa op Salattga* 






RELAAS 

Van een' 2 dca Togt na den BRAN- 
DENDE BERG, of Vervolg, 
van den Eerlten ''"ogt, van üea 
18. July 178Ó, (a) 



W 



y vertrokken , den 9. Augustus 
van Salatiga by Volle Maan, en blie- 
ven dien Nagt op Ronko, de groote helft 
op den Berg, daar wy alles, tot het ver- 
volgen van onze reis klaar maakten. 

Den 10. 's Morgens om 4. uuren, 
vertrokken wy van Ronko; ik had , de 
reis wat laat begonnen, om niet voor 
Zons opgang, op die plaats te zyo, 
daar ik de voorige reis de vreeslyte 
koude ontmoet had. Naa fterk door 
geklommen te hebben, kwamen wv te- 
gen 7. uuren, voor die groote vallei, 
die den Brandende Berg van alle <dc 
omliggende Bergen affnydt, en daar ik 
den voorigen togt door den regeia met 
na beneden kon komen. De Lucht was 
daar buiten gemeen fyn, doch de kou- 
de verdraagelyk. Wy vertoefden hier 

eene 



Ca) Doe ik niet verder dan de ^r^oie v&uu. iud 
kunnen komen. 



( i 4 ) 

eene halve uur on: witte rusten, eü 
aik-s te vervJöiarctigcn torhetufkianmën 
van die or.zachlyke klip, dat wy, om 
lialf agt ondernamen, eerst 500. vade- 
demen langs eene touw» en vervoleends 
op handen en voeten langs de klippen. 

Wy bevonden die vallei , by de ïcco. 
vademen dwp te zyn^ daar wy echfer 
na veel gevaar, en moeite tegen half 
negen onder kwamen; hier dagteri \vv 
alle gevaar, en moeite te boven ce zvi.'; 
maar dit was de plaats, daar dezelve 
eerst begon, dewvl wy met hadden 
kunnen zien, of ons voordellen , dat 
de Berg daar zoude branden; het gene 
wy bevonden, dat dezelve onderaan 
den voet, reeds op honderde p ; aatzen 
deedt, en de klippen zo warm waren 
dat men geen moment; op dezelve ver- 
toeven kon ; wy ondernamen doch om 
, na den top te klimmen , die zig van 
daar nog zeer hoog vertoonde. 

De moeite en het gevaar was in 't 
opklimmen onuitfpreekeJyk, door dat 
de klippen alle los, en warm waren 
en zig als uitgebrande fteen- kooien 
vertoonden, waar aan men zig niet kon 
vast houden, terwyl dezelve°op veele 

plaat- 



( '5 ) 

f. en niet Zwavel bedekt laggJJ , die door 

i»e warmte vaa uen Berg en der irce- 
Hen LufiiiOiteii wm# op veeie piaatz^a 
Vonkte, en een" damp, en henaauw- 
hVid verwekte, dat men aUe. momenten 
flanuw £agt te worden. Mqt alle deze 
e ^niykheden/, bereikte ik toe tegen 
12. uuren «ien hoogiten top van de ze;i 
gei Brandende Berg, oi den rand 

va roojte gat. (b ) GeenMensdi, 

ï:on gezicht 9 vanden vr — > 

Eèri /'r r-i^oel voorftellcn ó'fifft- 
dru ; k : de akelykheici,*oniin atn* 

te zien, was onulilp^eekchk. 
Ik bevond , den top wel zo groot , a's 
c'e halve Stad van Samarang, doch na 
een Zuid-kant reeds geheel ingeftort, 
dat ik de vorige reis niet had kunnen 
zien, zo dat 'er aan den Noord-kant, 
maar een enkele rug in gedaante, als 
een halve maan, meer overblyft, die 
omtrend 3. voeten breed i's, en wa-cir 
Op wy ons bevonden; de rook kwam, 
met geweld uit die groote gaten pers- 
zen, doch men werdt geen vuur ge- 
waar, 

: 



(b) De Thermometer op 96. gr., het ryzén van 
don Thermometer was niet zo zeer door de warrare 
van oe luchc, ais door deü &iueu vau deu ikrg, t.a 
den damp van de Zwavel. 



Ci6> 

waar, des ik onderftelle, dat het zelve* 
heel laag in den grond moet zyn , en 
de Berg geheel hol is, zelf tot diep 
onder zynen voet, door dien daar op 
honderde plaatzen de rook uit komt, 
zo dat die ter eenigentyd, nog eens ge- 
heel in zal ftorten , dewyl alle de flee- 
nen reeds uitgebrand zyn, en geen de 
minfte fubftantie meer hebben. 

Ik vertoefde op den tóp, omtrend 
een halve uur, en kon duidelyk mer- 
ken, dat dezelve onder myne voeten 
brandde; want naa den korst van de 
Zwavel wat opgeligt te hebben, was 
dezelve vuurheet, en hol; Ik zette 
'er eene witte vlag op, en nam de terug 
reis aan , die niet minder moeilyk en 
gevaarlyk was , en kwam 's Avonds 
weder in de voornoemde Negery. Door 
de onzachlyke hitte van den Berg en 
de Zwavel , hadden wy onze handen 
en voeten by na geheel verbrand ; dat 
maakte ons de reis na beneden , by na 
ondoenlyk; doch de geheele omftan- 
digheid liet niet toe , daar langer te bly- 
ven. Men zou denken, dat op zul- 
ken heeten Berg onmogelyk iets kon 
groeien ; het kwam ons derhalven aller 
verwonderlykt voor, dat men in de 

koo- 



O?) 

lco'okende Zwavel een heel klein ftruik- 
je vondt, een zoort van klimop, welk 
zelf heel warm was., en omtrendeenen 
voet op zyn langst, opdieZwavtllag v 



B O» 



OPMERKING 

OVER I)E 

GELEGENHEID 

ALS 

GEZONDHEID 

SALATIGA : 



S. 



alatiga ligt omtrend in 't midden van 
van het Eiland JAVA, zo wel van 
het Oosten tot het Westen, als van de 
Zuid tot de Nootd gerekend, en is ge- 
legen op den voet van den Berg Mar- 
baboe , of de Salatigafche Berg genoemd, 

r De Lucht is 'er zeer getemperd, 
de Thermometer ryst des daags zelden 
boven 78. gr: , en daalt des nagts on- 
der de 50. gr: ; in de maanden July en 
Augustus , wanneer die wel eens by 
helder nagten tot 36. & 38. gr: daalt, 
vertellen zelfs hier de oude Europee-» 
zen van Ys , gezien te hebben. 

De zuiverheid van de lucht, en de 
Zuidewind , die van het gebergte waait , 

maakt 



C 19 ) 

maakt de plaats volmaakt gezond; geert 
dag is 'er, dat men niet merkelyk ziet, 
dat de lucht zig zuivert, in den regen- 
mousfon door de regens en donder* 
en in den goeden mousfon door de 
Zuide en Zuid-Ooste winden, die ge- 
ftadig op vaste tyden'en dagen waaien; 
als in. de maand january, February ea 
Maart, is het 's morgens mooi weer, 
geen wind; om ééne uur komt de re- 
gen met Noorde en Noord Weste win- 
den omtrend tot 5. uuren na den mid- 
dag, wanneer deregens wederophouden 
tot 9. uuren des avonds, beginnende 
weder ten 1 1. d <2. uuren, verder fraai 
wêêr , zomtyds wel eens ftonn voor 
een quartier , met koude. 

In de maand April en May, is 't 
mooi en aangenaam weer, weinig wind, 
en variabel; om de twee dagen regen 
met zwaaren donder; in de maand Ju- 
ny, July, Augusrus, waaien de Zuidè 
en Zuid- Ooste winden van 's morgens 
ègt uuren tot naa den middag 4. & 5. 
uuren zeer fterk , inzonderheid de vyf 
dagen van het Eerfle Quartier naa de 
Nieuwe Maan. 

Wanneer de wind 's middags om 12. 

B 3 zig 



(20) 

tig legt i betrekt de lucht, en daar valt 
een zagte regen \ waar naa het de twee 
% r olgende dogen minder waait. Doch 
zo de lucht betrekt , en tegen den 
avond zonder regen zig weder verdeelt, 
komt de wind des daags veel vroeger 
en heviger als ordinair. 

In September verminderen de Zuid-%- 
Ooste winden, en men krygt van tyd; 
tot tyd meer regens;, in de maand Oc- 
tober ftil , variabele winden , meer re- 
gens en donden 

In November en December West-» 
Noord -Weste winden; 9 s avonds £. 1 
6. uuren flerke ftort- regens, tot mid- 
■der-nagt. Door eene accüraate aan*, 
tekening, van dag 'tot dag heb ik on- 
dervonden , dat tusfchen de Nieuwe.. 
e;n Volle.. Maan altoos het geheele Jaar* 
door de wind 4 £ 5. dagen veel fler- 
ker en langer waait, dan by afgaande, 
maan, en omtrend altoos met hetEer- 
fte Quartier toeneemt, zelfs weieénen. 
Bagt en dag daar blyft ftaan. Men kan, 
's morgens met opgaan van de Zon zien * 
wat weer het de geheelen dag zal we- 
zen: 20 de Zuid -kant van den Bran- 
dende 'Berg*- niet eenige witte wolkjes 

be« 



C 21 ) 

bedekt is, volgt vast flerfcerwircUhoe 
witter de wolkjes uitzien en vermeer- 
deren , hoe fterker cie wind komt, die 
dan ook onbewecghk lly ven ; begii t 
daar Ik weeging in te komen, en wor- 
den ze iets zwart, zo legt zift de wind* 
de lucht betrekt, en di.ar komt regen 
of geftadige weerhehr in 't /ui en uit 
zonder donder o eti dan des ar deren 
daags cie wind veei heviger. 1)< oroe- 
ze geftadige winden, die.Öveyhet kruid- 
ryk, en koel gebergte komen waaien, 
is Sabtiga en de omliggende Negeryën* 
volmaakt gezond, men Heeft hier gte- 
ne vaste ziektens hoe genoemd, vroeg 
en najaar, drooge- en regen - mous- 
fon geeft geene vv randeiing. 

Europeezen, die hier 30. & 40. Jaa- 
ren geleegen hebben , betuigen nooit 
ziek te zyn geweest, en leeven in den 
hoogften Ouderdom nog zeergezond 9 
en fterk. Bv de 2. Jaarendst ik hier ge- 
legen heb , heb ik van de 46. Europee* 
zen met Vrouw en Kinderen daar on- 
der gerekend, rog niemand ziek, veel 
minder dooden gehad; Niemand weet 
van ongezondeti kost, noch drank, 
elk eet en drinkt, wat zyn hart lust; 

B a ter* 



/ 



22 

ïentfjï de mond- behoeftens góéd kor>fj 
2yiij is alles in den grootften overvloed* 

Schoon men hier kostelyk bron- 
water heeft , drinken de Europeezen 
ordinair den geheelen dag door gekern- 
éè melk, daar alle morgen eene menigte 
Toor niets onder hen van rond gedeeld 
wordt. Kortotn zy leeven zonder de 
minste omzichtigheid zo gezond ,vro- 
lyk en fterk , als men in eene plaats in 
cfegeheeie Waereld zoude kunnen wen* 



( Was getekend ) 
F; 'van BOEKHOLa 



BE< 



B E S C H R Y V I N G. van 

een Gedeelte der Omme-en 
Bovenlanden dezer Hootd- 
ftad , doch inzonderheid 
van de Zuid- wcftlyke, en 
WeilJyke Landen , bene- 
vens de bebouwing der 
Gronden j Levens «*wys, en 
oefvenihgen der Üpgezete* 
nen; mitfgaders de Fabry- 
ken, en Handel in dezelve, 
door Andiiies Teis- 

S£IÜL 

Ik onderneem cenige zaakén tot kennis 
van 't Algemeen te brengen, die ik 
oordeel nuttig en noodzaaklyk te xyn, 
vtrmits ik in veele gevallen befpeurd heb^ 
dat men, uit gebrek vangenoegzaame ken- 
nis van dé Bovenlanden en den Handel 
der opgezetenen , verfcheiden dingen in een 
verkeerd Ücht befchouwc , en kwaaiyk be- 
oordeelt. 

Myné menigvuldige dooikruyszing en 
ophouditig in dezelve, zo in niynè jeugd, 
tóen ik agt jaaren agter een als Land- 
meeter onder en met den Inlander heb 
üioeien omgaan, en vervolgemis nu ze- 

A vijiv 



. < O 

trent'en jaaren a^s eigenaar van verfcheidefl 
Land. goederen om de Zuid-welt en Weit* 
l.yk van deze Hoófdftad gelegsn, dezelva 
heb moeten beheeren , hteft rny gelegen* 
heïd gegeevcn- om die Oor don en Mm* 
fchen van nader by te leeren kennen , dan 
zulks in 'é gemeen ge(chiedt;en nog beter 
heb ik den nationsaien fmaak der boven- 
landfche Javaanen. en Chineefche Landbou- 
wers kunnen nagaan, toen ik my met de 
Takken des L^ndbouws zelf verfcheidèn 
jjaren opgehouden heb. 

De Stad Batavia werdt *Ts in het jaar 
(a 162'. voor niet *^eer gezond geacht, 
wegens de menigvuldige (taande wateren en 
poelen, die in de Omrae-en Bovenlanden 
gevonden werden 9 welke ongezondheid 
den bewooners üerzelvc toen ter tyd door 
de Winden uic het Gebergte aan*ebragt 
werdt; doch zederd de Landbouw aange- 
moedigd is geworden , 'zyn de Bdlchen en 
\* ilderniszen omgeveld , do Landen ontgon • 
uen, den ilaande Waierai afloop gegeeven, 
en de poelen uitgedroogd; /-o dat de onge- 
zondheid der Had in net gemeen ni^t meer 
door de zuide winden ontitaat, maar door 

de 



fa) J; Bontias Ooft -en Welt - Indifche warande 



Cs) 

den Noorden en N^ord Oorten wind, die dë 
uitwaaszemingen van het modderagtig ge- 
deelte der ftranden en der moeraflen en 
poelen tuflchen de Vinkevaart of AngiolzA 
Rivier en de gegraavcn ^onthaar aanroe- 
ren ; behalven in de kentering van den 
goeden toe den kwaaien mouffon, als wan» 
neer de Wefte- windjen i i de eerrte dagen 
mede ichadelyke daoipen uit de weftlyke 
ftranden en raoerafLm over de ftad v\.r- 
fpreiden ; doch oimrend éé ie uur ga*n$ 
van de ftad en in de Bovenlanden is het 
in 't gemeen zeer gezond. 

De ^eigendommen, die particulieren, en 
ïn7onderheid de Europeezen, fuccesfbf op 
de Landen verkreegen hebben, hebben het 
meeft toegebragt om dezelve te doen be- 
bouwen; het aanleggen van Zuikerplan- 
csgien lieert tot omtrend zeven uuren 
gaans van de ftad de omvelling derBoflchen 
en ontginning der Gronden verhaart; ter- 
wyl de (?) Pady-teeld eil vervolgens het 
Weeken van Rundvee dezelve verder 
heeft uitgebreid en voltooid, zo dat men 
tegenwoordig zelfs tot aan het Gebergte 
geene andere boffchen vindt, dan eenlyk* 
daar die expres bewaard worden tot brand* 
ftofven voor Zuikermolens. 

A 2 De 

( q) Padi wordt genoemd de Ryft, die op» het veld 
fttat, of de Ryft aan dea halm, in 4e anenu 



co 

De koffy.-plantagietï worden alleen op 
VK: Compagnies Landen en het Landgoed 
Buitenzorg aangekweekt; alle de proeven, 
die men van dezelve meer fiadwaards en 
in de Beneden -landen genomen heefc zyn 
buiten vordering gebleeven, en veel van 
die verlaaten geworden wegens den zwaareis 
loon, die aan de Arbeiders hier beneden, 
metr dan boven in het Gebergte moet be- 
taald wórden 9 welk in de vergelyking der 
inkomften met de uitgaaven de fchaal tol 
de zyde van verlies doet overflaan 

Het aanleggen van voormelde plantagien 
in het Gebergte heefc hetzelve mede van 
veele zwaare boffchen en wildemiffeft ont- 
bloot en gezuiverd, waar by het kweeken 
van Pady door de koffy planters niet weU 
nig toegebragt heeft; de gemakiykheid om 
dat graan in die, en alle andere ryk be- 
waterde ftreeken voord te brengen , geeft 
fteeds eene genocgzaame zekerheid van 
een goeden oogft; zulks, en de geringe 
behoefte der bergbewooners verzekert de 
Compagnie mede van eene overvloedige 
menigte koffy uit dezelve, zo de prys 
maar niet verminderd, noch bemoedigen- 
de aanfpooringen verzuimd worden. 

De ontblooting der wiiderniizen rond 
om Batavia, de aangelegde Boomgaarden 

in 



(5) 

in dmelfè nabyheid,en de voordgaaade 
toeneeoring van die, benevens den akker- 
bouw, Zuikerplantagien, ea het kweeken 
van Rundvee, zyn de redenen, dat de 
Landen, welke eertyds weinig of niets 
waardig waren, om dac dezelve weinig of 
geef* voordeel afwierpen, thands zo hoo,j 
in prys geiicegen zyn; vermts ze nu by- 
na de eenigfte bronnen van beitaan zyn ge- 
worden voor de Ingezerer,en , nademail 
de Handel met buit nlandiche waaren 
uit gebrek van mumfpeeien en eigenhandel- 
waaren zo goed als verloopen is, Jammer 
is het i dat zo wel de aanlegging van Boom- 
gaarden als de Akkerbouw in de Zuidiyke 
en Ooftlyke ftreeken voor het grootst ge- 
deelte door Javaanen waargenoomen enge- 
oeffend wordt; deze menfchen,die Weinige 
behoeften hebben, en niet aangezet wor- 
drn, regelen hunnen arbeid ook naar dezel- 
ve, en brengen dus weinige Producten toe 
den Handel ; hoe zeer zou dit Land bloeien , 
wanneer de Landbouw door een ny /er volk, 
of eenlyk onder deszelfs beftier faeoef- 
vend werdt! De gefteldheid der Gron- 
den, de Rivieren, en wateren, waarmede 
dezelve doorfneeden en vervuld zyn, de 
algemeene vru^tbaarheid van het Climaat, 
cn de doorgaands geregelde faiiöenen des 

A 3 Jaars 



C « ) 

jasrs zyn zo veele oorzaaken, die de al. 
lerrykfie voordbreng^elen belooven, en 
de ODderneemers verzekeren van een' ge- 
wiszen oogil; inzonderheid is zulks waar 
van de Gebergiens, en de ftreeken langs 
de Rivier Tsiedanie* 

De nabuurfchap van dezen Staat aan dia 
der Inlandfche Vorften en Regemen, die 
hunne ond naaten met een voliirekt wil- 
lekeurig gezag beheerfchen, dezelve met 
aanmoedigen , noch beloonen, maar alles 
van hun afperszen, verzekerc ons genoegd 
zaam van volk, by aldien wy hen als men- 
fchen behandelen. t gelyk zulks tot hier 
toe alhier gefchiedt; waarvan de aanmerk- 
lyke bevolking der Omme en Boven-lancJen 
ïn weinige jaaren uit de Berg- en Wefter- 
Javaanen , volkomen bewyzen geeft; en 
wat zoude men al ntet mogen verwanten, 
zo de menigvuldige moordereien in de om- 
me- landen voorgekomen en tegengegaan 
konden worden. 

De omftandigheden der meefte Land- 
eigenaaren, die of Dienaaren der Maat- 
fchappy, of beampte Burgers zyn, en dus 
Verpligt ter waarne eming van hunner Mees- 
ters belangen en die van de Colonie, zyn 
van dien aart, dat zy hunner byzondere 
zorg niet kunnen aanwenden tot het be- 

ftierea 



(7) 

flieren van hurne land- goederen, welk 
de vooinaamftc oorzrck is, dat de opge- 
zeteDep der Landen *o wel van voorbeel- 
den tn aanipooring, als van m doelen lot 
inkoop Vciii noodige YVerk-becften en ge- 
ïeedfenappen wrfteeken, van hunne oude 
gewoonte niet afgaan, ptaöilyk van nies 
meer te planten en te bewerken, dan zy 
vclftrekt toe hunne zobere leveLStthoeften 
noodig hebben» 

De menigvuldige produ&en , die van de 
Wefter- oorden afgevoerd en hier aange- 
bragc werden, toonen, hoe eefie voorbeel- 
dige nyverheid, aanfpooringen, en ge- 
noegzasme hulp de takken des Landbouws 
kunnen uitbreiden, en de producten ver- 
meerderen, 't h waar, men zoude zeggen , 
dat zulks door de Chireezen geJchied:; ja 
van de Chineelche boerereien komen ze- 
ler de meefte producten af, doch zy zyn 
alle geene voordbrengzeis van den arbeid 
der Cbineezen; de Chineefche boerereien 
zyn met zetr weinige Landbouwers van 
hurme eigen Natie voorzien; dat werk/anm 
Volk, inzonderheid de Beig-Chineezen, 
welke hunne eigen kragten te wd ken r en, 
en van hur.ne noodzaaklykheid te zeer 
overtuigt zyn, beminnaars van de Vry- 
heid, waar aan zy alle betrekkingen opof- 
feren* die zy ook door alle middelen 

A 4 wee* 



(8) 

weeten te handhaaven, zyn te korthaar, 
woelig, en twiftxugtig, om ais bezoldigde 
Arbeiders in een groot geul op eene boe» 
rerei te wezen; maar het zyn meelt ja- 
vaanen, die door Chineezen aangezo^t, 
beftuurd, bezoldigd, en met de noodige 
middelen tot inkoop van Werkbet'ften en 
Werktuigen geholpen worden, die de 
Landen bebouwen; zy, die het werk als 
huurlirgen doen, hebben zeker geene eigen 
Produ&en, daar dezelve aan hunne Mees- 
ters behoor en, doch buiten hen zyn me- 
nige Javaanfche Landbouwers, die voor 
«igen rekening arbeiden , en daar toe 
door Chineezen aangemoedigd , en on- 
derft eund worden, waarom zy ook door- 
gaands de opkoopeis zyn van den oogft 
en inzaam der door hen aangemoedigde 
en geholpen Javaanen. 

By aldien dat werk , welk de Chineezen 
verrigten, door Europeezen , het zy als 
Land- eigenaaren , het zy als Landhuurers 
verrigt werdt, wat rykdommen zou deze 
Staat dan niet opleveren , wy] zulks de Ja- 
Taanen dan in het algemeen meer werk- 
zaam zoude maaken, en de arbeid door 
hen vlyriger beoefvend worden, daar zy 
beter betaald zouden woiden 70 wel voor 
Jumnen arbeid , als voor hunne Produ&en , 

ver- 



(O 

vermit6 men doch moet onderftelTen, dat; 
vcele Europeeën met de Javaanen, die ia 
hunnen Jicnit (taan, of in het verfchot van 
ged, of in de voidotning van hunnen ar* 
beisloon, eerlyker zullen handelen, dan de 
Chineeztn (:de weinige goeden uitgezon-» 
dei d: ) in het gemeen doen 

Het voordeel, welk de Land- eigenaa- 
Ten in hunne omftardigheden van hunne 
Land. goederen hebben, is, dat de mees- 
ten derzelven met weinige moeite en toe^ 
zicht Tien procent jaarlyks , zommigen wa? 
meer, en anderen wac minder, van het 
geld, dat xe voor den koop der Landen 
hebben uitgegeeven, ontfangen, en daar 
boven het genoegen hebben, dat ze jaar* 
Jyks eens of meermaalen naar de omftan- 
cigheden van hun beroep of dienft, en van 
den afstand hunner Landen , voor weinige 
dagen, het zy tot eene uitfpanning, het 
zy ter herftelling van hunne verzwakte ge- 
wondheid, of ter waarneeming van gewig- 
tig Schryfwerk , tot afzondering van het 
gewoel en voorkoming van andere afleidin- 
gen een' keer derwaards gaan neemen, 
waartoe de meefte Landen wel gefchikt 
zyn , als hebbende goede ryd- wegen, 
fchoone fteene huizen, bygebouwen, en 
tuinen. En fchoon depragugfte Land- hui- 

A $ %en 



C 10) 

zen en tufnen zuidwaards van Batavia ra 
grooter menigte, dan in de Ooit- en Wes- 
ten velden gevonden worden, zo zyn de- 
zelve nogthands riec ontbloot van goede 
en vermaakelyke Landhuizen , die alle 
even zo kon by den anderen liggen , als dia 
der zuidlyke ftreeken; en om de voor- 
naamfte van die tot algemeene kennis te 
brengen , zal ik dezelve kortely k opnoemen , 
en die, welke om de Ooft zyn, eerft op» 
geeven, door te beginnen met die, welke 
boven de Fortres Angtol liggen. 

Dan vermits hier geene gelegenheid \% 
cm kaarten der Bovenlanden te laaten d?uk- 
ken om by dèse Befchryving gevoegd te 
worden , en in verfcheiden andere wer- 
ken, waar over Batavia gefchreeven is, 
wel naauw keurige plaaten zyn van de ftad 
en hparen omtrek, maar geeiwjns van de 
Bovenlanden, behalven alleen in het uit- 
muntende werk van den Heer Francois 
V alentto,zo vind ik my verpJigtom aan 
de gelegenheid der te befchryven Land- 
goederen eenig licht te geeven door den loop 
der voornaamfte Rivieren en Wegen , waar 
tan de te befchryven Land- goederen lig- 
gen, op te tekenen; terwyl zy, die het ge- 
meld werk van den Heer Val e ntyn be- 
zitten, eenig meerder licht kunnen beko- 
men 



I 

men uit het Tweede bedek van het ko* 
pingryk. Jaccatra, gevoegd in het vyfde 
I3cel zyner uicftiyving, handelende over 
Groot Djauzva 

Natuur en fcunft hebben te zaraen ge- 
werkt om dexe itaa met genoegzaam Wa- 
ter te voorzien: de loop en figtlng vaa 
verfcheiden Rivieren zyn van dkn aart, 
dat men met behulp van weinige moeite 
en kollen dezelve als tot één miidel puot 
heeft kunnen brengen. 

Aan de Ooft-zyde der ftad vloeit het 
water uic verfcheiden kleine fpruiten toe 
de Rivier Tjie-Jkong , of Soengy Cc) Lan- 
cap> welke zig met de Sontbaarzë Rivier, 
die door de fpruit Tjtepienang vergroot is, 
vereenigen, met bykoming van verfchei- 
den wateren, zo uit de SMkan, als uic 
eene menigte water -wellen, bronnen, ea 
binnen- wateren van groote Rawwasof wa- 
terpoelen, van dewelke de Trorfang, de 
Vmkevaart) de Angiolzt Rivier, en de 
gegraaven Sontbaar geformeerd zyn. 

Van het Zuiden droomt de Rivier, die- 
de Inlanders Tjie Loar ende Ëuropeefche 
Ingezetenen alnier de Groote Rivier noe- 
men, doch die de meefte bchry vers met 
den naam van Bataviafcbe Rivier beftem- 
pelen: Dezelve omfpruic in het ooftlyke 

der 



*- 



ie) Sctngy bctwkent ia het Makidfch eeneypnw*. 



( «« ) 

der twee hooffle Bergen , die men van bier 
ziet, en de Mtgmandvng of in de wande- 
ling de Biaauwe Berg genoemd worden j 
even benecen haaren oorfprong wordt&c 
met honderden van fpruiten verrykt, waar 
door het eene zeer aanmerkelylte Rivier is, 
en aan deze flad genoegzaam water zoude 
verfchafvcn, ingevaüe het Gouvernement 
Generaal onder de Regering van Wylen 
Zyne Excellentie van Imhoff niet een 
groote afleiding by Buiten- Z*rg uit dezel- 
ve gemaakt hadt, die in het gemeen be- 
kend is onder den naam van de S/ükian 9 
langs de ooft-zyde van gen* ide Rivier 
afvloeit, en zig in de Sontbaar icftortj 
welke Shkkan dient om eene groote menig. 
te van Ry ft- landen, die aan wcerszyden 
van haaren oever liggen, te bevogtigen. 
Pie aftapping uit de groote Rivier is door 
de prefente Regeering weder herfteld door 
eene afleiding van water uit de Rivier 
TTiie^Uitie tot dezelve, en zulks even boven 
het huis te Buittnzorg. 

Van het Zuid- weften worde* de landen 
wede door verfcheidea fpruiren en Rivie- 
ren doorfneeden: de fpruit K*li$ {d ) Bs» 
ta> de Rivieren Grogol en Ct ocot , de fpruit 

m 

i (a) Kal! e zejt & 't Maleidfch eene Rivier. 



( 13 ) 

($) Soeka boemre* de Rivier Pajangrahans 
de fpruitui Tjantiga % Ijit* Pottat , Saoa> 
Tjielidcifcj en de Rivier Ankee befproeien 
de Ky ft- velden , die langs het grootlte ge- 
deelte h*arer oevers liggen, en verryken de 
ftai met water, 

Van hec weften vliet de waterryke Ri- 
vier de Tsiedanie , by de Schryverg en ia 
het gemeen de Tangerangfcbe PAvier ge- 
Doemd; deze neemt haaren oorfprong me- 
de uit den Berg Mtgsmandong > doch door 
den Heer Valentyn is zuiks verkeerd- 
lyk aan den Berg Salak toegefchreeven, 
maar ze wordt door eene ontelbaare me- 
nigte van fpruiten en rivieien uit den 
Berg Salak \ zynde den WeftelyRen hoo- 
gen Berg, dien men van hier zier, verrykc; 
oudtyds maakte deze Rivier de fcheicing 
tuflchen hen Ryk van Jnccatra en Ban- 
tsm\ doch onder de Redeen ng van wy ten. 
den Heer Gouverneur Generaal van hviHOFF 
is dezelve op zeshonderd Roeden bewes- 
ten gemelde rivier bepaald • Deze rivier 
ftort zig door vericheiden monden tegen 
over het Eiland Onrufl in zee, en fchoon 
dezelve door haar en natuurlyken loop geed 
water aan de ftad geeft, zo heeft men nog- 

thands 



(*) Soaka Boemie betekent lujl der Aarde. 



C 14 ) 

tfcands cmtrend vyf en dertighonderd Roe* 
den, in eene regte jyn gtrekend, boven 
luare uit-* monding een Canaal uit dezelve 
i*a de fhd gegraavcn, dat de Mookervaart 
genoemt uordt, waar door thands het 
meeste water na de üai komt. 

Alle die opgenoemde wateren veree- 
nigen zig in en om deze ftad; naamlyk de 
Rivier Jfipol ftraomt voor een gedeelte 
voor by tien pofl van dien naam tot aan de 
ooftiyke ftads Buiten- barm. De gegraaven 
èotttbaar loopt eerfl in eene regte lyn om- 
trend op den cours van weft, dertig graa- 
den noorden, tot ruim zes honderd Roe- 
den van de (lad, van waarze gelyklynig 
met de Angivlze vaart tot digt by de 
itads Buiten barm, op de hoogte van haa* 
ren zuid -ooftlykften punt Gelderland ge- 
noemd, vloeit, waarze haar water aan ver- 
fcheiden ooftiyke Buiten -grapten mede- 
deelt, en in de laatite derzelve, naamlyk 
de weftlykfte, welke de Ferburgsgragt 
genoemd wordt, uit loopt. 

De Groote Rivier droomt van het zuiden 
in eenen kronkelende loop langs den groo* 
ten Zuider- weg tot aan den poft Noord' 
tvyk 9 alwaar ze gedeeltelyk door een ge* 
graaven Canaal in eene regte lyn langs ge- 
xnexlen weg afvloeit tot omtrend by den 

poft 



c *s :> 

poft Jaccatra, daar ze weder in haare na* 
tourlyke o. vers in wrfcheiden boeten by 
den Heeren - weg van jfaccatra affïroomt, 
en cle voorftad aan de ooft-zyde befpoelt; 
terwyl een ander Arm, dien men op de 
hoogte van den poft Noordwyk by den Zit* 
hn-tuin van dezelve afgeleid heeft, eerft 
weftwaards tot aan het Fortje Ryfwyk 
cours houdt, en van daar ki eene regte 
iyn noord «waards afvloeit, verkrygende 
den naam van het Molenvliet; by de Wa- 
terplaats wordt dezelve dooi eenige Cartaa- 
len ooit en weftwaaards afgeleid, het oofl- 
lyke orn de oude tarwe* en eenige kruid-, 
molens, en een der weftlyken, om den 
nieuwen taf we- molen in werking te 
brengen ; welke Canaalen vervolgends ver- 
eenigende met de wateren van de Cro.at, 
en de Mooker^aart het zuid- en weftlyk 
gedtelra der voorftad omloopen, en by de 
Ditfipoort midden door de ftad heen vloei- 
en tot in zee. 

De Rivier Crocoi komende van het zuid* 
weften, ontlasc zig in eene doorfnyding 
in den Cbinetfchen Campong, die in het 
weftlyke gedeelte der voorftad in de groo» 
te Rivier valt. 

De Rivier Pajjangrahan valt op de hoog* 
te van omtrend één en dxie quart uur gaans 

van 



vin de ftad in de Mo$kervaart> waar de 
Rivier Ankee ook inftort , omtrend een 
groot quart uur jaans hoven de Paffartgra* 
hm> welke Ankeezc Rivier, omtrenè el£ 
honderd Roeden beneden, haaren ouden 
loop herneemt, en in zee valt. 

De Mooket vaart uit het weften her- 
waards geleid, verdeelt, zigby Pufing > een 
weinig boven den poft Ankee, in twee, loo- 
pende het eene deel xuidooitwaards langs 
de groote of wefter Ringfloot, toe aan het 
Fort je de Ketting , daar het zig met de Gro> 
gel vereenigt , en door de oofter Ringfloot 
noordwaards afftroonr; werpende zig ge- 
deeltelyk in de fpruic Warande^ die by het 
Fortje den Vyf- hoek een quart uurgaars van 
de ftad f in üe Bacheracbts gragt valt, wel- 
ke haar water in de wefter buiten- barm af- 
deelt, ftroomende het eene deel langs de 
ftads buiten- barm door de Vrymaüs haven 
in de Gr me Rivier > en zo na zee, ter- 
wyl het ander deel door eene doojrfnvdinj 
in den Cbineefcben Campong gemaakt, in 
den weftlyken ftroom der voorftad vloek. 
Het anderdeel des waters van de Mooker* 
vaart loopt van Piefing regt ooft waards door 
de Bacheracbts gragt na de ftad. 

Dus heb ik de wateren* welke na de 
ftad vloeien, kortlyk beichreeven,en zal nu 
iets van cle voornaamfte wegen zeggen. 

Langs 



C 17) 

Langs de Angiolze vaarr gact ccn wbg 
van de Rotter daaunzr-fQdrt re^t ooft waai ds 
tbt voor by het Fort Angiol over eene 
Tolbrug, die over de uitmonding van óé 
Riyier t //;/g/è/gblegd is, en zo verder voor 
<vn groot gtdce'te langs het zeeftrand tot 
TjilintUng , cie l\la>onda en Töegoe. 

Buiten dé Niuezv- poort £aar een weg na 
het poften over de jfaffhflbrug, welke de 
GeUkrscbz te* genoemd wordt, langs de 
frëgraayeri Southaar •, voor by her Fortje 
IViigznburg^ en zO verder tot na Po'oega» 
dongi alwaar een arfn Zuidvvaards 1 )^p 
voor by de landen Pondok bdmboe en P<?#- 
dok-gedee tot Buhenzorg; tervvyl de ander 
arm verder Zuid- colt op gaat tot Ba !>*?<:-; 
c^?6' en Crawatig. 

Een ander weg gaat mede van de Nieuw- 
£007 1 Ooftwaards over de Jasfenbrug* da^r 
by zuid om loopt langs de boorden der 
Groote Rivier , die de Ooftzyde der Voor- 
ftad befppèlt, en zo verder weder ooft* 
waarde op tot aan het Fort yaccatra, wel- 
ke weg de JaccJrafcbe weg genoernl 
wordt; van daar neemt dezelve den lo^p 
na het zuiden tot de veldfchans Mtefter- 
Cortieiis, alwaar een arm ooftwaards pitat ui 
de lancten Pondok-bawboe , Pondok- gedec en 
ook na Poelo gadorg; vervolgende de weg 
by Meefier Comelis verder zyren cours 
na het zuiden tot op drie eü eene halve 

B uur 



uur gaans vnn de Stad, daar de Heeren-of 
wagen -weg in twee verdeeld wordt, loo- 
pende de een beooften en de ander bewes- 
tcn de Mokkan tot Buitenzorg y en zo 
voords na Cicero; werdende deze weg de 
Groote Zuider-weg genoemd, die ten allen 
tyde goed en voor wagens bruikbaar is, 
vermits de karren -wég daar van is afgezon- 
derd. 

Een ander weg gaat van de Nieuwpoort 
regt Zuidwaards op, langs het Moknviet* 
tot aan het Forrje Ryswyk 9 van waar een 
arm ooflwaards op gaat voor by het Fort 
Noord* wyk na het Land- goed Waltevrtde^ 
en daar in den Groote Zuider- weg in valt; 
terwyl agter vermeld Land- goed een arm 
na het Weden gaat over de Groote Rivier 
en zo verder regt Zuidwaards op, hou- 
dende omtrend cours met de Groote Ri- 
vier tot voor by Tanjong-weftt en zo 
voords na Buitenzorg\ deze weg wordt de 
Groote Wejltr Zuider- weg genoemd, on- 
denusfchen vervolgt het ander gedeelte 
van den weg, welke langs het Mohnvliet 
tot aan Ryswyk loopt, zynen cours verder 
Zuidwaards op tot aan het Ht eren- huis 
te Tanabang 9 welk het omloopt, en agter 
het zelve zig in drie onderfcheiden wegen 
verdeelt, gaande de eerfte Zuid-ooft- 
waards tot op de hoogte van ander half uur 
gaans van de Stad, daar hy zig veretnigt 

met 



met den Grooten Weftlyken Zuiderweg; de 
ander loopt regt Zuidwaards voor by de 
landen PJla Gandria Crap en anderen, 
vereenigende zig eindelyk mede met den 
Grooten Weftlyken Zuiderweg; de derde 
weg van Tanabang houdt tot op de hoogte 
van ruim twee uuren gaans van de Stad 
den cours na het Zuid-weften, alwaar de- 
zelve voor het Lufl> huis van Grog4 zig in 
twee fplitft, gaande de een Zuidwaards 
langs de ooftzyde van de Rivier Grogol 
voor by het land Japan tot het Land goed 
Simp/icitas, terwyl de ander voorby het 
huis Grogol omloopt, gaande van daar me- 
de Zuidwaards langs de welt /.y de van de 
Rivier Grogol voor ,by Simplicitas na Buu 
tenzorg. 

Van de Nieuwpoort als mede van de 
Dieftpoort gaat een anderen weg Welt- 
waards door den Cbineefcben Canipong langs 
de Bacherachts-gragt voor by den Poll: de 
Vyfboek tot op de hoogte van eene half 
uurgaans van de S.ad by de twee bruggen, 
daar een arm zuidwaards op gaat na het 
Fort de Ketting, en voor by het zelve tot 
de Land- goederen Asfam en Kobon jorok, 
vereenigende zig voor by dezelve agter 
het huis te Grogol met den Grooten Hee- 
ren-weg; terwyj de weg langs de Bacbe- 
racbts gragt 9 zynen loop wed waards blyfc 
housen tot ,voor by het Fort Ankee<> loo« 

B 2 pende 



(«O 

pende wyders over eene Tolbrug, met 
Vervolging van zynen cours na het wetten, 
langs de Mooketvaart tot aan de (luis te 
'langer ang, waar hy overgaat van de 
noordzyde der Mooktrvaart na den zuid- 
kant der Tangerangfche Rivier voor by de 
veldlchans Tangerang , en van daar Zuid- 
waarris op na de ZuikermoJens Babakan , 
Tjikokol, Lenkongj en vervolgends tot Sam- 
pea en Buitehzotg. 

Van e e Utrecht fcbe poort gaat een weg 
regt na hei Wellen lam;s de Amanus gragt 
tor aan de Rivier Ankee, die men uit ge- 
brek van eene brug moet doorwaaden om 
cv den weg te komen, die voor by de 
Zuikermolens Ankee> Capok, Camal\ De* 
dap loopt, en waar door men tot alle de 
andere Molens langs de Rivier Tsiedanie 
geleid wordt» 

De voornaamfte Rivieren en Wegen afge- 
tekend hebbende gaa ik over tot het op- 
noemen der met fteene huizen of woonin- 
gen voorzien zynde Landgoederen. 

Bv de breede uitmonding van de An- 
giolze Rivier in Zee, ruim eene uur gaans 
van de Stad 3 laat na by het iïrand, welk 
van zuiver wit zeezand beftaat, een ruim 
lteenen Heeren-huis op een Landgoed, 
dat voor weinige jaaren voor het grootfte 
gedeelte eene Wildernis was, dog thands 
door het aanleggen van zeer groote Vifch- 

vy- 



(21) 

vyvers, nuttig voor 't Gemeen, en voor- 
dcelig voor den E:geiiaa r geworden is, het 
zelve is tegtnswoordig een eigendom van 
den Heer Willem Vincent Mi.lve- 
tiüs van Riemsüyk, Öpperfcoppman., 
en gewezen Gecommitteerden 10c ün ov^r 
de zaaken van den Inlander. 

Bezuiden het zelve ftaat eene deor het 
gemeen fterk bezogt wordende Herberg , 
die zeer vermaaklyk aan de breede Rivier 
Angiol geplaacft is, de Oejïerbar.k genoemd, 
zynde met het daar aan gehoorende Land- 
goed en eigendom geweefl: van het Leproo- 
zen-huis, welk ook de yoordeelen dev 
huur van gemelde Herberg getrokken 
heeft; dat Huis is in het bezit van het 
Grond- eigendom van 'c lelve zedeid het 
jaar 679. geweeft, en ia in het begin van 
dit jaar op approbatie der Regeenng ten 
voordeele van gemelde Huis publiek ver- 
kogr. 

Op dat zelfde beflck, een weinig be- 
ooften de Herberg fcaat de Oudfte Tempel 
der Chireezen alhier: .desze-fs Altaar is 
boven het G r afvan een'Mahomedaanlchen 
Heiligen geftigt; d*e beide Natiën, die 
zulke verfchi. lende Go< sdierlt r hebb n, 
oefvenen hunnen Goetedienjt op een en 
dezelfde plaats, terwyl re Chiueezen met 
de Mahomedaaüen in genu*e ,, fcbap aan het 
Graf offeren, et) Reuk-ftokjes aarftec. 

B 3 ken, 



ien, hoewel de Mahomedaancn noch op Al- 
taar, noch aan de Afgoden der Chineezen, 
die juift boven het Graf ftaan, offerande 
doen- Het is alleen in dezen Tempel dac 
de Chineezen geen varkensvleefch tot of- 
ferande bezigen. De eenltemmigheid en 
overeenkomft van twee zo verfchillende 
Natiën , die zulke verfchillende en tegen- 
ftrydige Godsdienflen hebben, heeft haa- 
ien oorfprong uit onkunde , bygeloof , 
cndweepery, welke alles aanneemt, alles 
gelooft* en alles vuurigft beyvert, zonder 
onderzoek, zonder overwceging, en. zon- 
der bepaaling. De overlevering ver haak, dat 
de gemeenfchaplykheid der Godscienft 
oefveningen der Chineezen en Mahome- 
daanen in den Tempel van Angiol aldus 
haaren oorfprong genomen heeft: in het 
begin of omtrerd het midden der voorige 
eeuw dreef het Lyk van een' Inlander , die 
by niemand bekend was, verfcheideij dagen 
agter den anderen in de Rivier Angiol , en 
zulks na by de plaats, daar hetzelve thands 
begraaven ligt, heen en w r eder; zulks ver- 
oorzaakte opmerking by de aldaar woonen- 
de(/) B^etoeners, die zulk^ als een won- 
der befchouwd , en voor daé van een' Hei- 

lgen 

(f) Boetotn is een klein Eiland , dat een weinig beoofleü 
&€t Eiland Ceiebcs ligt op ruim 4 graaden Zuidcr Leedte, 



(*3 ) 

ligen genomen, opgevifch: (g) en daar 
terplaats begraaven hebben, en over hèt 
Graf een dak van bamboezen en ftroö ge- 
maakt (b) van waar zy 'snagis licht heb- 
ben zien opgaan, terwyl ver*olgends een 
Chineefch Inwooner van deze Stad, die 
door den Koophandel agter uit geraakt, 

B 4" en 



(g ) Eene nadenkende en onderzoekende Natie zoude nirn* 
' mcr dat gevolg 'er uit getrokken hebben , vermits het op 
'en af, heen en wedet dryven van een Lighaam daar ter 
plaats niet anders dan natuurlyk is; die Rivier of vaare, welkt 
men de Troe- fang of in het gemeen Angiol noemt, en in 
den goeden of droo^en Mouflbn weinig water uit de boven- 
landen ontvangt, ryft en daalt ter dezer plaats, die digt by 
Zee ligt, dagelyks op en af, zo dat het niet vreemd is, dat 
een Lighaam aldaar verfcheidcti dagen agter een op dezelf- 
de plaats gezien wordt , te meer , daar de boorden van deze 
Rivier met poelpalmen vervuld zyn, waaraan de Lig- 
haamen by eb blyven zitten, en met den] vloed 'er wedei 
Van afraaken , en na boven dryven. 

(k) Dit verichynzel is mede zeer natuurlyk, die menu 
fchen, die van datdryvende Lyk een' Heiligen gemaakt heb- 
ben, zyn even bekwaam om door oud verrot hout, of an- 
dere glinfterende lighaamen , gelyk giimhout, of hét lillïge 
Slym der Sophyta, waar van de Lolip by S e b a Kabtmt der 
earnurlyke Zildzaamheden lil Deel, 4. Plaat, No: 3. oijoemit 
Jêêmiê by den Inlander genoemd, of andere zoorten van 
ZeevifTchen, waarvan de fchubfeen en flym in den.nagtal- 
lerfterkft glnfteren , inzonderheid die van geelagtige makreel 
mede door Se ba befchreeven III Deel, 27 Plaat, No: 4, op 
het denkbeeld te komen van lichtende glanzen uit het Graf 
des vermeenden Heiligen. Dan hoe verklaart de gezonde Re- 
de dit geval? deze plaats aan de Zee geleden, welker be- 
vrooners, gelyk thands nog , meelt allen Vifxhers zyn , heb- 
ben zommigen uit liefdaadigheyd een Lyk, dat ze voor hei- 
lig hebben aangenomen , plegtig meteen zoo:t van Godsdiens- 
tigheid ter aarde befteld; de aanzienlykften of mildaadigften 
lic 4en hoop, of «enigen te zaraca hebben voor de menigte , 

die 



en door zyne Crediteuren in Regten tot eie 
Executie zyner goederen vervolgd zynde» 
uit mismoedigheid de fehande heeft zoeken 
f e ontvlugten, en tegen den avond op de 
hposte van dat Graf gekomen zynde, zy- 
ne ruft 's nagrs genomen heeft in eenen 
grooten {i) CatapangbüQjn^ daar hy diooa?- 
de 5 dat hy zyne vmgs niet verder moeft 
voortzetten, tnaar weder na huis keerteny 
en den grond onder zyne combuis uitdel- 
>~en, daar hy geld genoeg zoude vinden 
om rvne C r V^H£urer : re vo[d/*en, en ?vre 
.zaaken verder voord te zetten, welken 
bemoedigende droom hy by het ontwaa* 

ken 



die deze plegtigheid bywoonde en de behulpzaame hand 
leende, een' maal ryd laaten bereiden, gelyk zulks doorgaands 
ónder hun op aile begraayenisfen gèfchiedt; de eenvoudige 
wys van toebcreiding der fpyzen onder het gemeen volk, en 
•voor al onder de Viffchers zal hun dezelve ter plaats der be- 
graaving hebben doen vervaardigen; de weinig kollende, en 
ter ioebereiding weinig vereifchende L$ligo % en geelagtige 
2,ee-makreelen, ook dtlekan Trie, een zoort van kleine An- 
ijovis-, zulien daar zyn ichocn gemaakt, en derzelver ily- 
men, en fchubben , hier of daar naby het Graf in een hoop 
weg gefmeeten, zullen 'snagts geglinfterd hebben, en zie 
dia:, het Graf des Heiligen verfpreidt licht van zig; het 
veronderlleld Wonder, is nu beveftigd ; zeker, zegt dan 
let onkundig Bygeloof, wy hebben niet gedwaald, het is 
een Heilige, wy zullen hem offeranden brengen, wy zui- 
len hen geloften doen, en by de vervulling onzer wenfehen 
hem onze geloften betaalen. Jammer is het , dat de onkun.* 
ds hen in het vrorwerp van vereering doet miilasten. 

(i) Catapanghoom by Linneus befchreeven onder deu 
Baam van Ftrminolia of foidbfim, lieNatuurl. Hiitorie. II, 
Jpesl. 3 ftuk: pag: 574, 



C 95 ) 

jcen in alleryl zogt na te komen; dan, 
hy bevondc zulks dien dag maar een' droom 
te zyn gew#eft, en vertrok naa vergeef- 
ichen arbeid van het uirgraaven van den 
grond onder zyne combüïs weder tot de 
voorige plaats om zyne vlugt te vervolgen, 
en de fchande te ontgaan,- dog hy droom- 
-de ? zegt de overlevering, andermaal het 
zelfde , met byvoeging, dat hy nog wat 
dieper meed graaven; de herhaaling en 
nader verklaarde aandrang verflerkre zyn 
geloof, hy keerde terug, vervolgde de 
^raavirg, vord: het geld, betaalde zyne 
vervolgers* zette zynen handel vooid, 
vrerdc rykj en fligtte iiit erkennis een* 
grootten Chineefchen Tempel ter dezer 
plaats, en plaatRe zyne afgoden over het" 
Heilig Graf. Deze gefchiedenis mogt m 
onkundiger eeuw dan de teegens woordje, 
voor goede munt opgenomen zyn, doch 
t hands heeft dezelve weinige waarde» Die 
bndeNaticn Mahooiedaanenen Öhineezeri 
offeren ten huidigqn dage nag in Henzelf- 
den Tempel, naaïölyk (k) de Chïneezen 
met de Mahomedaanen san het Mahome- 
daanfeh Graf; coch de Mahomedarinen of- 
feren niet aan de Chineefche afgoden, 

B j ter- 



(*•) J et is in< ? ebovpr/flndcn7.eer gen-een, datdeCh 1 ' reezen 
a?n de Mahon.edaanfche (-raven offeren-, w.tar by ze dikwjl$ 
eek kle.ne Celletjes fiigien, daar ze hunne atgodery pkutzen. 



terwyl de Chineezen in dat Heiligdom 
geen varkensvleesch offeren , gdyk zulks 
anders in alle hunne andere Tempelen ge- 
fchiedt; de Chineezen houden dezen Tem- 
pel ook voor hun orakel , zynde dit het ee- 
nigfte alhier; de wys van den wil hunner 
afgoden te verdaan, beftaat in het fterk 
fchudden en fchomraelen van een' met 
honderd genommerde ftokjes gevulden 
koker; wanneer een der itokjes door het 
fterk fchudden uit den koker fpringr, 
wordt de daar op ftaande Nommer in het 
Raadzelboek opgeflagen , welk altoos een 
dubbelzinnige verklaaring behelft, zo dat 
de uitkomft der zaak de waare en eigen- 
lyke verklaaring des Boeks is. 

De Boetoeners hebben op eenen afftand 
van vyftig Roeden beooften den Chinee- 
fchen Tempel hunne Moskee of Mosdjid 
by het gemeen Mafigit genoemd, eenvou- 
dig van hout opgeflagen. 

Bezuiden voormelde Herberg de Oefier- 
bank is aan de over-zyde der Rivier An- 
giol het Landgoed Kliphof van den Burger 
Jacobus van Aytsma, waar een 
ïïerlyk fteenen Gebouw aan der Rivier- 
kant ftaat, welk thands door ouderdom 
zeer vervallen is ; die Landgoed heeft ver- 
fcheiden vifch-vyvers, bewaterde -Ryft- 
velden, weide voor Rundvee, en houtge- 
was tat brandftofven. 

Aan 



( x7> 

Aan de Noord- zyde van dezelfde Ri« 
vier, voorby, en verder beooften de Mos* 
kee, liggen aan den Heeren-weg f welko 
langs het Zeeftrand loopt, op omtrend 
anderhalf toe twee uuren gaans van de Stad 
eenige kleine Tuinen met fteenen Gebou- 
wen, die enkel toe verinaak en uitspan- 
ning dienen. 

De Ooitlyke uithoek van de' Reede van 
Batavia Tanjong Priok genoemd, praalt 
met een fchoon fteenen Gebouw, dat digt 
aan Zee ftaat, van waar men een fraai ruim 
uitzicht heeft zo op de Stad, als op de 
Schepen, en Eilanden, zynde een eigen- 
dom van den hier vooren genoemden 
Heer van Riemsdyk, terwyl langs het 
ganiche ftrand in een bedek van meer dan 
eene uur gaans bezuiden hec zelve nog ver- 
fcheiden aanzienlyke Landgoederen liegen, 
gelyk daar zyn de Landen Panjovkoran van 
de Heer Richold ïer Schegget, 
en Lagoa van eene Inlandfche Chritten 
Vrouw , die alle wel beplant zyn met de 
uitmuntendfte en befte zoorten van Man» 
gasboomen, waar van de vrugten ook 
meer geacht zyn, dan die in anderen oorden 
vallen; de Clappusboomen die alhier ook 
in menigte ftaan, draagen beter dan el- 
ders. Onder die Landgoederen zyn alle, 
welke het digtft aan Zeeftrand liggen % met 
vitchvy vers vervuld, waar uit de vifch- 

markc 



( *8 > 

markt van de Stad in den kwaaden niousibn 
met zeer ^oede zoorten van visfchen, ge- 
lyk de kaalkoppen, iekan bamam, harders, 
en verfcheiden anderen voorzien wordt. 

Uk eendier Landen Bawgtcu genoemd van 
dên oud Burger Heemraad den Heer Paul 
Bergman kamen zeer goede Oeiters. De 
zancsige oever aan dezelve, en die van het 
daar aan grenzende Land Vajonkoran wor- 
den door eene menigte Chineezen be- 
woond, die zig eimeren met vifch en 
garnaalen ten verkoop na de Scadtedraa- 
gen; evengemelde Land Bangïeu \i voor- 
zien met een middelmaatig iteenen huis. 

Verder bezuiden het ztlve is het ver- 
maarde Landgoed Ijilintjing^ van den 
Heer Eerften Vendutneeiter dezer Stnd 
Mr: Johannes Christoffel Schultz, 
alwaar zeer logeabele fteenen Gebouwen 
(laan; dit Landgoed is bevoonegt met 
eene markt, dit alle wc eken eens op 
Dingsdag gehouden wore't. 

Omtrend ern half uur gaans van het 
Heeren-huis, welk kort by de Markplaats 
flaat, is een van fleen opgebouwd klein 
Kerkje te Joegoe, in vroeger tyd, zo wel 
als het Huis van Tji/intjing geftigt door 
den Drofftard der ftads ommelanden alhier 
den He^r Andries Vinck, voor eene 
kleine Gemeente van Inlandsche Chrifte- 
nen, die zich met de Pady-of Ryft-teeld 

ce 



OP) 

én de jagt erneeren ; in gemelde Kerk wordt 
jaarlyks tweemaal door een' Predikant vat> 
de Ponugeelche Gemeente dezer ftad gepre- 
dikt, en hei H: Avondmaal bediend, ter» 
wyl ,een Inlandich Schoolmeefter, die te- 
vens Korter en Voorleezer is , de jeugd ia 
het leezen en fchryven dagelyks onder- 
wvst, en des Zondags in de Kerk uit den 
Bybel, en andere tot Godfdienstig gebruik 
gefchikte boeken voorleest* 

De Landen van en by Toegoe zyn laag 
en moerafzig, en meest tot bewaterde Ryst- 
• akkers aangelegd, waarom de wegen al* 
daar, naamlyk van Ijilintjing na Toegoe ? 
voor het grootst gedeelte des jaars voor 
Ryd- tuigen onbruikbaar zyn, en niet an- 
ders, dan in den droogen of Ooft Mous* 
fon daar toe kunnen dienen. 

De Landen , die beooften Tjilintjing \\g* 
gen hebben geene Hoeren- huizen, en 
worden ook weinig door Europeezen be~ 
zogt; en fchoon er tuflchen Toegoe en de 
Landen langs de Sonthaarze Rivier, en de 
gegraaven Sonthaar tot aan de ftad door een' 
grooten Heeren-weg communicatie is, zo 
zal ik de befchryving van die Landen lie* 
ver beginnen van de zyde der ftad , of van 
het Fortresje Wilgeburg , of anders Dwars 
in den Weg genoemd , dewyl gemelde Hee- 
ren-weg van Toegoe na de vermelde Lan- 
j den thands geheel onbruikbaar geworden 

is 



(3o) 

ïs, en niet anders dan door Voetganger 
betreeden wordt ; dat in het Regen faisoei 
zelfs nog mceilyk kan gefchieden, vermi: 
die voor het grootst gedeelte door bevva 
terde Ry ft- velden loopt. 

Wilgenburg and irs Dwars in den Weg i 
een klein fleenen Fortje in het middelpur] 
van twee door eikanderen kruifzende Hee 
ren wegen, omtrend drie quart uur gaan 
beooften de ftad gelegen, geplaatst aan d 
gegraaven Sonthaar* of op den zogenoem 
den Geldetfcben Weg , welken naam di 
Weg ontleend heeft van den Zuid-ooftely 
ken punt der ftad, Jangs welken die We 
loopt, en ook befchooten kan worder 
Aan weers-zyden deszelven zag men te 
het Jaar 1765. fraaie tuinen met fchoon 
fierlyke Gebouwen , en zulks van de fta 
af tot ruim twee uuren gaans beooften ; doe 
het drabbig en ongezond waater , wel 
door het Canaal langs voorfchreeven Sor 
thaar of Gelder fthen Weg afvloeit, bene 
vens de Sauwas of bewaterde Ry ft- akkers 
waarmede die ganfche (treek vervult is 
en de flegte gefteldheid van den Heere 
weg hebben die ftreek in verval en veilaa 
ting gebragt,zo dat dezelve thands weini, 
door Europeezen bewoond , en bezog 
wordt; ja zelfs is dit oord minder dan ande 
re met Inlanders bevolkt uit gebrek vai 
genoegzaame hooge gronden ter bewoc 
ning. O 



C 31 ) 

Op eenen afstand van ruim twee uuren 
gaans van de ftad, is op het Land. goed 
Poelo Gadon^ aan dit oord liggende, een 
MarktvlcK , daar alle Vrydagen markt gehoi*» 
den wordt; het fleencn Huig, welk op dit 
Land geftaan heeft, is voor omtrend vier 
jaaren wegens ouderdom en verval afge- 
brooken, en geen ander daar voor in de 
plaats gefield , vermits de tegenwoordige 
Eigenaar, de Heer Martinus Ja co- 
bus Balje, Burger en Schepen dezer 
ftad, ook Meefter is van de in de naby- 
heid van hetzelve liggende Land- goede- 
ren Tjiakon, en SoJtapoera, waar van elk 
met eene fteenen Wooning voorzien is. 

De oudfle door Europeezen alhier be- 
zogte en bewoonde flreek is het zuid- 
lyk gedeelte, beginnende van het Land 
goed Wtltevreit % welk genoegzaam be- 
kend is. Twee Gouverneurs Generaal, te 
weeten Mossel en van der Parra 
hebben daar hun vast verblyf gehad , die 
het zelve ook met zulke Gebouwen ver- 
rykt, en verbeterd hebben, als met hun- 
nen hoogen ftand en vermogens geëven- 
redigd ware. Een klein Kerkje ftaat bui- 
ten den omtrek der Hofftede , waar om de 
drie maanden eens door een' Leeraar van 
de Gereformeerde Gemeente in de Ma- 
leidfche taal gepredikt, en het H: Avond- 
maal bediend wordt voor een klein aantal 

van 



C32) 

van de daör omflreeks woonende inland- 
fche Chrifttnen, en voor die, welke op 
het Land Lepok, welk onnrend zes uurea 
gaans van daar ligt, woonen* Nevens het 
Kerkje is een marktvlek , dat flefk be- 
woond en wel bebouwd is, alwaar Maan- 
dags en Vrydags markt gehouden wordt; 
het Huis van dit Land Goed, zowel als het 
vermelde KerJqe , is aangelegd door wylen 
den Heer Raad van Nederlands India Cas- 

TELEÏN. 

Het daar aan grenzende Strutfwyk thandd 
een eigendom der weduw van den Heer 
Opperkoopman en Gecommitteerden tot 
en over de zaaken van den Inlander Hen- 
drik Isaac GuiTARD, is mede een 
aanzienlyk ituk Land- goed, dat met veele 
fchoone 'Gebouwen praalt, die door den 
Wel Edelen Geftrengen Heer David Joan 
Smith Raad Ordinair van Nederlands 
India -aangelegd zyn. Dit Land- goed heeft 
uitgeftrekte bewaterde Ryst- velden, me- 
nigte van vrugt-boomen, en Sirie- gaarden, 
aan welkers overzyde het oude Landgoed 
Materman ligt , toebehoorende aan den 
Heer Opperkoopman en Drosfaard Steven 
Poelman, welk voorzien is met een fchoon 
en ruim Woonhuis, dat fteevig gebouwd 
is, en de deugd en hegtheid der bouwor- 
de van vroeger jaaren aanduidt , terwyl 
een groote Tuin en breede Wandeldree- 

ven 



(33) 

ven» die alle uit hanen van vruptboomen 
beftaan, mitsgaders kostelyke boomgaar- 
den den fraaak der oudheid en het vermo- 
pen van den aanlegger wylen den Heer Jan 
van 't Hor in leven Kapkejn der Burgere* 
te kennen geeven. 

Op ruim twee en een quart uur gaans 
van de Stad ftaat in dit oord eene veld* 
fchans Meeficr Cornelis genoemd , digt aan 
de groote Rivier ïjhloar , welke midden 
door de Stad ftroomi ; het Gouvernement 
heeft 2ederd eenige jaaren alhier de Mili- 
taire Kecruten gehouden, die men door 
de toenemende ongezondheid van de Stad 
en haare nabyheid na derwaards heeft 
moeten verpiaatzen; aldaar is mede een 
markt vlek dat zeer bevolkt is, en waar 
alle Donderdagen markt gehouden wordt. 

Iets meer als een half uur gaans van het 
zelve is het groet Land- goed Campong 
Maiayoj dat wei aan de Weft-zyde van de 
groote Rivier ligt, doch van deze zyde over 
eene brug den toegang heeft, waarop pas 
voor vyt paren een der pragtigfte L?nd-> 
huizen gebouwd is, door den tegenwoor- 
di^en Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer 
Gouverneur Generaal van Nederlands IndiQ 
Mr. WILLEM ARNOLD ALTING. 

Een half uur boven hetzelve is een klein 
ftrookje Lands, Rufïenburg geheeten, van 
den Heer Oud. t ei (ten Opperkoopmani 

C Aft 



C 34 > 

Arnoldus Constantyn Mom, het- 
zelve neeft eertyds tot een ukvlugt ea 
ruftplaats gediend van den Gouverneur 
Genera-U van der Parra, waartoe de 
Gebouwen genoegzaam gefchikt zyn. 

Alle de Landen langs dit oord zyn tot 
op deze hoogte aan weerszyden der groote 
Rivier vol met vrugtboomen beplant, t^r* 
wyl de Sierie- of Bei ei- gaarden geen klein 
beftek gronds beflaan, nademaal ganfch 
Batavia met de bladeren dier Ranken voor- 
zien wordt, en de Inlanders van andere 
ftreeken dezelve niet kweeken, uitgezon- 
derd kleine plantagien aan de Weflzyde 
der Stad , langs de Bacherachts en Amanus 
Grage, die in de wandeling Sterk- Ankit 
genoemd wordt, en meeft dient voor de 
vrouwen der Europeezen , die dezelve uit 
kiefchheid van fmaak gebruiken , om dat 
de bladeren van die laage en zanderige 
Gronden zagter, en malzer zyn, dan die 
der hooge en roode Gronden; welke bla- 
deren uit die laage ftreek by de Inlanders 
nogthands niet getrokken zyn, zo wel om 
derzelver hooger prys , als minder vaftig- 
heid D,r/,e bladeren, die aan ranken groeien 
en tegen (lekken van Keioor en Cadondong 
opklimmen, worden in reien van 6 tot 8 
voeten afftand geplant, ftaande ieder der- 
zelven in de reien op vier & vyf voeten 
van den anderen, ter wyl 'er beddings aan 

de 



Os) 

* 

deieien gemaakt worden met groeven of 
gleuven aan de voeten der plancen , om 
het water waar mede dezelve in den droo- 
gen Mousfon dagelyks begoot en moet wor- 
den, tot elke plant te leiden» 

Tot het aanleggen eener Sieriegaarde 
neemt men de uitfchotten uit de voeten 
der Ranken» die wanneer ze wel onder- 
houden worden , in het volgende jaar ge- 
plukt kunnen worden; dezelven Vereifchen 
vette gronden, en een vlytig toezicht, zo 
ter uitwieding van het gras, als het ge- 
duurig begieten en beftendig afplukken; 
nademaal het verzuim van de pluk^ingeii 
de bladeren doet veranderen, en een ver- 
loop der Ranken na zig fleept, waarom 
die bladeren in het begin van het Regen 
faifoen zeer goed koop zyn, doordien de 
in ds droogte gereipte, en met groeiver- 
mogen fterk bezwangerde gronden, en de 
gefteidheid der planten zelve, welkers 
zout, olie, en vogten, in haare vatenen 
buizen tot meerder confidentie gebragc 
zynde als uit zo veel fterker fpringveeren 
werken, fpoediger en veele bladeren gee- 
ven, die nogthands, al was het, dat men 
dezelve nutloo€ moet verwerpen, evenwel 
geplukt dienen te worden. De Sierie- ran- 
ken die aan Keioor- ftekken oploopen , zyn 
malzer en geuriger dan anderen , hoewel 
die, welke zomraigen aan de Pinang-boo- 

C % men 



tnen êceti oploopen, geeler bladeren heb- 
ben. De voort itflykheid der aan Keioor 
boven anderen (lekken of ftaaken klim- 
mende Sier ie ranken is zeker aan de eigen, 
fefcappen dier fte&ken toe te fchryven , die 
fchoon z* er voos, nogthands hard en fyn 
van hout zyn, en een zoet en fpecerygeu* 
rig vogt bevatten, hebbende eenen fynen 
en gladden witten baft, terwyl de takken 
in de hoogte cpfehieten, weinige» en klei. 
ne bladeren omtrend gelyk die der Niela of 
Indigo draagen; deze hoedanigheid maakt, 
dat de Sier ie- ranken niet te zeer beluwd 
worden , gelyk ze zulks van anderen ftek- 
ken ondergaan, en dus, fchoon voor de 
verfchroeiende middag -hitte genoegzaam 
bedekt, nopthands van de morgen-en on- 
dergaande Zon befcheenen worden; ter- 
wyl de volheid der geinige vogten, welke 
die (lekken bevatten, haare koelte en 
fmaak aan de Ranken mededeelen. De 
bladeren, bloemen, en vrugten dier ftek- 
ken worden door de Inlanders als een aan- 
genaam en gezond moes gebruikt, de 
vrugten zyn omtrend als erten, en zeer 
mals, wanneer ze jong zyn; de wortels 
hebben den geur en fmaak van de Peper* 
wortels , fchoon niet zo zagt, als dezelve* 
De Kacondong* (lekken , waar aan men 
nok de Sierie- ranken doet oploopen, zyn 
in het tweede deel der verhandelingen vtn 

het 



C 37 ) 

ker Bataviafch Genootfchap, pag: 188. in 
de tweede Nota befchreeven, waarby ik 
deze byzoriderheid daarvan nog heb voor 
te drsagen , dat dezelve digt by eikanderen 
geplant zynde, gelyk men zulks gemeen- 
lykdoet, in de omtuiningen der gronden 
saa verloop van 15. of xo. jaaren eerft van 
onderen op aan een groeien, zo cac ik (luk- 
ken gezien heb, die vyf voeren ruun 
breed waren. 

Bezuiden Ru^erihurg vindt men grootp 
en uitgeftrekte Land- goederen, welke meefi 
dienen tot weide voor Rundvee* terwyl 
behalven de Pady-teeld, d?V in be waterde 
of onbevvaterde akkers daar geoeffend 
worde, en eenige Catjang-tuinen, weinige 
velden voor andere Gewaszen bewerkt 
worden. 

Even boven Ruftenburg loopt een We? 
ooftwaards na bet Land- goed Pondok 
Gedee 9 welk bevoorens door den E?rw» 
Heer Jan HooymaN bezeeten is, die 
het zelve door aankoop van verfcheiden 
anderere by liggende ftukken Lands tot een 
der grootfte Land goederen gemaakt en 
met veele Gebouwen voorzien heeft; di: 
Land ïsbevoorregt met eene Markt, die alle 
Dingsdagen gehouden wordt. 

Beneden het Heeren-huis van gemeld 
Land- goed is het Land Pondok £amle$ 9 

C 3 dac 



( 38 ) 

dat met een goed Woonhuis voorzien is; 
nevens hec zelve ftaat een fraai Jatie- 
bofch. 

Van JRuftep&urg zuidwaards opgaande is 
het Land- goed Tplihtang of Lebakfirie y 
yan Mejufvrouw de Weduw van der 
Cr ap, en daar nevens Land-luft , voor- 
zien meteen goed tand - huis ; dit ftuk 
\s voor korten tyd vereenigd aan het uit- 
geftrekt Land Tanjong oofi 9 welk eene 
ruime en koübaure woomng heeft, liaan- 
de op omtrend vier en een half uur gaans 
van de Stad. Eene Markt die alle Woens- 
dagen gehouden wordt, eenïge Ry£t~en 
Catjang velden, en wat huur van Vrugt- 
boomen zyn de geringe inkomften dezer 
Landen, terwyl haar hoofd beftaan is in 
velden tot weide voor een getal van eenige 
duizend ftuks Rundvee, by welker aan- 
was haar vermogende Eigenaar de Heer 
Willem Vincent Helvetius van Riems- 
pYK van tyd tot tyd door aankoop der na- 
buuii^e Landen deszelfs Eigendom tot die 
urn eitrektheid gebragt heeft 5 dat niemand 
alhier in ruimte van Landen en aantal van 
Runderen dien Bezitter evenaart. Onder 
dezelve is het Landhuis van Tjiemangts^ 
welk voor weinige jaaren door den Wel 
Edelen Geftrengen Heer Raad Ordinair 
Van Nederlands {ndia David Jüan Smith 

ypor 



( 39 ) 

roor rekening van wylen Vrouwe Doua« 
liere van der Heer Gouverneur Generaal 
Petrus Albertus van der Parra 
met veele koften gebouwd is,- het zelve 
Haat op zeven uuien gaans van de Stad, 
waamevens een klun bedek gronds ligt, 
genoemd Schoonzicht , dat in gebruik is van 
deszelfs hoog aanzienlyken Bezitter, even- 
gemelJen Heer Smith, wiens lufl, vlyt, 
en uitmuntende imaak tot den aanleg en 
onderhoud van eene Luftplaats, in hetzel- 
ve genoegzaam kan gekend worden, fchoon 
de Gebouwen enkel van riet of bamboe* 
zen en hout opgetrokken zyn, en alles in 
de uiterfte eenvoudigheid aangelegd is; 
het dool- hof van eene Citroenheg ge- 
maakt, is het eenig, welk alhier gevon- 
den wordt; by het Land-poed Tjkrmgis 
is ook een Marktvlek Tjiebinong gehcetèh,- 
alwaar ook eens ter week Marktdag is, 

Beooflen dit Land- goed vindt men de 
Landen Tjietrap van Mejuffrouw de 
Weduw van den Heer Oud Water Fiscaal 
Mr Pierre Poelman^ TjiMngfie- en CJap- 
pa Nonga van de Weduw van den Burger 
Hoofd- Ingeland JonathanMichiels. 
Tjiepamink en 7jiemappar zyn van een' der 
zoons van gemeiden Burger Mi cm els. 
Genoemde Landen zyn van eene groote 
uügeflrektheid , en zeer berga^tig, tot 
welke men niet dan met veele moeue 

C 4 ko- 



(4°) 

komen kan, waarom dezelve ook buiten 
haaren Bezitter niet veel bezogt worden* 
De Gezichten, die men op die Landen 
vindt, zyn alierverrukkendft by een ruim 
aantal van verfchiliende voouverpen. De 
voordbrengzels derzelve beftaan voornaara- 
jyk in Ryft en javaanfchen zuiker, die 
uit de getyferde vogt van de Areeng of 
Wynpalmboomen gekookt worden. Het 
Land Chppa Nonga alleen geefc Vogel* 
nellen, doch niet van de befte zoort. De 
landhuizen , welke op de vermelde Lan* 
den gevonden worden, zyn of van hout 
pn bamboezen, of van fteen, doch alle 
op de eenvoudigfte en min koftbaarfte wys 
aangelegd. Wylen de Heer Oud Water- 
Fiscaal Mr. Pierre Poelman heefc 
aan het Land Tjietrap^ wiens eigendom 
hetzelve was» de fchoone Gezichten, die 
de Natuur daar oplevert, zeer veel door 
de kun ft verfraaid. 

Agterof beweften het Land- goed Tjie- 
mangis is het Land Noeja Cambangan van 
den Heer Wyckert welk mede mee 
een goed fleenen Woonhuis voorzien is, 
behalven een houten Huis, dat in een uk* 
geftrekte kom of vallei aan de GrooteRi- 
vi' r ftaat, welke kom eenen fraaien 
boomgaard bevat van Mangiftangis*boo* 
den» 

Be» 



C4*) 

Beluiden het Land Tjiemangis vindt men 
geene Landhuizen meer, dan op het 
Land- goed Buitenzorg, welk aan de Wcft- 
zyde van de grooce of Tjitloatzs Rivier 
ligc op eenen aiftand van ruim twaaif en 
cene half uur gaans van de Stad. Dit uit 
geftrekt bergagrig beitek gronds, welk. 
door Wylen Zyne Excellentie van Imhoff 
tot eene Luiiphats is aangelegd, is voor- 
zien met twee reien pragtige gebouwen > 
die toe vleugels zouden dienen van het 
Hoofd -gebouw, welk 'er njogthands niet 
gekomen is» Een klein Fortresje genoemd 
Pbihppwa beveiligt deze plaats voor Stroo- 
pereieo. Een ryk bevolkt Markt vlek, daar 
alle Dingsdag-en Vrydagen markt ge- 
houden wordt, verlevendigt het zelve. 

Dit Land-goed, dat door de Compagnie 
aan Wylen Zyne Excellentie van Imhoff 
is afgeflaan, is tot hier toe van den eenen 
tot den anderen Gouverneur Generaal 
overgegaan, en is tegenwoordig het eigen- 
dom van den prefenten Heer Gouverneur 
Generaal Mr. WILLEM ARNOLD 
ALTiNG De Gouverneur Generaal 
van der Parra pleegde jaailyks in de 
Maand Augulus eenige dagen tot uitfpan- 
iring aldaar verblyf te houden in een der 
hoofdflukken van de vleugels; terwyl het 
andere tot eene Kerk dient» De overige 

C 5 dee- 



(4x) 

deelen van die Gebouwen worden door 
hec Gezelfchap betrokken. Op drk groo- 
te afftanden van vermelde Luftpiaats ftaan 
naar den veifchillende fland en plaats ook 
verichillende zoorten van eenvoudige en 
onkoftbaare Landhuizen; het eeifte derzel- 
ve op drie uuren afftands van Bttitenzorg 
geleegen, en genoemd Pondok Gedee of 
het Groot gehugt* praalt by den ingang 
met twee reien fierlyke zeer fleurige en 
regt ftaan de boomen, of palmen van wel- 
riekende Pienang, en de zogenoemde Am- 
bonfche Pienang, die eene affcheiding 
maaken tuffchen eenige KofFy-plamagies, 
en met een eene laan ioimeert na hec 
Huis, dat van hout op laage fteenen pi* 
Jaartjes gebouwd is. De Tuinen alhier 
geeven de meefte bloemen, terwyl de 
uitzichten, die deze plaats oplevert, zeer 
fchoon en bekoor-lyk zyn , en die der an- 
dere ver overtrefven* De ligging dezer 
plaats * die geheel vry is, en door geene 
bosfchen bepaald wordt, is buitengemeen 
vermaaklyk en gezond, zo dat het daar 
omtrend de voorkeur boven de andere 
heeft. 

Cicero door de Inlanders Pasfangrahan 
geheeten, is de tweede plaats, die zes 
uuren gaans van Buittnzorg onmidielyk 
beneden eenen zeer hoogen heuvel ligt, 

ter- 



(43 ) 

terwyl dezelve van agteren en aan da 
noordzyde met hooge Bergen omringd is, 
waardoor deze plaats met menige Water- 
bronnen en loopen vervuld is, die de Moes- 
en Bloemtuinen geduung vogrig houden; 
terwyl htt gezicht boven dien vermaakt 
wordt door verfchillende zoorten van Wa- 
terfprongen, die hier en daar op eene zeer 
eenvoudige en niets koflende wys van 
bamboezen of riet aangelegd zyn* De weg 
die de Reizigers na die plaats leidt, is 
met veele moeite en kollen voor Rydtui- 
gen bekwaam gemaakt. De Huizingen 
ter dezer plaats zyn van hout, en de 
meefte van bamboezen; de Lucht is 'hier 
te fyn , en wegens haare felle koude , die 
door de winden van de toppen der bergen 
vallende veroorzaakt wordt, voor Ligiiaa- 
men die binnen een korten tyd van de 
Hoofdftad zig derwaards begeeven* zeer 
ongunftig en fchadelyk; het water daarvan 
doordrongen veroorzaakt by dezelve me- 
de fchadelyke gevolgen van pyn, krim- 
pingen der ingewanden en den loop; 
doch Menfchen , die trapswys en langzaa- 
mer hand dit oord naderen, en 5 er allengs- 
kens aan gewend worden , krygen een ge- 
zond en fterk Lighaam, en behouden 
eenen graagen maag. 
Pe derde Plaats, die van Buitenzorg op 

ttnen 



C44) 

eenen affiand van twaalf uuren ligt, het 
Warmbad en door den Inlander Tjiepannas 
of de Heete Rivier genoemd, ligt %%ut den 
Ooftlyken hoogen Berg van Batavia» by 
veelen bepaalder m*t den naam van JBlaau- 
wen Berg beflempeid* Deze plaats, wel- 
ke eertyds om het Bad aangelegd en van 
veelen bezogt is* wordt t hands tot dat 
einde niet meer bezogt, noch gebruikt; 
denkelyk,om dat men in het begrip is, 
dat hetzelve die nuttigheid voor de zwe- 
ien niet aanbrengt , die men eertyds 'er 
van veronderfteld heeft, en ook om de 
moeilykheid en gevaarlykheid van den 
weg, die over klippen, rotzen, diepe 
valleien, ftroomenen bergen na derwaards 
leidt, en niet dan te voet, en naauwlyks 
te pa&rd kan bezogt worden. Twee op 
zeer geringen affland van den ander vloei- 
ende heete en kil koude Ws teren worden 
door een. gering behulp in eenen bak ge- 
leid, waarin men naar begeerte de nap- 
pen der hitte kan bepaalen; het warm 
water is- zeer flerk met zwaveldeelen be- 
zet , en wanneer men hetzelve eenige wei- 
nige dagen in eene fles befloten bewaart, 
wordt het flinkende, en geeft de lucht 
van een bedorven ei. Deze Plaats is 
met zeer hooge bergten omilooten , hebben- 
de den BJaauwea berg en de vuur of 

roo» 



C 45 ) 

rockende berg genoemd Gdendeng spie 
voor zig. Men vindt in de nabyheid de- 
zer plaats, als te halver wegs Buitenzor^ 
en Pondek Gedee^ zekere lompe figuuren 
van Kei- en Wadas of Yzerfteenen, waar- 
van eenige door bebulp van eene flerke 
verbeelding kragt de gedaante van Men- 
fchen vertoonen, dewyl dezelve oud~ 
tyds door Menfchen handen met bikken, 
kappen of wryven tot dan vorm geholpen 
xyn; waarby eenige onverftaanbaare Ca- 
rafters in daarby flaande fteenen gegra- 
veerd voo* de bygeloovige Inlanders der- 
zelver heiligheid nog meer beveiligt , waa- 
rom ie hun geloof door eerbied» reuk- en 
bloem- offeren daar aan bevvyzen; aan 
welke heiligheid in het byzonder de kragt 
van Viugtbaaiheid toegefchreeven wordt» 
Omftrteks het warme Bad en dat van 
Cicero .Worden op de helingen en vlak- 
lens <#er bergen en heuvelen zeer veele 
Aardappelen gekweekt , die naar de geileld- 
heid of mulheid der gronden van verfchü- 
lende grootte vallen , waar van de uit* 
mtmtendfte grootte aan die van een geflo- 
ten vuist evenaarc. Ook worden hier 
omftreeks eene menigte van een zoort van 
Savooikool op nieuw ontgonnen gronden 
geplant. Het pooten en planten van die 

aard* 



(46) 

aardvrügt en moes verrigren de Inlanders 
voor hec geld, welk hun op aanftaande 
leverantie van de op die plaatzen en op 
Pondok Gedee liggende drie Europecfche 
opzichters wordt voorgefchooten. Het 
vragtloon tot den afvoer dier Levens- 
middelen, welke alle gedraagen of per as 
moeten vervoerd worden, maakt dezelve 
alhier eenigzins koftbaar. 

Op de Bergen by Cicero tot aan Tjiepan* 
nas itaan nog eenige zwaare boomen." De 
menigvuldige Bronnen en Wateren in de- 
zen Oord , als mede te Sampea een Land 
goed grenzende aan Buitenzorg, verfchaf- 
ven derzelver bewooners gelegenheid om 
de Ryft> culture niet alleen zeer gemak- 
lyk , maar ook het ganfche jaar door 
voord te zetten ; met dit onderfcheid nog- 
thands.ï dat dezelve door de koude van 
de eene plaats boven de andere langer ry- 
pe. De èlle andere ftreeken overtrefven 
de koude van Cicero, welk maakt, dat de 
Graan -oogft aldaar altoos een of anderhalf 
Maand laater valt dan elders, en defzelfe 
iiabuuffchap; welke koude mede oorzaak 
is, dat aldaar de Pifang, Pienang noch Clap- 
pus willen voordkomen, terwyl daar tegen 
verfcheiden planten én gewafzen, die aan 
koude Climaaten eigen zyn, hier beter dan 
elders tieren ; als daar zyn de Peeren, Per- 

zi* 



(47) 

j&iken, Aardbeien, Aalbefzen en andere 
zoorten meer, fchoon ze den geur en 
fmaak niec hebben der Caabfche en Eu- 
peefche wegens de fterke lucht en groote 
hitte van den middag; doch de Waterkers 
groeit hier in het wild, en is zeer mals, 

Sampea, dat be weiten Buitenzorg ligt, 
is een fmal doch in de lengte zeer uicge- 
(trekt Land -goed van den meerwerf ge- 
noemden Heer van Riemsdyk , Defzelfs 
zuidlyke fcheiding is de top van het hoo- 
ge gebergte Satak. Op dit Land is mede 
een Berg, die Vogel -nefbn geeft, hoewel 
niet in zo groote menigte als die van Clap- 
pa Noengal 9 doch die van een beter en wit- 
zer alby zyn; gemelde Berg, die niet zeer 
koog noch grooc, miar van eene langwer- 
pige gedaante is, ligt digt by de Rivier 
Tfiedanie. Een zoort van voge.'s , welk 
veele gelykenis met de zwaluwen heeft , 
en waar van, zo ik meen in eene der 
Verhandelingen van dit Genootfchap ge- 
fchreeven is>, maakt in de diepe holen te* 
gen de wanden der rotzen en klippen in 
gemelien Birg uit eenige lymige ftofven 
hunne Neften, welke in het algemeen on- 
der den naam van VogtUneftm bekend 
zyn, en die zederd dertig jaaren een voor* 
naam (luk van luxe voor China geworden 
zyn, waar van jaariyks een groot gedeelte 

na 



C48 ) 

Ba dat Ryk vervoerd worden. De holeö 
in de bergen, daar genoemde Zwaluweü 
hunne nellen maaken, zyn zeer diep; het 
water, welk ik er uit geproefd heb, was 
kil koud, doch niet aangenaam van fmask. 
ora de ongemakJykheid en naarheid dier 
holen durfde ik toy niet tot geheel be* 
neden begeeven. Dit Land Sampes heeft 
behalveri de Vogel -netten nog een groot 
inkomen van de Ryftvelden, die daar in 
menigte zyn en alle uit bewaterde akkers 
beftaan. Omtrend een paar Uuren gaans 
naar den top. van het Gebtrgte groeit de 
zwarte Bamboes zeer groot , zynde een 
zoort van glad en ongetakt of ongedoornd 
Riet , welk het meest alhier gebruikt 
wordt, waar onder ik ftoelen gezien heb, 
óie elk over de drie honderd ltuks bevat* 
ten, terwyl er (lukken onder waren van 7. 
duim holte in haar diameter en rtrm jao, 
voeten lengte. Dit Land is zeer bergag* 
tig en niet gefchikt tot het gebruik van 
Rydtuigen; voer omtrend vyftien jaaren is 
*er met zeer veele koften een groot ftee- 
nen Woonhuis gebouwd, dat thands ge» 
heel vervallen is. 

Naaft Sampia ligt het uitgeflrekt Land 
Sadettgt dat weinig bevolkt en bebouwd 
is, en nog ver Ie Wilderniszen bevat; het- 
zelve hoort met Samp$a onder eenen Eige- 
naar. 



(49) 

Vete bergagtige flreeken verlaatene, 
tn Woord- of Stadwaards ke^r.hde, vindt 
u 1 en beu tfteh de Gr oor e Rivier of de 7/fe- 
har de Landen Tjteliboet van den Majoor 
der ColUr Javai.ntn Parie< an, Pondok 
Poetjong van den Heer GeorGius Everhar- 
dus iV.ünnik Oud-Oiderkoo|.man in *s K: 
Comps: Uitnft en Bun T er alhier, en Sau- 
watigan van den Heer Jan FfctDbRiK Heim 
Onderkoopman en Süppooft van het 
Comptoir van den Heer D'i\éteur Géne- 
raal. Op de di ie vermelde Landen ftaan 
kleine fteenen Landhuizen. De voord- 
brengzelen derzelve beftaan in Ryftveldenj 
waarvan de meefte onbewarerde Akkers 
zyn, en een klein petal Rundvee. 

Het Land Twdok Teron van den Boek- 
hcuder in 's E*. Compagnies dienft Dfk* 
ker, dat mflehen Poncoh Poetjong en Sdu m 
ivcwgan ligt, heeft geen fteenen Landhuis; 
dtszelfs voordbrengzelen zyn mede üit 
de R^ftvelden en Runderbeeften. 

Verder Noordwaards is het Land De* 
pok) liggende op ruim zeven en eené halve 
uur gaars van dé Stad; het zelve is een 
overgaande eigendom van den Vader tot 
de Kinderen en volgende Geflagten van 
eenige vrygegeeven gedoopte flaaven van 
wylen den Raad van Indië Castelein, 
die ojp hetzelve woonen, en zig met de 

D Ryfta 



C 50 ) 

Ryflteeld erneeren. Tot ftigdng en onder* 
houding dier Leden der Chriften Gemeen» 
te is ter cezer plaats een School meefter, 
die de jeugd in de Maleidfche Taal onder- 
wyft in een van hout opgebouwd Kerkje, 
alwaar nogthands door geen* Predikant 
dienft gedaan wordt, vermits tot de be- 
diening des H: Avondmaals voor dezelve 
ora de drie Maanden ééns Kerk op WelU- 
vrede gthouden wordt, en de H: Doop in 
de Buit vil- kerk der Srad aan hunne Kin» 
deren toegediend wordt* 

Op zes en een quarc uur gaans van de 
Stad ftaat in deze ltreek een grooce nieuw 
Huis op het Land Tjengeerc, dat thands 
van weinig gebruik is, vermits deszelfs 
Eigenaar de Heer Jean Dat Burger en 
Oud Schepen in de Bezitting is geraakt 
van het beneden hetzelve grenzende Land 
Lebak Boeloes of Stmplieitas welk met 
koftbaare iteenen Gebouwen vooj zien is, en 
met een* pragtigen Tuin , ruime wandel* 
dreeven, nuttige plantagien, boomgaar- 
den, en eene Harten of Wild- baan ver» 
fierd, gebouwd en aangelegd door den 
Wel Ed: Geftr; Heer David Joan Smith, 
Raad Ordinair van Nederlands Indië. De 
Gezichten van het boven -huis dezer Plaats 
^yn zeer fraai; de Koe- (lallen op dezelve, 
die een^ getal van twaalf honderd Runder 

bees- 



( 5i > 

beeften bevatten, makken de uitgeftrekte 
velden nuttig en voorckelig tot wade; ter- 
wyl eene Land- markt, die Vrydags ge- 
houden wordt , de eenzaamheid des oords 
een weinig verlevendigt. 

Beooften dar Land- goed vindt men op 
het Land Toncftk Tjiona van den Heer 
Carj<l Frlderjk von Uyke Burger en Lid 
van het Eu waarde Collegie van Heémraa- 
den mede een goed iteenen Huis. 

lus beneden hetzelve, op omtrend vier 
uuren gaans van de Stad, ftaar een oud 
Gebouw van hout op het Land Dregter- 
land) toebehoortnde den Heer Oud Ma- 
joor der Infanterie Jan Andries Duurkoop, 
en in het jaar 1699 door den Heer Raad 
van Inüië Castelein gebouwd. Uit het op- 
fchiift, welk 'er voor gevonden wordt, 
is te befluiten , dat het zelve, fchoon maar 
enkel van hout, in dien tyd als een ganfeh 
groote onderneeming is aangezien, luiden- 
de gemeld Opichrifc aldus; 

Denken zonder doen: 

Wie altyd denkt en peinft, 
en nimmer durft beginnen, 

Wie altyd overlegt, 
de zwaarigheid van 't werk , 

D 2 Wie 



( 5* ) 

Wie a 1 tyd ligt en maalt, 
co rammelt met de -zinnen , 

Bouwt nimmermeer een Huis, 
veel minder eene Keik. 

Slaat Hadden aan de ploeg/ 
en ligt hier niet te wroeten, 

Te fpeelen rmt Uw brein, 

maar grypt de fteenen aan, 

En metzelt met de daad, 
de kunft zal U ontmoeten; 

Hy heeft genoeg gewiH, 
die flegts heeft onderftaan* 

De zombere en bekoorlyke eenzaamheid 
dier plaats geleegen aan de Gtoote J\ivier 9 
heeft Wylen Zyne Excellentie Mossel 
wiens eigendom het was, tot het befluit 
gebragt om *er een pragtig fteenen Ge* 
bouw te zetten, dat ook in 1759 onderno- 
men werdt, doch door Hoogfldefzelfs 
Overlyden in 1 7C0 onvoltooid is gebleeven. 
By verkoop is het gekomen aan defzelfs 
tegen woordi gen Bezitter den Heer Duur- 
koop, die mede zederd het jaar 17$^ in 
het bezit is van het L^nd goed Tan jong 
West, dat omcrend drie quart Uur gaans 
beneden Dregterland ligt. Zulke twee by 

cl* 



(53) 

clknncferen leggende Land- goederen ta eU 

gen^m re hthben het ft den He^r Dt;ur* 
koop, doen beflir r en om het omolc otd 
Gebouw van Dregtetland af te breekt n, 
en op Tor.jong te piaatzen, 20 dat ree zel- 
ve thanjs met een Landhuis voorzien is , 
welk in gemak en ruimte alle andere over- 
tieft: Een Toren van vyf verdiepingen ter 
hoogte van 94 voeten , benevens eenen 
uitgeftrekten Tuin in eenen grootfchen 
fmaak aangelegd, èn eene Clappus plan- 
fagie van byna honderd en vyftig duizend 
(tuks, zyn de Vrugten van een werkzaam 
en beftendig verblyf van den Eigenaar, 
in etn ruim befttk van zes en dtrtig jaa- 
ren tyds op vermeld Land- goed ; waartoe 
eene bezitting van meer dan vyf honderd 
Slaavën, fchoon voor een groot gedeeke 
gebezigd tot het bewerken eener Zuiker- 
plantagie, veel toegebragt heeft om on- 
derneemingen van dien aart uittevoeren , 
en een bofch van Jatie-boomen aan te 
leggen ♦ waarvan hier geen weerga is. Van 
de drie Zuiker - molens , welke hier ge- 
ftaan hebben , is thands nog maar een 
overig* Eene welbebouwde Markt, welke 
Zondags- gehouden wordt, maakt een ge- 
deelte der Inkomften van dit Land uir; 
terwyl een getal van boven de drie dui- 
zerd Runderen en vyf nonderd Schaapen 
dew-ide der Velden van de beide Land* 

P 3 g°e- 



(54) 

goederen afscheert, en den Eigenaar mei 
wantten voorziet. 

Langs deze ftreek ftadwaards vindt 
men nog verfcheiden aanmerkelyke Land- 
goederen aan de Wed zyde van de groote 
Rivier of de Tjikar, d >qh geeae fteenen 
Land- huizen, als op de hier vooren be» 
fchreeven L-md goederen Campong Ma- 
fayo 9 en Maatman. 

Beneden Materman , op omtrend eene 
en drie quart uur gaans van de ftad, is 
her Land Ment ing of Ontong Java , zyn- 
de een eigendom van drie Erfeenaainen van 
wylen den Heer Pieter Joslph de Yjenne 
in leven Opperkoopman en oud Binnen* 
Regent van het Buiten -Hofpitaal alhier. 
Tit Land , fchoon niet groot , is nog- 
thands het rykst beboomde van alle ande* 
re Landen naar evenredigheid van defzelfs 
grootte, het zelve is met een klein ftee- 
nen Huis voorzien. Een ryk Moorfch- 
Koopman Assan Nina Daut, heeft van 
A° 1755. to 1762. alle zyne fchatten en 
vermogen tot het aanleggen van zeer 
fraaie Boopigaarden en Wandeldreeven op 
dat Land zodanig uitgeput, dat hy ten 
Jaatften tot het bedelen gebragt is* 

Beneden M enting leidt de weg , die 
Ooilwaards afgaat, na het reeds genoemd 
Lard«-ro'd Weltevredt en die, welke 
^V r eftwaards Joopt, p^ het Land fanabang. 

Ja. 



(SS) 

Tanaban%) te*\ regte Tan* ébang dat in 
het M&UMichRoo de aarde betekent» Hgtop 
de hoogte van eene uur gaans van de 
ftad, aan de Rivier Crocot. Wylen de 
Gouverneur Generaal van Imhoff, heeft 
er een sroot fteenen Huis gebouwd met 
genoegzaamen fieraad en ruimte, doch 
van een' zonderlingen fmaak: verlcheid^n 
groote Zaaien en andere Vertrekken heb» 
ben alle communicatie met den ander, 
waar door een onbekende in het zelve ver- 
doold raakt, en niet dan met moeite of 
door een Wegwyzer er uit geraaken kan # 
Het zelve is thands een Eigendom van den 
meermalen genoemden Heer van Riems- 
dyk. Die Land- goed heeft eenige bewa- 
terde Ryftvelden , en eene kleine Wei, 
doch een groot inkomen van eene Markt, 
die Woensdags en Zaturdags gehouden 
wordt- 

Van Tanalang loopt een groore land. 
weg regt Zuidwaards, waar onder ande- 
ren ook de zeer fterk beteelde en met 
Vrugr -hoornen in mentete beplante Lan- 
den Pella en Ganderia Crap van den Ca- 
pitain dvr Moorfche nacie M*Homet 
Alia liggen; de Rivier Grogot* die de 
Weillyke fcheiding maikt van deze lan- 
den, bevogtigt de laage Velden tot den 
Kyft- teeld. 

D 4 Qn. 



(5*) 

Onder andere goede Landwegen» welke 
met wagens ten ^llan tyde kunnen bereef 
den worden, is da weg welke van Tam* 
hMi weftwaards loopt, en voor den zui. 
der Heeren-weg £eenfzins behoeft ce wy P 
ken; waaronj dezelve eten zo lief verkoo- 
ren wordt om na Bmtenzorg te ryden , als 
de vermelde grqote Zuider weg Langs 
dezen weg vindt men mede verfcheiden 
Land- goederen, met Heeren- huizen voor., 
zien. 

Even voorby Tanabang (laat eene ftee* 
tien wooning op het L*nd Dialztoht van 
deweduw vanden Burger RyaBiKTfiK, en 
een weinig boven het zelve een klein ftee- 
wn Huis op het Land van Juffrouw % 
JJestbn 

Het Land Laanhof* geleegen anderhalve 
uur gaans van de ilad > prykt met een 
groot Woonhuis van den Wel Ed. Geftr. 
Heer Raad van India Jan Hendrik Wie- 
cerman; eenige bewaterde akkers tot 
Ryilveldën omzoomen de hooge en met 
jswaare Vrugtboomen bedekte gronden, 
welk een fchoon gezicht op levert; ter* 
wyl de wei eene Kudde van een paar hon-» 
d rd Kunderen voedt. 

De Heer A^diuks Hartsinck* Opper* 
Jcqoprnari en gewezen Opperhoofd van 
g^racarta» heett op dtfzeks Land. goei 



( 57 ) 

fópan ♦ geieegen twee uuren gaans van de 
ftad, een goed fteenen Woonhuis, en op 
het ujtgeftrekt Land Grogol geieegen x«. 
üur gaans van de ftad, eertyds een ei- 
gendom van wylcn djn Heer Gouverneur 
Generaal dk Klerk, etn groot iteenen huis 
en vericheiden ruime Gebouwen. Van de- 
ze b j ide Landhuizen heeft men een ichoon 
Uitzicht over bewateide dalen op de Ber- 
gen, inzonderheid wanneer de VJakte met 
Kyft beteeld is. Een nieuw aanleg van 
«ene Kudde Runderen, ten getale van om- 
trend honderd ituks zal in tyds vervolg de 
leege Velden van dit uit^eftrekt ftuk 
Gronds nuttig maaken, 

Beweften Grogol is het L^nd Kobon Jo* 
rok of Vredtlujl van den Burger Guiuliau- 
me Elie Teisseire, voorzien met eene goe- 
de fteenen Wooning aan de Rivier de 
Pajfangrahan ; Twee fchoone Boomgaar- 
den van Mangiftangis* boomen digt by het 
Huis verfi n*en het zelve unermaatenj Eene 
menigte van bewaterde Akkers tot kwae- 
king der Ryft , en eene Kudde van agt 
honderd Runderen maaken een groot d^eï 
der inkomften van dit L*uid-goed uic 

Benoorden het zelve is het Land Asjan 
van de Heer Jan Jacob Vogelaar, O i- 
derkoopman en Kaffier der Koftpennin^eru 
Een klein fteenen huis» en een aan het 

zei- 



(58) 

zelve geevenredigd net Tuintje maakt dezfe 
plaats zeer aangenaam voor eene korte uiN 
v<ugt,- het Land hier aan behoorende is 
tncgeftrekt, en beftaat uit Gras- landen tot 
voeder voor paarden, bewaterde Ryftgron- 
den , en \VeiHe, die door vierhonderd 
Runderen Uflagen wordt. Eene Markt , 
Donderdags gehouden * maakt een deel 
der inkomften van dit Lmd goed. 

Langs voornoemden Heeren-of Land» 
weg komt men ook aan de volgende Land- 
goederen, waarvan de Gebouwen aan de 
Weftlyke hooiden der Rivier Pajjangra* 
han ftaan. 

Bezuiden Kohon Jorck of Vredelufl is het 
Land Pcmcmbeeng of Zorg-wyk ^eleegen 
twee en diie quart uur gaans van de ftad. 
De in het jaar 1788. gerepatrieerde Heer 
Daniël Adriaan Beekman gewezen 
Koopman en Eerfte Adminiftrattur in 's E: 
Ccmpag s : Weftzydfche pakhuizen heeft 
op het 7e! ve, in het Jaar 1786. eene bur. 
gerlyke Luft- plaats aangelegd, waar aan 
desgélft tcgenwooidige Eigenaar de Heer 
Fredrik Schouwman Opperkoopman, 
Icrfle Adn:iniftrateur in den Medicinaa- 
]en Winkel en Schepen der Stad zodanige 
verbetering gemaakt heeft, door andere 
ïvreleegtn kleine ftrooken lands aan te 
koopen, Gebouwen €r by te voegen, Tui- 

nen 



( <9) 

ren uit te leggen en verfieren, dat het 
zelve, fchoon alles in het klein, voor 
eene der netfte tn fraaifte uitvlugcen alhier 
kan gehouden worden. Eenige weinige öe- 
wateide Kyftvelden, huur van Vrugt- hoo- 
rnen , benevers oie van Catjang en Ananas 
tuinen, en een Koefta] bevattende omtrend 
vier honderd Runderen , maaken de inkom- 
ften van dit Land- gced uit. 

De Wel Ed; Geitr. Heer Gysbert Ja- 
cob Welgevare, Kaal Extra- ordinair 
van Nederlands India hieft omtrend drie 
quart uur gaans boven het Land van den 
Heer Schouwman een aan?ienlyk Land- 
goed , genoemd Panombeettg Lo Jamie en 
Tanigaran , of in het geheel Ru/i en Werk. 
Op het zelve ftaat een ruim Woonhuis 
met eene verdieping er boven, öie zyn 
Wel Ed: zelf voor agttien jaaren heeft 1? a- 
ten zetten; goede rydwegen tot de in 1 ec 
Land liggende dorpen der Javaanfche Op- 
gezetenen maaken het zelve zeer vermaak- 
lyk Eenige door het land loopende iaa- 
ge bewaterde ryftvelden, en hooge akkers 
met Carjang en Ananas beteeld bekooren 
het gezicht, inzonderheid, warneer zes- 
tien honderd Runderen uit den ftal gelaa- 
ten de wei bedekken. 

Naaft dat land- goed ligt aan de boven 
iof zuidkant het Land Pêndok Petong v*m 

den 



(6o) K 

Seri Heer Erkelens, Burger en gewezen 
Rooi - meeiler ; een mïddelmaatig fteenen 
Huis verfchaft asn den Eigenaar een ge* 
noegzasm veiblyf. Ecne Kudde van bo- 
ven de drie honderd Runderen, eenige 
hooge en laage Rj ft velden, als mede Ca* 
tj^ng- tuinen en huur van Vrugt- boomen 
maaken de takken der Jnkomften van dit 
Land uit. 

Boven vermeld Land vindt men aan de 
Weflzyde van de Rivier PaJJangrahan geen 
Landhuizen meer, en die, weikebeoosten 
dezelve (laan, gelyk die der Landen Sim* 
plicitas en andere, zyn hier vooren reeds 
befchreeven. 

De Landhuizen, welke in deOmme-en 
Bovenlanden beoeften en bezuiden deze ftad 
itaan, dus kortlyk opgenoemd hebbende, 
zal ik wat wydloopiger handelen over die 
der PPeftlyke en Zuidweftlyke , en met 
eens de Landen aldaar wat broeder be- 
fchryven. 

Ik begin met het Land -goed Bergzicht 
c'at beweflen den Poft Jnket aan de Moo* 
kervaert ligt , zynde omtrend eene en 
een quart uur gaans van de Stad, thands 
een eigendom van den Heer Jan Jacob 
V ocelaar, Wylen de Ritmeefter der Bur- 
ger- Cavalery de Heer Mol heeft voor 
het jaar 1750. aan dit waterryk oord een 

fchoon 



( 6l ) 

fchoon fteenen Huis met eene verdieping 
op bec zelve laaten zetten \ de netheid van 
het Gebouw en dies fterkte, benevens de 
zwaare houtwerken, welke al!e nog goed 
en gaaf zyn, duiden genoegzaam aan dat 
het een werk van de voorige halve Eeuw 
is; terwyl de met flooten omringde vier- 
kante Tuin en vierkante perken in den- 
zelven mede de regt- en flegtneid van dei 
fmaak van dien tyd aftekenen Het land 
aan weerfcyden van den Tuin is laag, en 
beiïaat grootendeels uit gras- land tot paar- 
den voeder; terwyl aan dit Eigendom me- 
de nog een deel Lands behoorr, dat be- 
zuiden de Mookervaart ligt op zeven quart 
uur gaans van de ftad, bekend onderden 
naam van Papotongau, Tjantïga, en het 
hier vooren befchreeven Lind-goed Asfarn 
daar een marktvlek is, welke markt in 
het jaar 1788. nog op Tjantiga gedaan 
heeft, doch door den preienten Eigenaar 
den Heer Vogelaar, met approbatie van 
de Hooge Regeering dezer Landen op 
dsfam is verp aaif:. 

Voorby het Lir.d Qoé^| 3 rgzicht vindt 
men op het Land Pttfrg v n den Oud- 
Burger Capitain den Uur ]o- asses Co- 
ninck, een fteenen Lsiid-huis, faande 
aan de Zuid-zyde 1 an de Au oker vaart. 
Een houte Speel- hui;, aan d: Kivie* gè- 

plaat* 



( 62 ) 

plaatfc geefc een fraai ver uitzicht over en 
langs dezelve, op bo vengen remden Turn 
van den Heer Vogelaar en het Fort An« 
kee. Dit Land Piejeng is voor het groottt 
gedeelte een Moeras, waar uit de Eige- 
naar een goed inkomen heeft van het daar 
in beteeld paarden gras by den Inlander 
bekend ond^r den naam van Rompot Padie 
Padie (/) 

Langs den Heerenweg van de Mookervart 
die onitrend een quart uur gams beneden 
het bdchreeven Land- goed Pieftng door 
middel van eene Tol mig overgaat tot de 
noord zyde van de Mookervaart^ waar langs 
de zelve tot aan de Sluis van Tavgtrang 
Joopt, vindt men op zeven q iart uur 
gaans van de Itad het Land- goed Mmg$ 
DJawa of Zwaanenzang van den Hter 
HfiNDtUK Pieten Bangeman , Koopsnan 
en gewezen Elften Adminiftrateur van 
de Pakhuizen ten Eilande Qnru'l, waarop 
een fteenen Huis ftaac; Een Koeftal van 

ruim 



( l ) Rompot is in het Maleidich Gras. Padie zegt 
Ry/l, zie Noot op blad. 3. Dit zoorc van Gras is een 
gewas, dat zeer veel overeenkomt* heeft met nee Kyii- 
gevvcS, behalven dat hetgeene\ru ten aan de Kyft ge* 
hk voordbrengt; het groeit niet in alle moeraszen, maar 
moet daar in geplant en zorgvuldig onderhouden wor- 
den, door het geduurig met water te voorzien, van 
onkruid te zuiveren, en *er ueedb vantj ihyden, op dat 
htt mals en jong blyve. 



(63) 

ruim drie honderd Beeften, een Clappus 
boicht en Grafland maaken de takken van 
deszelfs Inkomt ten uic. 

Ruim een halve uur boven hetzelve is 
het vermaakl>k Land- goed Tjenkartng % 
toibehoorende aan eenige der Kinderea 
van den Wel Ed: Geftr: H er Smith, 
Raad Ordinair van Nederland* India; die 
zelfde hand, welke zo veele andere Bui- 
ten- plaaizen met fmaak aangelegd hee r t t 
onderhoudt en verfaait ook deze voor zjgy 
ne Kinderen. Een genoegzaam ruim en 
gemaklyk Huis met eene verdieping op 
het zelve, nevens verfcheiden bygebou- 
wen (laan op de hoogfte plaats dezer hage 
en moeraszige (treek. De grond voor, 
en rondom het Hirs is met fraaie laanen 
doorfneeden ; eenige van die, welke voor 
het Huis zyn , leiden het gezicht op eeni- 
ge tot vyvers uitgediepte raoeraszen, en 
over dezelve door gewitte boogen op den 
Heeien-.weg en de Mookervaart: die altoos 
levendig zyn van voetgangers, van ryd- 
tuig, en zeilende of petrokken vaartuigen, 
Aan de eene zyde van het Huis (taan eeni- 
ge oude en lommerryke Ganderia boomen, 
waar onder men in de zwaarfte middag 
hitte genoegzaame koelte vindc, en vaa 
waar men in 'c verfchiet eene zeer groote 
Koekraal zie(, die omtrend de agt hon- 

oerd 



<*4> 

derd Runderen bevat. Aan de andere zy- 
de van het Huis is eene wel aangelegde 
plantaje van Clappus en andere zoorten 
van Vrugt-boomen, terwyl een door net 
moeras opgehaalde dyk en wel onderhou- 
den weg agter het Huis, het verblyf alhier 
zeer aangenaam maakt; vermits men daar 
door eenen gemaklyken toegang heeft tot 
een der grootfte Binnen- waters omflrerks 
deze hcofHplaats, welk met vifch vervuld 
is, de Zuiker- molens Capok enCamal 9 en 
van daar tot de Zee. 

Vlak tecen over dit Landgoed vindt 
men aan de Zuid-zyde der Mookervaarf 
het Land van der Wel Ed: Groot Agtb: 
Heer Hendrik van Stockum Eerften 
Raad en Direfteur Generaal van Nederlands 
India, me-e 7jenkaring genoemd, en be- 
ftaat voor het grootfte gedeelte uit gras- 
landen; een genoegzaam ruim Heefen huis 
gefc' ikt naar den ftand dezes oords, en 
den van tyd tot tyd aanpehoogden en met 
Clappus en andere vrugtboomen beplanten 
grond rond om het zelve, maakt het tot 
eene aangenapme uitvltiet; langs een groot 
gedeelte der vaart aan dit Land- goed i$ 
het bezet met wooningen der Opgezete- 
nen, die elk een zoort van Tuin hebben, 
zeer wel m°t vru vt hoornen beplant. De 
levendige vaart tnHceren-weg* welke kor- 
ter 



C *5) 

ter by dit Hbü is, dan ; an het tegen over 
liggende Land- goed, verfchaft ook aan 
hec zelve een ond^rfcheidencr gezicht» 
tcrwyl dat, welk men aan den Zuidkant 
van het Boven- huis heeft, zeer fchoon 
is, als ïtrekkende over eene ruime vlakte, 
die altyd met het bckoorlykft Graan be- 
dekt is, op verfcheiden in het verlchiet 
liggende wel beplante dorpen, wildeniszen» 
en by helder weder ook op de twee hooge 
bergen Mangatnandong, en Salak, en de 
ketens der Weftiyke oï Ktndangzè Geberg- 
tens, en die der Ooftiyke, gelyk de Gou 
r.ong Poetriiy de Ambalang^ en anderen* 
Een Koeltal geplaatft op een ftuk gronds, 
welk met Clappusboomen beplant is aan 
deoverzyde der Mookervaart , dat tot dit 
zelve Land- goed behoort, bevat omtrend 
drie honderd Runderen, welke daar eene 
genoegzaame weide vinden. 

Op byna drie uuren gaans van de Stad 
aan de noordzyde der Mookervaart is het 
Land- goed Kalidras , dat in het Maleidfch 
de Sterke Rivier zegt; dit Land- goed heeft 
in de wandeling by de Eu'opeezefl den 
naam van Wtftcrvrtde gehad, en gehou- 
den tot het jaar 1780, toen het zelve 
een eigendom geworden is van Wylen den 
Heer Raad Extra- Ordinair van Nederlands 
India van der Burg, die het zelve den 

E naam 



(66) 

naam gegeeven heeft van Burgvliet^ zyndè 
thands bezeeten by dén Heer E^rltcn Secre- 
taris der Hooge Indiafche Regeering 
PifcTER van de Weert. Een proper huis, 
ftaande kort by den Heeren-weg, en de 
daar langs ftroomende vaart, maakt deze 
plaats zeer levendig, en het verblyf op 
dezelve aangenaam, Eene kudde van om* 
trend elfhonderd Bunderen bedekt de wei 
van het noordlyk gedeelte van dit Land- 
goed, en maakt den voornaamften tak der 
Inkomften uit; terwyl het hout-bosch, en 
het loof der Gebang of wilde palmboomen* 
benevens de viflchery in het binnen- water 
Tjenkaring mede iets geeven, doch het 
ander gedeelte van dit Land goed aan de 
Zuidzyde van de Mookervaart levert Pa- 
die en Gras voor de paarden. 

Nevens Burgvliet vindt men aan de 
noorzyde der Mookervaart , op drie en 
eeue halve uur gaans van de Scad, een 
fteenen Huis met veel anderen bygebouwen 
op bet Land Pacojang of Concordia van den 
Heer Oud Fabryk Cornelis de Keiser. 
E :n getal van drie honderd Runderen, en 
de tienden der jaarlyks met Ryft beteelde 
gronden maaken behalven de vrugten en 
bloemen van den Tuin om het Huis de In- 
komften van dit L^ind uit. 

Tegen over Concordia ligt aan de Zuid- 
zyde 



O?) 

-4yde der Mookcrvaart het Land Vork van 
öui Heer abraham Bettink Burger en 
Oud Ouderling oer Gereformeerde Ge- 
meente; deze^ uitgeftrekte en bofchagtige 
ftreek Lands geeit aan den Eigenaar een 
inkomen uit brandhout, loof der Gehang 
of wilde palmen, Padie» en eene kudde 
van by de vier honderd Runderen. E?n 
klein fteenen huis geeft ann deszelfs Bezit- 
ter alhier een genoegzaam verblyf. 

Een quart uur gaans beweften Concordia 
aan de noordzyde van dè Mookervawt is 
het van ouds vermaard Land- goed Ka* 
douon^y waar de Gouverneur Generaal 
ZiWaardecroon eenen ruimen Tuin om- 
ringd rnet eene diep gegraaven iïoot met 
zeer veele kunft heeft haten aanleggen $ 
en een Huis zetten naar de bouworde van 
dien tyd, beandvroordende deszelfs ruim- 
te, gemak, en fieraad aan óen hoogen 
ftand, en het vermogen des Aanleggersy 
die der plaats den naam gegeeven heeft 
van Leenhof $ Weergadty als zynde het zél- 
ve gebouwd , en aangelegd omörend in den 
fniaak van hoogft deszelfs Tuin, geleegen 
aan den Gelderf cben weg , naad of »an de 
Ooftzyde van de Buiten Portugecfche Kerk, 
welke Tuin enkel Leenhof renoemd werdt. 
Dit Land- goed Leenhof i Wt er gn 'de behoort 
tegenwoordig aan den Heer Jean Dat 

E % Bar» 



C ft > 

Burger en Oud Schepen. Uit eenige der 
nog ftaande oude Mangiflangis - boomen , 
Kan men op maaken , dat de Tuin in groote 
vierkante perken verdeeld was, bevatten* 
de ieder perk eenen boomgaard, die in de 
droogte bevogtigd werdt van het water 
uit eene put, die door de kunft zodanig 
gecongrueerd is, dat ze met weinig moei- 
te en arbeid genoegzaam water aan den 
gaufchen Tuin kan geeven; wordende het 
water uit die put door fleene en loode 
buizen den geheelen Tuin door geleid; 
vermelde put ftaat aan den Heeren- weg 
digt by de Rivier 9 waar uit dezelve door 
middelvan een onder den grond* gewelfde 
breede goot geduurig met water uit de 
Rivier voorzien wordt; het water wordt 
uit de put opgehaald door middel van 
eenige vierkante emmers, die elk omtrend 
8. ponden vogt kunnen bevatten; deze 
hangen digtby den anderen aan een' yze- 
ren ketting, die over een rad loopt, dat 
vlak boven de put Haat , welk rad aan een lang 
as zit, dat aan deszelfs agtereinde mede een 
ander kleiner rad heeft * welk gevat wordt 
door een horizontaal kamrad, ftaande aan 
het boven einde van een perpendiculair 
houten fpil, waar aan een boom geftooken, 
en door een bufvel gedraaid wordt, die 
alzo het ganfeh werk In beweeging brengt , 

en 



C 69 ) 

en de vierkante emmers, die aan den yzeren 
kecting valt zitten, aan de eene zyde na 
beneden in de put brengt, dezelve mee 
water vuk, en aan de ander zyde weder 
doet boven komen ; wanneer de emmers 
dus gevu'd, over het rad, dat boven de puc 
is komen re liggen, en al zagtjes na bene- 
den gedraaid worden , ftorten ze alle hun 
water uit in cenen nevens de put gemc:- 
zelden bak 5 waar uit hec weder door eene 
pyp in de daarby zynde, en door den gan- 
fchen Tuin loopende goot komt, en alzo 
den geheelen Tuin met weinig moeite be- 
vogtigt. Ruim vyf honderd Runderen wei- 
den op dit Laad- goed, welk ook deszelfs 
grootfte inkomlien uicmaakt. 

Het naafte na het Weften liegende 
Land- goed genoemd Battoe Jepper heefc 
bevoorens onder het hier befchreeven Cos 
dauong behoort, doch is van van hetzelve 
door Wylen den Heer David du Fau ds 
la Longue wiens eigendom het nevens 
verfchdden andere en hier na te befchryven 
Land- goederen was, in het jaar 1779, *f- 
gefcheiden; de Heer Hendrik Pieter 
Bangeman Koopman en gewezen Eerde 
Adminiftrateur in *sE: Compagnies Nego- 
tie pakhuizen ten Eilande Gnruft htó'ftin 
het jaar 1788 op een* vermaaklyken fland, 
digt aan de Mookervaart> vier uuren gaans 

E 3 van 



( 7° ) 

vzn de Stad, een fïeenen huis roet de 
hopdige bygebouwen laaten zetten, het 
ganfch Land van onkruid en kreupelgewas 
laaien zuiveren, en tot bouwlanden ver- 
huurd, zo dat het gene te vooren aldaar wild 
en woefl was, thands eene heerlyke ver- 
tooning van eene welbebouwde uitgeftrekte 
vlakte aan het oog oplevert. 

Beweften het Land- goed Batfoe Jepper 
vindt men op de daar nevens liggenue lan- 
den Tana Saratoes en Parangkoeda geen 
Land- of Heeren- huizen langs de Noord- 
zyde van de Mookervaart meer; doch op 
het te?en over htt zeive liggende Land 
Tana Tiengie of Amfteivem aan de Zuid- 
zyde van gesnelde vaart, vier en eene 
halve uur gaans van de Srad , is door den 
Heer JqsephDat Burger en Lid van h*t 
Eerw: Collegie van Heemraader* der Scads 
Ommelanden, wiens Eigendom het nog is, 
jri het jaar 1786. een fraai Land- huis met 
£tne verdieping 'er op gebouwd, van waar 
xr -n na het zuiden het fchoonffc gezicht 
heeft over uitgeftrekte en met allerlei ge- 
"Vv szen beplante velden, op de Berden, 
en na het Wellen op de Sluis en Veldfchans 
Targerang; aan de Noordzyde van het 
Lluis, welk meteen grooten tuin omringd 
is, ziet men zeer veele en ruime Gebou- 
wen van twee dubbelde Oliepersen, met 

de 



C70 

de daar by behoorende molens, ovens, 
en fornuizen:* door gemelden Evenaar mtt 
zeer veele korten van fteen gebouwd, en 
met pannen gedekt» 

Tot dus ver ftrtkken de met Land- of 
Heeren- huiren bezette Lmd- goederen 
langs de Mochrvaart , waar van ik hier 
nader zal fpreeken, benevens de boven de 
zelve liggende Landereien, terwyl ik nu 
we:ier terug zal treeden tot agter het Land 
Bergzic^t van den Heer Vogelaar, en 
•eene bdchryvin* geeven van de Landen, 
die aldaar lan^s het Zeeflrand liegen, be- 
nevens die, welke aan de Oofi:r.yde van 
het beneden* gedeelte der Tangeranfcbe Ri* 
vier gevonden worden, 

Agter het Land Bergzicht ligt aan de 
uitmonding van de Ankeezz Rivier een 
klein (tukje Lands van de kinderen van 
oost Slingeland, bebouwd met een plan- 
ken huis; in dit Land en het naafte aan 
Zeeftrand liggende Compagnies Land Pas» 
fier Poetie, worden de befte zoorten van 
kleine Garnaalrjes gevangen, die de Inlan- 
ders met den naam van Oedang apie aj>ie 9 
dat is vtturige Garnaalen benoemen, ea 
zeer veel ten Eilande Onrufl en op de 
markt alhier vertierd worden; ook wor- 
den uit dezelve zeer veele Krabben en 
Paalings gevangen , hoe wel de laatftc 

E 4 niet 



tiïet zo goed vallen , als die uit de poclea 
en fpruiten van Bantam komen ; het voor-» 
jiaamfte inkomen dier beide Landen is 
brandhout. 

By gemelde Landjes lisgen aan den doo* 
den loop van de Anketzt Rivier de Lan- 
den jtnkee en Kapok , van Mejufvrouw de 
Weduw van den Hetr Sirardcs Bartlo 9 
In leven Bailliu dezer Saa; op eikderzelve 
ftaat een Zuiker- molen, en de wel be- 
bouwdfte der beide op Anket^ alwaar 
ook een gtnoegzaam ruim en goed fteenea 
Huis ftaat voor kmand, die tot den 
ftand dier koft winning zig begeeft, van 
waar een fraai uitzicht op het Tplhek van 
Ptefeng en den weg langs de Mooker~ 
vaart is. 

fieweften Kapok agter het Land Burgvliet 
van den Heer van de Weert vindt men 
het Land Camal van den Heer Johannes 
Greeving Burger en gewezen Lid van het 
Eerw: Collegie van Heemraaden ; hier op 
ilaan twee wel gebouwde Zuiker- molens, 
met een genoegzaam Woonhuis; de pro- 
ducten die deze molens opleveren, wor- 
den tot aan Zeeilrand per as vervoerd, 
en van d^ar met vaartuigen na de Stad. 

Nog verder btweften vindt men het 
Land Dadap van Mejufvrouw de Weduw 
van den lieer Cqenraad Eoode, in leven 



C 73 ) 

Oud Capitain Titulair der Burgerei. De 
ftrepatricerde Capiuin Ingenieur de Heer 
Fhans Jacob Beug heeft in 1761. op het- 
zelve een der fraaifte fteenen wooningen 
voor een' Belherer van Zuikerplantagien 
laaien zetten, en twee Zuiker- molens met 
hunne Lootzen en Kraaien aangelegd , 
u a*r vanthands nog een aanwezig is 

De weg, welke door dit en de hier bo- 
ven vermelde Landen Ankee, Kapok en Ca* 
mal loopt, is goed, en in den droogen 
Mousfon zelfs voor Rydtuigen bruikbaar, 
zo 'er maar van den Scadsweg tot denzelven 
eene algemeene communicatie was, het 
zy door eene Drug aan het einde van de 
Amanus gragt, over de Rivier Ankee* of 
san den Heeren-weg langs de Mook&vaart 
by het Land Zwaanenzang , doch zulks 
ontbreekende, zo wordt dezelve niet anders 
dan te paard bezogt. 

Agter of beweften het hier voor be- 
fchreeven Land Dadap, ftrekken de Lan- 
den Campong Malayê, en Campong Lemen, 
ten?$ den Ooftlyken Oever van de Tange- 
rang fchc Rivier, of ten regte de Tficdanie* 
tot aan Zeeflrand, zynde beide mede een 
Eigendom van voormelde Mejufvrouw de 
Weduw Boode, 

Het Land Campong L*mon ligt aan de 
Qoftlyke uitmonding van de lang.rangfcbe 

E 5 Ri- 



C 74 ) 

Rivier, en heeft ten noorden het Zee- 
itrand ; op hetzelve groeit zeer veel houc- 
pewas', dar tot brandftof verftrekt, voor 
de Zuiker molens van gemelde Eigenaares, 
melke aan dit oord liggen. Een wei- 
rig boven de uitmonding van de Rivier 
vindt men een klein beftek tot een' Tuin 
sfgefcheiden , waarop door den boven 
reeds genoemden Heer Berg een fraai 
fteenen Woonhuis met eene verdieping op 
hetzelve, zo ik meen, in het jaar 1757* 
gebouwd is. Deze plaats zo digt aan Zee, 
en eene water- en vifchryke Rivier gelee- 
gen, wordt daar door tot eene der aan- 
genaamste korte uitvlugten. Boven het 
Heeren* huis ftaat een Zuiker-molen ge- 
roemd Campong Lemon, en eene uur ver- 
der Zuidwaards nog twee andere molens 
genoemd Campong Malayo. 

Ru\m eene halve uur boven Campong 
Maajü vindt men eene Zuikeiplanta^ie 
voor eet) 5 en een* halven moien op het Land 
7clk Naga van de Erfgenamen van den 
ei lar s üverleeden Lieucenant Chineefch 
Tan Houlo. 

Mede ruim eene halve uur bezuiden 
7o k Na$a fiaan cp het Land Boedjoeng 
Rut giet van den Chinees Tan Sobnko 
vsee duiker- molens met hunne plantagies. 

te Huizen op de vier laacftgenoemde 

plan- 



(75) 

j-'antagien Campeng Lemon, Camping Ma* 
Uyo, lotk ftaga, en Bot&joing Rungttt 
2yn pering, fchoon genoegzaam voor Chï- 
reclche Potias, of Direfteurs van Zuiker- 
plantagien, 

Aan het laaflgenoemde Land- goed Bo?d- 
joffig Riengiet grenft ten zuiden het Lind 
£aia\>t>tjuttg, welk eenyds met het boven 
hetzelve iigger.de Lard Kadauongy bene- 
vens het tegen over geleeden Land aan de 
W efizyce der Tangetungfcht Rivier, mede 
laaauong genoemd, een Eigendom was 
\an \V\len Zyre Excellentie Mossel, en 
agtervo ? gci;ds van Hoogft deszeifs Rinde* 
Rn, die alle die Landen met de toen op 
dezelve (taande zeven gedevalizcerde Zin- 
ker-molens aan den Heer David du Fau 
de la Longue verkogt hebben. Deze 
Heer heeft daar omtrend verfcheiden ver- 
anderingen* en verbeteringen gemaakt, 
beftaande in het demolieren van de drie 
Zuiker- molens op Salaptfjang, in het 
plaatzen van twee Zuij<ermolens aan de 
overzyde der Rivier, tegenover de-gede- 
jnolierde molens , en den verkoop van het 
Land Kadauongy aan de Weitzyde der 
r J angirangfthe Rivier, in het jaar 1783, 
met de vier op hetzelve (taande Zuiker- 
rnolens, aan eene Chinee(che Vrouw ge- 
notmd Lim Soensia. Van deze vier mo- 
lens- 



lens en het daarby gehoorende Land zal 
ik nader by het befchryven der Landen en 
Zuiker-molers langft den Wefllyken Oe^ 
ver der IJiedanie of Tangerangfcbe Rivier 
melding maaktn » en tbands aieen fpree- 
ken va o het Land Salayatjmg en het Ooit* 
lyke Kêiaucng 9 zynde *e£ nwoordig ttn 
Eigendom van den Heer HjNdrik Pikte& 
EanG£man. Öp het Land Sala}atja><g vindc 
men een teer goed Heeren-huis, mtt een' 
luimen welbeplanten Tuin rord cm het- 
zelve, benevens een (m) Eiland, dat 
voor omtiend de helft met vrugtboomen be- 
plant is; welk Huis benevens den Tuin en 
plantagien, door de Heer de la Longue 
met zeer veel arbeids en koften aangelegd 
zyn, en tot een e loflyke nagedagtenis van 
zynen goeden finaak, en yver voor den 
Landbouw verftrekken. Schoon het Hui$ f 
welk door de hand des preienten Ei« 
genaars merkelyk verbeterd is 9 zo 
afgeleegen van den Heeren-weg en Mè(h 
lervaart ftaat, welk omtrend een paar 
uuren gaans kan gerekend worden * heeft 
het verblyf op hetzelve nogthands ver- 

fchei- 



(m) Dit Eiland is een groot ui fieekente fluk La^ds, 
door een' zwaaren bogt des Rivier geformeerd, welke la 
het jaar i7<2. is doorgefneeden , om den afloop van het 
Water te ver&eUen, en de vaart te verkorteu. 



(77) 

fcheiden aangenaamheden, dewyl het aaa 
eene breede waterryke Rivier geplaatfti3, 
met het gezicht 'er over op twee levendige 
of werkende Zuiker- molens, en op eenen 
grooten omtrek van met laanen en wan- 
deldreeven doorfneeden Boomgaarden van 
allerlei zoorcen van Vrugtboomen , die alle 
aan dit weelig oord buitengemeen vrel 
tieren ; terwyl het genoemd Eiland , op 
geenen verren afftand daar van een grooc 
B )fch van Clappus en andere boomen ver- 
toont, en men buiten den omtrek vanden 
Tuin een groot vlak veld ziet, dat tot 
weide voor omtrend zes honderd Runde- 
ren en eenige fchaapen dient, E^n met 
veele koften tuffchen de Zuikervelden op- 
gehoogde breede weg verleent een^n ge- 
maklyken en vermaaklyken toegang tot by 
het Land Kadauong> geleegen aan de Ooft- 
zyde der Rivier Tjiedanis* aan welkers 
oever op een' affland van omtrend ééne 
uurs;aans van het Heeren- huis van Salir 
patjm*) twee der fraailte Zuiker- molens 
met de daar toe behoorende Loots, en 
wooning voor den Potia of Direóteur van 
de plantagie flaan. Bezuiden gemelde 
Molens , op de grensfcheiding tuffchen 
die Land en het Land Parang-koeda*, is 
een Mahomedaanfch Graf, welk kentekens 
draagt van eene hooge oudheid, en by- 

ge- 



( 78 ) 

geloovigen eerbied der Chineczen en In* 
landers. 

Hst Land Parang koedavm de Weduw 
van den Chinees Tan Teengko is het 
Weftlykfte ftufi der aan de Mookervaart 
geleegen Landen , en wordt aan den weft- 
kant door de Rivier Tfiedanie befpoeld; 
op dat Land (laan drie Zuiker- molens 
met een Chineefch Huis van planken en 
bamboezen. 

Aan de Zuidweftlyke fcheiding van 
't Land Parang- koeda op ruim vier en eene 
halve uur gaans van de Stad begint de 
nitgraaving van de Mookervaart n* de Stad, 
welke Vaart eerfl: in 1681 onder de Regee- 
ring van den Gouverneur Generaal Johan- 
nes Maatsuikeu door den toenmaaligen 
Droft ten platten lande Vincent va» 
Mook is geopend, welk hem naderhand, 
riaa de dood van dien Oppergebieder , tot 
naderen laft is verbooden te vervolgen; 
doch hem nogthands, op zyn nader ver- 
doek, en. vertooning van het groot voor- 
deel, dat de Compagnie en deze Colome 
daaruit ftonden te erlangen, in 16^2 on- 
der de Regeering van de:i Gouverneur 
Generaal Ryklof van Goens ter vol- 
tooiing is geaccordeerd geworden met be- 
neficie, voor de door hem daar omtrend 
te maaKen koften, van een oélrooi van io> 
jaaren, ter hei ving van den geftelJen Tol 

op 



( 79 ) 

op die vaart, en den vollen Eigendom van 
zo veele landen, als daar langs liggen, 
ten diepte van 3c o *^eden benoorden, en 
300 roeden bezuiden dezelve, en zo verre, 
als zulks nog door de Ed; Copagnie aai 
niemand in Eigendom gegeeven, of ar 
fchoon maaking vergjnd was. Door de* 
ze Vaart en den langs dezelve loopende 
weg heeft de Compignie en deze Colonie 
merkelyke voordeelen behaal d; en tegen- 
woordig is zy het voornaamft middel van 
de gemeenfehap des binneniandfehen han- 
dels, vermits de Landen aan dit oord het 
fterkfte en met de meelt geldende pro- 
du&en bebouwd, en de meefte h:«ndel- 
wa?ren er fpoe-iiger en beter, dan tldcrs* 
vertierd worden. Om welke reden cit 
Gouvernement Generaal ten allen tyde 
voor het behoud van dezelve gezorgd 
heeft, nadien de waterryke Tangerangfcke 
Rivier haar meefte water in gemelde Vaart 
uieftort, en de fnelle droom derzelv.r 
breedte , welke oorfpronglyk maar 18 
voeten was, binnen korte jaaren tot 50 
voeten verwyderd heeft, en thands op 
veele plaatzen eene breedte beflaat van 
meer dan 100 voeten. Welke toeneemen- 
de breedte altoos ten nadeel, en veryde- 
Jing van den aan dezelve grenzende weg 
heeft geftrekt, en de Bened entenden, be- 
ne- 



C 80 ) 

nevens de Stad van tyd tot tyd aan de alle* 
liadeeligfle cverfhoomiiigen bloot ge* 
Held, wakrom he Eerwaarde Col'cgie van 
Hteren Heenjaadtn gtnooezaakt is ge- 
weeit ora genelde Vaart te behouden, de 
herhaalde vernieling van eenen kofthaaren 
weg voortekomen, en de fchadciyke over- 
ftrocmirgen tegen te gaan, van tyd tot tyd 
middeien te beraamen ter ontlaüing van 
het te overvloedig water, welk in het regen 
faifoen in voormelde Vaart afvloeit;, waar 
toe in den j-iar 1743 verfëheiden ontwer- 
pen gemaakt zyn; naamJyk, om eene af- 
leiding van het water der Tangerangfche 
Rivier een weinig boven den aanvang oer 
Mookervaart te maaken ; dan wel twee of 
dr ie fteenen overtoomen in de Vaart zelve 
te leggen; of drie dan wel vier affnydin- 
gen van het beneden- einde der Tangeraiig-» 
/cbe Rivier te doen graaven; of om drie of 
vier Schut- Huizen in de Vaart te leggen; 
van welke ontwerpen men eindelyk in 
Oétober van dat zelve jaar op laft van de 
Hooge Regeering het plan van den toen- 
nmïif en pezwooren Landmeeter Matthias 
Didepik van Haak heeft doen uitvoeren, 
te wetten, om agt doorfrydingen van het 
beneden- einde der Tangerangfcbe Rivier 
te maaken, om den omloop van het water 
van een beftek van 3100 roeden tot dat 

van 



tan 669 roeden te brengen, en desze^j 
afloop na Zee daar door te verfnelien, 
welke doorfnydingen in 1749 voltooid zyn 
met de koften vanboven deóoooRyksd; dan 
daar dezelve niet genoegzaam aan let 
oogmerk beandwoord hebben, zo is in 
1751 een ander Canaal tegen over den 
Zuiker- molen Tolk Naga in hec Lmd van 
Pacajangan geopend om meer water uit 
de Tangtrangfcht Rivier na Zee te ont- 
laden; doch welk men vervo'gends be- 
vonden heeft dat te veel uitwerkte, en dtn 
natuurlyken loop geheel zoude verlakten 
hebben, waaroai daar ómtrend in het jaar 
1780 voorzien is. Dewyl nu alle die uit* 
gevoerde plar»s de menigvuldige overftroo- 
ming der Stad en Bene ién- landen niet 
hebben kunnen voorkomen, zo is in I/S3 
eene doorgraaving omtrend 380 roeden 
boven den aanvang der Mookervasrt aari 
den Weftlyken oever der Tangerangfcb? Ri- 
vier aanbefteed, die het boven water voor 
een gedeelte in het Bantamfcbé diftriét zou- 
de afwerpen, en by den Campon% Mabók 
beweften den Zuiker- molen Catapang in 
Zee uitftorten; aan welke doorgraaving 
wel begonnen, doch niet vokooil is; 
Eindelyk is men in ty6z getreeden in hec 
Concept, om een fteenen Sluis in den 
mond of den aanvang der Mookèrvdart te 

r ie*« o 



C80 

leggen met drie openingen, fcynde de we* 
ëerzydfche » die met Schut- deuren voor- 
zien zyn, elk 8 voeten breed, en de 
middelfte, die altoos open en zonder 
Schut* diur is, 16 voeten, door dewelke 
alleen de vaartuigen pafljeren. wordende 
de wederzydiche Schut- deuren by hoog 
water neergditaten, om de overitroomiug 
der Stad en Beneden* landen voortekomen, 
en by laag water opengezet om de Stad met 
water te voorzien; welke Schut- deuren 
niet afgelaaten worden, ten zy het Wa- 
ter in de Sluis boven den peil van 8 voeten 
komt te ryzen, dat zoms by zwaare af- 
wateringen tot %i voeten kan zwellen, doch 
by heel laag water ook tot 5- voeten daaien* 
Aan deze Suis is men naa het afdoen der 
tot dezelve vereifchte nieuwe graavingen 
en afdammingen eerft in 1771 begonnen, 
waar toe, ten by wezen van het ganfeh 
Collegia van Heeren Pleemraaden, de 
Eerfle fteen plegtig gelegd is öp den 14 
Oftober door den Kldn-zoon van den 
toenmaaligen Praefident van dat Collegie 
den Wel Ed: Geftr: Heer Michiel Romp 
Raad Ordinair van Nederlands Indië en 
zoon van den tegen woord igen Heer Praefi- 
dent en mede Raad Ordinair van Neder- 
lands Indië Da^idJoan Smith genoemd 
Albertus Gerakdus Smith, oud 

vyf 



( 83 ) 

vyf jaaren. Dit werk heeft men onder hst 
oplicht van den Koopman in 's E. Com- 
pagnies dienft en Eerften Gezwooren 
Land-meeter Otto Frans Nicolaas 
Marge mee ernit voord^ezet, en op dm 
27* Mai 1773 voltooid. Tot hetzelve met 
de daar toe verdichte voorwerken en 
tuffchen gekomen tegenheden door ver- 
fcheidch hooge vloeden veroorzaakt, is 
eene aamnerkelyke fom van oaurend één 
honderd veertig duizend Rds. bekofti^dó 
wnar van een gedeelte opgebra.^r is door 
de Eigenaaren der Perceelen, Erven, en 
Landen, welke in het Wefterveld van de- 
de Stad liggen, die vyf proc to van de in- 
koops waarde hunner vafte goederen daar 
voor hebben gegeeveri, terwyl vervolgends 
een Tol op de vaarten door de Sluis , en 
paffagien op de over dezelve liggende 
Brug, benevens die van Piefing* digc by 
den Poft Ankte gelegd zyn, en wyders 
nog eene belatling by verkoop der vafte 
goederen, telkens van i\ proe t) onder da 
benoeming van Regten voor het Land, als 
mede \ proc to van de per Vendutie ver- 
kogc wordende losze goederen, welke be- 
ladingen tegenwoordig alle nog (land hou- 
den s doch met die onderfchcid, dac, daar 
dezelve bevoorens alle gediend hebben, 
om de Kas van het Collegie van Heemraa- 

F 2 den, 



C*4) 

den , die door de aan gemelde Sluis gemaafc* 
te koften in fchulden geraakt was, teher« 
ftellen, thands een gedeelte van die ten 
\oordeele van de Kas der Stad, of die der 
£ chepenen is overgegaan. 

Kuim een quart uur gaans bezuiden de 
Sluis, op omcrend vyf uuren van de Stad, 
P t eene fraaie Veld-fehans aan de Rivier 
7fiëdame, waar over een Capitain of ook 
Wt.1 een Lieutenant Mihcair Comman- 
canr is. 

Een weinig van de Schans af is de woo- 
rin? van den Aria van Tangerang, zynde 
e^ n laag Huis van planken mee pannen 
gedekt; gemelde Aria voert het gebied 
over alle de Compagnies Landen die tan 
weerzyden der Rivier Tfieianie liggen, en 
te zatnen ver boven de twee duizend 
Huisgeztnnen bevatten. 

Nevens de aan het huis van den Aria 
van langer ang gehoorende Negerei, of 
bewoord vlek, is de grootfle Markplaars f 
welke *er in de Ommelanden van deze 
£bofdftad gevonden wordt: op dezelve 
ftaan omtrend honderd en vyftig Huizen 
aBedoor Chineezen bewoond, die in twee 
breede ftraaten afgedeeld, aan elkander 
gebouwd zyn, van hout en bamboezen, 
en met bladen van poelpalmen gedekt, 
*$ Maandags komen 'er eene menigte van 

groo- 



groote vaartuigen, die twee en een* halven 
Laft houden, van de Stad, met koopman- 
schappen belaaden, beftaande voor het 
grootfte gedeelte in lynwaaten, porce- 
lein, tabak, gengber, en twre vaartuigen 
met firie- bladen ; terwyl 'er van de Land- 
zyde ten zelven dage een groot getal Buf- 
vels- karren, zelfs van het Land- goed Bui* 
tenzorgy Sampea en andere Boven- landen 
afkomen, dieikzoms tot x 20 (tuks geteld 
heb met ryft, vrugten, en pluimvee belaa. 
den; gelyk ook tegen den avond verfchei- 
den vlotten van Bamboezen aankomen met 
hout, ryft, piefang, pluimvee en veeler. 
lei Aard. Veld- en Boom- vrugten. Den vol- 
gende dag, zynde Dingsdag, is 'er markt, 
wanneer 'er eene groore menigte van Men* 
fchen van de daar omliggende Zuiker- mo- 
lens, ChineefcheBoerereien,ea Javaanfche 
Negereien of Campongs toevloeit, en 
het markt vlek zodanig vervult, dat ze op 
elkander dringen. De eemgfte tyden dat 
men deze markt minder volkryk ziet, zyn 
die, wanneer de Chineezen en Javaanen 
hunne Tipars [ ryftvelden op hooge gron- 
den ] planten, en oogften; naamlyk de 
Maanden November, December, Maart 
en Aprih 

Men vindt op die Markt zelfs buiten de 
Markt- dagen alle gerieflykheden voor 

F 3 Chi- 



(26) 

CMneezen, en Javaanen; de Bewooners 
zyn alle Handelaars ; *er zyn eene menigte 
van Lynwatiers, Verwers, Porceltin- ver- 
koopers, en Kraamers, die allerlei fnuis- 
tereien, zo van Europafche als Irdiiche 
waaren verhandelen, Chinrefche Apothee- 
kers, en Doélers, Schilders, Gouöfmids, 
vericheide Yzerfmeeders , Slotenma-ikeis, 
Koperilagers , Baarafeheerers , Arak- en 
(«V^Vfm^verkoopërs, Varkens en Buf- 
vels fldgtereien, en alles, wat tot gerief 
van een volkiyk vlek, en omkreits ver- 
ejfcht wordt. Bezuiden en beooften dit 
Marktvlek woonen veele Inlanders, die zig 
met den koophandel erneeren, waar van 
de.meefte Vrouwen de Doeken fchilderen* 
welke onder hun Batik genoemd worden, 
tot hoofd «.doeken voor Mans, en fluiers 
voor de Vrouwen. 

Groote twee honderd fchreden van dit 
Marktvlek, op vyf en een quart uur gaans 
van de Stad begint myn Land Babakan, of 
Zorg en Wagt* waar op een fteenen Huis 
ftaat, dat 'ihy ter wooning dient, van waar 
ik het gezicht heb op de Markt, en de 
voor het zelve ftaande twee Ziiiker- mo- 
lens met hun Pakhuis, en den omfla? der 

Huis* 



w- 



( » ) Tjiuv) is eea zoort van, flappen drtk, <fcqj de 
£hlttec*cn drinken. ' 






(37) 

Huishouding van gemalde Mo'ens Daar 
r.ev/ens is hei Huis van den Di e^eu: djr. 
Planta.ie, en daar agter de Piantagie zeive: 
De Rivifi Tfuanie oipiijngt hec bellek rny- 
ner woomng» en Molens voor den groot 
gedeelte. 

Omtrend eere halve uur be?,uiden Baba- 
kan ligt een ander Lmi van my, genoemd 
Tjikokol, of Zorg en Hoop waar op ook 
twee Zinker- molens fiaaa* met een kkin 
fteenen Woonhuis. 

Weder eene halve uur gaans bezuiden 
hec zelve is een ander Land- goed m? toe- 
behoorende, Panoengangan of Stroom en 
fVeelzicht geheeten* voorzien met eene 
geringe wooning van hout en bamboezen ; 
eenige Chineelche Boerereien, be waterde 
Ryftvelden, en Clappus plantagien maa» 
ken de inkomften daar van uit. 

A?ter of beooften het ftuk Panoengangan 
ligt lang* de Weftzyde der Ankeezt Rivier, 
een groot Land- goed van de Heer Gors- 
TIAN Bonten, Oud- Baas van de Timmer- 
lieden op 's E: Compagnies Equipage- werf 
alhier, genoemd Gondrong % welk zeer 
veele bewaterde Ryftvelden heeft, en 
eenig Bofch, ook wat hoog Land , dat door 
Cbineezen bebouwd is, doch heeft geene 
wooning voor den Landheer. 

Aan de Zuidzyde van het ztelve, en aan 

F 4 hec 



C88), 

fet hier vooren genoemd^ (tuk Vanoengaph 
gotin grenfl; het Land ifatid Patnings of 
Mergzicbt van meergem: |u*Vrouw Ger- 
truida Cornelia de Lopes, Weduwe 
Boode, eenige Ciappus boomen* en eene 
kudde van twaalf honderd Runderen maa- 
ken de inkomften van dit Land uit; Een 
klein fteenen gebouw ilrtkt ten Buiten- 
verblyf der Eigenaresse. 

Nevens het zelve ligc aan de Zuidzyde 
langs de Uivier Anktz 'sÈ Compagnies 
Land Pondok Jagon, welk voor neide We- 
0uw Boode in huur hetft, tot wei voor 
haare genoemde Runderen. 

Vlak over 's E*. Compagnies Land Pon» 
dok Ja%otii liggen aan de Ooft-zyde van 
ëe\dnkecze Rivier weder drie myner Lan- 
den, nevens eikanderen, genoemd Pondok 
Serpet 9 Tjiliedêk* en Tagal Rotting* of in 
Jiet geheel Mamré\ dezelve zvn alle 
virvuld met Bofiehen, waar uit Brand-en 
Bouw*ftofven voor myne hier vooren 
geroetnde vier Zuiker- molens gehaald 
worden; terwyl zeer veele bewaterde 
Ry ft- velden, en Vrugt-boomen derzelver 
overige inkomflen uitmaaken ; op het mid- 
del (te van die Landen 7jilicdoek, ftaat een 
ileentn Huis aan de Rivier Ankee op agt 
uuren afftands van de Stad. 

Veider opv* aards vindt men geene 



fteene Gebouwen meer Tang* de Rivter 
yankee f gelyk mede niet langs de Rivier 
Jjiedanie, of Tangerang 9 doch omtrend 
ctne uur ooven het hier vooren befchree- 
ven Land van de Weduw Boodk ftaarji 
twee Zuiker^moUns op 's E: Compagnies 
Land Lttèkong , behoorende eendier Molens 
aan Mejutvr uw Schulp, en de ander 
aan eene Chrtietfche Weduw Ong ïngsay. 
Verder opwaards Hggen nog elf Compagnies 
Landen, die on Ier het bellier van dea 
Aria van Tan^rang (taan, genoemd Baba* 
kan , Kaïo tahan , öriabenla , Jampang, Je- 
hir% Lourtpan, JafHpèng Ocduk t tn Fe#~ 
jabrangan* 

Aan oe Weftzyde der Rivier TTiedanie* 
liggen de Landen , die de Compagnie, on- 
der de Regeering van Wylen Zyne Excel- 
lentie van Imhcff, van den Koning van 
Bantam verkieegen heeft, ter diepte van 
Zes honderd roeden; dezelve ftaan mede 
pnder het gebied van meermeiden Aria 
van Tan^erangj van het gebergte af tot 
de hier voeren gewaagde Sluis van Tang*» 
tcng\ van waar de overige Landen langs 
de Weftzyde der Tangeranfcbe Rivier aan 
particuliere Eigenaaren behooren. De 
ganfche ftreek, welke nog aan de Com- 
pagnie verblyft, is vervuld met wel be- 
plante Dorpen» die alle meelt aan de ver* 

F 5 maak;- 



Cs©) 

snaaklyke langer angfcbe Rivier liggen ; ter. 
wyl deszelis binnenfte gedeelte met Chi- 
Beefche Boerereien bezet is, waar onder 
zulke zyn, die met tagtig en honderd Boe^ 
ren-knegts werken. Dit bebouwd oord Ie* 
vert de forlykfte Land- Berg. en Veld ge- 
viel ten uit, en zulks inzonderheid van den 
fieenen Heuvel, by de Chineezen en Inlanders 
Caenoeng Batoe^o) genoemd, wegens de me- 
nigte van giuoie witte kalktteenen die 'er 
op li/g n; van dezen Heuvel overziet mei* 
de-ganfche beplante vlakte met alle de 
dair omftreeks liggende Dorpen en Chü 
neefche Boerereien benevens het Weftlyk 
voowebergte met den geheelen fchakel 
der Kendanze Bergen. 

Alle ciie verfchi ! lende voorwerpen ver- 
toonen door de verfchillende ligging der 
Gronden en verfcheidenheid der gewaszen 
het fchoonfi: fchakeerzel, inzonderheid 
van de Maand November toe Maart en 
April, wanneer alle de velden beplant 
zyn; de meefle hooge en bultige roode 
gronden zyn als dan bezet met de Catjang 

Ta. 
i 1 1 ■ i ■ 1 1 i ■■ 'i i — i ■ ■ 

(o) Geemeng betekent een* Borg-, de Inlanders ca 
Chineezen roemen de Heuvels ook Gotnoeng, en on- 
derfch. j iden dezelve trtlèenr van de Bergen door de by- 
•voeging van het woord 'J&tjiel klem P oï renda laag. Ban 
He betekent jteen* 



Tana fp) die als zo veele donkergroene 
Tapyten met goud-geele bloemen bezaaid 
op een' rooden vloer uirgepreid liggen, 
Andere uitgeflrekte bellekken rood^ gron- 
den zyn voigefchaart met de zo fierlyk 
kroondraagende roode, geeb en grot-na 
Ananaszen, en weder andere m t de goud- 
geel airende Padie; terwyl de hellende vlak-? 
tens en dalen ter gelykertyd mede met Ryft 
tn ve.icheiden zoorten van gewas/en gelylc 
de jagon (^)Jalil (r) Ritjes, Komkom- 
mers, loode en witte Pompoen 2n Patat- 
teï$ 9 Tiempoe!, en nog veele andere, wel- 
ker naamen my nu niet te binnen fchietan, 
beplant en vervuld zym Daarboven zo 
worden de Moeraszen en Poelen zelve 
niet onbebouwd of ledig geiaatetu maar 
bezet niet de Padie genja {s) en de roode 

en 



(p^ Dit gewas is door den Heer Hcoyman in het II Deel 

de- Verhandelingen van' dit Genootkhap Bladz, 185 be- 
ichieeven* 

(5) Turkfche Tarw. 

(rï Fen £§was oir trend gely?* a?r* de TVkfche Tam'-; 
dan het draagt zyir V rugten in airea, en hetft een gra n; 
dat zeer naby ce Cort komt, en ii van deLze.fden in aak* 

($) Padie genja is een ryft» gewas, dat in hewatcde g on- 
den geplant woiut, en in vitr nuancen kan ^eoo^iw war- 



(9x) 

en witte Padie jeree (;) zo dat deze ge- 
heelc itreek, toe aan het Grendengze («) 
toe, eene pragti^e vertooning geeft van 
de weelde en rykdom der Natuur onder 
de handen dernyvere arbeiders. 

Aller by zonder ft wordt dit gexicht ver- 
heeven, wanneer met het zelve van den 
Berg Manara befchouwc, wanneer het 
door de giooter ruimte met meer andere 
veffchillende voorwerpen vereenigd* de 
vertooning zo veel te bekooriyker maakt. 

De Berg Menara is de Noordlykfte der 
faooge voorgebergtens in het weften, en 
Hgt naar myne giszmg op omtrènd 17 a 18 
imren gaans van Batavia ; de Toppen dezer 
voorgebergtens ? die de Inlanders Goenoeng 
Setkboe dat is de Duizend Bergen noemen, 
zyn de de grensfeheiding tuflehen Jacca- 
tra en Bantam. De byzonderheid van 

den 

>> iM' ij mm i^i iiiiatiii^naiiiini imi MMnM«n«n««^wn 

(*) Padh jtrn een ryft- gewas, dat van China ovefge* 
Iragt is, ©ndcrichciden van de Padit jent, die wy hiet 
hebben , waar van ik nader de beichryving zal geeven; 
ttoch deie Padit jtree, waar van ik na ipreek , is een gewas, 
«fet meert in poekn geplant wordt, en weinig arbeid en toe- 
dicht roodig heeft, welkers graan >klein is, ea ecnen gro» 
¥en en droegen fmaak heett. 

(#0 Grtndeng wor^t de geheele ftreek genoemd, die de 
B. Comp^ne van den Konng van Bantam beweften de 
Tangerangkhe Rivict verkreegen heeft, doch aller byxon* 
derft betekent het een groot Dorp, welk tegen ovfcr de 
Veldichans Zanger afig tgt, in Welken laatftcn xia kef la«f 
^coïkömu 



( 93 ) 

den Berg Manara beftait vx twee Rotte» , 
die een zoort van verwulfde vertrekken 
maaken, en een' hoogen uitftek van rot* 
aan de Ooftzyde des uiterften Tops: de 
eerfle Rots ftaat op 670 fchrcden boven 
den voet des Bergs f en heeft in 1750 tot 
ecne voorwagt gediend van eene groote 
Bende Inlandfche Scroopers die eenen Kes 
Tappa zynde een' gemeenen Javaanfchen 
bedrieger, die zig voor eenen Heiligen 
uitgaf, aan hua hoofd hadden. 

Deze voorwagt beftaat uit een* gladden 
vloer van rots en digt verwulfzel in drt3 
onderfcheiden vertrekken, waar in men 
van het een tot het ander gaat, hebbende 
ten wellen eenen ingang van drie voeten 
breed; het laatfte vertrek is 17 voeten 
breed, en 11 voeten hoog, met een fraai 
uitzicht door eene naauwe opening na het 
zuiden. De tweede Rots itaat x2o fchre- 
den boven de eerfle , heeft mede een' glad- 
den vloer en ondoordringbaar verwulfzel, 
is ay voeten diep en 1 1 voeten breed mee 
eene ruime hoogte, zynde de ingang, op 
eene kleine opening na, die een' inenfeh 
kan doorlaaten, geheel als betralied met 
de zwaare wortels van eenen bezyden het 
verwulfzel ouden en hoog opgefchooten 

Ca* 



C94> 

tJaret-boora fv) Deze tweede Roti fhst 
meer verborgen dan de eerfte, en is door 
gemelden Aanvoerer der Roof- bende met 
zyne Huis. genooten zei ven betrokken. Van 
cuar heeft men nog tagtïg fehreden te be- 
klimmen, eer men aan de uiterfté Rots 
komt, die als een tnovt van eene Borlt- 
weering op den Ooftlyken rand van den 
Top des Bergs ftaat, van waar men de 
leeds befchreeven voorwerpen, en de ^e- 
heele ruimte der Omme- landen met d$ 
Stad Batavia* de Reede en Eilanden zelve 
met het bloot oog kan aanfctiouwen ; een 
verrekyker van Dolland, dien ik mede 
genomen had, heeft my alles zeer onder- 
icheidenlyk doen zien. Aan den voet van 
de/en Berg bepaalen de Rivieren Ijiepie- 
toang en Tjiehadas eene zeer uitgeitrekce 
bewaterde zaauwa; (ze>) beooften dezel- 
ve ligt een welbeboomde ea bevolkte 
Campang, Panaorigan geheeten* waar 
voor een ruim veld van Cujang Tan* is. 
Omtrend drie honderd roeden van dezen 

Berg 

■ i» >■ i ■ « i k ■ i —————— i i . !■— — ■ i ■ ■ ii n i m 

(v) De Cant-boom is &: boom, die de Flaft-efre gom 
geeft, en hier in menigte op de ftergen gevonden wordt; de 
Inlanders gebruiken die gom tot een zoort van flambo vr:n B 
w;iar mede ze in de ho!en der rotzen gaan om de Vogel- 
n^ftjes te haaien. 

(w) Zaauwa zyn Ryfl> velden , daar het yater op gedrea* 
ven wordt. 



Berg flaat in het Ooften een Berg op zig 
zelven, van eene kegelvormige gedaante, 
die omtrend 130 voeten hoog is V T erder 
Ooft en Noord- Ooftwaards verdeelen ds 
met geboomtens en luigtens bewaszen 
oevers der Rivieren TjiJoempaw , Tfitd&*> 
rite, Ijitlatrang, Ankee en eene menigte 
van andere lpi uiten de velden in verichii» 
lende vakken; tervvyl alle de voorgeberg- 
tens, die meed bebouwd en beplant zyn, 
met den Salak en Megemandm^ ten zuiden 
en Zuid-Oofbn, het gezicht bekoorlyk 
inneeraen. 

Dezen Berg met het ganfch difttikt, dat 
nog aan de Compagnie behoort» welk zig 
tot aan de Grendtng uit (trekt, zynde de 
hier vooren opgenoemde Campong, die 
tegen over de veidfchans van Tangerang 
ligt, verlaatende, vindt men de Landen 
die de Kd: Compagnie aan Particulieren 
verkogt beeft, en aan de Weft-zyde der 
Tar/gerangfche Rivier liggen. 

Het eerde derzelve ligt naad de Gren- 
deng tegen over de Sluis van Tangerang , en 
wordt Sabie of Vredenburg genoemd, 
thands een Eigendom van den Heer Johan- 
nes Greeving; op het zelve ftaat een zeer 
goed fteenen Land- huis met een' ruimen 
Tuin voorzien; dit Land heeft ook het 
voorregt van eene Steen- Potten- en Pan- 
nen- 



(PO 

nen*Bakkerei, alles door wylen den rus* 
tende Predikant der Pormgeeiche Gemeen- 
te Wasmüth aangelegd. Naa de dood van 
den Heer Wasmuth in bet Jaar 17^4 is 
dat Land per vendutie verkogt met het 
privilegie van eene Paffer of Landmarkt; 
en door den in 1789 gerepatrieèrden Heer 
Hendrik Nicolaas La Cle gekogt, d*e 
ook de Paffer aldaar aangelegd heeft, heb- 
bende zeer veele koften befteed tot het 
bouwen van een fteenen Pagters huis, be- 
nevens omtrend honderd vyftig kleine 
huizen, voor de Bewooners, en de lootzen 
tot Kraamtjes; welke gebouwen alle re- 
gelmaatig afgedeeld (laan, en de meefte 
met pannen gedekt zyn ; de fteenen Trap 
voor de Markt is een zeer koflbaar fluk. 

Dit Land heeft behalven de voordeelen 
der Plantagie, der Markt, en Steen- bak- 
kerei, ook een aantal van boven de veer* 
tien honderd Runderen. 

Benoorden het zelve ligt het Land Ka- 
dêutng Wefi* hier vooren reeds genoemd, 
van Lim Soensia, Weduw van den Chi- 
nees Tan Teinko; op het zelve lban vier 
Zuiker- molens, te weeten twee op Kadaw* 
ong Weft % en twee andere verder benerien- 
waards % vlak tegen over het Huis van Sa- 
tapet jang; de wooningen der Potias^ of 
Pireéleurs van de plantagidi, zyn vait 

hout, 



(.97 T 

taut, en bamboezen, naarde Chineeffché 
Bouw- orde. 

Beneden gemelde Land, ligt het Land 
Pacajangan , of Daalvliet van de hier voo- 
ren meermaalen gonoemde Wedüw Boode; 
cp het zelve {laat een vervallen Zuiker- 
molen, en ook een oud fleenen Huis, 
welk benevens den Tuin nog eenigzins het 
kenmerk draagt van eenen koftbaaren 
aanleg. 

Verder na beneden ligt het Land van 
den Chinees Tan Soènko , welk agter om 
de Fortres de Kwal tot aan Zee (trekt, zyn- 
de de eerde Weftlyke uithoek van de Ba- 
taviafche Rëede, Op gemeld Land ftaan 
vier Zuiker- molens , naamlyk twee op 
Pancallangi en de twee andere op TagaU 
langus; by de Molens van Tagdllangus is 
een zeer goed en ruim fleenen Landhuis, 
naar den fmaak der Europeezen gebouwd , 
benevens een' Tuin om het zelve, beide 
zeer zinlyk bewoond, en wel onderhou- 
den. Behalven deze vier Zuiker- molens, 
hunne Plantagie, en Bofch, heeft dit Land 
ook eene groote Oefteibank, waar van dé 
markt van de Stad daaglyks voorzien 
wordt. 

Het Fortresjé de '-Kwal ftaat op een 
klein plekje gronds aan de Weftzyde der 
Rivier Tangerang dipt by de uitmonding; 

G het 



C 98 ) 

het Land om het zelve liggende, tot aan 
Zee* raakt meeft by vloed onder water, 
en is niet anders dan eene moeraszige 
ftreek. 

Tot dus ver de voornaamfte Land- goe- 
deren in het Jaccatraschs Ryk opge- 
noemd hebbende zal ik eikel nog eenige 
door my bezogte flreeken op de Weftlyke 
Grenzen van hetzelve in het Ryk van 
Bantam opgeeven. 

Onmiddelyk agter of beweflen het Land- 
goed Tangallangus van den Chinees Tan 
Soenko, liggen langs een fchooa Zand. 
ftrand aan Zee , de volgende plaatzen: 

Cfamatj waar op drie Zuiker- molens 
ftaan , en alle nog in werking zyn , is een 
buitengemeen fterk bevolkte plaats, die 
ryk in Vrugt-boomen is; 'er ftaan verfchei* 
den kleine fteenen huizen, welke den Be- 
wooners toebehooren; het grootfte aantal 
der opgezeetenen zyn Parnakans* of hier 
geboren Chineefche kinderen , £\e mearen- 
deels zig erneeren met het nouden van 
Teko, voor de Zuiker- molenW (x) De 

Ban- 



(*> Teko honden voor ten Zuiker molen, ze^t, een planter 
van Zinker- net te zyn voor eigen rekening, terwyl hetze've 
door den Molenaar op de helft der daar uit komende Zuiker 
argeirnalen wordt, behoeden -ie de Molenaar daar boven ook 
het Svroop voor zig, en nog twee potten Zuiker van de 
kouder d, die de Teko- Boer kry^t, 



C 99 ) 

BaKtamfche Javaanen, die daar woonen, 
zyn meed vifTchers; ter dezer plaacs worde 
TrêJJie (y) gemaakt, 

Oïiurend eene uur gaans beweflen Cra~ 
mat ftaan twee Zuiker- molens op Carang 
Ceram, mede aan (trand. Op eenen geiy- 
ken af f] and verder beweften langs hec 
flrand vindt men nog een gering overblyf- 
zel van drie geflegte Zuiker- molens te 
Tanjong Kait. Een klein aantal arme Chi- 
neezen planten aldaar de belle zoorten van 
Water- limoenen. 'Er is ook een Chinee- 
fche Tempel, die naar de afgeleegenheid 
van ftand r*og al aanzienlyk is 9 en wel on- 
derhouden wordt; de Chineezen offeren 
aldaar jaarlyks tegen het Jaatft van Novem- 
ber of het begin van December; het getal 
der offeraaren beloopt op dien tyd tot ver 
©ver de honderd perfoonen. 

G a Ca- 



(y) Traffïe wordt van k'eine Garnaakjes gemaakt, welke 
met zoit befprengd, gedroogd, en fyn geftampc zynde. in 
groote or'kle'.ne ronde koeken , gelyk de bdamn.cr of fcheeps 
kaazen , gevormd worden; waar naa dezelve weder in de 
zon worden gelegd, en telkens met zout water befprengi, tot 
dat de korit h«.rd is, wanneer ze op ce markten verkogt wor- 
den; de Inl:nders gebruiVenze lïerk tot 1 et maaken van een© 
voor hun aangenaame Saus in alle hunne fpyzen; het vc tier 
van dat goed is alhier zeer groot ; het worct ook by de Zui- 
"ker- molens Camal aan Zeeft-aniom de welt van "Batavia , 
en aan de Maronde , en Becafpe om de Ooft gemaakt, de 
Inlanders hebben doorgaands aan £at goed alleen met wat 
risjes genoegzaam e toefpys, 



Catapang mede aan ftrand, ligt verre 
boven het uur beweflen Tanjong Kait; ik 
vond 'er nog eenlge ftaaken , die tot fluc- 
ten voor twee Zuiker- molens aldaar ge- 
diend hebben 5 hier ftaat mede een Chi- 
n^efche Tempel, van geringer aanzien, en 
minder geacht als de voorige. 

Het ftrand alhier maakt eene zeer groo- 
te inbogt, welker oever modderig is; de- 
zelve worde zeer fterk door viiïciers be«? 
zogt ; ik heb *er by tyden tot over de zes- 
tig kleine, en groote viffehers Zeil- vaar- 
tuigen gezien; deze plaats is thands eene 
der vifchrykfte, waar toe ook nacuurlyk 
gefchikt is; 'er zyn eene menigte van zeer 
grqote, en uitgeftrekte Vifjh-vyvers, waar 
in de Ikan Bantam, en Kaalkoppen fterk 
voordteelen; en van waar de kweek- zaa- 
den derzelve na de Vifch-vyvers, die 
langs de Bataviafche ftranien liggen, ver- 
voerd worden; buiten dien vallen 'er ook 
veele andere zoorten van V T ifch , Garnaalen, 
en vericheiden Schelpvifch ; de Vifchmaakc 
dezer Scnd, benevens de Land- markten 
vanTangerangy en Vredenhurg worden van 
hier met de meefte gezouten , en gedroog- 
de vifc'i voorzien; deze wordt na de laaft- 
genoemde plaats gedraagen , of per as ver- 
voerd , en gaat na de Stad met Vaartuigen 
over 2*ee\ ook wordt 'er dikwyls verfche 

Zee- 



Zee-vifch van hier na de genoemde Land- 
markten gebragt* 

Wyders is hec Zuidlyke gedeelte agter 
gemelde werkende en gefloopte Zuiker- 
molens, tot op de hoogte van Tangerang , 
thands geheel woeft, en meed met biezen 
bezet, waar tuffchen eenige 'Gebang»(wil- 
de palm-; boomen ftaan; de doelen bam- 
boezen , die 'er nog zyn , en tot brandftof 
voor gemelde en andere Zuiker- molens 
dienen, zyn zeer gering in getal, en niet 
toereikende, zo dat die artikel verfcheiden 
molens binnen kort zal begeeven; hoe jam- 
mer is het, dat de verwoeftende hand , eene 
ftreek van omtrend vier en eene halve uur 
Qz) gaans lengte, die ik in 't jiar 175Q we-% 
gens het mt-nigvuldig Hout- gewas en Bam- 
boezen byna ondoorkomlyk heb gevon- 
den, zodari' bedorven heeft, dat daar door 
een gedeelte van de Hoofd- zenuw van Ba- 
iavias welvaart thands verloren gaat! want 
by aldien de Belanghebbers die ftreek enkel 
gehouden ,en bewaard hadden tot gebruik 
der Zuiker molens, en het gaga Qa) maa- 
ken in dezelve belet hadden , zo zou dat 

G 3 Bofch 



( z ) Een uur gaans is hier doorgaands op iaoo Rhy&l 
roe en betekend. 

(a) Gaga maaktn is Boffrhen omhakken, de wortels 'er 
van uit roeien ., en padie daax in planten. 



!Bofch voor alle de vermelde mofens, en 
die, welke 'er thands gebruik vanruaaken, 
genoegzaam op den duur beltand zyn; ver- 
mits 'er buiten die (treek andere genoeg 
waren, welke voor de Zuiker- molens niet 
dienftig zyn, die tot Padie- landen hadden 
kunnen, aanlegd worden, en op den duur 
kunnen -dienen , waartoe deze (treek niet 
gefchikt, noch genoegzaam bevolkt is. In 
gemelde wildernis liggen eenige kleine Ge- 
hugten* elk bezet van vier of vyf (tulpen, 
welker Bewooners een weinig padie plan- 
ten , en Bufvels kweeken , zynoe die Buf- 
vels van een grooter zoort, dan de Jacca- 
trasche, en nogtands minder getrokken» 
wegens hunne zwakheid tot het zwaar werk 
van den Land- bouw, of in de fabrieken 
van Ryft, Olie of Zuiker, Welke zwakke 
gefteldheid voordkomt van het wateragtig 
gras der weide aldaar. 

Verder Zuidwaards van de hoogte van 
Tangerang tot omtrend her Kendangze ge* 
bergte, en Weftwaards, tot over de fpruic 
Mentjerrie> zyn de Boflchen geheel weg- 
gekapt, endoor Chineezen bebouwd. 

In die (treek liggen groote Campongs, 
waar onder Par rong panjang, wegens de 
volkrykheid, en den handel der Javaan- 
fche zuiker aanmerkelyk is. 
v By Parrmg panjang (taan eene menigte 

van 



C 103 ) 

van Zempoer- boomen, zynde een boom f 
die om trend cot vyftig voeten hoogte op- 
fchiet, met een' kleinen kruin, hebbende 
een' donker bruinen, en niet zeer ruwen 
balt, dikite, groote, ovaale, en donker 
groene bladen , byna aan die van den Gi- 
tapang, ofhoedboom gelyk, welke bladen 
zeer ftroef zyn; het hout beftaat uit laa- 
gen op elkander, die jong zynde van een 
kunnen gefcheiden worden , en oud zynde 
verfteent het geheel en al , wanneer het op 
laage landen (laat, die dikwyls overftroomd 
worden. 

Dit zoort van boomen heb ik in de Bo- 
ven -landen allerwegen gevonden; het 
groeit ook op hooge roode gronden, doch 
gaat daar niet tot verfleening over. 

De verfleening waar toe die Boomen 
overgaan, gefchiek traps gewyze, en 
neemt eerft aan her onderfte gedeelte der 
ftam, dat boven den grond is, haar begin, 
waar door de affcheiding derzelve van de 
wortels volgt, wanneer de boom uitfterft, 
omvalt, en geheel verfteent, naar maate 
het Land zelve min of meer overftroomd 
wordt. 

De verfleening gefchiedt door eenen we- ■ 
^enlyken overgang of verandering van het 
hout tot fleert , en niet door uitrotting van 
het hout, en aanvulling der ledige plaat- 

G 4 zen, 



( I0 4 ) 

sen, met de (tof ven, daar het Watei^ 
wtlke het bedekte, mede bezet is. Deze 
fteen in buiten gemeen zwaar , en zo hard, 
dat men met ftaal 'er vuur uit kan ftaan. 

De Inknders gebruiken de afch van de- 
zen Boom tot het maaken van fornuizen; 
zy mengenze met verrot ftroo, en de (lam* 
men der Pifang Batoe, benevens eenige 
flymerige planten , welke Compofitie tegen 
het hevigft vuur beftand is. 

Tuflchen het Kendangze gebergte ligt een 
buitengemeen ft aai Dorp, genoemd Ja- 
fienga> alwaar een Tommongong (b) Re- 
gent is; deszelfs volkrykheid, de regel- 
maatigheid der huizen, alle met haaré 
Lombongs langs eene breede Rivier ge- 
noemd Tjimauaf of ook Tjikamki gefchaard, 
benevens eene menigte van uitgeftrekre 
Zauwa- velden , die aan de voeten en in 
de af hellingen der bergen liggen, maakt 
het zelve zeer bekoorlyk. 

Behalven dit Dorp heb ik alhier geene 
gezien , die zo regelmaatig aangelegd zyn. 

In het gemeen beflaan de Dorpen of Cam- 
pongs der Javaanen een zeer groot beftek, 
vermits elk Huis met de byhuizingen van 

Ba. 



(f) Eenhooge Adel oftder de Inlander*. 



( tos ) 

JSaïe-balé, (e) Lombong, (i) Loots om iè 
padie te (lampen, (e) Bufvel-kraal, en 
Veehok afzonderlyk van den anderen liaan i 
en rond om dezelve eene menigte van 
vrugtbocmen, en Bamboezen, zo dat etn 
Dorp van twaalf of vyftien Huizen , gdyk 
dezelve gemeenlyk zyn, een groot Boich, 
▼an verre vertoont. De Campopgs of 
Dorpen zyn meerendeels langs Rivieren en 
fpruiten geplaatft. Zelden vint men alhier 
Campongs vah dertig of veertig Himge/in- 
ren, maar verfcheiden, die minder d*tt 
twaalf, of vyftitn Huizen bevat n^ 

Zy, die nooit alhier geweèft zyn, zul- 
kn miffchien verwonderd (laan over het 
groot getal runderen die in deze Befciry- 
ving rp de Land- goederen voorkomen; 
aan dezelve oordeel ik my verpligt ter ken- 
nis voor te draagen, dat die Beeften alhier 
voordtgekweekt zyn uit dein vroeger jaaren 
van tyd tot tyd , uit Suratte* en Bengalen 
aangebragte Koeën, en Stieren, waar tus- 

G 5 fchen 

m ■ — i ii ■ i ■ ■ ■ ■» 

(c^ Bsli-bali is een zitplaats der Javaancn, die te op een* 
afftand van omtrend twaalf of agtien voeten vlak voor hunne 
kuizen hebben» 

(d) LtmUng is erne plaats, daar de Javaanen hunn? padie 
•f de nog in de boMer en aan de halmen lynde ryft bergen. ' 

(•^ He Javaanen dorfchen hunne ryft niet» maar ftamren 
die n lange houte klokken uit de bolitcr , en de (Jaiaeezc» 
jtaralcu dezelve* 



fchen ook Javafehe Koeën zyn geftooken* 
uit welke mengeling, van groote SurQtJcbe, 
met kleine Rengaafche* en hooge doch 
ranke [avafcne Beeften een verbaiterd 
zoort is voordgekomen, dat met weinige 
of tyna zonder eenige zorg voor hunne 
weide wordt gehouden; daar men omtrend 
dezelve niets anders doet, dan ze aan het 
op/Acht van eenige Siaaven te vertrpuvven, 
wanneer men over een' troep van vier of 
vyf honderd Beeften flegtsdrie of vierSlaa- 
yen itelt, welker natuurlyke zucht tot ge- 
mak, en werkeloosheid, hen onveriehülig 
in* -4 kt om hunne zorg en hoede tot verande- 
ring van wei, en het dryven der kudden 
aan het water, in het werk te (tellen, waar 
dan ook de fchiaalneid der veronaehzaam- 
de weide bykomende, die Beeften in het 
gemeen, klein, ranken mag^r vallen, en 
doorgaands elk tot tien Ris: of vier en 
twintig Guldens Hollandibh verkopt wor- 
den. De Koeën geeven hier geene melk, 
ten zy men alvoortns de Kalven 'er by 
brengt, en dia eerft een weinig laat zui- 
gen, als wanneer men dagelyks maar ééne 
bot cel of een e halve kan melk van een koe, 
door elkander gereken j, kan bek^mne;. 
trTwyl men van omtrend zes kannen melk 
gen pénd Bot?r karnt. 

JJe kortheid des tyds, en gebrek aan ge~ 

noeg- 



(i° 7 ) 

roegzaame Kaarten van de Omme- en Bo- 
ven- Landen, heeft my buiten (laat gefteld 
cm de grootte van ieder Land- goed by 
vierkante Morgens in deie Beichryving 
op te-geeven; zo ik in het vervolg eenige 
my nog mankeerende Kaarten kan beko- 
men, zal ik dezelve als eene Bydrage tot het 
eerfte gedeelte dezer Befchryving in een 
volgende Deel der verhandelingen van dit 
Geïiootichap gemeen maaken. En vermits 
de tyd tot het afdrukken van dit zesde 
Deel op handen is, zo vinde ik my ver* 
plipt om de volgende ft ukken dezer Be- 
fchryving, naamlyk de bebouwing der 
Gronden, de levens- wyze en oefveningen 
der Opgezeetenen van de Boven- landen, 
mitsgaders de Fabrieken en Handel in de- 
zelve al mede tot het volgende Deel uit te 
(lellen. 



REDENEERINGEN 

O V.EPv NU TTIGE 

MUZ1KAALE 

ONDERWERPEN 

Tot onderzoek van Kenners, tot 

VERLUSTIGING VAN GeO£FFEKD£, EN 
TOT ONDERRICHTING VAN WEET- 
GIERIGE Muziek - lief H eb- 
be r s. 

OPGESTELD 

DOOR 
JOHJNKES FRJNCiSCUS CRATI^X 



Pag. i 




FOORREEDEN. 

Slet is bekend dat Italïèn, Vrankryk efl 
Duitsland f ronken met ver/cheide /raaie 
ontwerpen over de Muziek >, en dat by ons 
in Nederland ook Muziekaale ge/c h f 't/ten 
gezonden worden * maar dat hei ons tot 
ncch toe manquecrt aan een grondig uit- 
voerig en bruykbaar Muziekaal Sisthema* 
en in 't gemeen , aan zoodanige theoretï- 
/che werken , die het weezentlyke klaar 
open leggen 9 die van duiftere zaaken en 
kunstwoorden bondige be/chryvingen zee- 
ven , die niets zonder bewys voordraagen , 
die niet flechts regelen vcorfrhry ven , maai? 
felfs haar e bronaders ontdekken^ die wer- 
kingen uit haafe oorzaaken verklaaren 5 
die ) volgens de order der natuur , het 
navolgend? uit het voorgaande afleiden , 
en^ verre van alles dat na,ar verwaand- 
heid ge ly kt daar en tegen in een vfoeijende 
/chryfwyze^ tot verlichting des leezers, 
niets ter neerjlellen dan het geene wat 
naar deugd- He/de en waarheid /maakt. — 

* Men 



* V RREEDEN, 

Men zegt niet ten onrecht, dat de bóe~ 
keryen gemeenlyk meer Muziekaale Ge- 
schriften bevatten, dan menig geleerd be- 
zitter zich wel verbeeld; want de meefle 
vermaarde Wysgeeren van den ouden tyd 
Ipebben iets over de Muziek ge/chrerven; 
het niguw en vollrdigfie Muziekaal woor- 
denboek , in het Jaa>* 1732. door eenen 
Wdther te Weymar uitgegeeven , wyst 
ons een getal v'in 3000 Muziekaale Au- 
teurs aan, va<t allerhande zoort ; doch ge- 
na omen iemand had alle die werken bymal- 
kander, en 's Menfchèh leven waar e toe* 
reikende tot het leezen 9 onderzoeken en 
fchiften van zulk een menigte tegenftrydi- 
ge gevoelens » ieder gefchrift het welk 
den titel De Mufica voert , koomt op ver 
re na, niet tot aan de Muziekaale com- 
fojitie , als het voo^naamjie prakt ikaale 
gedeelte, maar de meejle verhandelen flechts 
Zommige 9 op een wiskunftigen leest ge- 
fchoeide^ voorleeringen •> eenige eigenfehap* 
J?en der Muziekaal; toonen b treffende, eti 
het is ook maar al te wel bekend, dat men 
nopens den oov Pt>t ong > voortplanting en 
is/erking der Muziek zd'S by de geleerd/Ie 
Griekfche en Latynfche Muziek- fchry- 
versy hoe deftig hunne Poogng, om ande- 
ren te verlichten ook gewiest is-, een bon- 
dig onderricht te vergeefs zoekt. — 



Voorreeder 3 

TLedett de Natuurkunde •> na de uitvin- 
"j va/i de Lucht -pomp , in een ongelyk 
fraaier gedaante, ijerfche en . ireeg en de ge.- 
leefden de bande?: zoo vol werk y dat zy om 
de Muziek weinig dachten \ en het nader 
onderzoek daar omtrent aan de Muziekan- 
ten van pro fes fie overlieten; terwyl deeze^ 
van het fpoor hunner voorgangers , die zicb 
op treffehke wettenfehappen necrftigplach- 
ten toe te leggen , by trappen verder be- 
gonnen aft ewy ken: hoe wel men > volgens 
billykheid , ook niet kan ontkennen 9 dat 
'er tot een wydloopige fïudie meer tydover- 
fchoot , toen de Muziek - kunst noch als 
in de wieg lag. — Zy bereikte vervolgens , 
als een kind van weelde 9 van tyd tut tyd 
ryhlyker gekceflerd en prachtiger uitge- 
dost , haar e manntlyke Jaar en; doch de op* 
voeding was juist de befchdaffte niet; de 
komponisten verborgen zich achter wolken 
van noot en - tuigen , en gaven wel geftadig 
meer gelegenheid tot nadenken aan de hand 9 
maar zy beriepen zich op de geleerden 5 
zelfs in zaaken- omtrent d welke ze waar- 
lyk met onkundig behoor dt n te weezen. — 
De eene fchoof de Theorie de andere op den 
hals; de IVysgecren verlieten de Muziek , 
en de Muzitkanten de IVys^eerte . geerwon- 
r dan , (h*t de Muziek- kunde tin de Lyk 

* % een 



4 VÖORKEEDEN* 

een herwarden boedel wierd , die by na 
alleen door fchoolvosfen behandeld zynde, 
weinig oplettendheid .van galante liefheb- 
bers en fchrandere onderzoekers fcheen te 
verdienen» — — 

Om iets op te fleuren dat tot nut van 
de Muziek en M n ziek- kunde konde ft rek* 
ken, deed de blaakende weet lust my in de 
daagen der Jongelingfchap , te Brugge in 
Vlaanderen, myne Geboorte Stad, en na- 
derhand te Parys , onder het ge (la dig genot 
van fraie Kerk-, Toneel- en Kamer -mu- 
ziek 5 niet alleen verfcheide oude en nieu- 
we Muziekaale gefchriften door zoeken, 
maar zelfs by den beroemden Heer Le Clair , 
*wel eer difcipel van den groot en Somis aan 
het Ho ff van Sardiniën, een privaat Col- 
legie over de Muziek- 'kunde ,of Scientia 
Melodica houden; doch nergens volkoomen 
zekerheid ontmoetende 9 vond ik my hier in 
India na veele Jaaren krachtig aan genoopt 
buiten het gewoel der groot e Wereld uit en • 
kelde lief hebber y e de geheele zaak eens be- 
zadigd , en der wyze , als of ze nooit on- 
der zocht waar e geweest , te overweegen ; 
y ver zucht i^ wordende. voor de glorie der 
Nederlanders , zoo in Europa ais hier in 
Oost -indien , begon het my gevoelig te 
fmarten, dat de geleerde Broslard, op ft el- 
der 



VOORREEDEN. y 

der van zeker fo&WDiflionaire de Mufï- 
que, te Amfttr dam gedrukt , na 900. M11+ 
zitkaalt Auteurs , van allerhande natiën 9 
te hebben opgeteld, pag. 361. rondborftig 
durfde ver klaar en , noch nooit eenige Mu- 
ziekaale verhandeling in de Ne der duit fche- 
taal , a/zoo weinig als in de Deenfche ,'■ 
Zweedfche , Poolfché en Hongaar fche 'te 
hebben kunnen ontdekken ; aangemoedigt 
zynde door zeker hoog Geëerdperfoon^ een- 
waar e liefbber e t n befchermer van kun ft en 
en TVeetenfchappen 9 welkers aanmoediging 
ik als eene gezegende wenk des Hemels 
aanmerke, en die my ook innig heeft doen 
wenfchen in ftaat te moogen geraaken 9 
om alle reden tot diergelyk verwyt voor* 
taan ncar uitterfe vermoogcn te helpen 
benemen , en zoo het moogelyk waar e de 
Nederlanders iets mede te deelen , wat 
praalzuchtige buitenlanders tot een voor- 
werp van verwondering konde verjlrek* 
ken , of ten nimfen in de? ze zwaare en 
wydloopige materie , nader te koomeip 
dan alle voorgangers : zoo fcheen my 
dierhalven nodigft en raadzaam]} te trach- 
ten van den aan , de werking 5 en het rechte, 
gebruik der muziek een naauwkeurig en 
duidelyk begrip te geeven, zoo wel aan ge* 
letterde Ie? per $ , die oordeel kimdige aan* 

* j wer m 



$ VOORREEDEfcl. 

mer kingen , als aan galante , die 'tets dat 
naar geeftigheid smaakt , en aan geaeffen- 
den , die hrt licht bevattelyke , voor an- 
deren beminnen 7 en dus levere ik deeze 
Rt;deneeringen over nutiige Muziekaale 
onderwerpen , in zoodanige order , die 
fta vertoogen vry wat gelyken , doch 
ïpohtèr zonder demonflr eer -zucht , en zon- 
der het verheven woord te gebruiken: 
eensdeels 9 Qm desfefls majeflyt niet te ont- 
wyden , en anderdeels , ~om dat menig lee- 
zer by het hooren noemen van het woord 
vertoog een zoo'rt van vreezè en trilling 
fnoogelyk over het lyf zoude krygen : - — ~ 
immefs , wyl ipy hier in Indien van kerk 
en Toneel muziek niets , en zelfs , van 
ètgentlyke fraaie concerten en Zangmu- 
ziek, weinig te zeggen weet en , en dus als 
by gebrek van prompte wijf e Is e enige mo- 
den ten achteren zyn : zoo dient men de 
boog niet al te hoog te fpannen, wyl daar 
aan den voorfiand en opbouw der muziek 
grootelyks geleegen legt. 

Een Gefchrift over de Muziek zonder 
fiooten , zal mogelyk zommigen toefchy- 
nen, als een rekenboek zonder get allen , 
en een lanttaarn zonder licht : doch het 
kan echter van een algemeener gebruik 
'weezen voor allerhande fag van Leezers. 

■Ieder 



VOOR REEDEN. 7 

Ieder ziet , dat Renene erin gen over de 
Muziek , notoir moeten injluiten en km- 
nelyk maaken, wat de Muziek is, wat ër 
al toe behoort , wat midde'en tot de Ja- 
men jlellïng en uitvoering in gei eedheid 
zyn , en tot wat einde dit alles meet die» 
7ien ; zulke redeneeringen verbeelden een 
Atlas met landkaarten , alwaar de voor- 
naam/Ie deelen , ryken , provintien en ft e- 
den des aarbodems , in het kleine zich 5 af» 
gefchetst veri on en. c Dikwyls zyn al- 
daar , by een ons; er ander den fh&nd , in- 
wendig , merkwaardige omwentelingen 
voorgevallen, en nopens de Muziekaale 
gewelhn kunnen bejaarden? t effens vat* 
baar voor een onzydig oordeel, hier van 
best getuigen; menigmaal zagen zy het 
zelfde fchouwtooneel bezet met % nieuwe 
fpeeiders 3 en dat knnftenaars , die , na 
hunne voorzaaten en iyd gemoeten te heb- 
ben v»orbyge[lreefd, jaarlyks onder wdr» 
den de , op hun beurt 9 duor jongelingen 
iporden overtroffen. — 

Veele reegels van de meefle fehryvers 
over de mini e k zyn tans over lang niet 
meer bruikbaar, en de vraag is of ër 
ook niet veele, tot de praktyk tpzich- 
telyk, ia, zelfs de harmomfche., door 
fen Roomjch Keyferlyken kaj^elmeefter 

• 4 hnx 



'8 VOORREEDER 

Fux uitgegeven in zyn keurlyk werk , 
genaamd gradus ad parnajfum , tegen- 
woordig reets menigvuldige uitzonder in* 
gen vereijfchen? — ^De redenen bier 
van y zullen eenigzins bevattelyk wo*~- 
den 9 zoo dra men overweegt , deels dat 
de Muzi?kaale ftojfe* meer moogelykheid 
tot oneindig verfchillende famenvoegin- 
gen^ dan die van andere kunfïe'n ïnfluït: 
wyl nooit iemand wet zekerheid zal 
we et en te be paaien , hoe veelerhanjte 
zingbaare aaneenfchake l'mgèn zelfs drie 
of twee eenvoudige toeven reers kun- 
nen opleveren t en deels dat fraaie re- 
gels i niet door een diepzinnig overleg uit- 
gevonden , maar van achteren uit de 
werkeQ der komponifien getrokken wor« 
den-, en dat men van de e ze , hy Mu- 
zie kaai e naatien , doorgaans dr ie er ly 
Jlach ontmoet. — Eerftelyk regelmaat ;.- 
ge , die zich ftiptelyk houden by het gee- 
lt e wat zy anderen hebben afge^ooge-- , 
die daar uit zoo veel verfcheidenheid als 
zy doenlyk vinden afleiden , en zich laa- 
ien voorfiaan, als of de, waar e fc boon- 
hei d van kunflwerken , alleenlyk daar in 
gelegen is, dat men de oude paaien niet 
verzet; ten tweeden buitenfpoorige , die 
den fpot dryven mcf regelen, die (leu- 
nende 



VOORREEDEN. 9 

tiende op hunne vruchtbare inbeelding! 
van alle kanten famenraapen wat 00 :t 
kan dienen om verwende oor en te bedric- 
gen >> vervude? /lellende , dat het hun nooit 
onibreeken zal aan toehoorders, welke 
het ongewoon e en vreemde , hoe onnatuur- 
lyk ook zynde, voor overheerlyk fchat- 
ten; ten derden verhevene geefien, met 
een onttitiïuttelyken voorraad van edele 
vindingen begaaft , die de muur we et en af 
te klimmen zonder 'ladder , die de natuur , 
welke huntot de muziek krachtig aandryft , 
'voor het eenig navolgens - waardig richt- 
fuoer houden, het zelve nooit uit het oog 
verliezen , aldus ge duur ig ongebaande we- 
gen inJJaan en zomtyds eene verwonder ly- 
ke hoogte bereiken. — 7) e eerPgemelde , 
verre van ke:tery aan te rechten* zouden 
hei He f ft geftadig laaten heruften by den 
gewoon en Jlenter , maar de beide overige 
zyn het, die den Grond leggen tot nieu- 
wigheden. Het buitenfpoorige kan 

dienftig weezen om het verhevene , door te* 
genjielltng* op te helderen, en Geoejfende 
pipat tydige onderzoekers kunnen , door 
middel van de partita-uren dier gelukkige 
komponiften , hun als in het hart zien, 
hunne Grondfte Hingen on dekken, en Ge- 
Volgeijk , ten behoeve van vatbaar e leer- 

* 5 lift- 



io VOORRIEDEN. 

lingen % altoos nieuwe en bruikboare de/H* 
ge regels te berde brengen ; Hier uit blykt , 
Waarom zelfs de befte theoretifche noot en 
werken niet zeer lang achter een den tyd 
ku.nen ver duur en. Moest men* volgens 
het zeggen der kunstjchilders, zich billyk 
0le vyf jaar van niet-ws la'aten portrai- 
t eer en, wat wonder dan dat de Muziek 
ten min ft en na verloop van vyf tig jaar en 
telkens van nieuws moest worden be- 
fchreeven 9 door bekwaamë pennen * en 
het merkwaar digfie binnen dien tyd voor- 
gevallen , verdiende te worde geboekt , het 
'zy ter naavoigmg oj tot waarjchouwing 
van anderen. — 

Ik zeg pennen 9 want dit is op verre na 
geen eenmenfch werk; Schoon ismand bet aard- 
ryk omretfde , zouden echter verfcheide din- 
gen reets van gedaante veranderd zyn al eer 
hy rond kwam* 

Tot een braaf auteur behooren meer Goede 
hoedaanigheeden , dan ooit een mensch b^zït: 
wnig eenfchryft te veel zonde r een ryp beraad > 
U vinnig*, te lang*, in den Gr y zen ouderdom 9 , 
en eindelyk doet de verwaandheid t em geloo- 
ven, alsof alle wereld zyn uitspraak blinde' 
Ungs moe/i omhelzen , winfl is by dien zuur en 
arbeid niet op te jaagen , in ttegenaeel kan 
men verzeekerd weezen , dat de tyd moet 

riek* 



VOORREDEN. o 

richter weezen over zy??e daaden; dat hy 
omzictti moei t? werk gam, op dat met iets 
zyue penne ontglipt , het welk met naar waar- 
heid en d.U)d ltefdefmaa\t . Zyn hoofdwerk 
dient getnzins te beflaan , in het voldoen van 
de nitfiï&sgierigbeid der -eezers ., maar in het 
vertoont! v4n de wonaeren die zich alhier 
in menigte opdoen * e?i in het voorhouden van 
tent 'ïheone , bekwaam ter gei usfielling des 
vcrftan. : s van jchrandere liefhebbers-. By 
het onderzoek van ae Gronden der regelen , 
zal by b/peuren, dat Zyne bevatting > ten 
aanzien van de natuur en geeftkunde, dik- 
wyls te kort fchiet en dat , hoe langer en 
erttftiger zyne befpiezeling word voort gtzet , 
hy des te meer hoogten en diepten ondekt y 
by wake de trek tot grondige kennis onvol» 
daan moet b<yven , en des te meer vind hy 
de waarheid bevestigd van htt gezeg der 
Zedige ïhiiojoofm , dat men veel moet 
weeten * om te weeten , dat men weinig 
weet, dat is, dat men weinig zaaken kent 
uit haare oorzaaken : zomwylen ontdekken 
wy e*n daar van , maar deeze heeft weder* 
om haare oorzaak, m aldus moesten wy ge* 
duurig verder kunnen te tii^ge keeren , voor 
ons bewys w der daad den eer naam kon draa* 
gen van een e Betooging 

Moeten wy gris met bedroeven over die 

be* 



ia VOORREDEN. 

bepaaldheid van het menfchelyk ver/land? 
ween > Geenzints: want van dingen , tot noch 
toe boven ons bereik gefield 5 heren wy ein- 
delyk afzien ; en waar wy niet verder voort 
kunnen , daar begint onze innige verwonde- 
ring over den aanbiddelyken vinger Gods , 
in de werken der natnure al om doorftraalen* 
da: daar worden wy telkens indagiig gemaakt 
dat het verftand vaji> het Allerhoogflc wee- 
zen 3 oneindig te hooven gaat het begrip der 
menfchen kinderen, Aldus kan de eigent- 
lyk zoo genaamde geleerde onkunde > ons da- 
gelyks nieuwe fioffe befchikken ter verheffing 
des gemoeds : de eer e blyft in deeze gevallen , 
niet aan ons 9 maar aan hem , welken zy 

alleen betaamt. De dorstende weet luji 

kan , zelfs ten opzichte van ongelyk verheve- 
ner voorzverpen dan de voornoemde , eens 
gedrenkt en verzaadigt worden in de mver- 
gankelyke Stad Gods , en daarom moogen wy 

na die Zalige ve^blyfplaats reikhalzen. 

JDndertusfchen blyft het toch veel over-een- 
komfliger met de redelykheid , dat wy by alk 
uitwerkzelen van ons en anderen , het rede- 
tieerend vermoogen geftadig trachten aan te 
kweeken , en ons onvermoogen hoe langer hoe 
meer keren inzien , dan dat wy of redeloos 
werkten , of op eene reets bezittende gewaag- 
de grondige kennis pochten. 

$h0Q% 



VOORREDEN. 13 

Schoon ik hier*> niet om eenige belezenheid 
te kennen te geeven , maar uit een zoort van 
afkeer om met vreemde veeren te pronken 9 
en t effens om fraaie gedachten van tdtheem- 
Jchen tot de kunde van Neder knders , die 
m vreemde taaien onbedreeven zyn overte- 
brengen , verjcheide auteur en , Ja •> alle die 
my tam niet z,yn ontvallen 9 getrouzvelyk 
aanhaak. Zoo vertrouw ik echter 9 dat de 
bedretvenfte leei^er hier meer oplos fin g van 
allerhande Muziekaale Zaaken , dan elders 
zal aantreffen ., en al is het dat ik zeker- 
lyk hier geen Muzikaale kinderlesfen ? maar 
zaaken van het uitt er/te Gt wicht voor dr aa- 
ge , en elke waarheid aan ieder niet bevatte* 
lyk gemaakt kan worden ; ik denke nochtans , 
dat ook de ongeoeffenjle , zonder de Muzie- 
kaale ftoffe 9 de intervallen, de temper ing 
der intervallen , de harmonie , enz : echter 
bier wel iets weetens waardigs naar zyne 
vatbaarheid Gefchikt, ontmoeten en dus de 
Muziekaale kennis algemeener worden zaL- 
vermits een duidelyk begrip van de gefcha- 
penheid aer welluidende en wanluldendt too- 
wen* en van de reedenen waarom wy * volgens 
beflendige natuur weiten 5 de eerjle voortrek* 
kelyk achten boven de andere , het bekwaam* 
Jle middel fchynt , om een iegelyk , die eemg 
nadmken wil gebruyken^ levendig in te druk- 
ken 



14 VOORREEDEN. 

ken , dat de neiging tot de Muziek haaren grond* 
fia% heeft in de Redelykheid zelve , en gevoL 
geïyk, dat die kun fl , by ahe rede'yke men- 
fcken, eene blondere Hoogachting ver dimt i 
zoo heb ik dit gewichtig [luk hier eenvo^di* 
ger en blykbaaraer^ dan zulks myiis Wtttens 
elders ooit gefchied ts , getracht te verklaar en. 
Ktar ik zommige * my ongegrond jchy ven- 
de , lïellngen van mymn gemeL>en eertyas ge~ 
achten Leermee/l*r Le Clair en van andere 
vermaarde Muzitkaale auteurs , > edjg af* ik 
ledien my.? volgens 'leffelrs raad en v orhteld-> 
behoudens alle fcbu dige koog - acoting en on- 
dtrw-rping van zoodanige vryheta als in de 
Jiepuliek der geletterden a/tyd mag en moet 
fland gr y pen. - verre van myne pcogingen aan 
tt zien voor helden- daaden ben f.n volharde ik 
in hét gevoelen van- den wyzeri Hulfleer^ar 
[ir 'ach , Kap: 18. v^rs 6 behelzende injub- 
flatjtie , naar de overzetting van de Jynodé 
nationaal, te Dortrecht: Wanneer de iVIen- 
fche zal hebben voleindigt, als dan begint 
hy : ende war.neer hy zal opgehouden heb- 
ben, als dan zal hem noch ontbreeken. En 
naar de hnogduitfcbe vertaling van Lut- 
fcERUs: al heeft een Menfch zyn beft ge- 
daan, zoo is bet werk toch naauwlyks be- 
gonnen, en als hy het zelve meent te heb* 
ben voleind, dan hapert het noch aan alle 

kanten» 

HOOFD 



HOOFD DEELEN 

IN DIT WERK VERVAT. 

Natrulyk: 

i. Het rechte gebruik der Zang* 
muziek. 

2. Den oorfprong der Muziek» 

3 De werking en nuttigheid der 
Muziek in 5 t gemeen. 

4. De waarde der Muziek. 

5. Het oogmerk der Muziek. 

6. Het weezen der Muziek- 

kunst. 

7. De Geestelyke of Kerk- Mu- 

ziek» 

8. Het Muziekaal behaagen den 

mishagen. 

9 De Muziek in 't gemeen, 
10. De Muziek-kunde of Theorie* 

1 1 De 



(O 
ti. De Toon- kunde, r 
22. De Muziekaaje ftofre. 

13. De eigenfchappen der gebrul- 

kelykfte Intervallen. 

14. De tetnpering der Muziekaale 

Intervaden 

15. Den Muziekaalen Geeft. 

id. De Muziekaale Harmonie in 't 
gemeen. 

17. Het vormelyke der Muziek 

18. De Muziekaale gefchied kunde. 

19. Den geheelen omtrek der Mu* 

^iek en Muziek- kunde y en 

20. De nuttigheid der Muziek- 

kunde. 



Pag. i 

REDENEERINGEN 

OVER NUTTIGE 

MUZIKAALE 

ONDERWERPEN 

Tot onderzoek van Kenners , tot 
verlustiging van g é o e p f e n d e , en 
tot onderrichting van weet- 
GIERIGE MuziEK-LIfcFHEB- 
BERS* 



Het rechte Gebruik der Zan 
muziek. 



Het is onloochenbaar, dat de order en 
evenreedighei J , waar wy ze ook 
ominoétcn , het f ernsed bekoord en toe 
verwondering aannoopt, dat de liefde om- 
trent deeze dingen , de zeden Verbetert» 
de zaameleving, voordeelt;* en de deugd 
behu'p/.aam is; Ja, dat men in ceen kunft 
zoo veel order en evenreedigheid aantreft , 

A dan 



& Redeneeringen over Nuttige 

dan in de Muziek ; alwaar by ieder noot 
van gelyke' waarde, by ieder Zangmaat van 
een zelfde ftuk , ftipcelyk door ons in ge- 
dachten afgemeecen , juiit even veel tyd 
verloopt; en dus hoor ik de ftem der Teden 
ïriy vriendelyk toeroepen; Laat U dat tot 
voorbeelden verft rekken; zoo ordent elyk moe ft 
Uwen geheelen wandel zyn\ — 

Ede ie gedachten waarlyk ! echter weet 
men dat zelfs onder Menfchen, die anders 
veel verdand en vernuft hebben, zomrai- 
gen door alle verzinnelyke haren°nye, zoo 
weinig aangedaan worden, dat de Muziek 
enkel geraas , en de Dicht-kunft Hechts 
eene kundig .verzonne dwaasheid fchynt. 
insgelyks, dat onze toeftemming 'er toe 
■vereifcht word , als iets op ons eenen in- 
druk zal te weege brengen: aangezien da 
bekwaamde, vuurigde redenaar, wanneer 
onze gedachten verftrooid zyn, ons geen- 
ziïis beweend ; als mede, dat het geene , 
wat ons aandoen zal, nooit zoo verheyert 
weezen moet, dat onze zinnen en verdands 
krachten het niet kunnen bereiken. 

By de ouden was de Muziek zeer hoog 
geacht en ie kon by ons insgelyks des te 
or.ichuldiger vermaak befchikken, na maa- 
te dat men het Maat- gezang natuurlyk en 
tot (lichting van de toehoorders traehte in- 
te 



Muzikaah Onderwerpen. i 

i e richten ; waaren zy, die fcich daagelyfea 
zonder maat en regei met kaarten fpeelen , 
üobbclfteèncn , enz: ophouden, meer in- 
genoomen voor de verlustiging van fraaie 
Muziekftukken , zoo zoude dezelve , in 
haare drift voor het ïpel , ten minden wel 
vt-dt diverfie inaaken, doch ik moet in der 
daad bekennen , dat onze hedendaagfche 
Zangmuziek zekerlyK vry wac reformatie 
vereifeht, 

By de Grieken en Romeinen , alwaar 
zelfs zonder voor afgaande onderzoeking 
en goedkeuring van de Ephon of opzien- 
ders , geen Schouwfpel aan 't volk durfde 
worden vertoond , zoude men niet ge- 
doogd hebben , dat .zulk. een heerlyke kunst , 
gelyk die der Boekdrukkeryen , tot het 
verbreiden van leerzaame dingen by uit- 
iieementheid bekwaam , zodanig wierde 
misbruikt, — Hadden wy op hooge. fchoo- 
len, ook in de Nederlanden, profesforen 
in de Muziek, zulks koiïde onder anderen 
daar toe dienen, dat niemand zonder hun- 
ne approbatie, zich voor muziek onder- 
wyzer uitgeeven kon , veel min iets ter 
drukoers brengen durfde* 

De Zangflciren der ouden zyn door den 
tyd voor het grootfte gedeelte vernield , 
doch de gelchied- kunde levert ons echter 

A % noch 



4 Redeneeringen over Nuttige 

noch de zogenaamde vergulde verfen vat! 
Pythagoras* voor zyn vertrek uit Grieken- 
land naar Italien * ten behoeve zyner leer- 
lingen opgefteld 5 en die naderhand, we- 
gens hunne voortreffelykheiJ , al om over 
tafel , na den maaltyd 9 ja * in de fchouw- 
fpcllen van alle griekfche fteden , gezon- 
gen wierden. Men treft die aan volgens 
vertaaling van Dacier, in de Hifloire de 
la Mufique 9 torn: i. pag. ioo. enz: Deeze 
eigenlte lesfen waaren het, welke men in 
de chooren der Griekfche treurfpellen, by 
wyze van toepasling zong; welke het volk 
van buiten leerde > tot gedenk -fpreuken 
en tot een regelmaat zyner bedryven ge- 
bruikte , Ja , door middel van de welke 
men het tooneel nuttiger voor 't gemeen 
wist te maaken , dan alle in dien tyd zoge- 
naamde Godsdienfïige oeffeningen. 

Wie ftaat 'er niet verwonderd en ver- 
baast over 9 als hy dusdanige zangftoffen ver- 
gelykt met de eiodelooze min. en drink- 
liederen welke men ons hedendaags , tot 
walgens toe opdifcht; dat heidenen ons in 
wysheid en deugd zoo verre te boven gin- 
gen* trachtende , door behulp der Dicht» 
en Toonkunft* zich allerhande goede Jee- 
ringen gefhdig dieper in 't gemoed te druk- 
ken ; en dat in tegendeel veele naam Chris- 

te- 



Mazikafllc Ondet werpen. 5 

tenen, alle hunne krachten fchynen in te 
fpannen , de goede Zeden 'er door te be. 
derven! — — 

Hec waare te wenfchen, dat menig een 
de waarheid van ditgezeg beter behartigde, 
en het kwaad, uit zulk een misbruik ont- 
ftaande, hielp verhoeden! het fcheeid maar 
al te veel: eertyds by welgemanierde hei- 
denen bragt men hec geene dat men de 
Jeugd, liefit wilde infeherpen, in verfen, 
om het haar des te beter te doen onthou- 
den; op zulke verfen wierden melodyen 
gemaakt, en zuike zangwoorden liet men 
haar zingen , van buiten leeren en dikwyls 

herhaalen. Hier mede wierd by de 

Grieken de onderwyzing der Jeugd be- 
gonnen ; men begreep duidelyk , hoe 
veel 'er aan 'c . veiTchil der Zangftoffe , 
en aan eerfte itidrukzelen , regelrecht tot 
deugd leidende, en echter op eene aanmin- 
nige wyze verwekt , gelegen was, - — - 

Allerhande aardige voorwerpen behoefd 
men echter niet te verwerpen ; by voorbeeld ? 
liederen van het Klavier, van deKoffy, 
van ider Jaar getyde, van het landleven, 
van aanminnige wouden , onfchuldige her- 
der Zangen, en wat het voornaamfce is, 
Zede liederen, van de Grootmoedigheid , 
gelaatenheid , vriendfehap , enz: — Maar 

A 3 hc- 



Kcdenetrlftg ever Nuttigt 

hedendaags heeft de vorfl der duisternis 
zeerveele, en misfchien de meeste Zang- 
meesters zodanig verblind , . dat ze zich 
verbeelden, -als' of het op den inhoud van 
h gezongene ganfeh niet aankoomt , maar 
genoeg zy, dat de Jongelieden zingen. 

Men ' hoort Gemeenlyk: Jeune beautez 
cedes ala tendresfe pro fit ez bïen de print ems 
devosjmrs enz: of, friste rat/on 9 fabjure 
ion empire , enz; zyn dat geen Zedenmees- 
ters uit de eerlte hand. — 

Gelykt dat wel naar de wyze leere van 
Prediker 12, vs. 1. Gedenk aan uwen Schep* 
per in de dagen 'uvoet Jongelingfchap. — — 
Wat zyn dusdanige dingen, die men tans 
over al in meenigte ontmoet /anders, dan 
eene verkeerde Moral ; Ja, zegt men 'in 
dit opzicht niet te. recht, dat 'er in de he- 
dendaagfche Muziek een heimelyk vergift 
fleekt? Doch het fteekt 'er echter niet in , 
maar het word 'er ingelegd, eerft door de 
dichters, die het zy uit dertelheid, het zy 
om vuil gewin of volgens andere motiven , 
zulke heilloofe verfen ter wereld brengen, 
dan dcor de Komponisten , die der .zei ver 
zin . door vlyend maat-gezang zoeken te 
verfterken; dikwyls ook dcor Drukkers, 
welken het genoeg is, dat vodderyen meest 
getrokken worden, - — onnoozele Zang- 
* mees- 



Muzikaale Onderwerpen. 7 

meesters denken, het voldoe* a's een ge» 
Zang nieuw en ten aanzien van de hcogie 
en van déri zang-tram voor een teerling ap« 
plikabel is, zoncer te overweegen, d c d 
zin der zangwoorden op de verbeelding 
ingedrukt word ; dat het geene, wat m 
in de jeugd leert, ons langer aan iets an- 
ders by bJyfc en gevolgelyk dat lichtvaar- 
dige zang woorden zeer nadeehg zyn. — 

Het waare de plicht der Ouderen , op 
zaaken van zo veel belang een waakend oog 
te houden, en volgens den wyzen raad van 
Ariiloteles , in zyne ftaat-kunde gegeeven, 
de Muziekaale lesfen hunner kinderen by 
te woonen ; ten minden de Zangboeken 
zomwylen door te zien, en het ondeugen- 
de 'er uit te weeren. Men heeft juist 

geen zwaarigheid te vinden, den trek der 
Jonge lieden naar ander fiag van vrolyke 
zangftukjes intevolgen , mits dat ze zich 
bepaalen by geoorloofde dingen ; zoete 
kwinkilapon , aardige minnen zangen ku * 
nen by eerlyke vryagien , bruiloften er an* 
dere gelegenheden plaats hebben; verfchei- 
de drink liederen ins^elyks, om 'er zuipers 
mede ten toon te (lellen , en des mooge- 
lyk langs deezen weg tot beterfchap te 
brengen: doch men moet alle liederen die 
eemgvergif helpen infwelgen , hoe Mu- 

A 4 m% 



é Redeneerïng over Nuttige 

ziekaal en Melodieus ook zynde, houden 
voor onverdraaglyk , verfoevelyk , voor 
fchandvlekken en pesten der Edele Dicht-. 
qï\ Muziekkunfl. 

Het is ook eene groote dwaaling die ver- 
fcheide Menfchen onder ons hebben, dat 
ze liever Italiaans of Fransch hooren zin- 
gen dan hunne moedertaal de Nederdaid- 
fche 5 fchoon ze daar van- niets verftaan; 
deeze beantwoorden in deezen volkoo nen 
aan den raad, welken de gefleepene Scbup* 
pius 9 . boertende zynen redenaar geeft: 
„ wat gy doet, ziet niet zoo zeer daar 
„ op , dat de toehoorders U verftaan kun- 
„ nen , als wel , dat ze zich over U veiv 
„ wonderen : niemand let hedendaags , 
„ hoe ordentelyk en bondig , maar hoe 
„ vreemd en zeldzaam gy fpreekt. Men 
moet zich verwonderen , dat verftandige 
toehoorders en fchrandere leerlingen niet 
eens vragen : verflaat gy ook wat gy zingt? 
acht gy dat orze attentie waardig: wat is 
den zin dier woorden ? Ja , het is ook won^ 
derlyk als iemand voor een vergadering van 
eerwaardige hooggeleerde Mannen , neera 
eens , by het inftalleeren van een Reftor 
Magnificus » eene Italiaanfche Aria gezon* 
gen heeft , die aldaar te pas komt als een 
iiaspel op een olykruik ; dat als dan ver- 

ftan* 



Muzikaals Onderwerpen. 

ftandigen evenwel noch zeggen moogen : 
onze Zanger heeft heden mooy gezongen , 
fchoon zy 'er geen word van veritaan heb- 
ben, daar men overtuigd is dat zulke Mu* 
ziekaale byeenkomiten , niet om de mu- 
ziekanten , maar om de wille der toehoor- 
deren aangeileld worden. 

By zulke piechtigheeden was niets ge- 
voeglyker , dan een text van een of twee 
Arien , weJke men wyze Menfchen dorft 
onder d'oogen brengen , ten mmften aan 
den Prefident van de vergadering, om ken- 
nis van de Zangftoffe te hebben, ter hand 
te ftelien: een text, die het gezongene na- 
derhand weder doet te binnen koomen, en 
van welken men zeggen konde: het papier 
fpreekt noch , nu de Zanger reeds zwygt» 
Maar genomen , men konde dit zoo volmaakt 
niet hebben, waarom ontfermen zich ver- 
ftandige toehoorders niet veel eer over den 
deerlyken (laat der Muziek door de zang 
en fpeelkunftenaars , dewelke van ande- 
ren , hunnes gelyken , nooit Correctie 
willen veelen en tot het leezen van goede 
boeken tyd noch lust hebben by voorval- 
lende gelegenheden, beter te onderrichten 
en zelfs de Komponisten by continuatie 
aan te maanen , om toch voor al by de 
Z^ngmuziek niet alleen op fraaye toonmen- 

A 5 gé- 



.*© Redeneering over Nuttige 

gelingen te zien , maar ook' meer blyken 
van verftand aan den dag te leggen. 

De KoTiponisten vergaapen zich veel- 
maal aan de woorden , voor al aan zulke, 
cie men door maat gezang , op allerhande 
-wyze , kan afichecfen , dat ze de zaaleen 
*er over vergeeten , ja dikwyls het tee^en- 
deel uitdrukken van het geene dat de zang- 
woorden eigentlyk influiten. 

Ik zal hier van flegts, in onrym, eenige 
eenvoudige voorbeelden geevén, op groo- 
te Zangftukken ligt toepasfelyk. Me- 
nig » die uit de woorden van Paulus : Ik 
fibaame my bet Evangelium van Christus 
met , een Arietta met Inftrumenten maa* 
ken wil, zoekt in het voorfpel, in plaats 
van eene zedige vrymoedigheid, vloeyen» 
de uit de bewufthèid van zyne goede zaak, 
uit te beelden , door het woord fchaame 
verieyd , allerhande kruipende en bedeesde 
pasfafien voortbrengt. Daar op laat hy den 

Zanger aldus beginnen ; Ik fchaa me 

my ; nu v«>lgt een paufe en een tusfehen 
ipel; de Zangur vervolgt; Ikfchia . ..me 
my het Evangdiwn (paufe ) het Eva-'** 

ge Hum { paufe) het Evange .... . lu 

urn van Christus (paufe) van Cbri , ♦ . .Jlus 
(piufe) dan in het laasre , Ik fchaa . . . me 
my bet Evangelium van Christus niet. Hier 



Muzïkaale Onderwerpen. ii 

op gaat het nafpel , uit het voorfpel afge- 
leid, zich Scliaamende eindigende. Zyn 
dusdanige dingen, al was het maat gezang 
op zich zelve noch zoo fraai, geen zinne- 
loos werk? een Komponist die niet verder 
zier , dan op de woorden , zal by die : 
tot het lichen zetd ik , gy zyt onzinnig , al- 
le Hemmen en inftnimenten van lachen 
doen fchateren ; in tegendeel by deeze : 
ween niet , de leeuw heeft overwonnen , eersc 
lang beginnen te kermen, en vervolgens 
de natuurlyke wreedheid des leeuws, zyn 
kampen en zyn overwinnen trachten afte- 
fchilderen ; doch hoe bekchelyk zulke 
woorden fpeeling aan lieden, van een ge- 
zond oordeel voorkomt , en hoe nadeelig 
de zelve voor een Komponist kunnen uit- 
vallen , daar van levert de Histoire de la 
Mufique , torn* 4. pag. 122. een aardig 
ftaalcje. 

In 't Jaar 1680. of 82. toen Dumont 
ftierf, en Robert vertrok, wilde de Koning 
van Frankryk in ftede van twee, vier Ka- 
pelmeesters hebben; des het hy, om deeze 
ampten met waardige perfoonen te bekjee- 
den, door eene uitfehryving in de provin- 
tien , alle Muziekmeesters van hoofdker- 
ken , naar Verfailles nodigen , ten einde 
hunne gaven in 't komponeeren te vertoo- 
pen, — — - Volgens dien kwamen 'er ver- 

A 6 fchei- 



'ia Reknemng ever Nuttige 

fcheiden en onder anderen zeker LeSueur, 
Muziekmeester van onze lieve vrouw te 
Rouën ; een man , van een gelukkig , 
vruchtbaar Genie, in 't Latyn wel er vaa- 
ren , en zulk een post wel waardig. Dee- 
ze , van magtige befchermers onvoorzien , 
meende zich noch voor den proeftyd te 
moeten bekend maaken, ora eenen goeden 
indruk van zyne bekwaamneid te geven* — > 
Hy liet daa eens in de Kerkmuziek ces 
Konings , een ftuk van zyne compofitie 

hooien, Het was de 91. PiaJm : 

qui habitat in adjutorio ( of die onder de 
Schuilplaats dts AÜerhoogften is gezeten :) 
over deezen heerlyken Pfalm had hy een 
Motet gemaakt, met den text, zyns oor- 
deels, over een koomende, en wel in een 
Muziek , die waarlyk uitneemende mogre 
heeten. De Koning en 't geheele Hof, 
hoorden dit met de uitterfte opmerking 
aan. In het fevende vers: Cadent a laure 
tuo: (aan uwe zyde zullen duizend vallen) 
hadde Le bueur het woord vallen , door het 
choor eener Fuge , weikers Thema fe* 
ven, agt nooten nederwaards ging, uitge- 
beeld ; toen nu de grove Basftemmen haa- 
re oftaaf bruisfehende doorliepen en op 
den laatften toon ftaan bleeven , moeft bil- 
lyk ieder toehoorder; volgens die vinding, 

den 



MuzïkaaJe Onderwerpen. 13 

den opfteller zoo bekoorlyk voorkoomen, 
als eeaen Menfch, die van den top van 
een berg naar beneden buitelt, en einde* 
lyk doet gelyk iemand, die zwaar geval- 
len heeft » zich veroeelden. — « Die 
fchildery trof eenen van de tegenwoordig 
zynde Hovelingen zoodanig, dat hy$ by 
een Caaaa-Mdent zeide; wel daar legt *er 
een , aie niet weder opftaan zal. Deeza 
klucht Hoorde den erntb en het ftilfwygen 

van de geheele vergadering. De Koning 

lachte 'er over, en het fcheen, als of men 
flechts op verlof wachte, van Hem te mo- 
gen opvolgen. Men lachte langen tyd 

helder op , tot de Koning eindelyk met de 
hand een teken gaf , zich ftil te houden.— — 
Vervolgens by het tiende vers: & flagel- 
lant non approplnquabit , (geen plage; of 
volgens 't Latyn , geesfel zal uwe tente 
naderen) hadde de goede Lefueur een nieu* 
we Fuge op 't woord geesfel gemaakt, en 
ftelde door een langduurig vinnig geraas, 
het gerinkel der geesfelbroederen voor; ja, 
het fche ( en niet anders dan of men midden 
onder vyftig zich dapper geesfelendeKapu- 
cinerswas geraakt. — Och zeide een ander 
hoveling, welke dit gerammel verveelde, zy 
smullen van al dat geesfelen reeds ftetk bloe- 
4m* De Koning kreeg wederom eenen on- 

be* 



u ***** m m 

bedwingelyken trek tot lachen ; die naas£ 
hem Itonaen , lachten om dat ze deeze 
fchersfery mede hadden gehoord, en die 
verder afïtonden , lachten om dat ze de 
Koning lachen zagen. — Toen liep het Mo- 
tet ten einde , zonder dat men 'ar verder 
Kaar luisterde, en de hovelingen noemden 
JLe Sueur naderhand niét anders, dan CM* 
Aatnt en Flagellum. 

Men wees de Komponisten een woon- 
plaats aan alwaar ze geduurende eenigen 
tyd op kosten des Konings onderhouden , 
en zonder met iemant gefprek tehouden 
ieder om ftryd arbeiden aan de Compo- 
fitie eens opgegeven Pfalms , namelyk , 
Ps: 32, Beatï quorum remis [os futit , (wei- 
gelukzalig is hy enz: ) doch , zoo dra men 
in de Kapel , het Zangftuk van Le Sueur 
begost op te heften , en toen het tyd was 
van het oor te leenen aan de fraaye toon- 
mengelingen in dit (luk vervangen , kwa- 
men de beide plaatzen van zyn voorig mees- 
ter ftuk, en de boertery daar over gedree- 
ven, allen Hovelingen weder te binnen — ■ 
Zy zeiden tegen elkander : dat is de Gtó- 
Adent, en ieder dreef 'er den fpot mede. 
Colaffè , La Lande , Minoret* Coupillet 
wierden verkcoren ; de drie eerde waren 
het waard, de laaste niet. — Le Swur 9 

droe* 



Mnzikaflle Onderiücrptn. i$ 

droevig weder te rug keerende, Jiet daar 
na in zyne hoofd Kerk een voortreffelylr 
Beati quorum uitvoeren, 't welk fchoon te 
vtrfaiiies niet met attentie gcfmaakt , te 
Rouën duizenderlei onnutte toejuichingen 
verwoif. Dit geval heeft in Le Sueur 
eenen tegen zin , omtrent zulke muziekaa- 
le poppekrameryen en flikker goud, ver- 
weke, verbrandende alle zyn voorige Mu- 
ziek en deed hem naderhand by ieder plech- 
tigheid een nieuw ftuk toeftellen, vol ver- 
ftand en bekoorlykheid. 

De rechte middelmaat te treffen , is het 
geene , waar op het eigentlyk aankomt z 
maar zommige Komponisten denken , de toe- 
hoorders zien voornamelyk op iets nieuws 
en briilaats ; men heeft Arien gehoord , 
de welke eerfl een verkeerd begrip in de 
toehoorders verwekken , en hun nader- 
hand doen befpeuren , dat zy in hunne 
meening bedroogen waaren; by voorbeeld, 
wanneer de Zanger aldus zingt : Niets kan 

myn gemoed vermaa ken Cpaufe) 

niets kan myn gemoed vermaaken (pau- 

fe) niets * niets , niets, (paufe) niets Aan 

myn gemoed vermaa . . . . ken ; en 

'er eindelyk by voegt, dan 's canatiers ei 
k geur. 

Voorts moet men , by zommige zang- 

ftuk- 



f 6 ÜLtdemering over Nuttige 

ftukken, lang wachten, eer men een lm 
bemerken kan, neem eens; een Minnaaf 
zal op het Tooneel zingen : winden door wer- 
velen , gedreeven . leent my uwe vleugels , dat 
ik my naar myne bemfade vervoegt ; hier 
koomt eerft een wydloopig vooupel , het 
welk de fuisfende winden zal verbeelden; 

daar op zegt de Zanger win . ♦ é 

den; hy roept de tweedemaal: win... ..... 

den; dan komt het aan '$ dry ven , telkens 
met paufen en toenemende kracht der win- 
den; vervolgenszegt hy; leent myt leent 
tny> uwe vleugelen, windenl windenl enz: 
nu is de Aria by kans ten einde , zonder 
dat men noch begrypen kan , waar het hee- 

nen zal. en de taal des Zangers gelykt 

niet zoo zeer naar een Minnaar , dan naar 
een windmaaker : dus worden de goede 
Zangers deerlyk door de Komponisten ge- 
llingerd en ten toon gefteld ! 

In myn Jeugd heb ik eens , in de Opera 
te Biusfel, eenen Zanger verbeeldende So- 
crates , verliefd wordei.de op Xanrippe* 
aldus hooren Confesfie doen : Ik kan niet 
tnesr (p^ufe en tusfehen fpel) noch eens : 
Ik kan niet meer (weder een tamelyke lan- 
ge pauft) daar op zon? hy eindelyk : Ik 
kan niet meer de heete drift der liefde tegen- 
ftaan; maar hy had het toen al weg, en 

wierd, 



Muzikaals Onderwerpen. 17 

wierd, buiten zyne fchuld , een voorwerp 
van de algemeene befpotting; te meer, om 
dat hy , ten dien tyde van de eerite ver. 
tooning deezer Opera , naeuwlyks veertien 
dagen getrouwd was geweest. 

Jkzal hier mede van deezedelikaate Ma- 
terie affcheiden; onder verklaaringe, dat 
myne aanmerkingen, verre van eenige be- 
dilzngt, niets anders beoogen , dan de waa- 
re en rechte liefhebbers van de Muziek 
den vereifchten aart en het rechte gebruik 
van Zangflukken klaar te beduiden, en de 
Komponisten voor misbruiken , die tans 
maar al te veel begaan worden , getrouwe* 
lyk te waarfchouwen. — - 

Intusfchen tracht de bondige Crityk, of 
oordeelkunde , allerhande ftellingen van 
weetenfchappen en kunsten te onderzoe- 
ken en op te helderen, het waare van het 
vaifche te fchiften, en by het ontdekken 
yan misvattingen teffens duidelyk aan te 
wyzen , hoe ze te verbeteren zyn. — Hier 
door beledigt ze niemand: Want, iemand 
kan zelfs een prul en nochtans een eerlyk 
man weezen. Ze houd zich liefft beezig 
met zaakelykheden , zelden met perfonee- 
le gebreeken. Doch, voor zoo verre zy 
zich ook over kunft- woorden , die of van 
d?n aart eener zaak nader opening kun- 

B nen- 



ï8 Redeneering over Nuttige 

nen geeven, of die kwaalyk gebruikt wor- 
den, uitftrekt, blyft ze echter van eigent- 
lyk zoogenaamde woorden vitterye groote- 
lyksonderfcheiden.— Critifeeren is derhal- 
ven geheel iets anders, dan chicaneeren ; 
gelyk ook een Pafquillant, die flechts 
zoekt te lafteren, van eeoeivSatyr-ichry* 
ver, die de beterfchap van anderen be- 
oogt , als een moordenaar van eemn Rich- 
ter verfchik, Komelyk, de waare crityk 
is iets, zonder }iet welk geen weetenfcap 
befchaafd en tot volmaaktheid gebragt kan 
worden; iets, het welk uit haar vrucht- 
baar aardryk het geftadig opwaffende on- 
kruid uitwiedt, en in allerhande opzigt toe 
der zelver bloei dapper kan medewerken. 
Een goed criticus moet al zoo wel over 
zich kunnen critifeeren laaten, dan criti* 
feeren, van ieder correctie aanneemeti, 
die met reden iets tegen hem inbrengt; 
begaane milïlagen rondborftig erkennen; 
de wangunft van onverftandigen en kwaa 
daardigen voor een zonderlinge eere ach- 
ten: tot vriendelyke zin-twiftingen altoos 
gereed weezen; nooit toeftemming eiflehen 
op zyne bloote woorden, zonder bevvys; 
voor de zuivere waarheid, als een kopere 
muur; paal (laan, zonder, volgens eenig 

ge- 



Muzikaale Ondefwerpenl 19 

gewaand point <T honneur, den koftelyken 
tyd met twiftf hriften over beuzelingen 
te verfpillen. — Ja, van het vooroordeel 
des gezags ontheft, mag en moet hy zelfs, 
by voorvallende gelegenheden, o^er on- 
vafte (tellingen van vermaarde lieden zyn 
gevoelen vrymoedig uiten, aangezien de- 
zelve de waarheid naadeejig gpuden kun- 
nen weezen ; alles uit oprechte liefde voor 
de waarheid; ruftig, en met fchuldige on- 
derwerping aan het oordeel van verder ge- 
vorderden. 

Op dien voet zal ik maar getroofl voort- 
vaaren, het aangenaame met het nuttige 
te vermengen, en zorge draagen, als hec 
te pas koomt, wel te critifeeren; en wil 
dit zonder Horatius zyn: Norntm prema- 
tur in annum 9 namelyk, het opftel eent 
in 't negende Jaar uit te geeven niet geluk- 
ken, laat een ander het verbeteren.— 



I 




ao Reiweêfing over Nuttige 

JU 

Den Oorfprong der Muziek, 

'en weet, dat de meefte hedendag- 
fche fchryvers, die by geval de 
ïviuzïek een kroontje willen op zetten , 
door eeiie cierlyké rëdetivoering ovei 
haare nuttigheid en haaren invloed in den 
openbaafen God$-dienfty zidh daar mede 
voldaan houden, dat ze verfcheide lof^ 
ipreuken dpr oude by brengen ? tpt ze ein* 
delyk op jubal koomen; hier fchynen zy , 
verder te rug keerehdë , den moed op te 
geven; hoe wei zönïmigeri ' eenen fprong 
waagen, van Jubals muziek 'op die der 
Engelen, voorde fchepping en bevolking 
deezes aardkloots gehouden. " c Maar ik kan 
liiet begrypen, hoé ze mogen voörgeeven', 
als of Jubal, naar 't verhaal van Gods 
tolk Mofes, die kunft, namelyk, de zang 
en fpeelmuziek, uitgevonden zoude heb- 
ben. Men vind daar van in den bybel 
immers geen Jota , zy moeten of kvvalyk 
Jeezen, of verkeerde befluiten maaken. 

Dit is echter in 'f geheel niet te vermoe- 
den: Zylieden begrypen beter dan ik , dat 
de Grond woorden van Gen: 4. vs: au 



Muzikaale Onderwerpen. %i 

$ubal was de Vader van alle , die harpen en 
orgelen handelen enkelyk hunne opzigc 
Kebben tot de fpeel, en niet tot de zang- 
xhuziek; maar hét gëene, dat hün mifleid, 
ial mogelyk deeze ongegronde redekave- 
Iing weezen i defpeelkunfl i$ dè geheèle Mu* 

ziek* ; .. , r ....... . 

Het voorftel van Bohnet, auteur van de 

bekende Hiflotre de La Muficqüe^ waar 

mede hy het vyfde Kapittel begint, is in 't 

Nederduitfch als volgt: 

,;, Mofes, de gtöote Wetgeever der He- 

j, breen, leert ons, in zyn eerfte boek, 

,, dat Jubal,Lamechs zoon, zq wel de 

ï, zatig als de werktuigelyke Muziek uit- 

3 , vond, of omtrent het Jaar 250. na de 

,, Scheppinge der wereld, eerft in zwang 

3 j bragt, en dat Ënos de eèffte lofzanger 

„ des Heeren was; maat Hy. zegt niet, 

,, hoejubal tot die vinding kwam, en of 

it hy 'er een kunft, dan een Weetenfchap 

,, van maakte Gen: cap: 4. 

Hier ontmoet mèn nochtans, in weinige 
i egels, verfcheide mifilagem 

I. De heilige fchrift zegt nergens, dat 
Jübal de vokaal- Muziek uitvond; het n 
derhalven ganfch onverdraaglyk, dat men 
Mofes , die daar van in 't minde geen ge- 
tvag maakt, voor eenen leeraar dier on- 
I waarheeden te büek ftelt , dewelke intus. 

B 3 fchen 



&% Redeneering over Nuttigt 

fchen in de harfTenen van een Fransman 
uitgebroeid zyn. 

a. De ftelling, als of Jubal reets om- 
trent het Jaar 230. naa de Schepping der 
wereld de iMuziek in zwang bragt hier zon- 
der bewys by gebragt, en met de tydree- 
kening der vermaardfte Chronologiften 
geenzinds o vereenkoomende , verdient geen 
toeflemming. 

3. Was Enos de eerde, die Goddelyke 
lofliederen zong, zoo vervalt immers van 
zelve, dat Jubal, veel Jonger zynde dan 
Enos, de geheele Muziek uitvond; men 
feefluit 'er veel eer te recht uit, dat 'er 
lang voor Jufaals tyden Zang- muziek ge- 
bruikt wierde, 

De meefte uitleggers der heilige fchrif- 
ten zyn, benevens de kerkvaders, by naa 
eenpaarig van gevoelen, dat volgens Gen: 
4. vs: 26. Enos het eerffc den uitterlyken 
Gods-dienfl: inftelde, zoo dat het volk van 
dien tyd, naar zyn voorfchrifc, op zekere! 
plaats vergaderde, ten einde Gode hunne, 
offeren te brengen , en Hem opentlyk aai 
te roepen 

De geleerde oudheids kenners beweeren, 
dat de gefchiedeniflen der aloude tyden 
voor de uitvinding van letters, en nocl 
lan^ daar naa, alleen bewaard bleevea 
door de gezangen der eerfle dichteren en, 



Muzikaalt Onderwerp* n. a 3 

Mu/i^k ocffenaaren, wordende langs dee- 
fcen weg, van tyd tot tyd, mondeling 
vo^rr geplant, en door de naakomelingen 
BfUoos met nieuwe zangen vermeerderde — 
en wat treffelyker middel was 'er toen ver- 
zinnelyk, ora de waarheid te verbreiden, 
en deugd en order onder de tnenfehen be- 
iiiinnelyk te maaken? Men beipcurde Wel 
hanft het groot voorrecht van gezongene 
woorden, boven gefprokene, en dus gaf 
het zingen gelegenheid toe het dichten; 
de Poëzy wierd als een gedeelte der zang 
kunft, of als haare Jongere zuftcr, aange- 
merkt; ten minilen bei4e deeze fraaie 
kunften wierden ter zelver tyd geoeffend, 
verbeterd en uitgebreid: nadien de een 
zonder de andere niet beftaan kon. -— 
Want geen melody bleef zonder woorden; 
en geen gedicht zonder melody; ja, zelfs 
het woord, het welk in de oudfte taaien 
eenen zang uitdrukt, betekend zoo wel de 
zangwys, als de zan^woorden. 

De eerfte taal beftond waarfchynelyk in 
bloote accenten ; daarna, in eenige ledige 
fyllaben, tot vervolgens, door toedoen 
van beide gemelde kunften, en toen het 
getal der menfeben aangroeide, uit een 
ledige, famen gefielde, en uit die weder 
nieuwe letter greepen en woorden , gevol- 
gelyk altoos meer hulp middelen tot de 

B 4 uit* 



34 Redeneer ing over Nuttige 

uitdrukking van gedachten, inzonderheid 
na dat mei) letters en een fport van fchryf 
kunft uitgevonden had, vooitfprootem — 

De eerlte Muziekitukken waren buiten 
twyfel zeer eenvoudige zangen y de eer- 
lte gedichten liederen of oden; de eerfte 
Muziek oeffenaars* teffens zangers, wys 
vinders en dichters» — De poëzy, verre 
van iets., dat naar rymen geleek, onder- 
fcheide zich van profa flechts door wat 
verhevener, zinryker inhoud en door be- 
ter order; hoewel men, zoo veel de ar- 
moede der eerfte taal toeliet, de Mederen 
zekerlyk geduurig netter en welluidende? 
zocht te maaken. Dusdanige liederen wa- 
ren niet alleen het aanminnigfte tydver* 
dryf, het welk de onfchuld ooit konde 
verzinnen , maar ook het voornaamfte offer, 
het welk men den Schepper der natuur 
bragt; gevolgelyk is het ten hoogden waar- 
fchynelyk, dat ze ook by den plechugen 
Godsdienst, door Enos ingefteld, vangroot 
gebruik en zonderlinge nuttigheid gevon- 
den wierden. 

De oude gefchiedenis Sehfyvers leeren 
ons van de Egyptenaaren en Grieken; dat 
de Muziek en Poëzy, zoo dra men haare 
Heflykheid en groot vermoogen op 't ge- 
moed der menfchen, eemgzins had leeren 
kenren, door Wysgeerige wetgever eerst 

en 



M^zikaa/e Onderwerpen* a£ 

en voornamelyk tot plegtigheeden , die men 
onder haar als de Godsdienftigfte en hei* 
ligfte aanmerkte , opentlyk beftemd , en 
zelfs door deeze oeffeningen altoos verder 
aangekweekt wierden ; ja , door deeze fchik* 
king , by 't volk in de hoogfte achting ge» 

raakten en bleeven. inmiddels , het 

wangebruik, het welk de dertelheid 'er ze- 
kerlyk by allerhande geleegenheeden van 
maakte } hield de zedigfte en beichaaffte 
Heidenen van het goede gebruik niet af. — 
Dit bleef altoos in weezen; het misbruik 
verkreeg de overhand eerst onder de Ro- 
meinen , en hét goede , deftige gebruik 
eener zaak, verdient alleen tot een exem- 
pel van navolging te worden voorgefteld en 
aangedrongen : De Egyptenaaren , de ze* 
digfte en befchaaffte , kenden geene andere 
Muziek, dan de zulke,- die men tot den 
Godsdienst, en tot bevordering van goede 
Zeden bekwaam oordeelde en gebruikte. 
Het kan ook waar weezen , dat men van 
die aller eerfte tyden af, niet alleen tot 
Gods Eere, maar op het veld en elders, 
tot hec uitdrukken van veelerhande harts- 
tochten, gebruik maakte van de Zang- en 
Dicht- kunst; genoeg dat men ze insgelyks 
en voornamelyk tot den lof des Hoogden 
aanwende , en dat ook de zoogenaamde 
Wereldfche liederen , tot haaren geftadi- 
gen aanwas krachtig mede werkten. 

B 5 Men 



16 Redeneering over Nuttige 

Men vind ia de Heilige Schrift , dat , 
omtrent het Jaar 395-, naar de Schepping, 
ongevaar 300- jaar voor Jubal , Mahaleël 
gebooren wierd; welks naam, volgens de 
grondtaal: (als beftaande uit wortelwoor- 
den, die men in 'tLatyn door Cantavie en 
Deus moet overzetten:) eenen Lof zanger 
des Heer eit) of iemand die God looft , becee* 
kent: waarfchynelyk, om dat hy, de Zang- 
muziek toen reets fterk in gebruik zynde, 
door zynen vader Kenan zonderling 'er toe 
beftemd was, Gods lof zingende te ver- 
breiden, of by plechtelyke Gods-dienftige 
oetfeningen heilige lofliederen te uiten. 
Jmmers, de naamen der oudvaderen wa« 
ren meeftendeels allegorisch, Zinfpeelen- 
de op zekere ontmoetingen en oogmerken, 
en al volgt hier juist niet uit, dat het Mu* 
ziekale, in de benaammg opgeflooten, en 
ook de perfoonen zelve betrefFe; zoo mag 
men doch vastftellen, dat de uitdrukking, 
lof zanger des Heeren^ in de taal niet konde 
voorkomen, by aldien zulk lof zingen, in 
dien tyd noch geheel onbekend waare ge- 
weest; Figuurlyke termen in de eerfte taal, 
hadden buiten twyfel hunnen oorfprong van 
't gebruik dier zaak, uit dewelke zy wier* 
den afgeleid; en niet de zaak uit de ipreefc- 

wyzen. Zommige uitleggers merken de 

naamen der Aards- vaderen flechts aan als 

fpree- 



Muziekaale Onderwerpen* 2f 

fpreckcnde of herinnerings-naamen, hun* 
om het geheugenis van zekere voorvallen 
*er door te bewaaren , eerst door Mozes 
toegelegt; doch fchoon wy hier door Kenan, 
als eenen voorftander van de verder uitbrei- 
ding dergewyde Zangttmziek, mogten ver- 
liezen 9 zoo zal nochtans volgen , dat Ma- 
haleël waarlyk een lofzanger des Heerea 
Was: dewyl Mofes de gedachtenis daar van $ 
door deeze benaaraing vereeuwigen en dus 
den nakomelingen leeren wilde, dat die lof- 
zingende aardsvader een onfterfelyk geheu- 
genis verdiend. Men mag derhalven met 
de grootfte waarfchynelykheid belluiten f 
dat de Zangkunst ten tyde van Enos en Ma- 
haleël niet alleen uitgevonden , maar ook 
reets vry wat gevorderd geweest is; ja, ren 
tyde als Jubal, door het uitvinden en toe* 
(lellen van Muziekaale fpeeltuigen , het ge- 
luk des Menschdoms volmaakte, zoodanig 
gevorderd was, dat ze hem tot een model 
en de geheele fpcelkunst tot een richtfnoer 

van nabootzing verftrekken konde. 

Het kundige moet naodzaakelyk op iets 
Hatuurlyks fteunen en daar uit voorfpruiten; 
dus vol^t van zelve; datdeVokaal muziek 
ouder moetzyn, dan de werkt uiglyke, als 
welker voornaamfte praótikaale regels uic 
de Zangmuziek worden afgeleid. — En wyl 
de ondervinding en de reden ons duidelyk 

lee- 



i£ 'kedetitetifig övif Nuttige 

keren , dat en höe de Zangmuziek haareri 
grondflag heeft ia de natuur van de men- 
ichen zelve, nameiyk, in de aangebooren 
vermoogens tot }iet fpreekeh , zingen en 
uiteinden; in de ingefchapen neiging tot 
order en evenredigheid * nieuwigheeden ; 
geftadige veranderingen en nabootzing; ja, 
inde hartstochten; Zoo VqlgdinsgelyKS, 
dat dé natuunyke ,. óf zender behulp van 
kunstregels geoeffende Zangkunst, by nai 
even oud als de menfehefyké Keelcn , dé 
delikaatfte, zuiverfté, beweeglykfte , ver- 
wonderenswaardigfte Muziek r infïrumen- 
ten, die de natuur ook voörtbtagr, : verre 
te boven gaat; én by nader onderzoek zal 
blyken , dat men met groote waarfchyne-, 
lykheid mag vastftellen, dat de eerfte be« 
wooner des Aardryks ook de eerfte Zanger 
ïs geweest. 

Het zal altoos waarfchynelyk bïyven , 
dat Adam gelchapen is , met de vereischté 
vermoogens tot de uitvinding der Zangkunst ; 
wat behoeven wy , door de ondervinding 
geleerd hebbende , dat alle menfehelyke 
kunilen uit zeef geringe beginzelenontfproo- 
ten en niet 'er tyd eerst verder befchaaft 
xyn ? ons tot de Chooren der onfferffelyke 
geeften te zwenken, om' de uitvinding onzer 
Muziek in een verhevener gedaante te ver- 
toonen? wat behoeven Wy meer te beves- 

ti- 



fyluzickaak Onderwerpen. %9 

tigen dan wy weeten? genoeg, als wy dui- 
<Jelyk begrypen , dat en hoe de Zangmuziek , 
fchoon de eerfte mensch nooit Engel noch 
vogel gehoord had, reets uit de natuur heeft 
kunnen voortkoiomen , en naar alle waar-» 
fchynelykheid, aïleenlyk 'er uit voort ge- 
fprooten is: aangezien ze, als geze^t, ia 
de natuur der menfchen zelve haare Grond- 
Ilag heeft 9 en dit is hier het ftuk het welk 
nader bewys vereischt. 

Adam," pp 't .toneel des aardryks treeden- 
de, was begaaft met vermogens en krach- 
ten tot het voortbrengen van Spraak- ea 
Zanggeluid: rcér oogtuigen , gehoor, vin- 
ding en iraaak. Dus kon hy verfchillende 
geluiden verwekken, en over de aandoenin- 
gen, die hy daar door onrfing, oordeelen* 

Al eer hy noch andere Klanken gehoord 
hadde, kwam hy zich vermoodelyk in gafl.- 
inen, die hy van blydfchap^ Verwondering 
en opgetogenheid floeg te uiten; — - Het 
geluid , het welk hy aldus gewaar wierd , 
vermeerderde buiten twyffel t'elkens zyne 
verwondering, — Hy deed zynen Schepper 
de eerfte hulde in Lof- en Dankzegging uit- 
drukkende gebaarden en accenten — De 
toonen, die hy naderhand voortbragt, dee- 
den hem zekerlyk vergenoegen fcheppen, 
eensdeels, in hunne welluidendheid, an- 
derdeels , in hunne menigvuldigheid , of 

zeer 



%o Redeneering over Nnttige 

teev verfchillende graaden van hoogte en 
laagte, zachtheid en fterkte, en die verge- 
noegen moest hem zekerlyk aannoopen tot 
nader beproeving zyner Zangftem. 

Toen hy nu aanving eene taal uit te vin* 
den, of zekere begrippen met zekere klan- 
ken te verbinden , befpeurde hy een eerften 
fraaiheid en verftand 'm \ geluid. — — De 
taal zelve , uit verfchillepd -gebrookene lucht- 
doelen, door tponryke veranderingen der 
ilemnie verwekt ; ja , uit enkel gingbaare 
en ledige lettergreepen beftaande, was 
reets een foort van melody. — — Hier by 
kwamen allerhande geneuglyke en vierige 
hartstochten , die alleen genoegzaam ver- 
mogend zyn , tot het zingen aan te dryven,, 

Wat verbaazende verfcheidenheid van 
klanken ontmoeten wy dagelyks immers , 
wy uiten onze gedachten, lydingen, ge- 
moeds beweegingen en alles, wat wy ons 
kunnen voorftellen , als door muziekaale 
toonen. — E)e natuur leert ons , by ieder 
bedryf, by elk verfchillend voorval, naar 
vereisqh der by zondere omftandigheeden \ 
niet alleen de woorden in andere order te 
ftellen, maar hun ook andere toonen te ge- 
ven, die nu fiaauw, dan fterk; nu hoog, 
dan laag, en dan weder middelmaatig; nu 
hevig, wild, hol en fchor, dan eens ver- 
metel , dreigende , nu weder verdrietig , droe- 
vig} 



Mu&kkaak Onderwerpen* 3 ï 

vig, klaagend, weenend, en dan een lac- 
hend , fchertzend enz: tot het gehoor koo- 
men; zoo dat men, zonder den zin der woor- 
den te bevatten, de hartstpcht vaneenfpree- 
ker uit den toon zyner ftem doorgaans kan 

afneemen. Wac meer is : hoe fterker 

onze hartstochten toeneemen des te zingen- 
der word de toon onzer ftemme; gelyk wy 
dikwyls bemerken , dat iemand , die zich by 
hevige lydingen fpreekende uitdrukt, by 
naa ten eenemaal zingt. 

Wat blydfchap en verukking konde ooit 
vieriger weezen , dan die des eerften Mensch, 
die voiwasfen en met heilige ziels begeerten 
uit de hand zyns Scheppers komende 5 zich 
eens klaps tot een letter in- en toteenleezer 
van het wonder boek der natuur beftemd 
vond.—— Wat wonder dan, dathyaanftonds 
van de zangftem gebruik maakte; zich inde 
eerfte eenzaamheid, en wel in overeen 
komst met zyne aandoeningen, daar mede 
verlustigde; geftadig meer toon vallen uit* 
Vond , en dus binnen korten ordentelyker 
zineen leerde ; voor al, zedert hem eene 
hulpe toegevoegd was: want toen ging ver- 
moedelyk zyn muziekaal genoegen eerst recht 

aan. Haar aanblik gaf hem buiten ,'twyf- 

fel nieuwe floffe tot vierige blydfchap en ver- 
wondering; gevolgelyk ook tot vreugde too- 
uen. — - En zy, zich zelve gewaar worden- 
de 3 



3* jRedeneering ever Nuttige 

jt3e 3 Adam ziende , syne Melodifche g&U 
ynen hoorende, en dus tefftond met meer 
bekoorlykheeden > dan haar Ega by zynp 
eerde aankomst ontmoet had, zichoverftelpc 
Vindende , moest ^ekerlyk ruim ;zoo hevige 
gemoeds beweegingen in zich verwekt ge- 
voelen , en ejndelyk , toen zy by derzelver 
los breeken. het zy zuchtende, het zy jui- 
chende, geluid floeg ? insgelyks haar eigene 
|tem hooren. — - 

' Naa deeze eerfte plechtigheid , vierd? 
«Adam ongetwyffeld met hartevreugd en in- 
nigfte dankbaarheid omtrent den Almachti- 
gen Schepper de geboorte dag zyner weder- 
helft; verfchillende zingbaare toonen van 
'tfpraak geluid , over de betekenis van de 
welke zy ? echtgenooten , het vernjoedelyk 
ichièlyk m<et elkander eens wierden, warea 
de ecffte middejen tot onderlinge bekend- 
making der gedachten en hartstochten. — - 
Doph hoe minder de weetgierige Hevaeeni- 
ge geleegenheeden, om yan haaren bemin- 
den voorzanger te profiteeren, liet voor by 
gaan , des te eerder ondekte zich het aan- 
minnige onderfcheid tusfchen de vrouwe 
en de mans ftemme; iets het welk hun beide 
ongemeen genoeglyk moest voorkoomen. — 
De deugden zelve konden tot het zingen 
aannoopen ; de neiging om elkander te ver- 
lustigen , te evenaar en en te overtreffen > 

oo eb 



MuZtekèak Onderwerpen*. 3$ 

noch meer; en de venuktegcmoedsgefteld- 
hecden, aLermeest. Ja, de ingdbhapen 
fatïgirig tot order en evin redi^hcid mo-'st 
hun noodziakelyk ïnaatzang, voort rekkelyk 
doen achten boven wildzang, als een uit- 
werksel van de redelykheid, en de aange- 
booren trek tot nieuwsgierigheid deed hun 
geftadig op meer aardige toonzwieren bedacht 
weezen. - - - Hier toe waaren verder :eene 
regeis noodig, behalven die, welke de ^oe- 
de fmaak , door het weezentlyk goede te 
laaten goed keuren en het kwaade te doen 
verwerpen, van zelve aan de hand geeft. - 
Hunne zangen konden melodisch en orden- 
telyk weezen, zoüder dat zy het wisten, 
en zonder dat fcy behoefden te wëeten om 
'er reeden van te geeven. • — Dé nacuurly- 
ke Zangkunst deed zeker aanftonds naar een 
zoort van Poëzy uitzien; des befluit men 
niet onbillyk, dat de eerfte Zangers teffens 
de eerde dichters waaren* — Hier was nu 
ten minden kans tot Solos èn tot Duetten; 
tot Duetten, die flech:s octavenwyze* deri 
zin der zan^woorden verfterken, èn tbc 
eipentlyk zoogenanmde Öialogen , alwaar 
de een vraagd en de ander antwoord geeft; 
zelfs tot een zoort van harmony, uit dub- 
belde tertfen en Sexten, met quirtën eö 

bttaven vermengd, bèftaande. 

C Adaxm 



34 Redeneering 'ov§r Nuffige 

Adams hulpe konde hem ook in het mu* 
ziekaale behulpzaam weezefr; en vermits 
aLe daar toe vëreischte middelen 'er onge<= 
twyffeid in gereedheid waaren » zoo kunnen 
Wy niet anders vermoeden, of de Grocte 
Schepper heeft hun, bev/ooneren van'tPa- 
radys , ook dïc treffelyk middel tot den lof 
zyner Majefteït en toe hun eige Verlusc:= 
ging, van hoe langen of korten duur die 
vreugd ook mag geweest zyn, befchooren 
en genadelyk verleend. 

Het aahgeböoren Muziek -inftniment éii 
de reets verkreegeh hebbelykheid in de 
Zangkunst , wierden hun echter niet ont« 
noomen , na den beklaagelyken zonden 
val, ja, tot verder aankweeking, konden 
zelfs de ohgenoëgelyke hartstochten, cie 
'er zedert dieh rampzaligen tyd zich meer 
en meer ontdekten , tot krachtige hulpmid- 
delen verftrekken. — - Zongenze te vooren 
enkel Allegro en vivace , de nood leerde 
hun nu het Adagio en Lamehtabile, — wilde 
het in de dampige luchtftreeken , buiten 
Eden, op verre na zoo lieflyk niet klin- 
ken , dan zy het vöot deezen gewoon waa- 
ren; genoeg, dat de Llefderyke Schepper 
hun het gefchenk der Zangftemme liet be- 
houden , tot laaffenis, tot verzachting van 
haaren bekommerlyken ftaat; zy leerden nu 
ook by hunne jonge fpruiten bemerken, hoe- 
da» 



Muziek aak OnJefwerpe*. 5? 

danig de.Zanglust der menfchelyke natuuf 
ingefchapen legt. 

Een eeistgebooren kind laat aanftonds t 
zekere pynlyke aandoeningen te kennen gee- 
vende , üiergelyke Zingbaare. too.nen hoo- 
ren, door welke kermende en klaagende 
volwasièn Lieden zibh in \ gemeen pleegen 
te uiten; ten blyke, dat ieder verandering 
van klanken , uit een byzondere gemoeds 
beweeging ontftaande, een duidelyk ken- 
merk is, van een natuurlyken Zang, door 
welken de natuur van den mensch zich tel- 
kens zoo eigenaardig uitdrukt, dat men de 
meening, zelfs zonder woorden, verdaan 
kan. — : Wy befpeuren verders, dat 'er geen 
nader en beter middel is, om zulk een kind 
eene zachte rust te befchikken , 4^n de ge- 
woone vokalifeerende toonen der. minne; 
zoo haast die haar melodisch Trallala be- 
gint, worden de tedere, door uitterlyk ge* 
raas noch ongeroerde, oortuigen des kinds 
de eerliemaal geitreeld en gekitteld| het 
kind bevat die taal der hartstochten; de na- 
tuuiiyke drift tot zingen word 'er zachtjes 
door opgewekt: daarom ve?geethet, over 
die nieuwigheid, aan dewelke het fmaak 
vind , alle andere aandoeningen , word or>- 
lettende en allengskens (lil. — .Verftaanbsre 
woorden zouden hier de werking der melody 
pi£t bevorderen, door dien het kind .zich. 
van iderzelver betekenis toch niets kan voer- 



«6 Reder* eeltig over Nutt'ge 

ft.lei; het gevoeld eenelyk de toonen* 
en degzen zyn uit den aart bekwaam tot 
het verwelken van cu- danig een ittdruksel» 
voor 't welk de n- tuur , of v e! eer de Ziel 
Var.» h? kjnètoöëWw&kt alleenlyk vatbaar is. 

De merifrhen-fleni *, gt hier beter, dan 
dj toon vafi een M r i/iek-inftrumenr, om 
dat de toon van een fptxii ;V met de natuur 
van een kind minder overee* >msr ht ft, 
aan de menfchelv&e flein, ze\h ude een 
fpeeltuig* voor zulke tedere gehou '^een- 
tjes al te gevoelig,, te fcherp en teciooi; n* 
gend , gevol£e ? yk veel eer imerreJyk en i n- 
aan^enaam, dan verkwikkend weezen. Dus 
is ten opzichte van Jnftrument toonen waar, 
dat wy ze eerst uit gewoonte en wanneer de 
oomiigen fteiker en vafter worden , ver- 
draaien lieren, tot dat ze ons met 'er tyd 
bevallig klinken'; het is ook in 'tabemeen 
w?-ar, dat de Zangftemmcn van Vrouwen, 
ze'fs by gebrek van befchaafdheid, alleen 
wegens de fchelle en hooge toonen , haare 
ftxe ei°[en, ja, zonder op de woorden acht 
tegeeven* iets bewee^Iyks influiten; daar* 
om hooren wy , by toeneemende jaaren 9 
liever eene Zangeresfe dan eenen Za?-ger. 

"lier uit fchynt men te ,moog-vn beflui* 
ten, dat Adam door Hevas Zargflem m tr 
vermaak genoot, dan hy haar door de zy- 
iv kon belchikken; men ma£ ook geer z il s 
twjffekn* of Aüain, ten miniten zyne zoo- 3 

en 



MuzikaaJe Onderwerpen* $7 

^n zoons zoonen, Zi Jen na dikivylsaan- 
£ eftelde proeven eindÈ yk, uu aen aard der 
üemme en zan^wooru >n, yektre kunst Te. 
jwjs hebben uit&t vondi n* om hunne gezan- 
gen altoos meer aanminnig^eid en order by 
te zetten en luiane gedchten bekoorlyker 
te ro^aken. 

E^indelyk, het Spraak- en Zang-geHrid 
teltaat uit ten en de zelfde ftoffe, ikclts 
op verfchillenoe manieren bedwongen wor- 
dende, zoo dac fpreeken en zingen alleen 
in bet vormelyke of in de wyze der voor - 
brendng verichilltn; de menichelyke item 
Jan alle innerlyke aandoeningen, genoege- 
l}ke, en ongenoegelyke, alle neigingen, die 
men felfs gevoelt en in andere verwekken 
v il , fpreekt nde en zingende te ker net gee- 
ven; hoewel ir^ het eerlte geval, gemakke- 
1) ker en fchielyker. — maar de Zsngftem is 
yulk eene taal def ziele, door deueike zy 
iet geere ontaekc* vvat ze bevalliger tnra- 
< ukkelyker w vooiftellen. ~ De Ziel 
a n den mensch s reets by de geboorte voor 
i 3 Zangmuziek vatbaar gemaakt of anders 
l '.eft, de neig ng tot te muzic^ is ecne 
i uurlyke etgei fc!~ap van de ziele, haar, 
door den groottn Schepper der natrur, in 
dqjp helmie mede gegeven* dus zodu men 
h?nrr oo r fp<ong ook bUlyk by rie ^erfte be-r 
toners de? aardryks, en ik twyfftle geen- 
ï^s < f nun vind htm h:er ontdekten 
klaarlyk aangeweezen. 

Cj 3 # 



$t Reimeerittg ever Nuttige 

De werking en de nuttigheid 
der Muziek m het gemeen ^ 

By de aandoening vaö toonen ontvan- 
gen onze zenuwen eene zekere trillende bte- 
weëging, die aan dè dierlyke geeiteh inge- 
drukt en voortgeplant word; langzamer 
beweeging, naar dac de toonen iaager en 
zwakker , doch fneller beivëeging , naar 
dat ze hopger en ftefker zyn, — Hoe le- 
vendiger i önderfcheïdenclyker, lhellör en 
meétrnafflen herhaalde 1 beweeging 'er nu 
by zekere toonen in de zenuwen en dier- 
lyke geeften gefchied , des ce levendiger en 
klaarder is de bevatting, die \x in ons 
word verwekt. — Spant men een e fria ar 
flapper daar word een Iaager, ipant men 
ze itêrker , een hooger toon gebooren ; & , 
eenzelfde toon" luid ons eeveöeens, en 
zommigë intervallen worden doorgaans wel- 
luidende en andere in tegendeel wanluiden-' 
de bevonden, — In alle déeze vöorvalleft 
legt de reeden van de verwekte verande- 
ringen, in de eigènfthappen der toonen, 
gevolgelyk zynze wérkende oorzaaken. 

Ten anderen, Toonen kunnen al zoo 
wel als woorden tekens van onze gedacht 
ten zyn ; niet voor zoo verre ze geluiden 

zyn* 






Jkv&ekaak On&trwerpw* 39 

zyn, of uu luchtdeelen beftaan, maar om 
dac zekere toonen ook zekere begrippen 
in ons kunnen venyekken , en deeze weer 
herleven t?r gelegenheid dat wy zulke too- 
nen hooren. De veritandige begrijppen 
zelve-, leggen nie: in de toonen noch in 
woorden, maar in ons: echter* zekere toe- 
ren en woorden , kunnen een zeker zin infiuf- 
ten, door welken, als door een middel 
band, nienfchelyke^geeften zich aan elkan- 
der ontdekken, zoo dat een toehoorder, 
de betekens kundig of eenig nadenken ge- 
bruiken ie, door behulp dier tekenen juiffc 
zodanige begrip pen kan verkrygen, als. men 
door »hun toedoen in hem poogt te ver- 
wekken. — Ten deezen opzichre zyn de 
tóönen glegenheid geevenck cerzaaken, en 
de uitwerkzelen kunnen grootelyks ver- 
fchi.lien naar maate der verichilienae om-, 
ftandigheeden , in dewelke een muzikaal 
toehoorder zich eertyds heeft bevonden, 
of tegenwoordig bevind, en- naar maate 
dat zyne verbeelding levendiger werkt, 
en hy meer of minder oplettentheid en 
nadenken gebruikt. ---- 

De ondervinding leert, dat men aller- 
hande hoor en zichtbaare beweegingen , 
by voorbeeld ryzen, daalen, trillen, loo 
pen, ruften, ftaan, vallen, zwerven en 
ontelbaare andere dingen, ieder op on ;:in- 

C4 «g 



#o Redeneermg over Nuttige 

ciig verfchillende wyz$, door maat -gezaag 
eigenaardig aiïchetzen en opmerkenden, 
tyrciker vlugge inbeelding de begrippen dier 
^saken weer doet herleven, zelfs zonder 
behulp van zangwoorden, bevattelyk maa- 
ien kan. 

De luidruchtige natuur heeft ons tot uit* 
drukking van ieder hartftocht byzondere 
klanken aangeweezen; want wat is het ge*, 
kerm der kinderen apders, als een klag- 
lied , door otigenoegelyke aandoeningen 
verdekt? wat is lachen en juichen, als 
een zoorc van blyz^ngen? fmeeken, vleyr 
en, kyveiu fpotten, dreigen enz: komt 
alles op verfchillende wyze tot het gehoor!, 
gelyk het door zekere veranderingen van 
llemmen gefchied, yide Godtfcbed, criti r 
fcbe dicht kund paf: 6L --- Zelfs in geluid 
geevende Dieren ontmoeten wy tekens van 
zekere h~riftochten , by voorbeeld, een 
JHaan ilaat tellens een ander zaort van ge*. 
luid , wanneer hy het dageraad, aankon- 
digt , verandering van weer voorfpeld, of 
eene Henlpkten van haar affcheid, fchoon 
wy dqn zin van iemands woorden niet 
verftaan , de gemords geftalte der menfehen 
kan ons gemeeniyk door het geluid ken- 
nelyk worden, om dat ieder hartftocht als 
fyaare eigene ta^l fpreekt. 

^Jaat §c^%ng kan, de taal van eene harts. 

tocht 



'Muqikaah Onderwerpen. 41 

tocht fyteekerij by aldien tjec, door het 
vuur der verbeelding geteeld, als in fpran* 
Joelen van zulk tene hartftocht bcftaac — 
P^sd^mg? aan*een*gefchakelde toonen» 
floor de natuur zelve ingegeven, en naar 
vereifch aangedijid en uitgevoerd, kunnen 
^Uoo weinig nalaaten hunne kracht te ver- 
spreiden op hen^ elie *er naar gefield zvn t 
om dezelve te kunnen aanneemen, als, 
diergelyke voortbrengzels van dich teren» 
redenaaren en kunftichilders; een woord» 
een trek, een muziekaal interval, een pas* 
fage, ontfteekt zomtyds zekere beoogde 
hartftocht, wanneer men het geene, dat 
men in anderen wil verwekken, zelfs le- 
vendig gevoelt; men moet de kiok van 
den geeft eens anderen nadrukkelyk tref- 
fen, en verborgen neigingen des harten 
door ftofftlyke middelen naar 't leven nit- 
drujik^n, aangezien alles wat van harten 
gaat, in da| van anderen lichte! yk weer 
ingang vi; d. r t — Wat wonder dan, dat 
maatgezang, het y 7 elk eere fpreekende 
fchiidery verbeeld, vatbaare toehoorderen 
$ntvonkt, de gemoederen venneeftcrd, en 
na menigvuldige ovei denkingen , eind©- 
lyk tpt ecne vierige begeerte en ftandvas- 
tige liefde der vcorgefteJüe zaaken zehre 
overVa..ld. 
Mui jioemt de muziek te recht klinken- 



4& jRcdeneering over Nuttig*. 

de weHpreekendheid, eene zinryke geefti* 
ge taal, met een woord, 'Tboripraak. — * 

Men pntmöet 'er niet alleen muziekaale 
letters en lettergreepen dïe zich op onein- 
dig verfchillènde wyze laaten fame&voe- 
gen, maar ook aan~een-gefchakelde too- 
ien , die in 'zekere zinicheidïngen en pe- 
rioden, 't zy overluid of zacht geleezen y 
Iets bepaalds kunnen uitdrukken^ 

De tooiifpraak kan, in verfchillènde 
graaden, blydfchap x en droefheid verwek- 
ten, de blydfchap gaat gepaard met uit» 
Jpreidjjig, de droefheid ipèt famentrekking 
der dierlyke geeften, en daar word zeker 
graad van blydfchap of droefheid gcboo 
ren; wanneer en naar maate dezelve uit* 
gèfpreid of zamen getrokken worden. 

Daar hooge en flërke toonen, in fchie* 
ïyke beweeging en in fprpngcn voortkoo- 
mende klaarder begrippen verwekken, zoo 
worden laage en zwakke toonen in lang- 
zaame beweeging en in naauwe trapswyze 
gaande intervallen vcortgebragt, weegeng 
flaauwer werking op de dierlyke geeften, 
langzaamer en met minder klaarheid op de 
gewaarwordihg , veroorzaakende dus dee- 
ze in 't gemeen droefheid en de andere 
blydfchap, Ja, dit is de reden, waarom 
zekere muziekftukken langzaam en andere 
in teegendeei fchielyk moeten gaan, fchoon 



I 



ïeaer 



Muziekaak Ondtrwerpen. 4$ 

ieder zoo verre niet ziet, maar Hechts 
denkt, het is een adagio, een allegro 

eriz: --— 

De grönd-toonen over de groote dejtfe * 
worden tot vroiyke en hevige, gelyk die 
over de kleene derde, tot droevige en te- 
dere gemoeds beweegingen, in 'tgemeea 
iets bekwaamer gevonden ; hoe gering het 
verfchil tuffchen de redematen 4 — 5. en 
5 — 6, ook zy; de groote terts fpreid de 
dierlyke geeften, uic hoofde van meerder 
trillingen in eenen zelfden tyd verwekt, 
meer uit, en veroorzaakt, wegens meer-» 
der gelyke invallingen i levendiger en klaar- 
der, maar de kleene terts, uit tegen ge« 
Helde reden, flaauwer indrukzelen. — 

Deeze verfcheidenheid word grooter, 
wanneer men de groote en de kleene terts 
afchter elkander of daadelyk hoort, of wan- 
neer men zich leevendig verbeeld, hoe 
naar de kleene, maar hoe levendig de groo» 
te terts luid. 

Men kaii door middel van toonfpraak al-* 
Ie veizinnelyke zoorten van hartftochten, 
in allerhande veréifchte graden, verwek-* 
ken, onderhouden, verflerken, verzwak* 
ken en dempen; verwekken, voor zoover* 
re het maat gezang de taal van zulk een 
hartftocht fpreekt, onderhouden door ge- 
lykzoortige, veriterken door levendiger ^ 



44 Refonneering ever Nuttige. 

en verzwakken door flaauwer ^ibeeldze^ 
Jen, zynde in die laatte gevat cte prond- 
toonen over de kleene d.rde en Ln^za* 
mer bewcegïngen ais grave, largo, ada- 
gio, zeer >evoe;lyk. — <* men kan ze<itn> 
pen door tegen overgaande hartltoJiten, 
verdryvende droefheid door bl/aunap; 
liaat door liefde; vree?,a door h op, nyi 
door mede lyden; en dus ook omg^keeri 
in tegendeel; aangezien ahe ^emouds hi- 
we^ingen uit zek.re graden van blydicthip 
en droefheid beftaan, en men onr&jo^e. 
lyk twee tegen gefielde harcttocuten ter 
zei ver tyd kan hebben ^— 

En wie zic 7 i klaar kin vjorftellen, hoé 
een Dichter, een Redenaar en een kunil:- 
fchilder tot dit alles bekwaam is; en aan 
eenigzïns de middelen en wyze'i kent* 
welke de natuur ons hier tot dien eiriïé 
aan de hand geeft, die zal gemakkeiyk 
kunnen begrypen , hoe een muziek - oef- 
fenaar dit vermag, en eens lachen met de 
fchoilvosfen, die zelfs in deezen de wi^ 
k ;nft voor een treffölyk hu 'p- middel aan* 
pryzen, aïs of m^n detoonen, toe bereid 
king van zeker oogmerk gevoe^lyk'l, tel- 
kens door de Ugebfa uit cyfferen moeit 
en\>ntd^kken kan. — ^ 

De muzHmle taal benift niet, gelyk 
jtoderen, op ownfchelyke willekeur, maar 

op 



Muziekaaïe Onderwerpen 4$ 

op onveranderiyke natiur- vetten; tfant 
hei denk ->eeld van droefheid had imm rs 
Üteoo w* 3 ' door hec wo.i.d blyatchap kun- 
nen verwekt worden, by aldien hec ge- 
bruik die woirdf n zoodanig had ingevoerd* 
Cüi als wy'm«t het begrip vaa droefheid 
het woord blydfchap hadden leeren ve- 
binaen, doch dair teegen (laat in de ma* 
ziek vaft, dat toonen die het kenmerk 
tlacren van lachen, huppelen en juichen» 
op zich zelve nooit geen ander denkbeeld 
bcnalven dat van blydfchap kunnen ver. 
wekken. 

Niet alleen de vokaal, maar zelfs de 
Inflrutnentaai muziek, kan en zal toon- 
foraak verbeelden; kan men, wanneer lie- 
den in een onbekende taal, by voorbeeld, 
kyven, aanltonds bemerken, dat het ky* 
ven is, maar geen vlyen, wat wonder 
dan ; dat men de taal van zekere harts<- 
t lichten o >k tot fpeeS tuigen overbreng' n 
en bemerken kan, van wat harfhochxii 
zy h°t kenmerk dragen. 

De Inflrumentiai muziek kan tot Dap- 
perhei 1 aannoedigen; d't wift men re^ts 
ten yle van Mozet toen men ze by den 
oorlog invoerde; de vtrfcheidenhe.d der 
krvgs Inïtrumtnten heeft mede haarti 
grond in de meerder of minder aandoe- 
ningen, welke de krygslieden behoefden. 

De 



4'tf Redeneering over Nuttige. 

De dierlyke geeften worden hier uit« 
gefpreid, eensdeels door de hevig bewoo* 
gen trillende lucht-deelen , uit welke het 
geluid beftaat, en anderdeels door de moe- 
dige trant der toonen zelve ; dus word het 
bloed verhit en by v deeze gelegenheid doed 
de verbeelding in die geene, die 'er na 
gefteld zyn, zoodanige denkbeelden her- 
leven en opmaaken, volgens welke men 
de aanftaande zwaarigheeden voor dwer« 
gen, en zich voor een rem aamerkt. 

Schoon de muziek aan vreesagtigeh de 
dapperheid niet kan geeven, zoo helpt 
ze doch den fchrik verbannen , en in hel- 
den de yver ontfleeken, gelyk David en 
millioenen , foldaten kunnen fceyeftigen. 

De Inftrumeritaal-muziek, kan opletten- 
de, volgens den regel der verbeelding, 
allerhande èertyds gevoelde hartftochten 
in haare volle kracht weer doen herle- 
ven. De muziek, zeid een volgeeftig 
naamloos fchryver, Dans les Discours fut 
f harmonie, paris 1737, trekt den God.» 
deloozen tot den Tempel zyn oor, by an- 
dere leeringen geflooten , opent zich voor 
de doordringende toonen; nu treffen eens 
enkeld donderende famenfteoimingen , wel- 
ke de lucht trillende fcheuren en zulk 
een onheilig menfch , met vreeze en ont- 
ftëltenis bevangen. De ftrenge harmony 

brengt 



Muzidaak Onderwerpen. 

brengt hem in gedachten de tevendigen, 
fchrikkelyken 'en onvermydelyken God, 
die met een vlammende hand op de vleu- 
gelen eenes onweërs galmende afdailt, 
docdelykë blixemen fchiet, en door dta 
worg -engel op de hielen gevolgd word 

De dieigehde toonen verbeelden dien 
goddeloozen, de gevreesde nadering zy- 
nes richters; hèc geraas der vüurige wa- 
penen; den itort-val der ïmeulendê pik- 
ftroomen; de afgryzelykheid des barigea 
afgronds, en het onherroepelyk vonnis zy- 
ner verdoeming. — Dan koomt in tegen, 
deel een zachte verkwikkende harmony 
hem vari de fiddering weer te ontheffen, 
en een herlevend vertrouwen te verwek- 
ken; hem word, als in een bloemen wolk, 
de vader aller goedheid verbeeld, gereed' 
rot vergiffenis, indien hy zondaar flechts 
van harten zucht, en met affche.op het 
hoofd, door boet-traanen het vuur der an- 
ders eewig duurende wraak tracht te bluf- 
jTchcn-wie ooit treffelyke kerk muziek met 
oplettendheid heeft by gewoond, die zal 
de moogelykheid van dit gezegde gee::- 
Êins in twyffel trekken. — 

De regel van verbeelding veroorzaakt, 
dat een zelfde muziek (luk zomcyds ver- 
schillende, ja te^en gefielde hartftochren 
verwekt. — want een iluk daar geen aar- 
dig- 



4* Redeneering over matige* 

ditjheia aan is , maar het welk eertyas ia 
zekere vivlyke omftandigheden genoege* 
lyk wierd fielrnaakt, kan docr ce herle- 
vende indrukzels van eer ry dj genooten ver- 
xnaakelyk' eden , naderhand noch a's ver-* 
rukkende vooikocmen. -— een aria, dié 
men jtmuwiyks kende Veelen, toen eert 
ntuziekanc ot een ander pauver cav^hef 
'et mede voor den dag kwam, luid menig 
een overiieflyk *» ze d ere hy het zelvfe van 
zyne 7iehoogdesfe hoorde, ©m dat hèc 
iiu telkens haar e behouilykheden weer le- 
vendig r e binnen Lrengt; en een ftukje* 
her we k' men eertyds pas fabel noemde, 
toen de i aain v^n de komponilt onbeken: 
was, heet nu magnifiek, naar dat men 
verzeekert, of flechts in de verbeelding 
§s, dat deeze of geene hoog geachte vors <-- 
telykë pertoon daar van de opfteller zy. — > 
Hier uit is kiaarlyk afteheemen, waar- 
om het wel kompdneeren, zingen eh ipee- 
len altoos niet voldoe; waarom een kom- 
pomft, al zoo w T einig als een predikanten 
hoogleenar* nooit volftiekc kan bepaalen, 
wat werking zyne opflellen ih alle toe- 
hoorde en zullen veroorzaakt; want kan 
men de afzwe r ving van de gedachten der 
toehoorderen niet beletten en koomt de 
verbeelding zie 7 ? 'er in mengen, alle denk- 
beelden, die iemand reet» heeft, en d>e 



'er 



Muziékaale Onderwerpen. 49 

er onder hec hooren van een muziekftuk 
in hem weer herleven, maatigen zich ie* 
der eene (tem aan in 't vonnis van goed 
of afkeuring. 

Saul hoorde David, toen hy hem zeer 
beminde met vermaak, en fchepte doorzy- 
ne Muziek eene ver- ademing. i. Sam: 16. 
Vs: 2i.— 23. maar toen hy deezen deugd, 
zaamen lpeelman als zyn troons opvolger 
aanmerkte, was 'er alles by elkander wat 
de denkbeelden in de uitterfte verwarring 
konde brengen, en dus wierd hy, door 
de werking eenes boozen geeft raazend, 
vide 1. Sam: 18* Vs: 10. 22.— boven dien, 
met hoe fyner muziékaale fmaak een krank 
hoofdige is begaaft , des te eerder kan men 
hem door inuziekaalë uitwerpzelen en ge- 
drochten, die men gemeenlyk dollemans, 
zoldaten en dronke boeren muziek noemt, 
baloorig , ja, als dol maaken, te meer 
wanner zulk desperaat gekrioel heviger 
en onverwachter voortkoomd en lange 
duurt. 

De Inftruraentaal muziek kan tot een 
artfeny des gemoeds verftrekken , voor zoo 
verre zy nadeelige hartftochten dempen , 
en dus het gemoed van kwade begeerlyk- 
heeden bevryden helpt; zulks gefchied, 
wanneer de bekoorelyke harmony , volgens 
den regel der verbeelding zoodanige denk* 

D beet 



1 



$0 Redeneering over Nuttige. 

beelden verwekt , die tot ernftige heilzaa- 
me overweegingen en tot buiging van fcha- 
delyke wils -heigingen gelegenheid geven, 
gelyk zommige galachtige of oploopende 
de prysfelyke gewoonte hebben, zich by 
\ gevoelen van önftuimige driften, zoo 
lang in eenen fpïegel te befchouwen, tot 
de lineamenten met zulke laage en feha- 
delyke hartftochten verzeld gaande, weer 
vetrokken zyn; even eens kan men na- 
gaan, dat deftig maat gezang aan opmer- 
kenden noch meer gelegenheid kan geveii 
tot overdenkingen, door welker toedoen 
de woedende golven der gemoeds driften 
ingetoomt en gefluit worden, wanneer 'er 
na den geleeden ftorm, des te aangena- 
mer kamte moet ontftaan. — op deeze 
wyze diende het fnaarenfpel ook den ver- 
toorenden Propheet Eliza, en dit weegne, 
men van hinderpaalen is zeker eene na- 
tuurlyke werking der muziek, als zynde 
in de kracht der toonen, en in de geluk- 
kige gefteldheid van zinryke toehoorde- 
ren gegrond. 

Het oogmerk om door maat gezang het 
gemoed te be weegen, laat zich door zang- 
muziek des te gewisfer, en op eene ge- 
makkelyker wyze bereiken , de fpeel-tuigen 
zyn hunne geboorte verfchuldigd aan de 

zang. 






Muziekaale Onderwerpen. 51 

zangftemmcn, en de fpeel kunfl moet haa- 
re voornaamite regulen uit de zangkunft 
afleiden- Muziek vaneen zangfteoi, door 
hoe veel ipeeltuigen ook onderfteund, 
noemt men, naar het edelfte gedeelte, 
zangmuziek, en 't werk der Inftrumemen 
word hier flechts als de trein, verzelling 
of accompagnement aangemerkt. — voorts 
wil men door redeneering eene hartftocht 
verwekken , men moet zekere zaak korc 
achter een , zonder veel tyd tot nadenken 
overig te Iaaten; als goed voordellen; ée- 
ne hartftocht dempen, men dient een van 
de beide ftellingen , die iemand verwarde- 
lyk in 't hoofd heeft , en zonder welke de 
hartftocht niet had kunnen ontftaan, na- 
melyk, die zaak is dus of zoo, en wat dus 
of zoo is, is goed of kwaad , aan te taften 
en om verre te werpen, als wanneer de 
hartftocht zich ten eerften zal leggen, wyl 
zulks alzoo wel in rym als in onrym kan 
gefchieden, fchoon de eigentlyke Muzie- 
kaale Poëzy een byzondere fchikking ver- 
eifcht, zoo kan den inhoud van zinryke 
zangwoorden, iets bepaalds voordragende 
aan 't verftand , door desfelfs toedoen den 
wil tot vierige begeerte der voorgeftelde 
zaak neigen ; dus word de geheele muziek 
als bezielt, en hier uit volgt reets genoeg 

D z zaam 



:: fz Redeneering' over Ifuttige. 

zaam dat de zangmuziek op verre naa het 
voornaamfte gedeelte is, en te recht met 
den pr'ys gaat ftryken» — — Defpeelraannen 
door zornrnïgen eertyds tot verkwikking en 
verbeeeering des gemoeds vereischt, deden 
zekerlyk iets, waar toe geen zoogenaamd 
Geeftelyk fpeelnian, of eenig ander per- 
Ibon, bekwaam wierde geacht, doch mis- 
ichien heeft men toen j-uift geene deftige 
zangers hy der hand gehad, die anders het 
werk aizoo wel , en beter hadden kunnen 
klaaren. — — ten anderen, fchoon de fpeel- 
muziek tot de uitbeelding van allerhande 
beweegingen vry wel bekwaam is , wil men 
echter jaar getyden en geheele gefchiede- 
nisfen klinkende affchetzen, men moet of 
eenigzins tot de methode der eerfte fchil- 
deren te rug keeren, die J er telkens plag- 
ten by te voegen , dit fcbal een boom wee* 
zen, dit een vogels een buis, enz of zang- 
woorden tot verklaariflg hebben. — - bo- 
ven dien is het in 't algemeen onweder- 
fpreekelyk, dat wyslyk vereende vokaal 
en Inftrumentaal muziek ongeiyk meer op 
het gemoed vermag, dan deeze laafte al- 
leen, vermits in 'c eerfte geval de verbeel- 
ding niet alleen door meerder fraaiheid be- 
koord, maar ook de eigentlyke zin klaar- 
der uitgedrukt word. — intusfchen cm een 

dui- 



Muziëkaale Onderwzrpetu 53 

duidelyk begrip te maaken van de voor- 
noemde uitwerkzelen der muziek, men 
diend niet- alleen het maat gezang, maar 
alles wac eeniger wyze op het gemoed kan 
werken in aan merking te neemen, by voor- 
beeld, in de hiitorie van Ciytémneftra en 
Demodoous, komt het niet eens aan op 
den grondtoon, Dorius, maar op den ftyi 
en de uitvoeringen [op de Aehtbaare Per- 
foon des Goeverneurs , en inzonderheid , 
pp de deftigheid der zang woorden, en de 
overjenkingen van der zelver zin, gelyk 
het immers krachtig verfchilt, wat zooic 
van zat g- woorden men gebruikt, en hoe 

men hunnen inhoud behartigt. 

De. Muziek kan na voleinden arbeid tot 
herftelling van gemoeds en liehaams krach* 
ten verftrekken; wie 'er vermaak in weet 
te fcheppen, en als dan. wanneer by, na 
lan^duurige overdenkingen en werkzaam- 
heid der lichaamelyke leeden, verlies van 
geeften bemerkt, muziek naarzynenfmaak 
hoord, die zal doorgaans mits de gedach- 
ten van de gewoone bezigheeden aftrek- 
kende, en op het geene dat 'er in hem 
voorvalt naauwkeurig acht geevende, ee- 
11e wonder aangenaame ververfchmg en 
herftelling van krachten befpeuren , hoe- 
danige aan lediggan^ers , die 'er eeniglyk 

D 3 den 



54 Redeneer ing over Nutteig. 

den koftelyken tyd mede zoeken te ver- 
dryven, nooit mag gebeuren, gelyk al te 
dikwyls gebruikte genees middelen op den 
duur hunne kracht verliezen. — De tril- 
lende lucht deelen verfchaffen hier , aan de 
zamen getrokken zenuwen opening, zoo 
dat de dierlyke geelten verzameld* ver- 
dunt, vermeerderd en uitgefpreid worden, 
en iets dat op zich zelve het verftand en 
het hare kan raaken, word met dubbele ge- 
noegen gefmaakt, wanneer men de zoetig- 
heid der rust met het geleden ongemak 
vergelykt en verzekerd is, eene uitfpan- 
ning te hebben verdiend, althans de mu- 
ziek verkwikt op deeze wyze Keiferen, 
Koningen en vorften » ftudeerende perfoo- 
nen, door nadenken afgeflooft, en alle die 
den last der arbeid Getrouwelyk hebbeu 
gedragen — - 

De Muziek kan op allerhande wyze den 
ïnenfehelyken geeft verluftigen , als 

I voor zo verre men de levende indruk- 
zelen der toonen , mits geenzins tot na- 
deel onzer Jichaamlyke gefteldheid val- 
lende, aanminnig vind, en boven flaau- 
we, voortrekkelyk acht; in deezen be- 
antwoord men zekerlyk aan 't oogmerk, 

niet 



Muziekaale Onderwerpen 55 

met opzicht van het welk onze gehoor- 
tuigen zoo wonderbaar zyn gefteld , aan- 
gezien levendiger indrukzelen klaarder 
begrippen verwekken, en deeze grooter 
volmaaktheid der ziel te kennen geven ; 
ja , deeze zoort van verluftiging , of be- 
fchouvving van volmaaktheid kan des te 
levendiger weezen , als onze ooren door 
de toonflraalen gemeenlyk fterker , dan 
de oogen door de lichtftraalen , worden 
aangedaan. 

% voor zoo verre 'er door het nabootzen 
van allerhande hoor en zichtbaare bewee- 
gingen , in de muziek als eene kleene 
wereld afgefchets worden» dingen die 
in der daad zeer bekoorlyic zyn by al- 
dien men 'er geen apenfpel uic maakt, 
maar zich matig en te rechter tyd 'er 
van bediend. 

3. wanneer de toon mengelingen ganfch 
ongewoone vallen, holbollige fpeelwy- 
zen, fprongen die aanminnig verrasfen, 
en over welker nette en fchielyke uit- 
voering men als verbaaft (laat, opdis- 
ten. — ook hier moeten de goede finaak 
en de reden ons de behoorlyke paaien 

D 4 an- 



s 



56 Redeneering over Nuttige. 

sanwyzen, wyl onze handen en vinge* 
renalzoo weinig tot kattelprongen of mu» 
ziekaale Goochelary, als onze voeten 
tot het koorde dansfen , zyn gefchapen. 

4. wanneer de Muziek, gelyk in fraaie 
concerten dporgaans , allerhande g'even. 
reedigde verfcheidenheid tot de gewaar- 
wording overbrengende > als in eene print 
van moogelyke en oneindelyke verande- 
ringen der vvereldfche zaaken aan 't ver- 
ftand voorfteld. 

voor zoo verre men de Muziek als een 
geoorlofd tyd verdryf gebruikt, eenige 
ledige uurtjes 'er genoegelyk mede flyt 
en 'er een zonderling vermaak infchept , 
dat men zelfs eene parthy kan mede maa- 
ken. - — Men verkieft in dit gqval de 
werkzaamheid boven de ledig gang ; 
eene oeffening, die ten opzicht van 
fnaar en flachtingen, voor de gezont- 
heid dienstig weezen , en niet alleen door 
de beweeging des lichaams, maar ook 
door die , in de omringende lucht dee- 
len veroorzaakt , en door het genoegen 
het welk de ziel door de muziek geniet 
het lichaam dikwils van kwade humeu- 
ren ontladen kan; eene uitfpanning, 
die haar zelve genoeg is, of na wel- 
ker 



Muzickaak Onderwerpen 57 

ker eindiging men gcerie verdere uitr- 
ipanning behoeft, gelyk by voorbeeld 
dan gebeurd, wanneer men zich ver- 
icheiden uuren by een fchakbord heeft 
• 3 afgcilopfd; eene uitfpannmg die veeJe 
ongeregelcheeden kan verhopden, zoo 
dat het te wenlchen vvaare, dat menig 
een 'er meer trek toe vond, kort eene 
vermaakeiykheid, d e in alle fuisotnen, 
in vooripoed en tegenfpoed, in vrede 
en oorlog, op allerhande plaatzen kan 
fland grypen , die perfbonen van aller- 
hande rang, Jaareen S^xe betaamelyk 
is; ja, een delicaat pl&ifir, hec welkniet 
lichaamlyk kan heeten. j — * 

De Muziek kan in allerhande gevallen 
lot {lichting en verkwikking des gemoeds 
dienen; verftjmdige Godgeleerden beken- 
tien eenpaarig, dat een deftig gezang de 
hartftoqhtenbedaaren, goede gemoeds be- 
wegingen dieper in hec hart drukken, de 
aandacht levendig houden, en afzwervin- 
gen verhinderen helpt; hangende dus hun 
zegel aan de woorden van Auguftinus* " 
dat onze gemoederen fterker en vieriger 
„ tot Godsdienftigheid worden ontltooken , 
„ wanneer heilige fpreuken worden ge- 
U zongen, dan wanneerze niet gezongen 

D y wier- 



5$ Redeneering over Nuttige. 

den. — - Dit is het geene dat de ouden 
„ noemden, " De dankzeggingen tot God 
„ te qnderfteunen de gebeden verhoorly- 
„ ker te helpen maaken; ja, het geene , 
5, waar op Lutherus zinfpeelt, door te 
„ zeggen, V wie van harte zingt , die bid 
99 dubbeld. — Leggen 'er in de heilige 
? , Pfalmen, volgens de uitdrukking van 
„ AugufHnus $ " Veilige hulpmiddelen te- 
,, gen alle gemoeds krankheeden opge- 
„ flooten, het maat gezang kan deeze 
„ dierbaare middelen op allerhande wyze 
mdmkkelyk helpen tQepasfen; als genee- 
zende, volgens de woorden van Plato, 
niet de ziel door het lichaam maar het 
lichaam door de ziel. — zeker, menig 
deugdzaam Nederlander zouden de traanen 
in de oogen ftaan . indien hy eens hoorde 
en zag, hoe ftichtelyk de handwerks en 
landlieden elders , zich door geftadig zin- 
gen van geestelyk liederen den laft van 
den arbeid weeten te verzoeten. 



Muziekaaie Onderwerpen. 59 



De waarde der Muziek. 

De Muziek is eene vryekunft; ze kant 
niet alleen tot verluftiging , maar ook tot 
bevryding van kwaade begeerlykheeden, 
ja, tot ftichting des gemoeds medewer- 
ken; dus is ze eene vryekunft, al was zy 
'er zelfs eertyds in 't geheel niet onder 
begreepen geweefL — billyk hebben wy 
dan ook het groot voorregt onzer tyden 
te erkennen , dat ieder vryelyk mag lee- 
ren en oeffenén het geene waar toe zyne 
genegenheid en gelegenheid ftrekt; en bil- 
lyk ftaat het ieder vry, van alle kunftre- 
gelen op eene befcheiden manier reaen te 
eisfchen , ten einde alles , wat naar dwang 
en (laverny gelykt, meer worde uitgeroeid. 

De Muzieh is eene oneindige kunft; dit 
kan men niet alleen uit het geene, dat 
reets isbygebragt, gemakkelyk afneemèn» 
maar zelfs de dagelykfche ondervinding be- 
veiligt het hoe langer hoe meer. — Mid- 
den onder zulke verbaazende verfcheiden- 
heid kan echter het muziekaal gehoor niet 
verdwaalen , om dat men de gedachten al- 
toos bepaald houd by intervallen. 

De Muziek is een fpiegel van order, 
ieder confoneerend interval fluit bevatte- 
lyke order in; in ieder zangmaat van een 
zelfde muziek ftuk, mt tegenftaande het 

ver- 



$o Refaneering over Nuttige* 

verfchil van lange en korte toonen , moet 
:uift even veel tyd yerloopen; ja, ieder 
Huk hpe kleen het ook zy, verplichr den 
komponift , op hec einde te denken , na- 
melyk op den grondtoon , naar welke hy 
eindelyk weer heen moet. — i$ het dus 
geftelt met een fimpel ]VJenuet hoe veel 
te meer met het geheeië menfchelyk Jeyen ! 
Deeze luidruchtige fpiegel, is het, dien 
men overlatige tot het heiven bedaarenvan 
verwoede driften by uitneemendheid diens- 
tig heeft bevonden; gelyk er dan nooit 
in eenige andere taal zulk eene ordente- 
lyke leezing word vereischt, en 'er geen 
kunft te Verzinnen is, die de order met 
zulk een nadruk tot de bevatting brengt; 
wie order bemint, en het genoegen der 
harmony opit recht levendig heeft ge- 
smaakt, die kan niet anders befluiten, of 
de muziek is 'er toe beftemt, om ons ge- 
ftadig, op eene ft reelende wyze, order 
voor te houden, in te prenten en tot der 
zelver liefde meer en meer te ontvon- 
ken* - — Men zoude zich derhalven geen- 
zins behoeven te verwonderen by aldien 
de Muziek oeffenaars , de ordentelykfte, 
zachtmoedigfte en lieftalligfte, deugd en 
vreedzaamfte lieden der wereld waaren. — 
De Muziek is een ken teeken eener bloei- 
ende, en welgepoliceerde Republiek; aan- 
gemerkt zyndc als eene vrye kunft en een 

fpie- 



Muziekaak Onderwerpen. 6t 

fpiegel van order; boven dien waare het 
nootzaakelykfte altoos ook het edelfte, 
men zoude yzer boven goud, ftraatftee- 
fien boven diamanten en bezemftokken bo* 
ven fcepters moeten waardeeren : genoeg, 
deeze kunft behoord onder de bronaderen , 
die middelyker wyze zonderlinge voordee- 
len aan de famenleving kan befchkken. 

Uit de natuurlyke muziekaale harmony,- 
blykt reets onweerfpreekelyk, Dat een al- 
wyze, aimagtige maaker de fchepper onzes 
weezens zy* fen wie anders had ons met 
zulke wonderbaare vermoogens kunnen be- 
giftigen , dat een zelfde toon * en een zelf- 
de interval, ons even eens luid; dat wy 
aanftonds bemerken, of de intervallen vol- 
maaktheid influiten dan niet ; en dat wy 
juiffc tegen de min onvolmaakte intervallen 
alzo wel een afkeer gevoelen als tegen de on- 
volmaakte, en dat wy vermaak fcheppen 
in de volmaakte! tot deeze dierbaare ze- 
kerheid geraaken wy door middel der Na- 
tuur-geeft en wiskunde. 

De Muziek is een Goddelyk gefchenk; 
uit het geene hier tot dus verre is by ge- 
bragt, kan ieder opmerkende klaar alnee- 
men, dat en hoe de muziek de hartftoch- 
ten breidelen , wrange driften uitblusfchen 
en intoomen, het zaad van twift en toorn 
uitroeyen, de luften matigen , het gemoed 
zuiveren , bedaaren en in order Hellen , den 

menfch 



V 



6% Redeneer ing over Nuttige» 

xnenfch vrymoediger^ goedaardiger; vro-* 
lyker, gezelliger en béminnelykermaaken, 
de finart verlichten , verzachten , en de ge- 
noeglykheeden des meiifchelyken levens 
vermeerderen, en gevolgelyk onze vol- 
maaktheid op allerhande wyze bevorderen 
en nuttig weezen kan. < — t)a&r wy nu al- 
le »nutugheedefi, üit gefchapen dingen 
voortfpruitende, als eindens des grooten 
Scheppers moeten achten, zoo kan men 
de inuziek met reden niet anders aanmer- 
ken dan voor een gift van den gee ver al- 
les goeds, die uit medelyden voor de boo- 
ze, twift zieke eïi onfluimige wereld, haar 
ook aldus eene heilzaame kalmte heeft 
aangebooden. — 

Dit word beveiligt door eene ontelbaa- 
re menigte getuigenisfen van wyze , geleer- 
de en vermaarde mannen , van dewelke ik 
nu maar flechts eenige weinige zal aantrek- 
ken. — Socratesdebenef: LH: 4. capi 6.— • 
belyd , dat de geheele muziek kunil van God 
haaren oorlprong heeft , want hy zegt hier: 
111e Deus efl ... qui non calamo 
tantum cantare et agrefte atque incondi- 
tum carmen ad aliquam tantum öbleóla- 
tionem modulari docuit, fed tot artes 
tot vocum varietates, tot fonos, alios 
ipiritu nostro, alios externo cantu edi- 
turos commentus efl 
Auguftinus befchryft de muziek; als een 

wee- 



Muziekaaïe Onderwerpen. 6} 

weetenfchap om lieflyk maat gezang vóór 
te brengen, tot het errinneren eener groo- 
tte zaak, namelyk het lof des Heeren, uit 
uGoddelyke mildadïgheid aan redelyke 

Jfchepzelen verleend. 

Scientiam bene modulandi , ad admo- 
nitionem magnae rei, etiam mortalibus 
rationales habentibus animas Dei largi- 
tate concesfam. conf: lib: 9. cap* 6 — . 
De Bisfchop Nazianzenus verklaart alle 
overige kunften voor ftomme predikers der 
heerlykheid Gods, terwyl de muziek al- 
leen Gods woorden en daaden luidruchtig 
verbreid. 

Cseterae artes tantum rnutx pracones 
funt magnificentiae Dei fola vero Mufica 
cantu et voce turn diéla turn facta Dei 
celebrat. 

De muziek is ons , volgens zeker plato» 
nifch wysgeer, door God vergunt, om het 
lichaam te beteugelen. 

Concesfa'eft mufica nobis a Deo ad do- 
mandum corpus, temperandum animum* 
et Deum Iaudandum. Mars: Ficinus» lib- 
1. Epift; 

Lutherus, een groot kenner zynes tyds, 
houd de Muziek een eigene lofreden en 
b noemt ze , een heerlyk GoddelyK ge- 
u fchenk; iets dat naad de God-geleerd- 
„ heid den rang en de hoogfte eere ver- 
1, diend, een middel tot demping van twift. 

zucht 



M Redeneering over Nuttige* 

99 ziiclic onkuisheid, hovaardy, en ande- 
„ re kwade neigingen; eën edele , treffelyke 
99 kuniïy nooit na waarde te beiehryven 3 
„ en die men ieder, inzonderhydde jeugt, 
99 niet krachtig genoeg kanaanpryzen. vide 
„ Encom: Mus; torn: 8 attenbs — - 
men kan derhalven met Derham, in zyne: 
Aüro — Theology, beiluiten. 

,5 dat de Schepper zich 'er aan heeft 
,* laaf en gelegen zyn, en'dacfcyne eeuwige 
„ wysheid heeft nodig gevonden, deiter- 
„ velingen zodanig een middel te icnen- 
„ ken, door hec welk een droefgeeftige 
„ verheugde het gemoed opgewekt, het 
5> menfchelyk geflacht verkwikt, én Hy 
„ zelfs g'eerd kqride worden. 

De menfch lieeft een treffelyk leermees- 
ter gehad, wien hy allen eerbiedigen dank 
verfehuldigt Is. ? — - Zeii nu iemand, de 
muziek wierd eertyds meer geacht, dan he- 
dendaags, rxien iriogt 'er wel by voegen,, 
.wy moeten zylks.mët fchaamte bekennen;' 
de ondankbaarheid .maakt ons ongevoelig , 
.zelfs., midden in 't genot der volmaaktheid: 
echter onze verplichting aan den Geeverdes 
gefchenks is te groojer, naar maate dat de 
kun ft tot een höoger top van volmaaktheid 
is gereezcn..--- krachtige bèWeögjreeÜêtnJ 
waatlyk, om de harmouy zoodanig aante- 
wenden, als 'c verheven oogmerk van de 
eeuwige oorzaak aller harmouy zulks 
vereifcht. 



Muziektak Onderwerpen. 63 



Het Oogmerk der Muziek. 

Men onderfcheid niet ten onrecht tas* 
fchen den menfchelyken geest door Mu* 
ziek te verlustigen , en hem 'er door te 
beweegen, of gelyk men zegt het hart te 
raaken. 

Divertir Tefprlt , 01S amüfer roreille* 
& toucher oü émoüvoir Ie Coeür, Crou* 
faz. traite du beaü,pag. 301. ed. i7if<~ 

Het eerde levert ftoffe tot nadenken 
lan 't verftand, doch het tweede gaat ver* 
eer, en tracht zelfs den wil te buigen , 
of tot zekere begeerte over ce haaien ; In 
het eerfte geval voldoet het een muzie« 
kaaien redenaar en leezér, dat men hem 
met vermaak, ten hoögflen met verwon* 
dering hoort > maar in het tweede , eifcht 
hy boven dien , dat men doe, laate, be* 
minne, verwerpt, vreeze* hoope, zoekel 
en goedkeure w&t hem behaagt. — im- 
mers, alzoo de Muziek niet tot enkel ver< 
maak der ooren kan hefiémd weezen , 
maar zyne werking gefhdi* tot de Ziel 
overbrengt zoo komt hu Lier in het ge» 

£ meen 



66 Redeneermg over Nuttige. 

meen aan op gemoeds beweegingen. 
Deeze term betekent zoo wel neigingen , 
als hartstochten , die na dat de begeer- 
tens , door meerder "-ontvangen verfterking, 
vieriger zyn geworden , er uit voonfprui- 
ten; de eerftè paar? in order altoos vooj , 
zco dat alle harstochten gemoeds bewee- 
gingtn, maar alle gemoeds «beweegingen 
geen hartstochten zjn $ en verlustiging 
des geests van beweeging des gemoeds, 
even eens ais neigingen van hartstoch- 
ten flecht? in trappen verfeheëlt. — -' het 
nraat gezang levert de ftoffe aan het ver- 
fland , ten einde öf zekere neiging of ze- 
kere hartstocht te verwekken, fchoon 
zulk oogmerk , wegens de verlchilltude 
gefteldheid der toehoorders , zbmiyós in 
het geheel niet, en gemeenlyk fléchts ten 
deele word bereikt, zoo dat de Kompo- 
nisten Muziekaale redenaars, en Leezers 
zich dikwils met het verwekken van nei* 
gingen , in plaats van hartstochten moe- 
ten vergenoegen* j — 

De Muziek komt hier in aanmerking f 
voor zoo verre ze tot verwekking van 
blydichap en droefheid kan -dienen ; het 
is. bekend f, dat de droefheid zomwylen 
een treffelyk middel tot het genot van 
waare, beflendige blydfchap , Ja, dat de 

harts- 



Muziekaale Onderwerpen. 6f 

hartstocht 9 die wy gemeen liefde noe- 
men, fan dewelke de meeste Komponis- 
ten zich als dood werken ; in der daad 
aan de droevige Kapt is. — op dac nu 
de Muziek de Medicyn niet fchynen zou- 
de in 'l Ampc te vallen, mag men de 
zoogenaamde Meiücynfche Muziek, ge- 
lyk 'er toch riagèiyks geer.e voorbeelden 
van ontmoet worden , liever voor toe- 
vallige, hoewel zeer gewichtige nuttig- 
heid^ aanzien, en tot het eigentlyk oog- 
merk van de vcorichikkirg der muziek 
Hechts het vrolyk en droevig maaken* 
betrekken. — 

De Muziek ofienaars kunnen zooneri 
van Zedemeefters weezen , door het en- 
kelyk op hec verwekken , onderhouden eii 
veiitërkeii van dienftige en geoorlofde, 
maar op het verzwakken en dempen van 
eelige gemoeds beweegingén toe te leg- 
gen ; men kan de hartstochten, gelyk ze 
I .air. kundig in aangenaame , onaange- 
me en gemengelde worden verdeeld , 
redekundige of ten aanzien der gevolgen $ 
als dienftige » nadeelige en geoorlofde. 
Oijdericheiden.. — Door de dienftige of 
jheilzaame , verfra ik zodanige, die uit 
kragt van vermaak met de deusd , en 9 van 
afkeer met de ondeugd gepaard gaande <; 
^ E % tot 



69 Redenering over Nuttige. 

tot het geene dat de reden gebied aanzet» 
ten» en van het geene dat zy verbied af- 
houden.— Deeze dry ven zomwylen krach- 
tiger tot het goede aan , als de reden zelve * 
altans het een word hier door het ander 
verrterkt ; en hier uit volgt, fchoon het 
inoogelyk waare de hartstochten, volgerts 
het voorftel der ftoyken , geheel uit te 
roeyen , dat zulks evenwel ganfch niet 
raadzaam , en alzoo weinig als de Zee- 
vaart zonder winden , wenfchelyk zoude 
weezen ; in teegendeel , door nadeelige 
of wraakbaare hartstochten , verfta ik zul- 
ke , die uit hoofde van vermaak met de 
ondeugd — en van afkeer met de deugd 
verzeld gaande , tot het kwaade aanzet* 
ten» en van het goede afhouden» gevoK 
gelyk vlak tegen de reden ftrydende , den 
menfch in een ftaat van geduurige flaver- 
r»y houden, en -deffelfs bederf zekerlyk na 
zich fleepen, by voorbeeld razerny, geil» 
heid, wanhoop, wraakzucht , uitgelaaten- 
heid, enz: als welke nooit goed, maar en« 
kei onheil kunnen baaren, — wederom * 
zodanige hart/tochten, als met de redeö 
genoegzaam overeenftemmen, in zeker 
opzicht goed, ten minden niet verwer- 
peiyk zyn, en na ontvangen verfterking, 
dienftige , doch by aldien ze tot het kwaa 



Muziekaale Onderwerpen. Gp 

de overflaan, nadelige kunnen worden, 
noem ik onfchuldige of geoorloofde ; ver- 
zwakt men dan een nadeelige hartstocht, 
daar de drift van pasfieuzen , die geen 
gehoor verleenen, niet toelaat vanzere 
gelrecht onder de heerfchappy der reden 
ie ftellen , zulks is ten minden van die 
nuttigheid , dat het kwaad niet uitbarst , 
maar voor een tyd gefluit word ; en dempt 
men ze door een tegen geftelde, dan moet 
zeker eene dienftige of eene onfchuldige 
hartstocht gebooren worden. — wyl men 
alle zoorten van hartstochten door Mu- 
ziek gaande maaken , verflerken , onder- 
houden , temperen en dempen kan , zoo 
moet nootzaakelyk volgen, dat men ook 
alleenlyk dienftige en geoorlofde tot zvn 
doelwit kan hebben ; dat men aan de Zin- 
nen als aangenaam kan voordellen , wat 
de reden aanraad , en als onaangenaam , 
wat zy afkeurd, en het kwaad als kwaad , 
en het goed als goed kan affchilderen , 
ten einde naar het goede een vierige be- 
geerte i maar tegen het kwaade een inni* 
gen afkeer te ontfteeken — immers , de 
komponisten kunnen alle zodanige zang- 
woorden, die het yergift der ondeugd in 
vergulde pillen trachten in te geeven, van 
de hand wyzen;zwyg2nby aldien zefpree-' 

£ 3 ken* 



70 Redeneering ever Nuttige* 

kende voor de ondeugd moeten pleiten $ 
en alles wat van verftandigen te recht word 
gelaakt omzichtig vermyden. — Desge- 
lyks de Muziek- oeffenaars in 't gemeen 
kunnen de beste, betaamelyklïe engevoe- 
gelykste middelen in 't werk (lellen , en 
tyd én plaats behoorlyk onderfcheiden , 
nademaai de ondervinding leert dat een 
zelfde MuziekÜuk een dienftige harrs. 
tocht in een zedig perfoon, een nadedi- 
ge in een lichtmis, een geoorlofde op etne 
Bruiloft 5 een wraakbaare in de Kerk ge« 
meente kan verwekken; van al het welke 
de regel der verbeelding de reden influic— ' 
voor het overige, 'verftandigen wee ten , 
dat het misbruik , het nootlot der Edel- 
|te, verhevenfte dingen, een goede zaak 
geen zier van haare innerlyke waardy be- 
neemt , niet de zaak , maar de misbrui- 
kers, die er fenyn onder mengen 5 is te 
wyten;. dat het mede tot een bewys van 
de waarde der Edele Muziek verftrekt , 
door de Propheten de misbruikers in 't 
geheel te zyn ontzegt , dat toehoorders , 
die gèlyk de byen , uit allerhande bloemen 
honing wecten te zuigen van iets dat ge- 
lyk de Muziek % waarlyk tot flichting kan 
dienen » ilichting kunnen ontvangen , fchoon 
penig zang en fpeelkunstenaar een Klok 






Muzkkaale Onderwerpen. • yi 

verbeeld, die anderen na de Kerk luid, 
en 'er zelve nooit in komt, dat het intus- 
fchen onze plicht vercifcht , verre van 
het Kind met het badwater weg te gie« 
ten , het misbruik af te fchaffen, en het 
rechte gebruik* naar uicerfte vennoogen 
te heipen herftellen. — 

Het waare oogmerk van de voorfchik- 
king der Muziek beftaat in dienflige , 'ge- 
oorlofde verlustiging en beweeging des 
menfchelyken gemoeds; het zoude onmens 
fchtlyk zyn van zich te verbeelden , dat 
men een Goddelyk gefchenk misbruiken 
en alleen of voornamelyk tot den dienfl 
der ydelheid moest befleeden ; het oog- 
merk kan ook niet enkelyk in de zooge- 
naamde verlustiging des gehoors leggen , 
vermits de vraag blyft , waarom het ge- 
hoor moet worden verlustigt? en het hier 
niet flechts op genoegelyke. indrukzelen 
aarkomt , wyl zelfs de droefheid eene 
dienflige gemoeds* beweeging kan wee- 
zen- — ten deezen opzichte zegt de ver- 
maarste Griekfche Muziekgeleerde , Art* 
fiides Quinülianus , de Mufica , lib. %. 
pag. 69. Ed; MeibomiL 

Al het vermaak uit de Muziek ge- 

fchept , verdient juist geen berisping , 

doch het is ook flechts iets toevailigs , 

£ 4 maar 



f% Redeneering ever Nuttig*. 

maar niet haar voornaamfte oogmerk * 
h§t welk alleenlyk legt ip ie bevorde- 
ring van deugd, 

De indrukzelen, die wy door de Zin- 
nen ontvangen , 2yn tot geen uiteinde 
beftemd, maar tot een ladder , langs wel- 
ke wy het gemoed tot den geever alles 
goeds kunnen en moeten verheffen ; zelfs 
de Muziekkundige heidenen wyzen ons 
Hemelwaards door volmondig te belyden, 
bet beerlykste en voornaamfte werk der Mu- 
ziek is dit ', dat ze ons top ernjtbaftige , GW- 
delyke gedachten brengt. 

Clarisfïmura profeéto ac princeps Mu- 
ficse opus efï gravisfima erga Deo penfatio. 
Plutarchus, de Mufica, — 

Zeker , de Mufiek kan op allerhande 
wyze gelegenheid geeven tot overdenkin- 
gen , die uit bekoorlyke inzichten aange- 
field, van groote nuttigheid kunnen wee» 
zen, en natuurlyker wyze den geest moe- 
ten opleiden tot het verheevenfte der na- 
tuurlyke Godgeleerdheid , het gewich. 
tigfle en voornaamfte gedeelte aller men-, 
fchelyke kennis. -^ naast deeze ftichte- 
lyke verlustiging door de Muziek veroor- 
zaakt, koomen hier voorts in aanmerking 
j^hande vermaakelykheeden die niet on* 

flicb? 



Muziekaale Onderwerpen. 7$ 

(Hchtelyk zyn, maar tot zoodanige uit- 
spanningen behooren , als de Zede- kun- 
de $n de Religie; genoeg , de Komponis- 
ten en de Zang en Speelkunstenaars kun- 
nen teffens toe een verhevener oogmerk 
mede werken , en ny^igheid aan de faa- 
xnenleving beichikken, wyl hen anderzins 
ook waarlyk niet veel meer achting , dan 
fpeel kaartemakers, en diergelyke onnutte 
dienstknechten zoude toekoomen, wat tot 
des Heeren lof, tot ftichting en tot eene 
artzeny des gemoeds en dien volgens re- 
gel recht tot bevordering van deugd kan 
verftrekken , noem ik dienftige , en wat 
enkelyk zyn opzicht heeft tot onfchuldi- 
ge, en onberispelyke verpiaakelykheeden* 
noem ik geoorlofde verlustiging en be- 
weeging des menfehelyken gemoeds; en 
in het verwekken , onderhouden, en ver- 
fterken van dusdanige neigingen en harts- 
tochten , die van zich zelve ijiede brengen 
het verzwakken en dempen van alle te- 
gengeftelde , wyl ieder menfeh , ieder 
Christen, tot een Zede leeraar is gebooren f 
en de Muziek oeffenaars zoorten van Ze- 
demeesters kunnen weezen , zoo volgt , 
dat ze zulks weezen moeten ; dat ze voi- 
ftrekt gehouden zyn, alles wat met reden 
kan worden berispt , te vermyden ; dal 
te het waare oogmerk hunner bedryvea 
keunen, $n nooit uit het oog verliezen 9 

E $ ooi 



74 Redeneering over Nuttige. 

zoo mede dat ze tot bereiking van de 
beste en gevoegelykfte middelen alles 
moeten aanwenden wat mögelyk is, — * 
zoodanige Muziek, als tot bereiking vam 
dit oogmerk kan verftrekken, noem ik al- 
leen Muziek. — Dus vervallen van zelyei 
allerhande oniioozele en kwaadaardige te- 
genwerpingen , dat de Muziek de aan- 
dacht verhindert , een heimelyk vergift 
ïnfluit, enz. als Hechts zyn opzicht hebben- 
de tot Muziekaale pitwerpzels en gedroch- 
ten, wyl men in tegendeel van het geene 
dat in der daad Muziek kan genoemt wor- I 
den, zich met reden alles goeds mag be- 
looven* — voorts, wyl men by voorbeeld, 
geestelyke Muziek ook in K&meren en el* 
ders kan uitvoeren , zoo verdeeld men 
haar, niet zoo zeer wegens de verfchillen- 
de plaatzen, als ten aanzien der verfchiU 
lende voorwerpen , in Kerk, Tooneel, 
en Kamer Muziek. 

Het oogmerk van de Kerkmuziek is om 
de toehoo^deren te flichten , tot aandacht 
op te wekken, en de innigfte eerbied onj. 
trent het Opperweezen in hen te ontftee- 
ken, doch dit gedeelte, als het gewichtig- 
ste, zal ik nader apart verhandelen. 

Het oogmerk van de Toneel muziek 
of de Opera, beftaat hier in, om de oef- 
fening der deugd aangenaam en prys waar- 
dig , maar de leelykl^eid der ondeugd , als 

vruch« 






Mnziekaale Onderwerpen* 7$ 

yruchten der dwaasheid , affchuwelyk en 
verachtelyk voor te Hellen; derhalven moet 
ze de harren der toehoorderen raaken, zoo- 
danige gemoeds beweegingen a!s 'er ver- 
handeld worden in ben verwekken, en in 
*t gemeen een School van goede zeden 
zyr; zulke Tooneel Muziek is 'er niet al- 
leen moogeiyk, by aldien de Poëten Kom-.' 
ponisttn 5 uitvoerders en toehoorders ieder 
hunne plichten kennen en omzichtig in 
acht neemen i maar ze is 'er ook dadelyk 
voorhanden , fchoon men by gebrek van 
eigen onder vincing moeite heeft om 'er be- 
hoorlyk over te oordeelen. Vide Crou* 
faz, Logiqiie, torn, 1. pag 75 edit: ijtIqct 
Senfus nosiros mn Scena depravaL — Cice*. 
fo. lik 1 de Leg. ~ 

In de Kamermuziek vloeit alles, als in 
een middelpunt tezaamen; men gebruikt 
zang en Speelmuziek in vréugde en treur- 
gevallen, zoo wel tot een artzeny des ge-» 
gemoeds, als tot verkwikking en verheu- 
ging 1 tot tydverdryf, eeibaare gastery* 
en en in 't gemeen tot alle zoodanige* Mm 
ziekaale byeenkomilen , alwaar aanmin. 
nigheid en kunft met elkander als om den 
prys ftryden , met een woord tot Concer- 
ten. — genoeg, wanneer dit alles tegen 
het voornaamfte oogmerk niet aanloopt s 
maar in-direkt tot de bevordering van 
^eugd kan verftrekken. — 

6, 



y& Rtdtntmng over Nuttige. 

6. 

Het weezen der Muziek kunfh 

Het weezen der Muziek beftaat in hel 
nabootzen der natuur. — Schoon de na- 
tuur in enkelvoudige dingen weinig vol- 
maaktheid voortbrengt ; zelden de laaste 
hand flaat aan hef geene,dat door de kunst 
kan worden voltooit, haare fchoonheeden 
niet by elkander , ipaar op oneindig ver* 
fchillende plaatzen verdeelt houd , en dus 
aan onze oplettendheid en neerftigheid vry 
wat overlaat; wyl ?y echter verfcheiden, 
gelykvormïg , en ev^nreedigheid , order, 
volmaaktheid , eindens en treffelykheid ver- 
vangt, Ja, met werkende kracht is be- 
gaaft, terwyi alle Kunftwerken flechts 
lydende zyn , zoo volgt, dat men haar als 
het model , het patroon , als de eenigfte 
volmaakte regelmaat , als de baarmoeder 
en de bronader , aller zoodanige fchoon- 
heeden , die de kunfl ooit kan leveren , 
moet aanmerken ; dat de kunft de natuur 
nooit overtreffen , maar enkel fraaie ko- 
pye, en enkel nabootzing heeten kan; en 
dat Het weezen aller kunften , hoe ver- 
fchillende de wyze en middelen van na» 
bootzing ook zyn mag, altyd in na- 
bootzing der natuur beftaat. — • De 
natuur door muziek nabootzen , bete- 
kend dan in 'c gemeen, dat ieder Mu- 
ziek* 



Muziekaale Onderwerpen. ff 

ïiekftuk 9 volgens het voorfchrift der 
natuur, vericheiden, gelykvormig en 
evenredigheid, order, volmaaktheid, en 
een wettig oogmerk influit en te kennen 
geeft ; en in het byzonder f voor zoo ver* 
re men zekere beweeging klinkende uit 
te beelden of zekere hartftocht te verwek* 
ken heeft , dat men van alle kanten de 
beste modellen vergadert, en uit ieder 
weder de beste kiest , ten einde de Mu* 
eiek overeenkomft bevat met het geene 
dat de natuur ons in zulke gevallen aan* 
wyst. — Wie by voorbeeld toonen voort- 
brengt, die overeenkomft hebben met zul* 
ke als men by lieden van blydfehap aange- 
daan doorgaans ontmoet, die bootst de 
natuur na , en verwekt in vatbaare toe- 
hoorders, natuurlyker wyze blydfehap. — < 
De grondregel der Muziekaale praktyk 
die men nooit te nadrukkelyk kan infeher* 
pen , is deeze : Men moet het voorfchrift 
der natuur volgen. — Het natuurlyke dat 
volgens dit voorfchrift gefchieden moet t 
is de bronader aller welgegronde kunft re- 
gelen , Ja , het geene dat alleen de ver. 
beelding welgeregeld kan maaken , gelyk 
men in een tegengefteld geval fpoorelooze 
driften volgt en enkel harsfenfehimmen 
voortbrengt.. De natuur houd order in haa- 
re werken , en waar order is , daar zyn 
regelen mogelyk om ze onderfcheidentlyk 
te bevatten , en 'er over te oordeelen, 

goe- 



y 8 Redeneering over Nuttige. 

goede Kunftregels wyzen de order der na* 
tuur aan, en wie iets ordentelyk wil voort- 
brengen^ dient zich riaar zul ie regulen te 
gedraagen, daarom natuurlyk, ordentelyk 
en regelmatig, berekend een en het zelf- 
de, te weeten het natuurlyke is ordente- 
lyk, het ordestèlyke , natuurlyk; en het 
naiuürlyke en ordentelyke , i egelmatig, 
fchoon alles wat men regeLnati^ notmp 
juist niet natuur en ordentelyk kan heeten , 
om dat alle regelen , door het gebruik 
ingevoerd , niet welgegrond zyn. — het 
is naruurlyk , dat ieder Muziekttuk een 
verfchillend verband van tconen Jeevert, 
wyl de natuur nooit twee volmaakt gelyke % 
dingen voortbrengt; het is natuurlyk , dat 
het gelykmatig en evenredigheid , or- 
der , volmaaktheid en een wettig oog- 
merk bevat, vermits wy zoo iets in de na- 
tuur ontmoeten , én de goede fmaak an- 
derzins onvoldaan blyft ; Ja , het tegen- 
deel van dit alles is onnatuur-lyk, — 

De onderwerpen, die men tot defpeel- 
muziek gebruikt en zelve verkiest, maar 
die. men in Zangftukken van den Dichter 
overneemt, kan men verdeelen in al te 
hooge, al te laage en gevoegelyke; zom- 
jnige gaan boven het bereik van onze be- 
vatting, fchoon meenig een . onderneemt 
Jiemel en hel, of volgens.de uitdrukking 
Van Mattheton iu.zyn orchefire i. pag. 160. 

3°7 



Muziektak Ondenverpen. - 79 

307. — dingen die geen oog gezien, en 
geen oor ooit gehoorc heeft, uktebeel- 
den. — andere zyn, öp' zich zelve, of 
in zekere tyden en omftandigheeden, te 
laf om 'er van te {preeken en derhalveu 
de kompofietfie onwaardig. — fchoon of 
wy, by voorbeeld alle geluid geevende 
dieren in maatgezang kunnen nabootsen, 
a ! s blaffen, kraayen, hulken, enz: is 
weinig eere te behaalen , wyl ieder na- 
tuurlyke hond,, haan en os dit kan over- 
treffen ; daar blyven echter ontelbaare ge- 
voegelyke zaaken over, die men, in be- 
trekking tot het oogmerk, muzïekaale on- 
derwerpen mag noemen. — 
m De koiiiponiften moeten behporlyk den- 
ken; zy moogen allerhande pasfagen niet 
zamen voegen , en zich naderhand bezin- 
nen, vyat naam het kind moer hebben, 
maar voor af o ver weegen, wat ze vol- 
gens, het onderwerp te zeggen hebben, 
het komt hier doorgaans aan op het uit- 
drukken van zekere hartftochten, en op 
der zelver ver fchee lende graden; het een 
en ander moet de komponift Jn zich we- 
ten te, verwekken, of zyne uitdrukkin- 
gen , wat deftig muziekaal temperament 
en gehoor, Ja, hoe fynen muziekaalen 
firiaaic .en.'hoe aardige invallen hy ook 
heeft, blyven geeft- ziel en krachteloos ; 
hy moet zodanige blydfchap, fmart, vree- 
ze 1 



tó Redeneering ever Nuttige. 

ze, angst, hoop, dtoefheid enz. als hy ia 
anderen tracht te ontfteeken , ielfs leven- 
dig gevoelen : al behoeft hy by het opftel- 
len van een treur muziek juist niec te wee-i 
nen, 2al hy echter droefheid uitdrukken 9 
hy moet waarlyk droevig weezen , of dë 
indrukzels vari eertyds gevoelde droefheid 
weer kunnen doen herleven, doch, kan 
hy niet begrypön, wat droefheid is , hy 
is ook tot zulk flag van Kompófietfie on- 
bekwaam , alzoo de werking otimogelyk 
meer kan influiten dan de oorzaak, en ie* 
der toehoorder , met eenen goeden fmaak 
begaaft , hier zoo wel als in de Poezy en 
elders , dadelyk bemerkt , of het hart 
fpreekt, dan de gemaaktheid. — Dien- 
volgens is het ook, dat niemand in alleii 
deelen van de Kompófietfie, Ja, nooit in 
die van eenige vrye kunst , even gelukkig 
daagt, waar van de voornaamfte reden in 
het gebrek van eigen ondervinding legt* 
en in de favorïethartstochten. — 

Het oordeel en den vindingryken Geest 
van een Komponist vertoonen zich inzon- 
derheid in het Thema van een Muziek- 
ftuk, aangezien het zelve ten eerden een 
klaar denkbeeld van de uit tebeeldene 
zaak moet geeven , en de verdere uitvoe- 
ring alleen tot den ftyl, of de Schryfwy- 

n 



Muziekadlé Onderwerpen* 84 

Ze behoort.— wie by v >orbee!d , den 
iteivendcn Simeon wil voorftéileri, en zulk 
leen geraas van Inilrumenten laat voor af 
gaan , als of hy den twist &er honden over 
het lichaam. \au Jf'fabel had ..willen r aboou 
zen, 'dié doet aadtouds bèfpeuren , waar 
het hem hapert. — - wie in. tegendeel 9 do 
goorden van Pilatus > ziet, de Menfche 9 
J'obanï 19. vs. f.rr róet zulk éeh nadrukt 
Keljk Thema begint, het welk de toehoor- 
ders gevoelig afdoet ? hunne harten ver- 
meestert, hunne zinnen als betovert* en 
éindelyk verwondering en . overweeging ^ 
Ja, diepe eerbied om trend de oneindige 
liefde des .(lichters der Zaligheid veroor- 
zaakt, die toont klaar, dat hy als de ge*, 
heele verhevenheid van zyn geest tot de 
uitbeelding van zulk eene gewichtige ma- 
tei ie heeft hefteed. .Ziet Scbeibè , Critii 
Mus. Tom. 1. pag. 6z. — gclyk de uit* 
drukking zelve best te kennqn geeft , of 
een Komponist behoorlyk heeft gedacht, 
200 is men daar van vol koonril verzekerd» 
by aldien een Muzkktuk .lier geene af- 
Jchetst"* war. desze.fs oogmerk en benaa- 
ining mede breng c , én dus in den geest 
van geoeffen^è toehoorders,., die, de ge~ 
dachten by bet voorflel naauwkeurig wee* 
ten bepaalt te houden , prikkelen van de? 
Voorgeïtelde zaak overlaat» — 

F Merf 



82 Redeneerkg over Nuttige. 

Men kan den goeden Muziekaalen ftyU 
naar het voorbeeld der redenaaren en dich- 
teren , als laag , middeimaatig en verhe- 
ven onderfcheiden % De laage , vereiicht 
geene cierlyke opfmukking, weinig harmo* 
ny , korte pasfagen > matig doorwerkt , echter 
aanminnige eenvoudigheid, of een zcort 
van armoede tot beweeging van opletten- 
de»! beweeging van oplettende bekwaam — 
Deezen word tegen gefield de platte, en 
laffe, die te langdraadig of te kort is, 
geenen famenhang , flaauwe en ongevoe- 
gelyke vindingen vertoont , Ja ? tegen de 
Muziekaale grondregelen aanloopt. -*-. De 
Mïddelmaatige ftyl dient zeer aangenaam 
en vloeyende te weezen , uit klaare , lief- 
felyké, levendige melody, ongezochte cie-* 
raaden en onderfleunende harmony te-be- 
ftaan, als hebbende zyn opzicht meer tot 
verlustiging 5 dan tot fterke gemoeds be- 
weegingen. — De verheven ftyl eifcht iets 
prachtigs en nadrukkelyks, namelyk groot- 
fche Melody en volle doordringende har- 
mony , ten einde in de toehoorders eenen 
levendigen indruk van de voorgeflelde zaa- 
ken te verwekken. *— Tegen deezen (laat 
over den windrigen , al te boogdravenden 
ftyl, die zich als dan vertoont, wanneer 
jnen ieder party evenveel vergt , de woor- 
den zoo verre uitrekt y dat den zin ge- 
heel 



Muzickaale Onderwerpen, ij 

foeel te zoek raakt , en zulk een menigte 
van geduurig als tegen elkander twistende 
cieraaden > disfonanten , trappen , Ipr'on* 
gen ea pasfagen fumènviegt, dat d^ il* 
tuur c:oOr de kunst word o/erheefchu 
Noch eens , tegen den middëlmaacige ftyl 
ftaat over de ohpëlyke , óf onordentdy- 
ke, die. het verhevene en hét platte mis- 
felyk door elkander mangelende , als een 
bëdelaats mantel yan ailei hande lappen ver- 
beeld ; deezen ftyl ontnxiei rrien doorgaans 
by zodanige Muziekaale helden , die alles 
uic de werken van anderen ondeenenj eii 
'er zoo weinig een bekwaamen draai aan 
weeten te geven, dat eeri geöeffende zórri-* 
tyds by ieder pasfagè de naam van den au- 
teur zoude kunnen (teilen , by voorbeeld 9 
Tartinii Samos, LoccatelJi, Hasfe 3 Graan, 
enz: Dusdanige bultige fchryfwyze is eeri 
beul voor gefcherpte Muziekaale ooren 9 
onverdraagelyker zelfs als de winderige „ 
alwaar noch gee-t en aardigheid ; hoewel 
te fterk , do jrftraalt. — Ten deezen op- 
zichte word aan goede Komponisten 9 die 
zich door vruchten van huri eigeri akker, 
van elkander onderfcheiden, een ferme of 
vaste ftyl toegeeigent. — < wyl de Muzie- 
kaale fraaak zoo wel de gedachten als da 
uitdrukking der Komponisten beftiert , ed 
dus niet alleen iets ander* is als de Mii'zie- 



84 Redeneer iftg over Nuttigt* 

kaale Methode % maar ook iets andefis als 
de Mtrziekaale ftyl of fchryf wyze , 7,00 zeid 
men min eigentlyk , een Muziekftuk van 
een nieuwen fmaak, dari van een nieuwe 
fehryfwyze of trant. — 

Ten asfrzien van verfchiilende natfien, 
onderfcheid men tusfcben den Italiaan- 
fehen , Franfcheri ,- Duitfchen waaf onder 
den Nederduitfchen begreepen is, en den 
Poolfchen ftyl. — -, De Italiaanfché , is in 
't gemeen teder * vloeyende en uitvoerig , 
gebruikende de fiafmony voornaam tot on- 
derfteuning en opheldering van uitgelee- 
zen Melody» de Franfche is levendig,- aan- 
minnig en kort, zeer bekwaam tot verheu- 
ging, een gezwooren vyand van buiten- 
fpoorigheeden , vertoónende in Sonaten, 
Ouverturen en eenige andere Inftrumen- 
taal-ftukken deftige en prachtige harmony ; 
De Duitfche en Nederduitfche is ftemmig* 
arbeidzaam en kundig; De Poolfche ftyl, 
door den vermaarden Teleman in een hel- 
der licht gefteld, is vrolyk en naauwkeu* 
rig, alles moet hier in matige harmony 
net aan malkander hangen, los van de hand 
gaan en zoo nadrukkelyk geaccentueert 
worden , dat het zelfs de ongevoeligffe 
; toehoorders aandoet. — In ieder van dee- 
ze natfionaale Muziekaale fchryfwyzen 
vertoont zich het laage, middelmatige 

ver. 



Muziekaaie Onderwerpen. 85 

verhevene op vry verfchillende maaieren, 
gelyk ieder ook een ander zoort , methode 
of een byzonder flag van agrementen v$r- 
eifcht. — Doch geene van allen onder 
ftheid zich merkelyker van zich zelve, 'dan 
de Italiaanfche , tot klaar bewys , dat de 
Muziek nergens fterker geoeffent en hoo* 
ger geichat word» dan in Italien: by voor- 
beeld, deftorceinfche ftyl komt ernfthafti- 
ger en diepzinniger voor; de venetiaanfche 
vloeyender en bevattelyker j de eerfteziec 
meer op doordringende harmony, de twee- 
de op Galante melody ; ten anderen, de 
Neapolitaanfche en Siciliaanfche , levert 
een gansch byzonder negligentë zoort van 
Muziek , die gulle tederheid en edele een- 
voudigheid uitdrukt 9 gelyk de gewoone 
bewoording Sicilia^o alleen te kennen 
geeft, tederlyk, beweeglyk, op den trant 
der Siciiiaanfche Komponisten. — 

De Muziekaaie ichryfwyze moet met 
de uit te beeldene zaaken , perfooaen en be» 
dryven , overeenkomflig , en met een 
woord, natuurlyk zyn ; niets is hier ver-i 
heven ,_ ten zy de gedachten zodanig zyn, 
en de uitdrukking "er volkomen mede over 
eenftemt, niets behoort tot den middelma- 
tf gen ftyl , wat geen levendigheid van geest 
en vloeyende uitdrukking vertoont ; nie'ts 
tot den laagen , by aldien de vindig niet 

F 3 wjc 



g£ Redeneering over Nuttigs. 

mat en kruipende, de uitdrukking zondef 
prullen, flechc en recht, en evenwel in 
een aanminnige laagte voortkoomc. — In 
diei)'er, by voorbeeld, een zondaar, ter* 
bedelaar, een fla^f , een balling, een troos* 
telocfe , een lafhartige , een boer , een 
dommekracht, een plomperc, de onnoo- 
zelheid, het ónverjfiand, ef iets andtrs, 
zal worden voorgeft^ld, men dient zich 
in den laagen ftyl uittedrqkken; doch be- 
treft het blydfchap, wëlluft, vryheid, 
vlyt, vrymoedigheid, werkzaamheid, mil- 
dadigheid, enz de middelmatige ftyl komt 
in aanmerking , handelt men in tegedeei 
van helden deugden , doorluchtige perfoo- 
jien , heerlykheid , Majefteit en prrxht , 
de natuur der zaak eifcht een verheven 
ftyl, — - Intusfchen kunnen zomraigè harts-. 
tochten tot alle drie de klasfen behooren , 
naar dat de voorwerpen , en de graden der 
hartstochten verfcheelen; Ja, in de Kerk, 
Tooneel en kamer Muziek heeft ieder goe* 
de ftyl plaats , hoewel altoos naar maate 
van het verfchille^de oogmerk , onder 
eenigzins verfchillende gedaante : by voor- 
beeld , in Opera's , gelyk het tog aldaar 
meer Jok dan ernst is , vertoont de ver«> 
lieven ftyl zich best door vuurige, nadruk- 
Jalyke en prachtige Melody , van harmo» 
giy flechts verzeld; xnaarin kamer- Muziek s 

$QQt 






Muziekaale Onderwerpen 87 

door inelody en harmony met vereende 
krachten werkende. — 

Ken Muziekftuk is fraai , wanneer het 
jnaatgezacig een Muziekaal onderwerp, naar 
vereisch van het oogmerk, eigenaardig uit- 
drukt 9 en als naar het leven aflchildert; 
gelyk een poftrait fraai is , niet wanneer 
'er oogen , neus noch mond ombreeken, 
maar wanneer alle trekken met die van 't 
origineel volkoomen over een ftemmen. — 
men ontmoet heroïfche, edele en gemeen e 
tronien, die ieder of fyne, gladde, of 
ruuwe en bultige trekken kunnen vereis- 
fchen: tot de uitbeelding van deeze laaete, 
dienen ons de Pisfonanten , uit welker 
mengeling met Confonanten allerhande ko- 
leuren fpruiren, en by gebrek van de wel- 
ke mêri hier nooit behoorlyk redeneeren 
noch fchilderen kon, het konu hier op ver- 
re na niet enkelyk aan op hec ie grabbel 
pooyen van toonen , maar op toonfpraak of 
: fpreekende toonen; niet zoo zeer op het 
fchilderefl , als op het treiFen ; niet alleen 
op fraaiheid van 't pinceel * natnelyk op 
even h'eflyke melody; en even doorwroch- 
te harmony, maar inzondeiheid , op de 
fraaiheid der uitdrukking. — De fraaiheid, 
der uitdrukking. — De fraaiheid, ? of in- 
nerlyke volmaaktheid door oen goede fmaak 
bemerkt , kon 'er zelfs by welgerege.de 

F 4 " me* 



¥% [Rejcneerwg ov$r Nuttige. 

mebdy en nadruk van hajrmony ten eene^ 
inaal ontbreeken , by aldien het onderwerp 
Biet Muziekaal is , of by aldien het maat 
gezang juicht wanneer het kermen moest, 
en kertLt, in plaats van te juichen , en dus' 
geheel iets andere uitdiu^c als de zaak ver- 
eifcht, gelyk vrölyke toon-«;wieren , hoe 
ftreelende en' lieflyk ook tot het gehoor 
toornende , op zang woorden , die van fmarc 
en angstvalligheid handelen , geenzins 
gouden voegen. — ten anderen , de fraai- 
heid kan 'er ook gedeeltelyk ontbreeken , 
ir dien er pasfagetf onderloopen, die niet 
de overke reenen Samenhang hebben » het 
origineel te fterk of te flaaüw vertoonen , 
en dus tot het oogmerk van geen dienst kun» 
nen zyn;of voor zoo verre de kr&chten der 
melody en harmony niet wyslyk z'yn ver- 
eend, of tyd en plaats niet behoorïyk wor- 
den ünderfcheiden s vermits etn zelfde Mu* 
ziekftuk fraai kan weezen op het Tocneel, 
Jüiet fraai, la, voor zoo Yene het aan hec 
oogmerk "zelfs' hinderlyk' valt , zeer flecht 
in de Kerk. — voegt het , dat het maa{ 
ge?-ang de verbeelding ook bekoort , of 
itretiende voorkoomt , dat het verheven- 
heid en levendigheid van geest, kunst en 
pracht 'doet uitblinken , het 13 'er zeker 
Tiiet te fliiEmer om : daar zelfs een por- 
f-jrait , dat in yergelyking pi£t apderen lee. 



Muziekaah Onderwerpen, §9 

jykis, uit hoofde van de volmaakte over 
èèn komsc met het origineel , fraai kan hee- 
ten zoo ook een Muziekftuk , fchoón met 
Disfonanten ais doorzaaic; het ledelyk ge- 
hoor of het verftahd,' zal het m zulk ge- 
val evenwel lieflyk vinden , en voor fraai 
keuren by aldien het natuurlyk is, en in 't 
gemeen voor fraaier , w r at het natuurlyke 
krachtiger doet doorftraa'en. — ge|yk het 
oogmerk moet hevattelyk maaken , wac Mu* 
s&iekaale iïyl , wat grondtoon, wat Thema, 
wat zoort van melody en harmony, wat 
jykdom van gedachten, vuur, levendig- 
heid en kunft Vr te pas koomt: zoo word 
een Muzkkaal ondeiwerp eigenaardig uit- 
gedrukt, by aldien het maat gezang het af 
te fehetzen origineel te fterk noch te zwak, 
te krachtig noch te mat P te lieflyk noch te 
ïtreng, te gunstig nóch te eenvoudig ver- 
toont. — > 

De grondregel van de Komponist xnoej: 
den flyl van den dichter volgen, of in d $«. 
zelfs wyze van denken overgaan ; de zin 
der Zangwoorden verbeeld hier het of te 
fehetzen portrait; wyl nu de fmaak nooit; 
onderricht geeft in de taai-kunde , zoo is 
het al zoo, onmoogelyk , over de fraailv icj 
van Zangftukken , zonder naauwkeurige , 
bevatting van den Zin der Zangwoorden, 
die hier het oogmerk moet aanwyzen > be* 

? i hOQtVi 



£o Rtdmeering over Nuttige. 

hoorlyk te oorcteelen f als over die vaji 
een portrait , zonder kennis van het af te 
feheczeq origineel — de eertbe en voor- 
saamlte vraag is hier 5 of het maatgezang 
de hartstocht , in de woorden ingeQooten , 
enysQL in den zelfden graad heeft getrof- 
fen ? zoo Ja , de Muziek ftaat tot dje harts- 
tocht eveneens als de Poëzy , namelyk bei- 
de, in meetkundige proportie. < — Dit top* 
punt van Muziekaale volmaaktheid , van 
welke men algemeene doch geen byzondere 
regelep kan geeven, verraoogen alleen ver- 
hevene geesten dqor Weetenfchappen, def- 
tige modellen , onvermoeide befpiegelingei* 

en oeffening opgewekt, te bereiken. 

Waar pasfer noch liniaal meer te pas koo- 
xnen , daar begint eerst het fyne van de 
kunffc of het Schilderen naar het lev:en. — 
wy weeten intusfchen door ondervinding, 
dat zulks zoo wei in de Kompofietie a!s in 
feet portrait en historie fchüderen moogelyk 
|s, en moogen vryelyic vast ftellen , dat 
die volmaaktheid algemeener weezen, en de 
Muziek ongelyk meer werking doen zoude, 
indien de dichters en wysgeeren Kompo- 
neerden , of de Komponisten , naar het 
'vooi beeld van den ouden tyd, dichters e 
wysgeeren waaren , te weeten, behoorlyk 
hadden leeren denken. Ieder Inftrumentaal 
"Muziekftuk moet ^elfs, volgens het oog- 

r merk 



Muztekaale Onderwerpen S>* 

snerk der inftelleren, zekere gemoeds be- 
weeging verwekken .* by voorbeeld , een 
Menuet, het zy men ze fpeeld, zingt, of 
dansfende gebruikt, geraaarigde vrolykheid;- 
een Gavote , Juichende blydfch'ap ; een 
Èourc'e, bezaaduheïd en onbekommerd- 
heid; eenMarch* heldenmoed; een Ron- 
deau, Rigaudon, Pasfepied , courante en 
Gique^ zekere Graden van blydfehap; oen 
Entree, Pasfacagüa en Ciacorrna, verhe- 
vendheid ; een Polonoife , vrymoedigheid ; 
ten Sara bande, emfthaftigheid ; een In- 
trade , verlangen naar iets meerders; een 
Allemande, vergenoegtheid en ftandvastig- 
lieid; een ouverture, edelmoedigheid; ca- 
jpiicen en Fantaifie.fi, verwondering. — 
Dus kan de lnfirümentaal Muziek insgelyks 
tconfpraak weezen ; en zoude te recht zin- 
neloos heeten, by aldien ze niets bepaalds 
konde uitdrukken. Indien nu dit flag van 
Kompofietie niet zoo zeer naar het fchilde- 
ren van portrait<?n jrelykt, als naar andere 
gedee'tens der Schilderkunst, gemerkt* de 
keur hier aan den Komponist ftaat ; zoo 
roept hem de goede fmaak evenwel geftadig 
toe, volgt het voorlchrift der natuur: te 
weeten, de keur gefchicd zynde,is en blyft 
hy gehouden, famen te voegen wat in bc- 
.trekking van het vastgeftelde oogmerk bekt 
bv elkander past; ieder hartstochc haar eige- 
ne 



.£§ Reienetring êvtr Nuttigt* 

ne, taal te laaten Spreeken, en daarom, in 
ieder geval zodanige gemoeds geftalte, als 
men in de toehoorders tracht gaande terna^ 
ken, te onderhouden en te verfierken , al- 
voorens in zich zelfs te verwekken» — Pe 
beweeging der Muziekftukkgn word wy- 
ders, gelyk in Sonaten en Concerten, door 
zekere bewoordingen , Adagio , Allegro , 
enz: en zekere by voegfels , Molto asfai , 
nontróppo , enz: aangeduid , en dus volgt 
van zelve , dat dgeze altyd hua opzicht 
hebben tot zekere gemoeds beweeging, en 
haare verfchillende Graaden. -~ 

Een Muziekftuk is tréffelyk , wanneer 
het een verheven onderwerp piet zulke le^ 
vendige verwen afmaait , dat verftandige 
toehoorders > als tegen wil en d^nk 'er door 
worden ingenoomen ; In dit geval ftraalt 'er 
des te meerder fraaiheid dooi:, naar inaate 
dat het oogmerk verhevener is, en men 
nadxukkelyker tracht te beweegen ; het maat 
gezang redeneert en fchildert wonderlyk 
fr^ai, dien volgen?, het Muziekftuk is ex- 
cellent of tréffelyk. «?— 

Eindelyk fraaie en treffelyke Muziekftuk- 
ken worden te recht welluidende genaamd; 
want de term goed s of wel zinfpèelt op de 
innerlyke volmaaktheid eener zaak , uit 
kracht van dewelke zy tot bereiking van 
zeker wettig oogmerk bekwaam is , en d e 

"' re° 



Muziekaale Onderwerpen. 9£ 

reden , als opperrechter , verwerpt alles » 
wat aan hetzelve niet beantwoord, en dus 
ter zaake niet behoort, hoe zöetluidendg en 
ftreelende het ook tot het gehoor komt» — 
Deeze Mtiziekaale waarheeden zouden on- 
gelyk bekender weezen indieó men tich 
gewende , in fraaie concerten het oogmerk 
van ieder Miuiekduk na te fpetiren, en 
nooit anders r dan inbetrekking tot hetzel- 
ve te oordeelen; Ja, noch liever Xvaagde 
van 'er zomtyds verkeert over te oordeelen , 
dan de gedachten *er nooit ter döeg óvet te 
laaten gaan , maar hét flechts te laaten be- 
rusten by het gewoone , het is mooi ; het 
gaat niet leelyk; dat hebben wy gehad , het 
is gedaan* '—■ 



$4 Redeneer ing ovefr NuUigè. 

?• 

<de Geestelyke of Kerk- Muziek. 

De Muziek is in de Christen Kerk inge- 
voerd, ten einde den Heere lovende, dan* 
kende en biddende eendrachfelyk aan te 
roepen , door Zielroerend maat gezang de 
laauwe omnnigheid te ontfteeken en de 
aandacht levendig te houden; wy, leezen, 
Matb: %6. i)si 30. dat de Heer Jèfus zelfs, 
kort voor zyn bitter lydèn, met zyne Dis- 
cipelen den Lofzang heeft gezongen; mis- 
fchien een van de Pialmen, die het Hal» 
lelü- Jah wierden genaamd , ' hoedanige dé 
Joden -na het eeten van het Paafch lam , 
terwyl men den beker der dankzegging liet 
rond gaan , gemeenlyk gebruikten } ook 
hebben de Apostelen de heilige beezigheïd 
des Pfaltn zingens, onder anderen , 1 Thes- 
faL 3, vs. i6\ Jac: 5. vs. 13. nadrukke- 
Iyk aanbevóolen, en dat zulks onder de 
éerfte Christenen is opge volgt, is uit 1 con 
14. vs. 2&; genoegzaam afteneemen. — 
Clemens Alekandrinus lib. t. Padagog. 
cap> 14, verhaak, dat ze insgelyks by lief- 
de maaien of gasteryeri, geestelyke liede- 
ren zongen, en Dionyfius Areopa^ita, dt 
hierarckia et eccleftastica, betuigi dac men 
omtrent ieltig Jaareu na Chriltus geboor- 
te 



Muzïèkaate Onderwerpen. 95 

te, in alle oofterfche Chnften Kerken 
reets muziek , welverftaaride choraal zang, 
gehad heeft.. — In de derde eeuwe wier- 
den de Pfaimen Davids ook in de Egyp- 
tifche ChristelykeKerkgemeemens door den 
Bisichop Nepos , die 'er zelfs de voizen 
toemaakte, ingevoerd. - — - 

Hier zong Hechts een ter tyd , en op 
het einde van ieder Pfalm, ftemde de Ge- 
meente aan: het Gloria Patri , of eere zy 
den vader &c. ; Doch in de oosterfche Ker- 
ken greep het eenparig Pfalmzingen ftand 
tot in 't midden van de vierde eeüwe, Ja, 
de Keifer Conftantïnus Magnus , wiens har- 
ten lust geestelyke liederen waaren, had 
zich deftig in 't zingen geoefFent, tenein- 
de ook in deezen de Gemeente door zya 
Voorbeeld te ftichten , maar onder de re- 
geel ing van deszelfs Zoon ., Cot/ftantius 9 
raakten de beurt -wisfel of tegen zangen, 
Antiphonae, in gebruik, zoo dat de xang 
Gemeente in twee chooren, die elkander 
aflosten, wierden verdeeld, welk gebruik 
terftond Van Antiochia naar andere Ge- 
westen overging en over al goedkeuringe 
vond; hoewef de Paus Syricius , in het jaar 
387. bevel gaf , Pfaimen en tegen zangen 
beurt wyze te gebruiken — De Bisfchop- 
pen Hilanus , Amhrofms , en anderen, 
fielden, boven dien allerhande Geescely. 

ke, 



9$ Réfateering over Nuttige, 

ke, fchriftmaatige lofzangen » Hymni f iii 
dicht en Zangmaat, en vonden geraden, 
ook aan de figurasl en Inftrumeritaal Mu* 
ziek plaats te giinnen^ de bekeerde Jöoden 
en Heidenen , die in de Muziek ervaren, 
en haar luister «in de tempelen gewent waa- 
ren , kwam de Choraal fcaög al tfe eenvou- 
dig voor , dus maakte trien gamfch geen 
fwaarigheid , hen m deëzen wat te ge- 
moed i tekoomen , aangezien 'er immers in 
geesrelyke Muziek > óp een verfharibaare , 
deftige vfyzh geuit , alzoo wel als in dier- 
geiyke predikatien, Gods woord verkon- 
digt word. 

verbum Dei eft.fi ve manta cogitetur, 
live canatur , live pülfu edacur- Juft # 
Martyr* 

Hoe gezegende vruchten 'eruit de Ker- 
kelyke figuraal Muziek zyn gefprooren, 
zulks blykt onder anderen* uit de betui- 
ging van Augufiinüs ; Deeze groote Kerk- 
leeraar vermeld , dat fy noch Manicheer 
Zynde, en zich eens uit iu'euws&irighcid 
onder 't gehoor van AtHbrvfius , begeven- 
de, door de heerjyke 1-edeien en lofzan* 
gen, die deeze Bisfchop liet zingen en 
fpeelen , zodanig in het hart was getroffen % 
dat hy van hlydfchap begon te huilen , en 
dat zulks de gelegenheid toe zyne bekee- 

rmg 



Mutiik'aalê Onderwerpen. 97 

ring is geweest , gelyk hy kort daar aan 
door AmbrofiuS) wierde gedoopt.— *, Heer, 
zeid ny , ik heb gefchreid onder uwe lof- 
zangen , fcherpeJyK geroerd do<>r de (tem- 
men uwer zoethudende Kerke ;deeze dron- 
gen in myne ooren ; uwe waarheid wierd 
in myn hart geftort , en ontftak het vuitf 
der aandacht ; myne traanen vloeiden, en 
ik bevond er my wel by. ~ — 

Flevi , in hymnis et camicis tuis ^ 
fuave fonantis ecclefjae tuae vocibus coni* 
motus acriter. voces illse infiuebant au- 
ribus meis, et eliquabatur veiicas tua in 
cor meum , et currebant lacryms , ec 
bene mihi erat cum iis. conf. 9. cap. 6.- 

Om die reden , vervolgt deeze treffely- 
ke kenner, dien zeer wel bewust was, dat 
'eronder de behaagelyke Zang-en Speel- 
flukken veele vodderyen onderloopen, 
heeft hy Bisfchop te Hippon in africa Ge- 
worden zynde , raadzaam geoordeeld , de 
Kerk-Mnziek, fchoon door Athanafius& 
gefchaft , weer in te (lellen , of ze mis- 
fchien meer zondaars tot een inkeer mogi 
brengen, Ja, hy ftelt voor vast , dat de 
Muziek eene Gode behaagelyke kunst is* 
en merkt het aan als eene wyze infteHing^ 
onzes- recht verwonderiyken meester, da* 
Wy van het geene wat tot het nut van de 

G zietè 



98 Redeneer ing over Nuttige* 

ziele ftrekt , al zingende worden onder- 
weezen. 

O vera admirandi , magiftri fapiens 
iriftitutum 5 ut fimul et cantaie vide- 
amur, et quod ad utilitatem animse per- 
tinet doceamur praef. in pfalmos, — 

Teegen het einde van de vierde eeuwe 
ordonneerde Hi&onimm zekere Kerk uuren 
toe Gods eere in de Kerken te houden» 
genaamd horas csnonicas , van w li<e de 
Domheeren noch hedendaags den titel voe- 
len van Canonici ~ 

In het midden van devyfde eeuwe kwaa- 
men te Weenen 5 ky peJeegenheid van vrees* 
frlyke rampen , met welke by na geheel 
Fi>nkryk en Duitsland, door in de (leden 
lopende wolven , daagelyks voorvallende 
donderbuyen aardbevingen enz wierd ge* 
dreigd * de eerfte bidzangen of Licanien 
te voorfchyn. — De Kerkmuziek hield re- 
delyk flant, en hield het fatzoen der kunft 
op 3 zelfs roen men geduurende twee hon- 
dert jaaren in ItaJien van geen Muziek 
wi?t 

Teegen het begin van de fevende eeuwe 
voerde de befaamde Gregorius magnus een 
lüeuwe zoort van Kerkmuziek in , rot hee* 
den noch onder de naam van Gregoriaansch 
bekend; deeze verkreeg zodanige goedkeu- 

ringe, 



Muziekaale Onderwerpen. 99 

tinge y dat zelfs de Koning van Vrankryk, 
Pipini vader van Keizer Kar el de Grooto y 
eenige Choorzangers naar Italien zond , om 
die nieuwe trant te leeren , en ze in zyn 
gebied alomme bekend te iüaaken ; doch 
het een noch het ander hun recht ter hand 
ftaande, bleef de zaak fteeken , tot het 
eindelyk aan Keizer Kar el de Groote geluk- 
te, door behulp van twee Italiaanfche Zang- 
meesters hem door Paus Adriaan toege- 
zonden, de zelve in het jaar 790, door ge- 
heel Vrankryk in te voeren. — 

In verfcheiden navolgende duistere eeu* 
wen beflond het puik der Kerkelyke figu- 
raal Muziek uit zekere graveelige , vry 
onverftaanbaare (lukken, die men mottet- 
ten noemde , want de Monniken hadden 
de Muziek toen als in pacht. — — 

In het begin van de Sestiende eeuwe 
kwaamcn uit het vernuft van Lutherus 5 
Beza , en anderen» verfcheiden Geestely- 
ke liederen, als voorboden van de Kerke- 
lyke Reformatie , opdaagen , liederen » 
die gefchikt naar de vatbaarheid van den 
gemeenen man , meer zielen hebben ge*- 
flicht, dan alle diepzinnige twisten der ge- 
leerden y gelyk zelfs de Jefuit A. Contze* 
tib. 2. polit Cap. 18. pag. 99. — Zulks 
duidelyk genoeg te verftaan geeft : zeg- 
gende 

Hymni Lutheri fïve Bezani animas 
G a plu- 



ioo Re den tering ever Nuttige* 

plures qnara fcripta et declamationes 

ccciderunt. -— - 

In het begin van de voorgaande eeuwe 
vond Ludovtcus Viadana geestelyke Con- 
certen uit in plaats van de voornoemde 
Motetten, die echter naderhand merkelyk 
verbeterd wierden, en aldus rot heeden in 
de Roomfche Kerken worden gebruikt* — 
De Proteftanten in Duitsland en elders, 
voerden daar en tegen een byzonder zoort 
tan epifche en dramatifche Kerkitukken 
in, genaamd cantaten en oratorien, be- 
ftaande uit Arien, Reciiativen ondermeng- 
de fugen, Chooren enz. Men ontmoet in 
Duitsland als geheele Muziekaale provin- 
tien, by voorbeeld, Thuringen , alwaar 
zelfs de landlieden , uit zuivere liefheb- 
bery, op Sondagen en Feestdagen, fraaie 
veelftemmige Kerkmuziek maaken. -— De 
Heer \Mabillon een Franschman , zegt 'er 
van , in de befchryving zyner reizen door 

Duitsland pag. 21. 

De Duitfchers houden het cieraad 

hunner Kerken, de menigvuldige har- 

mony van ftemmen en Inftrumenten, 
voor een Godzalig werk. 

De Tempel Muziek der Hebreen be- 
hoorde niet tot de ceremonieele , maar tot 
de zedelyke wet, De Engelfche vermaar- 
de Godgeleerde Durellus* in zyne Hist o r: 
Ritual. contra Thomas Aqiiinus , zal hier 
het woordvorn. 



Muziekaale Onderwerpen. 101 

„ Mo/es heeft den Volke Israöls nergens 
„ een wee of voorlciirift gegeeven, hoe de 
„ Muziek by den ceremonieelen Gods 
„ dienst zoude worden gebruikt , maar hy 
„ en het volk Israël hebben , naar aan- 
,, wyzmg der onveranderlyke natuur wet 9 
,, en de gewoonte aller volkeren, zoo wel 
„ met eigene fternmen, als met luidruch- 
„ tig gefchal van Muziekaale Inftrumen- 
„ ten Gode lof en dank geoffert; zoo dat 
,j de Inftrumentaal- Muziek geenzins als 
„ een gedeelte of aanhangzel van den ce- 
3, remonielen Gods dienst aangemerkt kan 
„ worden. Mo/es Miram , Debora en Ba- 
3, rak maakten geestelyke Concerten, voor 
33 de Leviuiche wet in de Wereld kwam 5 
3, hoe kan de Muziek tot die wet behoo- 
3, ren? moest men ze onder het Joodfche 
33 werk, onder den Levitifchen dienft der 
„ fchaduwen rekenen, daar zoude zeker* 
„ lyk in Exod. 28. enz. van gemeld zyn ; 
33 doch nu hebben wyze aan te merken 
3, gedeeltelyk als een algemeen gebod in 
3, de zedelyke wet vervangen en gedeel- 
3, telyk, inzondeiheid ten opzicht van laai 
3, ter tyden, wegens de laauwe beharti- 
„ ging van Gods lof , als een uitdruk- 
33 kelyk gebod van de hand des Heeren 
,, door de hand zyner Profeeten. 2 Cbrott: 
i, 29. vs: 25. — — 

G 3 De 



ïOi Redeneering over Nnttige. 

De Muziek is geene wereldfche maar 
eene geestelyke zaak. Dus noemc men ze 
billyk ten opzichte van het gemelde edel- 
Ite gedeelte, tot des Heeren dienft gehei-. 
ligt , gelyk ook de al oude Volkeren haar 
voornaam aangekweekt en Befchaaft heb- 
ben , om er gebruik van te maaken in be- 
dryven die zy als de verheveniie, gewich- 
tigfte en godsdienftigfte aanmerkten ; zoo 
befluit men dierhalven met recht , dar de 
Muziek in de Kerk eigeiitlyk te huis hoort , 
en tot geestelyke verrichtingen inzonder- 
heid moet aangewend worden: — wy bly- 
ven aan de Kerkmuziek voor altoos ge- 
houden , by aldien de omftandigheden 
zulks eenigzins vergunnen ; het oogmerk 
der Joodfche tempelmuziek , beftond hier 
in 9 den Heere op eene plechtige en na- 
drukkelyke wyze te helpen loven en dan- 
ken ; dit loven en danken , als het wee* 
zentlyk gedeelte van den Gods dienft , ter 
onderfcheiding van zelfs dienft aangemerkt, 
is niet alleen de plicht , maar ook het be- 
houd, en een dierbaar voorrecht van re- 
delyke fchepzelen, hen door den algenoeg- 
zaamen genadelyk toegedaan , ten einde 
langs deezen weg het gemoed te verhef- 
fen en te volmaaken. — De Heere eifcht 
een lof van ganfeher harte, iets zonder Jiet 
welk al het uiterlyke ons geenzins kan baa- 
X en ; Hy eifcht ook een lof uit alle krach- 
ten ; 



Muziek aale Ouderwet pm. 103 

ten: dnarc.m^ wie de Heere niet ailcen van 
barce maar injgeiyks op de besc moogeiyk- 
ftewyze, met zang en Klank looft (zoo 
als in myn voorreden op de nieuwe Mek> 
dyen derPfalmen is aangemerkt y die doet 
meer , dan iemand die ikchts met het har- 
te loofd en er ïtil mede doorgaat , om dac 
de eerde alle ontvangen vermoogens te 
werk fteld en dus ook zynen vacbaaren 
evennaasten tot de eigenfte plicht aanmoe* 
digt en ontvonkt. — De Muziek wierd 
eertyds zoo hoog vereerd van teirens de 
heerlykheid der aanft^ande verbonds goe- 
deren te moogen helpen ailchaduwen; 
Doch het nieuwe lied , het welk den Hee- 
re zoude worden gezongen, Pfalm 98 vs. 
1. betekend alleen het heiü.^ Evangelium 
en gamch geen nieuw Mu/iek ihik: noch- 
tans de reeden, die den Pialmisc van zyne 
voorgedachte liederen op Imirumemen 
inbrengt, P/alm 91. vs. 2. 5. en ook rnet 
de allerduidehklte woorden herhaald, was 
enkelyk het loven en danken. — YV-yl de 
geestelyke Muziek eerder als de Jöodfcha 
tempel Muziek in weezen is geweest, be- 
hoeft ze geenzins met den zeiven een ein- 
de te neemen; en wyl zetotdeonvemnder. 
lyke plicht, van den Heere uit alle krach- 
ten te loven en danken , na^rukkelyk kau 
aanzetten , en wy hier toe zelfs ongelyk 
grooter reden hebben , dan onze voor^ 

G 4 vs- 



IP4 Redemering over Nuttige. 

vaderen in de dagen des ouden verbonds 
zoo mag zy en moet in de Kerk geduurig 
fland grypen. — vraagt iemand, waar ftaat 
dat gefchreeven? Ik antwoorde, wy heb- 
ben er zekerlyk diergelyk Goddelyk be- 
vel , als de Israeliten hadden , niet toe j 
doch de Kerkelyke Inftrumentaal- Muziek 
is ook nergens uitdrukkelyk verbooden, 
J$ het is bekend, dat ze gezegende vruch- 
ten beeft gehad , en noch dagelyks kan 
hebben , wyl ze zelfs den Gocdejoozen 
tot den tempel trekt, r— De Muziekaale 
Patriot, Matthefon, zegt pag. 34. 

„ Maar is het niet een fchan.de* naar 
9 , een gebod te vragen, o.m den Heere op 
„ een plichtige , nadrukkelyke wyze te 
„ loven en te danken ? wie gebied aan het 
, 9 pluim gedierte, door Iiefjyk kwinkelee- 
„ ren naar uitterste vermoogen den Schep- 
„, per der natuur te loven (volgens het 
„ fpreukje. Laudat a hiuda Deym ?) De 
„ wet legt in de natuur der zaak , en in 
,, otïze harten moest ze billyk gefchree- 
9 , ven flaan ! zegt men , wy verwerpen 
hec gebruik der Inftrumentaal -Muziek niet 
buiten het Kerkelyke 5 men kan evenwel 
niet bewyzen 9 dat ze aldaar verwerpelyk 
is. — wist ieder Komponist uit eigen on- 
dervinding, wat onuitdrukkelyk en Ziel- 
yoerend vermaak 'er met de Kompofietie 
Van geepteJyke Muziek gepaard gaat, wan? 

neer 



Muziekaale Onderwerpen. iOf 

neer men geheiligde en verhevene harts- 
tochten recht levendig gevoeld en eigen 
aardig uitdrukt, meenig een zoude walgen 
tegen de gewoone flechtigheeden van Ua« 
mour et da vin. —<- Doch men is ook van 
de voornoemde plicht ontfchuldigt, indien 
de omftandigheeden het niet toelaaten; tot 
een rechtfehapen Muziek in Kerken wor- 
den ten minden twaaif.perfoonen vereifchu 
en het onderhoud van eme bende virtuo- 
fen loopt vry hoog aan zonder noch eens 
tegewaagen, dat het wangedrag der Mu« 
ziekanten zelve dikwils een van de voor- 
naamlte oorzaaken is, waarom de Muziek 
haare achting verliest en hedendaags niet 
behoorlyk word onderfteund. — nochtans 
in Kerkmuziek mede zingen en fpeelen , is 
beneden niemands rang , wyl wy zelfs 
Keizers en Koningen tot voorgangers heb- 
ben, en de reden, hoe de tyden ook moo- 
gen veranderen , hier altyd de zelfde 
blyfe. — 

Men verbeeld zich zonder grond, a^s 
of de Muziek de aandacht verhindert; het 
is volftrekt onraogelyk , dat de Heer zyn 
volk zoo iets tot bevordering van aandacht 
zoude hebben voorgefchreeven: doch het 
verfcheeld krachtig ; wat men Muziek 
noemt, en hoe men er mede omgaat; wat 
verftandigen werkelyk in den aandacht 
ftoort , is geen Muziek , maar een Muzie- 

G s kaal 



to6 Redeneerwg over Nuttige* 

kaal gedrocht , of ten besten genoomen 
Muziekaale dartelheid : want het gemelde 
wanbegrip fpruit in *t gemeen uit het voor» 
oordeel, dat de Muziek Hechts onder de 
Wereldfche vermaakelykheeden zoude oe- 
hooren ; op dien voet neemen zommigen 
ergernis aan de vrolyke trant der Kerkmu- 
ziek, anderen, aan wekere Inilruuitnte; -; 
Word er by vrolyke omftandigheeden op 
een vrolyke trant gemufïceen; de zwa«y> 
hoofdige onkunde zegt , het gaat als of 
het in een Herberg vvaare! daar immers de 
Muziek zich naar de zang ftoffe moet rich- 
ten , en niemand m. er reden tot waare 
blydfchap heeft, dan een oprecht Christen; 
ten anderen er gei en zich de zulken aan 
zommige Inftrumenten , met welke men te 
mets ook by de ftraa f loopt, neem eens 
Violen worden krachtig misbruikt , maajr 
daar uit volgt noch met dat ze ydele Inftru- 
menten zyn en dat men reden zoude heb- 
ben, zich in de Kerk 'er aan 'e ergeren, 
men moest zich billyk daar aan ergeren, 
dat men aan baldaadige en roekeloo/e rnen- 
fchen de iWuziek in 'c geheel niet ontzegt 
en verbied, — 



Muziekaale Onderwerpen. 107 

Etet Musiekaal behaagen en mis- 
buagen, 

De ondervindinge leert, dat zommi^e 
natuurlyke en kunftige toonen ons in het 
gemeen behaagen, terwyl anderen in 't 
gemeen mïshaagen, en dat zornmige too- 
nen den eenen meer en den anderen min 
behaagen of mishaagen; wyl ons zolder 
reden, duideïyk oï verwardelyk begree- 
pen, niets behagen of mishaagen kan, 
zoo word 'er biilyk naar de oorzaaken ge- 
vraagt. — zonder overeenkomft tuflchen 
onze gefteldheid, en tuflchen de voorwer- 
pen die ons koomen aandoen, kan 'er 
nooit behaagen plaats vinden, ingevolge 
eene onveranderlyke natuur- wet ,• de re- 
den der gemelde verfchillende uitwerkzels 
zyn dierhalven in 't gemeen af te leiden , 
uit overeenkomft en gebrek van overeen- 
komft tuflchen de toonen tn ons oorge- 
ftel, gelyk tuflchen dit en onze begrippen; 
want hoe grooterdeeze overeenkomft, des 
te meer, en hoe kleinder, des te minder 
moeten zekere toonen ons behaagen — 
van deeze zwaare en wydloopige ftoffe 
zal ik hier, eenige byzonderheeden by 
brengen , die tot verder nadenken gelegen- 
heid kunnen geeveq 

Het 



yc8 Rtdeneering over Nuttige. 

Het gebrek van Muziekaal temperament 
Vervangt dè natuurkundige reden, waarom 
de toonen in 'c gemeen zommigen niec 
kunnen behaagen.— is het oorvlies te hard, 
om door de trillende lucht- deelen aange- 
daan te kunnen worden , daar is ook geen 
gevoelen 9 veel min gewaar- wording van 
toonen moogelyk ; is hec oorvlies te week» 
om fchuddingen te kunnen uitflaan, wy 
vinden de toonen onverdraagelyk , om dat 
ze het oorweefzel eenigzins in gevaar van 
fcheuring fteliende, terftond een ongenoe- 
gelyke aandoening verwekken. 

De luidruchtige fpiegel van order, fluit 
de Zede- kundige reden in, waarom ie- 
mand, die tot wan-order overhelt, geen 
Muziek mach noch wil verdraagen; uit 
kracht van aangebooren neiging tot order, 
vind men den maatflag, zelfs in geraas 
verwekkende lichaamen 5 eenigzins beval- 
lig; doch wie de denkbeelden van order 
tracht uit te roeyen, dien is alles in de weg 
wat naar order gelykt, Ja, des te onver- 
draagelyker, naar dat men het zelve met 
meerder nadruk tot de bevatting brengt, 
en dus zyne kwaade conscientie krachti- 
ger ontruft, fchoon hy de order voor al- 
tyd, in weerwil van zich zelfs, zekere 
onuitwisfchelyke geheime achting moet 
blyven tcedraagen. — op dusdanige mu- 
ziek 



Muziekaale Onderwerpen. 109 

ziekhaaters, die den gemelden treffelyken 
jpiegtl voor bedriegelyk gevaarlyk en hei- 
loos uitkryten; past het gezegde der Italia- 
nen ; 

„ God bemint hem niet, dien hy de 
3 , muziek niet doet beminnen; 

Dat van Lucherus. 
„ wie de muziek niet bemind, die moet 
„ waarlyk een grove klomp weezen; 

Dat van den Heer St. Ev-nmont. 
„ wy draagen, God dank, zulk teken van 
„ verwerping niet aan ons , dat wy de mu- 
„ ziekhaaten; 

en voorts alle zoortgelyke , van beeften 
en fteenen afgeleid; uitdrukkingen waar- 
lyk , die men, wyl zommigen buiten ftaat 
zyn gefield van de muziek te kunnen be- 
minnen , met groote omzichi igheid dient 
te gebruiken. — ■ 

Waarom behaagen ons de Confonanten, 
en waarom mishaagen ons de Disfonanten? 
om hier te zeggen, wy ftellen de reden, 
waarom zommige zamenftemmende too- 
nen voor 't gehoor aangenaam zyn , in de 
macht, wil en goedheid van den grooten 
Schepper, zoude een treffelyk antwoord 
zyn, wanneer men vraagt, waarom zyn 'er 
zulke toonen in de natuur te vinden ? doch 
het is in dit geval gansch niet Philofo* 
phifch geredeneert: wyl men immers het 
zelfde antwoord op duizenderlei zoortge- 

ly- 



ïïo Redeneering ever Nuttigs. 

lyke vraagen kon applicabel maaken, en 
dus niet alleen tot het onderzoek niet 
aangemoedigt werden, maar ook van zo- 
danige beweegreden tot innigfte verwon- 
deringe van des grooten Scheppers on- 
eindige volmaaktheeden, als 'er uic gron- 
dige kennis kunnen fpruiten, ten eene- 
maal verfteeken zoude blyven. — De re- 
den van het voornoemde hehaagen en mis- 
haageö kan ook niet enkelyk in ons oor- 
geftel leggen, om dat behaagen een zoort 
van blydfchap en mishaagen een zoort van 
droefheid influit, en niet het oor, maar 
de ziel, blydfchap en droefheid gevoelt.— 
vraagt men, word 'er niet op die wyze 
uit een enkelde aandoening een klaar oor- 
deel getraakt? Ik antwoorde, wy vinden 
ons geftadig als genootzaakt tot het oor- 
deelen over onze aandoeningen, en de 
goede imaak kan volgens klaare, doch 
onduidelyke begrippen recht oordeelen; 
maar dat üe wetten , hem voorgefchreeven, 
eenelyk haar opzicht zouden hebben tot 
het geene, dat voor onze lichaamelyke ge- 
fleldheid heilzaam of nadeelig is, daar 
van ontbreekt het bewys, en zal vermoe- 
delvk wel achter weege blyvent voyez> 
Memoire de U academie Rctyale , de f an 

*737- P*&- 2,°* — 

Zom« 



Mu ziekaale Onderwerpen. 1 1 1 

Zommige hebben hier eene onderftel- 
Ijnge verzonnen, die in den eerden op- 
fiaj zeer aardig fchynt: om dat wy niet 
weeren, tot wat einde alle vezeltjes m 
ha i»aKhen hoorn, van verschillende leng- 
te, ipanning en veerkracht zyn be(temd f 
{tellen sty dat ze , by wyze van klavier» 
iraaren refp-nnen zyn en ieder tot 't ont- 
vanden v n zeker toon moeten dienen; 
ziei ooufaZy traite au beau pag: 174 edz 
17*5-. — en dus leiden zy de reden van 
der zelver wel of wanluidendheid af uit 
de maatigen aiftand, of de al te groote 
r abyheid dier verzeltjes, — vraagd men, 
waarom disfon-.ert een fecunde? het ant- 
woord is, om dat 'er dan twee naad mal- 
kander leggende vezeltjes worden aange* 
daan, en dus hst oorvveefzel in gevaar 
van fcheurin^ raakt waarom disfoneert 
een fepuma? om dat ieder prime ook het 
vezeltje van de oótaaf aandoet, zynde dus, 
by voorbeeld, C, B, ten naaften by van 
èe zelve uitwerking, als, C, B, C en 
waarom word de quart niet al te wellui* 
dend bevonden? ze zoude zeker behaa- 
gen, ten zy ze naafl de quint waare ge- 
p'aatft, tot welker vezeltje de werking der 
prime ook eenfgzins overgaat, invoegen 
dat door C, F; die van C, F, G, C. in be- 
weeging raaien Qibidem , pag: 128, fegu: ) 

Maar 



lis Redeneer ing over Nuttige. 

Maar hoe weeten wy, dat de natuur 
zich in deezen veel eer naar de willekeu- 
rige order onzer Infirumenten richt, als 
naar die volgens welke zy zelve een mu- 
ziekaal fyftema voortbrengt? en genomen, 
die vezeltjes lagen gelyk gefpannen klavier- 
fhaaren by elkander, wyl wy in orgelen 
negen oétaven ruimtens , en het een hon- 
derd fes en negentigfte gedeelte van een 
geheelen toon kunnen onderfcheiden , zoo 
moeiten 'er niet alleen zoo veel ver- 
fchillende vezeltjes in ons oor weezen, 
als begrypelyke toonen* maar ook zoo 
veele tusichen twee, die een geheelen 
toon dienen uittemaaken, waar toe op ver- 
re na geen plaats is om naaft elkander te 
kunnen leggen, 

jVïyne meening is deeze: het wonder- 
baar maakzel onder gehoortuigen fluit de 
reden in, dat ieder toon ons zodanig luid, 
als hy luid, maar dat dit alles enkelyk 
moet dienen öm iets voortedraagen aan 
den geeft , die alleen tot het bevatten en 
oordeelen bekwaam getiiaakt is. — De 
goede fmaak gaat hier, met onbegrypelyke 
fnelheid, aan het Numereeren, tellen > 
Wikken en weegen, ondekkende inde in- 
tervallen, welke het klaar onderfcheidend 
Muziekaal gehoor hem ter toets overgeeft, 
ttrftonds zonder duidelyke kennis te 

be- 



Muziekaale Onderwerpen. 113 

behoeven, of 'er order en volmaaktheid, 
dan gebrek van dezelve in te vinden is ; 
daarom , de confonanten behaagen ons , 
om dat wy de order en volmaaktheid die 
ze in/luiten klaar bemerken , maar de dis- 
ionanten mishaagen ons , om dat wy 'er 
gebrek van volmaaktheid in gewaar wor- 
den; in het eerfle seval word 'er belnagen, 
vermaak of verlustiging, en in het tweede, 
mishaagen , afkeer en walging gebooren , 
om dat het eene eigenfchap der geesten is, 
zich aan alles , wat men als order en vol - 
maaktheid aanmerkt, waar men die ook 
ontmoet , te moeten verlustigen , en in 
een tegen gefield geval afkeer te moeten 
gevoelen, dus blykt zelfs uit de natuurly^. 
ke Harmony middag-klaar, dat wy tot hec 
beminnen van order zyn gebooren. 

Wyslyk ondermengde disfonanten be- 
haagen echter , hoe weinig overeenkomst 
'er tusfchen de disfonanten en ons oorftel- 
zel ook is, het verftand vind ze behaaglyk; 
wanneer men begrypt , dat ze ter zaak die* 
nen, fchoon ze onkundigen, en dieren, 
die achter het geheim nooit koomen, iiocK 
aan duidelyke begrippen vatbaar zyn , bui- 
ten twyffel altoos ongenoegelyk en ftryden- 
de zullen voorkoomen. — 

Men vind de zingende fpreek-trant be- 
valliger, dan de gemeene. 

H 1. Om 



ii4 Redeneering over Nuttige. 

i. Om dat de voortbrenging van mooge* 
]yke zangtoonen, te rechter tyd en op een 
bekportyfce wyze geuit , aan het oogmerk 
van den grooten Schepper * die de werk- 
tuigen dei* zangftemme met verbaazende 
tvysheid en macht toegefteld en niets te 
vergeefs gemaakt heeft, zekerlyk beant- 
woord, vermits ook de kunften tot deszelfs 
Verheerlyking moeten verftrekken , fchoon 
ieder toehoorder juist zoo verre niet ziet, 
en menig keurig zaug-oefFenaar 'er mis- 
fchien nooit op denkt, 

x. Wegens de groote menu te toonen 
van verfchillende hoogte , duurzaamheid 
en flerkte die men fpreekende niet kan te 
pas brengen, en welker heffelyke menge- 
ling , reets zonder behulp van zangwoor- 
den , de verbeelding bekoord, 

3, Wegens allerhande kleene en groote 
zangleidingen, of agrementen, die bekoor- 
lyk te werk gefield, tot uitrekking van let- 
tergreepen en woorden , die zonderlingen 
nadruk vereisfchen , zeer bekwaam kwi- 
jlen weezen. 

4. Wegens de aanminnigheid der na- 
bootzing die zich óp eene lubteryke wyze 
van fpreeken onderfcheid , zonder zich 
echter van de fpreektrant geheel te verwy- 
deren, 

j. om 



MuziekaaU Onderwerpen. nS 

5*. om dat gevoegelyke zangtoonen de 
oplettendheid niet alleen onderhouden » 
maar, door meer cyd te geven tot over- 
weeging der voorgedraagene zaaken, zelfs 
krachtig bevorderen helpen. 

6. Om dat 'er uit hoofde van de Mn- 
ziekaale maat , verfcheiden perfoonen, zon- 
der afbreuk aan de verftaanhaarheid , te 
gelyk fpreeken , en den zin merkelyk ver- 
Herken kunnen. 

7. om dat den inhoud van zinryke woor- 
den des te nadrukkelyker kan worden inge- 
prent; wanneer de dicht en zangkunfl met 
wyslyk vereende krachten werken. 

! 8. Wanneer 'er zich nette overeenkomst 
op doet tusfehen de voorgedraagen zaaken , 
woorden en toonen , de gebaarden zelve 
niet uitgeflooten, door dien het maatge- 
zang als dan, den zin der woorden ver- 
zegelende 5 aan de ziel der zaaken meer- 
der verhevenheid, en aan het lichaam der 
woorden als een plecht gewaad en kroon 
komt by te zetten. 

Ten opzichte van alle deeze onderfchei- 
den bekoorlykheeden pleegen zornmigen* 
die zich niet duidelyk genoeg weeten uitte- 
drukken , kortelyk te zeggen : De zang- 
muziek dringt tot het binnenste der Ziel, 
en doet haar in zekere aanminnige ops;e- 
toogenheid als yerparadyft f^aan. — Ziet 
ie Brune, IVetJiem, pa 7. 16. - — 

H a De 



n 6 Redenèerifig ever Nuttige. 

De concerteerende Harmony komt de 
kenners behaaglyker voor dan de onder* 
fteunende: want de goede fmaak en de 
reden ontdekken in de zelve , door meer- 
der overeenflemming tusfchen het menig- 
vuldige , ook meerder volmaaktheid en 
dus meer ftoffe tot oplettendheid en naden- 
ken 9 Ja , tot verwondering ; het fchynt 
als of de partyen met elkander praaten en 
allerhande tegenwerpingen inbrengen , ten 
einde het gefprek levendig te houden ; als 
of ze eene welgeregelde Democratie of 
volks regeering , eene Ariftocratieof Adel- 
regeering willen verbeelden; terwyl de on- 
derfteunende Harmony Hechts eene Mo- 
narchie of alleen heerfching affchetst, — 
2ommige melodyen brengen in twyffel , 
of ze meer tot het voeren van heerfchappy, 
dan tot dienft van de boven of hoofdzang 
zyn beftemd , ieder partye Moduleert , 
waar heen men het oor ook wil wenden, 
en ieder moduleert op verfchillende wy- 
ze 9 de eene te mets in vier deelen 9 en de 
andere in twee en dertig deelen , dat men 
zéggen zoude 9 zulke dingen kunnen nooit 
overeenkoomen : nochtans ze koomen, 
als tegen verwachting , wonderlyk fraai 
met elkander te harmonieeren, en verwek- 
ken des te dieper indrukken en klaarder 
begrippen na maate dat &e levendiger tot 

< ^ de 



Muziekaale Onderwerpen 117 

de bevatting overgebragt worden :dus word 
de verbeelding door bekoorlykheeden als 
overftelpt; en de reden zegt, wat verfchil- 
lende ryen van gedachten dei uitvinders 
vertoonen zich hier ! — 

Het temperament en de finaak zyn de 
oorzaaken van de favoriet -Inflrumenten 9 
favoriet-grond-toonen en van favoriet Huk- 
ken, zonder eens verder te gewagen van 
de gewoonte, noch van het geene dat de 
regel der verbeelding kan te wege bren- 
gen; uit kracht van verfchillend tempera- 
ment is ons zenuw (lel , hoewel eenerhan- 
de deelen bevattende, anders gefchikt, 
daarom kunnen zekere toonen met den 
graad van fpanning van iemands zenuwen, 
meerder en met diep van anderen minder 
overeenkomst hebben. — De fmaak richt 
zig doorgaans naar het temperament , en 
daarom toehoorders te willen behaagen, 
onderfteld , hun temperament kennen , of 
uitvorsfehen , of blindelings treffen, alzoo 
toch de meeste een recht meenen te heb- 
ben, in hun humeur te volharden en voor 
fraai te keuren , wat daar mede overeen* 
komst heeft; de dagelykfche ondervinding 
leert, dat een oploopende of Cholericus, 
xnannelyk , moedig en doordringend moet 
worden aangetast ; Dat een bloedryke of 
fanguineus zich nooic aan ernftige geme- 

H 3 lyke 



n8 Re deneer ing ever Nuttige. 

lyke en klaaglyke uitdrukkingen kreunt; 
en dat een droefgeestige of Melancholie 
cos niet de minfte hardheid kan verdraa- 
gen ; en hier uu: kan men gemakkelyk af- 
neemen, dat en waarom fterkluidende In* 
ftrumenten, grondtoonen over de groote 
derde , en vrolyke toon zwieren , op men- 
fchen van een Cholerifche en fanguinifche 
Complexie, en daar tegen, zachter geluid 
grondtoonen over de kleene derde * en 
langzaam maatgezang op de Melancholi- 
fchen meer vermoogen heeft; fanguinifche, 
het luchtige en ftreelende ; en cholerifche. 
het hevige en grootfche buiten gemeen 
behaaglyk vinden. — Ten anderen het is 
ook in 't gemeen waar , dat men dikwils 
aan de grondtoonen toefchryft , wat veel 
eer aan den goeden Muziekaalen ftyl is 
toe te* eigenen;, genoomen, iemands favo- 
riet toonen waaren C. over de groote der- 
de en C. over de klecne derde, hier uit 
volgt ganfch niet , dat alles wat uit zulke 
toonen gaat, daarom reets bevaliig gevon- 
den word, anders moest ieder Muziekftuk, 
in zulke toonen getransponeert ook altyd 
behaagen , het welk echter de ondervinding 
tegenfpreekt, vermits het by favoriet Huk- 
ken voornaam aankomt, op overeenkomfl 
tusfchen de muziek en de begrippen , Ge- 
lyk menig een zich zomwylen als verwon- 
dert, 



Muzitkaaie Onderwerpen. 1 19 

dert, dat zulke toonmengelingen, aan wel- 
ke hy deel fchynt te hebben, (hem zelve 
niet zyn ingevallen. — Inftuflchen wyl al- 
\ les, wac droevig of levendig zal werken des 
re meer behaagd, naar dat het droeviger of 
levendiger werkt, zoo ftaat hec vaft, dat 
behaaglyk maat gezang des te behaaglyker 
word gevonden, wanneer het teffens in fa- 
voriet Initrumenten voortkomt. 

Een fraai Solo, en concert, een keuf- 
lyke fonaie en caprice behaagd, — ieder 
van hoe verfchihend temperament hy ook 
zy, vind inde verfchillende bewegingen, 
Grave, Allegro, Dolce, Prefto, enz: door- 
gaans iets raar zynen finaak. — Doch be- 
halven het reine, [doordringende geluid van 
eene fteiner of cremoner viool, of van een 
fteertftuk van Rukkers of couchet, word 
men voornaamentlyk aangedaan , niet door 
de verfchillende Grootheden, 'gedaantens 
en figuuren der toonen, maar door de Ge- 
voegelyke , Geduurig anders verzonnen , 
onuitputtelyke vindingen , die de Muziek 
levert , en die op oneindig verfchillende 
manier, verwifleling , verdeeling, famen- 
voeging , menging, hoogte, laagte, ver- 
traaging , verhaalting , fterkte , zwakte , 
trappen, fprongen, keering, hevigheid, en 
allerhande Gewoone en buiten Gewoone 
beweegingen, in zekere order uitbeelden 

H 4 en 



iio Redeneeting over Nuttigs. 

en op een nadrukkelyke wyze tot de be- 
vatting brengen : dufdanige Geeftige uit- 
werkzels zyn het, die oplettende, fcherp- 
zinnige en Geeftige toehoorders roeren , 
als betoveren en zomtyds in verrukking 
jdcen uitroepen , hoe bedenkt men het zoo 1 
hoe geraakt men tot zulke heerlyke invatkn ? 
Men verwonderd zich nu eens over den 
Komponist, die zoo aardig, zoovry, zoo 
verheven gedacht, zich zoo behoorlyk uit- 
gedrukt en anderen tot het vertoonen. van 
hunne eigene gaven gelegenheid gegeven 
heeft, dan verwondert men zich over den 
uitvoerder, die de gedachten van den Kom* 
ponist zoo ftiptelyk weet overtenemen en 
door goede Muziekaale methode in een 
helder licht weet te ftellen , en dus vind 
men Zielroerende melody en dan prachti- 
ge harmony ten hoogften aangenaam ea 
vermaakelyk, wanneer alles natuurlyk is,- 
Het natuurlyke behaagt, om dat het na- 
tuurlyk , en de goede finaak tot een on- 
veranderlyk richtfnoer voorgefchreeven is , 
eene grond (telling , die [niet nader bewee- 
zen kan worden, noch verder bewysver- 
eifcht, wyl ze anders geen grondstelling 
zoude genaamd kunnen worden. -— Een 
fraaie Cadence behaagt, want men brengt 
de gedachten uit den grondtoon , en leid 
ze aldaar weer in door allerhande omwe- 
gen: 



Mime kaak Ondermer pen» iai 

gen : deeze omwecgen behaageu , om dat 
men op een lieffelyke wyzd word verrast; 
men hqort de verwachting als te leur ge- 
fteld, men grypt er na, hec word onttrok- 
ken, doch eindelyk krygc men het '.veer, 
en vind het geene dat verlooren fcheen. 

Zommige lieden vraagen: waarom moet 
men juist zelfs Komponeeren , fantaifee- 
ren, zingen en Ipeelen? is het niet genoeg 
dat de Muziekanten zulks doen , en dat 
men henlieden gehoor verleent? Dit 
is de gewcöne taal van fymelende Muziek- 
haaters, die de Muziek-kunst fchynen te 
willen verheffen , maar echter , door de 
oeffening aan Jongelieden en aan perfoo- 
nen van rang , volftrekt te ontraaden , ge- 
noegzaam te kennen geven , dat ze haar 
trachten te ondermynen en de doodfteek 
te geven; doch de vraag is naar myn ge- 
dachten niet wyzer , als deeze: waarom 
moet een redelyk Schepzel meer vermaak 
genieten in zyne eigene volmaaktheid, dan 
in die van anderen zyns gelyken ? 



H 5 



122 Kedmeering over Nuttige. 

9- 

De Muziek in 't gemeeu. 

De Muziek -kunfl beftaat uit wel en 
waiiluidende toonen van verfchillende hoog- 
te, duurzaamheid en fterkte, die in maat- 
gezang zodanig aaneengefchakeld voort- 
Êoomen , dat ze tot dienftige geoorlofde 
verlustiging en beweging van 's menfchen 
gemoed kunnen itrekken. — Allerhande 
zoonen van toonen zyn hier het ftoffelyke ; 
aaneengefchakelde toonen, op een zing- 
baare wyze en in net afgemeeten tydftip- 
pen voortgebragt , noem ik maatgezang; 
deeze term drukt het vormelyke der zaak 
eigenaardig uit, wyl de bewoording Mu- 
ziek, waar zang of maat ontbreekt, nooit 
plaats vind* — Betreffende de wyze der 
vereifchte aaneenfchakeling, hetQogmerk, 
tot welkers bereiking de toonen, als mid- 
delen , zullen dienen , ftelt hier de wet, 
en het waare oogmerk word ons kennelyk 
door nafpeuring , hoe de toonen tot be- 
vordering onzer volmaaktheid best zya 
aantewenden. — Maatgezang tot bereiking 
van het vereifchte oogmerk bekwaam , 
noem ik dan Muziek , in tegenftelling van 
alle zodanige toonmengelingen , die tegen 
het waare oogmerk aanloopen , of gansch 

niets 



Muztekaak Onderwerpen 123 

niets uitdrukken, of geheel iets anders, 
dan ze behoorden uittedrukken. — deeze 
gegevene befchryving welkers bondigheid 
en vruchtbaarheid verder zal blyken , fcel 
ik tot een grondflag van alle myueMuzie* 
kaale verhandelingen. 

Alles wat tot de Muziek onaffcheidelyk 
behoort, daar toe aanleid, en 'er uit voort- 
fpruit , draagi de benaaming van Muzie- 
kaaU — Dusdanige dingen noemt men 
zomtyds by verkorting Muziek , ten wel- 
ken opzicht die bewoording zelfs tot het 
genoo'ichap van Muziek-oeffenaars , Mu- 
ziekaale Inftrumenten , allerhande zoorc 
van nooten papieren enz: overgaat. , 

Stellingen, volgens welke men over Mu- 
ziekaale dingen oordeelt , en zich in 't 
voortbrengen van maatgezang gedraagt , 
heeten muziek regelen. — — Deeze wor- 
den verdeelt in natuurlyke, die het talenc 
zelve, zonder overleg , aan de hand geeft, 
en in kunftregelen, die men door eigen na- 
denken of; voor zoo verre ze aanmerkin- 
gen zyn van fchrandere onderzoekers, 

door toedoen van anderen verkrygt. 

op dien voet noemt men natuurlyke Mu- 
ziek , wat volgens natuurlyke , en kunft- 
muziek , wat door behulp van kunftrege- 
len , die men door eigen nadenken of; 
voor zoo verre ze aanmerkingen zyn van 

ichran- 



\ 



1-24 Redeneer ing over Nuttige. 

fchrandere onderzoekers , door toedoen 
v -.n anderen verkrygt. — Op dien voet 
roerat men natuurlyke Muziek, wat vol- 
gens natuurlyke, en künflmuziek,wat door 
behulp van kunftregels vvord voortgebragt; 
éene ondeifcheiciing , die men hier zoo 
weinig als in de Redéneerkunde en elders 
van de hand kan wyzen, vermits de on- 
dervinding duidelyk leert, dat wy, in vee- 
lerlei voorvallen , regelen ; die wy flechts 
verwardelyk begrypen , naaukeurig kun* 
een in acht neemen en werkftellig maa- 
ien. — - 

De kunde, befpiegelende kennis , of 
weetenfehap van de muziek, bekend on- 
der de bewoording van muziekaale The- 
orie, noem ik Muziekkunde , tot onder- 
fcheiding van de Muziekaale Practyk uit 
de kennis van het werkftellig maaken van 
muziekaale regelen beftaande , en uit de 
kundigheid van derzelver uitwerkzels in de 
muziek. — De Theorie vormt de begrip- 
pen, oordeelt en redeneert, zonder iets in 
het werk te Hellen ; de Practyk flaat hand 
aan 'c werk, brengt maatgezang voort, en 
ftelt regelen in oefiening, zelfs zonder den 
aardt der voortbrengzels , en de regels, op 
welke de uitvoering fteunt , voor af te 
overweegen; ichoon de muziek-kennis van 
allerhande dingen , en by aldien men 'er 

bon« 



Muziekaaïe Onderwerpen. *z? 

bondig over tracht te redeneeren, Grondi- 
ge kennis of weetenfchap vereiicht, en de 
muziekkunde ons alleen kan leeren, wat 
de muziek zy , en wac 'er al toebehoor: zoo 
volgt hier uit alzoo min , dat de muziek 
uit theorie en practyk beftaat, of als een 
weetenfchap en kunlt aantemerken is, als 
dat de kennis van een zaak Geenzins zoude 
verfchillen van de zaak zelve, of dat de 
fluitreden , wat weetenfchap vereifcht, is 
zelfs een weetenfchap , klem kan heb- 
ben Jmmers, de uitdrukkingen daar is 

muziek, en daar zal muziek weezen, heb- 
ben enkelyk haar opzicht tot maatgezang 
het welk luidruchtig tot de Gewaarwor- 
ding koomt en 'er toe overgebragc kan 
worden; kort, de muziekkunde beftaat uit 
Hellingen , en de muziek uit maatgezang. 

Muziekaale toonen kunnen op tweeder- 
lei wyze worden aaneenGefchakeld, ach* 
ter elkander, in enkele toonen, van welke 
men Hechts een te gelyk hoort, en achter 
en nevens malkander, des noemt men; een 
verband van enkele toonen , op een zing- 
baare, welgeregelde wyze achter elkander 
volgende, een vois, zangwyze of Melody, 
en famenltemming van verfchülende too- 
nen, Harmony, De melody is het gee- 

ne, dat ons eigen tlyk tot de muziek aan- 
noopt; dat den grond legt toe de harmony; 

Ja. 



ti5 Redeneering over Nuttigel 

Ja, het Geene, waar door de oude grieken 
de muziekaale wonderen, van welke de 
Gefchiedenjflen zoo breet opgeven , byna 
alleen hebben uitgevoerd; Gelyk zy door 
edele eenvoudigheid en klaarheid zekerlyk 
meer op het gemoed vermag, dan wanneer 
haare fchoonheid door geftadig tegen elkan- 
der twiftende harmony word benevelt.- — - 
Het is echter in 't gemeen waar, dat enke- 
le toonen te weinig ftoffe tot nadenken aan 
het verftand leveren , dat de nadruk' der 
melody van de harmony afhangt; dat eene 
fraaie melody een welgefchap^n, bezield, 
doch ongekleed lichaam verbeeld , het 
welk, niet tegenftaande het reets door na- 
turlyke begaaf theeden aan oplettende tot 
een waardig voorwerp van bekoorlykheid 
en verwondering verftrekt , zich in een 
minnelyk gewaad van harmony met meer- 
der deftigheid kan vertoonen, en dat het 
oogmerk van de muziek niet door de Me- 
lody alleen , maar door wyflyk vereende 

Melody en Harmony te bereiken is. 

Maat-gezang, het welk als een byzonder 
gedeelte der muziek en als op zeker wyze 
tot bereiking van haar algemeen oogmerk 
toereikende aangemerkt word ; noemt men 

een Muziekftuk. wyl men zeer ver- 

fcheiden zaaken, ieder op Ganfch verfchil- 
lende manier klinkende kan uitbeelden, 

zoo 



Muziekaak Onderwerpen, iz? 

roo zyn 'er allerhande flag van muziek- 
(lukken ingevoerdydlie zich ieder , inner- 
lyk door den ftyl, de (chryfwyze, of 
trant, en uitterlyk, door de (chikking van 
anderen onderfcheiden, en uit welke weef 
verfchillende zoorten voortfpruiten. 

Hoewel ieder maatgezang noch geen 
muziekftuk is, maar zelfs ieder gedeelte 
van dien deeze benaaming draagd, ieder 
muziekftuk beftaat uit maatgezang en de 
geheele muziek, alzoo wel als haare zus- 
ters,' de Dicht en rederykkunft, die met 
haar eenerlei oogmerk hebben, uit zekere 
flukken, welke als deelen, die een ge- 
heel (lellen, ook ieder in het byzonder 
muziek worden genaamt ; Ja> aangezren 
de wyzen van uitdrukking grootelyks van 
elkander verfchillen , uit (lukken van zeer 
ongelyke waarde, des men te recht cn- 
derfcheid maakt tuffchen een muziekftuk, 
en een fraai en treffelyk muziekftuk, — 
Doch wyl alles, wat by een muziekftuk 
aanmerking verdient, of tot de melody of 
tot de harmony behoort, zoo verdeelt 
men alle hier te pas koomende muziekaa- 
le regelen in melodifche en harmonifche. — 

Het werk der Muziekaale piaktyk beftaat 
in het uitvinden , cpftellen, en uitvoeren 
van Muziek (lukken, de beide eerfte din- 
gen noemt men Muziekaale kompofietie, 

en 



'taS Redeneering over Nuttig. 

en iemand 9 die in dusdanige Rederykkunft, 
Mufica poëtica , ervaren is , een kompo- 
nisc. — ■ Want het. woord wysvinder, by 
zommigen gebruikelyk, hoe toereikende 
het ook in Noachs tyd mogte gewest zyn , 

drukt tans de zaak niet volledig uit. 

uitvinden onderftelt denken, inzonderheid 
Muziekaale vinding, en het opflellen brengt 
mede , dat men zyne gedachten door be- 
kende tekenen weet aan te duiden , ten 
einde andere, die zulke tekenen kundig en 
tot de uitvoering bekwaam zyn , des op- 
ftellers meeninge bevatten en zingende en 
fpeelende voordraagen kunnen. — Ieder 
denkt niet behoorl yk, en ieder , die zo- 
danig denkt , weet zich niet naar vereisch 
uitteduukken, daar van daan komt allerhan- 
de flag van Hechte, goede en deftige ko ra- 
penene voort ; wie zich behoorlyk uit- 
drukt , die moet zekerlyk ook zodanig 
denken. — — 

De onderwerpen der Muziekaale kom- 
pofietie zyn ten opzicht der verfchillende 
Muziekaale Inftrumenten zang of fpeelioiu- 
ziek , ieder een byzonder zoört van melo- 
dyen vereisfchende ; en ten aanzien der 
verfchillende plaatzen, alwaar men Muziek 
uitvoert , of veel eer , der verfchillende 
voorwerpen en bedryven, naar dat dezel- 
ve Geestelyk, Wereldlyk, of huislykzyn 

Kerk- 



Muziek <?a'e Onderwerpen. 129 

Kerk-Tooneel- en Kamer Muziek, in ieder 
van dewelke de Komponist zich, naar ver- 
eifch v^n het oogmerk , in een byzonde- 
ren ftyl moet weeten uittedrukken. 

De weezentlyke deelen der Muziek be- 
(laan in de Kompofietie , en in de luid- 
ruchtige uitvoering, zingende en fpeelende 

gefchiedènde Allerhande dingen tot 

uitbeelding , aanduiding en verwekking 
van toonen bekwaam , worden reprefen- 
teerender wyze toonen genaamd, opdien 
voet bevac ieder gefchreeven en gedrukt 
Muziek-ftuk toonen, en maatgezang, Ja, 
ieder behoorlyk opgefteldMuziekilukmaat- 
gezang het welk tot het vereifchte oogmark 
kan (trekken , wordende dus , gelyk het 
van uitvoering fleehts als woorden van 
(temmen verfcheelt, alzoo wel in een ei- 
gentlyken zin Muziek, als gefchreeven en 
gedrukte woorden, die bondige redenee- 
ringen uitdrukken, oratien en gedichten 
genaamd. — Terwyl de termen Diatonyke 
of voltoonige, Cromatyke of bonte Choo- 
raal, figuraal Muziek, en aile diergelyke 
benaamingen, hoedanige men in menigte 
kan verzinnen , enkelyk haare opzicht 
hebben, tot de kompofietie, of tot het 
zingen errfpeelen. — 

Maatgezang, zonder tyd van nadenken 
en voorgeftelde tekens noodig te hebben, 

I uit- 



130 Redeneering ever Nuttig*. 

uitgevonden en voortgebragt, draagt de 
naam van Muziekaale Fantaifie. — Menig 
overviïeger, die door aankweeking van 
Muzjekaal talenc, als een bron van gefta- 
dig opwellende welluidendheid in zynen 
Geeft heeft gegraven, laat aldus allerhan- 
de aardige invallen hooren, gelyk menig 
gebooren Dichter zonder tyd van beraad , 
zinryke gedachten, en geheele redenvoe- 
ringen in vloeyende verfen weette uiten, 
Diergelyke uitwerkzels dient men vol* 
gens de verfchillende gefteldheid der ver- 
beeldings kracht, als werk oorzaak, en 
naar den verfchilienden graad van de heb- 
belykheid óes voorbrengers, in ongeregel- 
de en welgeregelde te verdeelen, en ten 
opzicht deezer zóort de termen Fantaifie 
en fantaifeeren m een goeden zin, als 
kunftwoorden, zelfs die van een Muzie- 
kaal fantafl, als een eet naam. optevat- 
ten» ~ Doch wyl de werking onmoogelyk 
meer kan infiniten dan de oorzaak , en dus 
welgeregeld zingen en fpeelen, welgere- 
gelde begrippen onderftelt: zoo is welge- 
regelde Muziekaale fantaifie een zoort van 
kempofietie voor devuift, vloeyende uit 
de bekwaamheid in eenige bevatting van 
de kompfietie, en een hoogen graad van 
Muziekaale volmaaktheid, gemerkt men 
hier, als in een zelfde oogenblik kompo- 

neert 



Muziek aak Onderwerpen. 13 1 

neerc en uitvoert, welfpreekendheid in 
niaatgezang vertoont, en dus een Muzie* 

kaaien redenaar verbeeld 

Men ontmoet in 't gemeen drie'erly flag 
van Muziek oeffenaars, aK # 

1. Zommigen, die de befte regels op 
den duim weeten, over de geheele zaak 
bondig oordeelen, en de zoogenaamde 
Grondtoonen der Muziekftukken , of het 
uit A , B , C , D , enz: gaat , van verre kan- 
nen raaden, en nochtans door geen middel 
zoo verre te brengen zyn, dat ze de Mu- 
^iekaale maat ftiptelyk treffen. 

2. Anderen, die niet alleen fraai naar 
nooten zingen en fpeelen, maar ook aardig 
fantaifeeren, doch in 't opftellen van hun- 
ne Muziekaale gedachten als onoverwinne- 
lyke zwaarigheid vinden* 

3. Eenige weinigen, die zich zonder 
veel moeite op alle verzinnelyke wyze be- 
hoorlyk vveeten uittedrukken. 

De eerde dienen beft tot toehoorders, 
de tweede tot zang en fpeei-oeffenaars , en 
de derde tot komponiften. 

De Muziek is een kunft; want de on- 
dervinding leert, dat op verre na ieder 
niet naar believen in het fpeelen en zingen 
veel min in de Muziekaale fantaifie en 
kompofietie vorderen, en dat menig on- 
vermoeid en fchrander liefhebber alles, be- 

I % hal- 



ï3^ Redeneering óver Nuttige* 

halven de Muziek leeren kan; dat daarom 
het voortbrengen van maatgezang be* 
kwaamheid in nuttige aanwending van aan- 
gebooren begaaftheden , door werkzaamheid 
van zekere iichaamelyke leden aan den dag 
gelegu vereifcftt en te kennen geeft,—» 
zulke bekwaamheid noemt men gemeenlylc 
kunft, om dat ze het geene is dat 'er in ons 
toe word vereifcht; echter is ze de kunfl 
zelve niet, maar de prakryk naar wenfch 
gelukt zynde 5 kunnende uicwerkzels eigent- 
lyk eerft zodanig genaamt worden: te wee- 
ten f niet het komponeeren, zinden en 
fpeelen, maar het behoorlyk gekomponeer- 
de, gezongene, en gefpeelde, is Muziek 
kunfi— mtusfchen geeft het woord kunft 
te kennen 

i Dat de Muziek geen handwerk of een 
bedryf is , het welk ieder, die met genoeg- 
zaams fterkte des lichaams is voorzien en 
den arbeid niet fchuwt, naar believen Ran 
leeren en oeffenen, maar talent vereifcht 
of aangebooren begaaftheeden. 

2. Dat de hebbelykheid hier niet van 
natuur voorhanden is, maar een vrucht 
van naarftïge oefrening, en 

3, Dat de Iichaamelyke werkzaamheid 
haar onderfcheid van een Weetenfebap, 
dewelke ins^dyks talent en hebbelykheid 
vereifcht, doch alwaar het inzonderheid 
op gemoeds krachten aankomt, 

Die 



Muziekaak Onderwerpen. 133 

Die zulk eene hebbelykheid of be- 
kwaamheid in het voortbrengen van maat- 
gezang bezit, die heet Mir/iek-kunftenaar, 
en des te grooter kunftenaar, naar dat hy 
in meer deelen der kunft grooter talent en 
bekwaamheid vei toont. — }a, men kan 
zelfs aan de geene, die flechts volgens 
Muziekaale regels iets aardigs kunnen 
voortbrengen, den titel van kunftenaar 
met reden niet betwiften, maar heeft hen 
veel eer voor gebooren kunftenaars te hou- 
den, aangezien het talent, als een gift des 
Hemels billyk boven alles, wat onze vlyt 
ooit vermag, verdiend te worden gewaar- 
deert, en het in kunden niet aankomt op 
het weeten, hoe het met den aard maar 
alleenlyk op het kunnen voortbrengen, ge- 
lyk ze ook daar van de benaaming fchynen 
te draagen. 

Het iingen en fpeelen naar nooten heeft 
groote overeenkom!!: met leezen ; de lee- 
zing gefchied niet alleen overluid, voor 
zoo verre iemand die een onbekend Mu- 
ziek- ftuk in 't oog krygt, uit kracht van 
Muziekaal gehoor, den zin ten eerden 
klaar bevat, en dus ook zagt, binnen 
'smonds als door de oogen hoort. — Dat 
fliu ieders opflel fraai zoude luiden, by 
aldien de leezers befleepenheid genoeg 
hadden en gebruikten, is alzoo weinig 

I 3 moo- 



134 Redeneer ing over Nuttige* 

m ogelyk, als dat ieder fteen een diamant 
en ieder klomp een mercurius kan worden, 
of aat ieder gedicht zich zoude laaten iee- 
zen, dat 'er Geeft en aardigheid zoude in- 
koomeii en uitblinken.— De opfteller 
moet wel ter taaie weezen, en zich zoda- 
nig uitdrukken, dat anderen zyne gedach- 
ten vatten , overneemen en leezende voor- 
draagen kunnen: ondertusfchen vereifcht 
men in deeze zmryke en Geeftige taal, tot 
ieders gebruik juift niet beftemt, niet al- 
les het geene, dat anders tot goede lee- 
zing behoort en tot de Muziekaafe metho- 
de e^gen is, als by voeging van allerhande 
kleene en groote gevoegelyke Cieraaden 
Coloraruuren of Agrementen genaamt, op 
het papier aantedüiden: want de^ze fchryfc 
men aan de Muziekaale leezers zelden ftip- 
tel>k voor, maar fteld ze liever in hunne 
keur, ten einde hen eok tot het vertoonen 
van hunne eigene gaven des te meer gele- 
genheid te geeven, en zy leezers doen in 
deezen niet meer, dan de titel van kun- 
ftenaar mede brengt; want kwam 'er gan- 
ich geen vi* -.ding te pas, men zoude hun 
bedryf van een handwerk niet al te wel 
kunnen onderfcheiden. — wyl nu de Mu« 
2itkaale toehoorders niet alleen ooren, 
maar ook oogen hebben, en ieder Miene 
als een tonge kan verbeelden, zoo komt 

het 



Muzitkaale Onderwerpen. I35 

het air of de gebaard maaking eenes Mu- 
ziekaalen redenaars en leezers hier insge* 
lyks in zonderlinge aanmerking — Kom- 
ponilten verfchillen datj m 't geemen van 
het gros der zang en ipeel oeffenaars, als 
auteurs van leezers, en volgens zommi-. 
gen, als bouwmeefters van werklieden, 
als kunftfchilders van maaiers , en zooityds 
zelfs als Hoogleeraars in de welfpreekend- 
heid van lée — aanzeggers. — Menig is 
Hechts tot een zaak, en ander tot verfchei- 
den dingen, doch niemant, toe alles be- 
kwaam. Menig braaf auteur is een onno- 
zel leezer, en menig deftig leezer, een 
fober auteur; Doch naar dat de Muzie- 
kaale leezers meer talent en handigheid op 
hun Inftrument, meer ervarentheid in de 
Mcziekaale theorie , voornaam in de kom- 
pofietie, meer methode en eeft beter air 
hebben, munten ze ook boven elkander 
uit; en het volgt van zelve dat de achting, 
die een treffelyk leezer verdient, by die 
van een pruiligen auteur ganfeh in geene 
vergelyking koomt. — Men ontmoet ook 
zomwylen leezers , die byzonder wei naar 
Muziékaale redenaars gelyken, by voor- 
beeld, opera Zangers , die hunne lesfen 
van buiten, als of het uit den Geeft voore- 
kwam, opzeggen, en zich met fraaie ge- 
baarden weecen te uiten, en anderen die 

I 4 vo- 



t$6 Redeneering over Nuttige» 

vokaale en Inftrumentaaie flukken met zul- 
ke uitneemende agrementen verryken, dat 
de komponiften, zich zeive overrroff-n 
vindende, zomtyds als in verrukking uit- 
roepen; gelukkige AchültS) dit Beton Hom?* 
rus tot gejchiedfcbryver heeft. — 

Ue kompofieiie is het voornaarofte ge- 
deelte der Muziekkunit: want daar zoude 
weinig kans weezen om ooit goede Zangers 
en Speelkunftenaars aan te kweeken, tea 
zy men hun finaak door behulp van in 
voorraad zynde Muziekstukken in de 
rechte plooyen kon leggen ; en genoomen, 
h. t getal van fraaie Muziekaale fantaiten 
ware zoo groot, als het in der daad kleen 
i;, en ieder Muziekant konde reets van 
Natuur aardig fantaifeeren, daar zoude 
echter geen middel zyn tot overeenftem- 
ming in Concerten, veel min tot Muzie- 
kaale verluflii^ing van afvveezenden, zon* 
der kompofietie. — zy beichikt de beide 
eerfte dingen van drie: te weeten , het uit- 
vinden en opftellen, op welke het in de 
Muziekaale praktyk aankomt, des van 
zelve volgt , dat men haar als het roer van 
het fchip, als den grondflag en de brona- 
der aller welgeregelde famenftemming 
moet aanmerken. — wyl ze inmiddels in 
irtvoering van zekere melodifche en har- 
momfche regels beftaat, zoo reken ik ze, 

niet 



Muziekaalê Onderwerpen. 137 

niet in navolging van zommige hedendaag- 
fche Muziek geleerden, toe de theorie, 
maar tot de praktyk,-en noem ze kunft, 
maar geen Weetenfchip; nochtans buicen 
tegenfpraak het voornaamite gedeelte dier 
kunft zynde. de fenoonichynende befchry- 
ving, de Muziek is een kunft om lieflyk 
te zingen en te fpeelen , is geen zier bon- 
diger, dan of men de bouwkunft be- 
fchreef, als een kunft om bouwftoffen, 
volgens gegevene fchetfen, behoorlyk fa^ 
men te voegen; en de Dichtkunft, als een 
kunft om gedichcen met bevalligen zwier 
en vereifchte nadruk te leezen.— 

De term Muziek is oorfpronkelyk van 
hen latynfche woord MuGca; die van 't 
Griekicne Mufa, en dit weer, van het 
Hebreeufche, Mofar, welkers wortel 
woord, Maafae» een volmaakt, treifelyk, 
en onverbeterlyk werk, voornamentlyk tot 
Gods eer uitgevonden en beftemt, teken* 
nen geeft. — Pids Mich: Pratorius, Syn- 
tagma Muficum. torn. 1. pag: 38. en Mat* 
tbs/ons Kapel meefler pag: 4, Mula betee- 
kende kunft, en onder wyzing in 't ge- 
meen, doch wierd, achtings halve, aan 
de Muziek toegelegt, als met welke men 
eertyds, in het onder wy zen der Jeugd, 
een begin maakte 

I 5 Mufi- 



138 Reden eer ing over Nuttige. 

Muüca haud aliud ilgnifïcat quam ar- 
tem live discipimam, id erncn Hebiseïs 
Mofar, unde Doricum Mofa, pro quo 
aliï Mufa maluere ..♦*.*. 
et fi vero artes fint Complures, huic 
tarnen ( Muficae ) id per excellennam 
datum, Quia olira ab ea caperent ini- 
fiuai discipïinarum. -— G: voiïius, cie 
Quat: artib: cap: 4. J 2, — 

Men leeft ook, dat de egyprenaars de 
Muziek, na den zondvloed door hen te 
eerft weer opgedolven, her (leid en be- 
ichaaft, met: den titel Moys vereerden* 
vida A\ KircheruS) in promodo Copto; 
item, inmufurgia, tom> 1. lik 2» pag: 44* 
beduidende een vond, het puikje, de 
bloem, of het pit der Wcetenfchappen, 
van welk woord, volgens zoimnigen, waar 
onder Mattbefon, loc: cit niet alleen het 
kunftig ingelegt mofaifch of mozaik werk , 
maar Mofes zelfs , als in den Nyl gevon- 
den en de bloem der Propheeten zynde, 
de benaaming zoude hebben ontfangen. — 
Doch wy beruften billyk by de gemelde 
Hebreeufche woorden, zonder dezelve als 
uit de egypiïfche biabbelcaal afkomftig 
aan te merken; genoeg, daar is Geloof- 
waardig bericht, dat van het Hebreeufche 
Mofar. het Griekfche Mufa, van die het 
Latynfche Mufica, en hier van weer ons 

on- 



Muziek aale Onderworpen. 139 

onduitfch woord Muziek, door zommigen 
siet onaardig Kunft der geiuid- leiding, 
kiank of voel eer toon -kunft vertaald, 
ooripronkclyk , en dien volgens, dac *c 
woord Muziek van een ganfeh verhevene' 
betekenis is. — • 

Pjthagoras, Plato en hunne aanhangers 
noemden alles, wat goede aaneenfehake- 
ling, order en evenredigheid vertoon t» 
Muziek, verdeelende haar op dien voet 
in Natuurlyke, en kundige C Naturaiis ec 
artificialis) de eerfte weer in Wereld en 
menfeh Muziek ( Mufica mundana ec hu- 
m3na ) en de ander in Muziek-kunft en 
Muziekaale Weetenlchap ( ars et fcientia 
Mufica) Wereld -Muziek betekende, de 
mengeling der Hoofdltoffen , de fainen 
voeging van de deelen der zichtbaare He- 
mei ligten, en derzelver onderlinge ont- 
moetinge; deeze verwekten, volgens hun- 
ne meening, uit kracht van gefladi^e om- 
wenteling, zekere wonder aangenaarae 
zoetluidentheid, die wy zouden gewaar 
worden, indien niet onze ooren door 
Wereldfch gedruis reets verwend waa- 
ren. — Men zoude byna denken , als of 
ze hadden willen te kennen geeven, dat 
de geheime fpraak aller ons omringende 
Schepzelen, onze opmerking grooteiyks 
verdienende, toe verheffing des ?emoeds 

be* 



I40 Redeneering over Nuttige. 

behoorde aanteleiden; doch hun gevoelen 
]yat in der daad geene andere dan letter- 
lyke verklaaring, als zynde zelfs door 
verfcbeiden vermaarde lieden van den 
laaterentyd, vide 9 Cicero ' lib: io. repubfc 
overgenoomen , onder welke Bedavenera- 
fylis, in Mufïca theorica^ de zaak door 
eene gelykenis van de bewooners van den 
Ny* ft room, die deszelfs- vreesfelyk geraas 
door de langduurige gewoonte niet ineer 
kunnen bemerken, tracht op te helde- 
ren.— wyder, nienfch- Muziek beduide, 
de vereeniging van menfchelyke Zielen en 
lichaamen, de betrekking der lichaamelyke 
leeden tot elkander, gewenfchte. tempera- 
menten of lichaams gefteldheeden, het 
onderling verband van ryken, S.aaten, 
Weetenfchappen en kunften, Ja, de deugd 
zelve, als de zoogenaamde Moi aai- Mu- 
ziek; kunft, of werk Muziek w T as het 
geene, dat wy hedendaags Muziekaale 
praktyk en theorie noemen; hier onder- 
fcheid'enze, als het 'er opaankwam, 
tusfchen de kunft, die' men £ecieeltelyk 
aan kinderen kan bybrengen, Pra£ïica Ma 
Mujlca Gua et pueri imbuuntur. vosfius> 
ubi fuf>ra y en de Weetenichap, als een ge- 
deelte der wysgeerte; echter de fpeel en 
Zangkunft, benevens de kompofietie en 
de Muziekkunde Muziek noemende, ge- 
bruikten ze dien term, volgens hunne ftel- 

liiu 



Muziekaale Onderwerpen. 14* 

linden, noch flechts in een naauwen zin.-— 
Dit buitenfpoorig gebruik, uic gebrek 
van onderfcheiding tusfchen harmony in 
•| gemeen, en Muziekaale harmony ge- 
fproocen , heeft ons zekere gefchrifcen der 
ouden vry onverftaanbaar gemaake, en al- 
lerhande gelegenheid tot misvattingen en 
ongerymde uitleggingen gegeeven.— Men 
ontmoet een menigte Lofspraaken, die 
Muziekaal fchynen, en echter geenzins 
het gee^ie betreffen , dat wy tegenwoordig 
Muziek noemen, maar veel eer de or- 
der der Natuur en de Weetenfchap van 
de order aller dingen , in die tyden in een 
ruimen volledigen zin Muziek geheeten. 
vtde Ktrcberus , Murfurgia. torn: 2: in tit: 
Mufica nihil mui est > quam omnium ordi~ 
nem Jcire en el zegt Plato folum Mufkum 
tij e Pbitofophum lik 3. de Republ: of, wie 
de Muziek verflaat , die alleen is volmaakt 
wysgeer, hy geeft echter hier door bedek- 
telyk te kennen , dat de volmaakte wys- 
heid op aarde nooit te vinden is, gelyk 
Pythagoras in dit opzicht den titel van wy- 
ze verwierp, en dien van Philofoof, of 
wysheids-beminnaar aannam. — voorts ; 
de termen, de Ziel is een harmony; daar 
is harmony in de Ziel, Ja, harmony, of 
Muziek in alles wat wy kennen, beteke- 
nen enkelyk, de gefchapene dingen ver- 
toonen evenredigheid en order, onze ge- 

dach- 



i^% Redeneer ing over Nuttige. 

dachten worden uit malkander als voort- 
gei eelt, voor zoo verre een voorgaande 
de reden influic waarom een volgende ons 
invalt, geen ding is alleen voor zied zelfs, 
maar ieder ook tot dienffc van anderen be- 
ftemd. — gelyk nu die alles zich in de 
Muziek, als in het kleene, affcfietfen en 
op een luidruchtige manier onder 'c ver- 
ftand bicngen laat, deeze wysgeeren, in 
figuurlyke uitdrukkingen meer dan ande- 
ren behaagen fcheppende, noemden de 
order zelve, de order door maat- gezang 
afgefchetft, en de Weetenfchap van dit 
alles Muziek; Doch deeze al te ruime 
betekenis heeft veroorzaakt, voor eerft, 
dat de onkunde, om de ouden na verloop 
van eeuwen niet verdacht te houden van 
fnorkeryen, van hunne zoo uitneemend 
gepreezen fchynende Zang en Speel oef- 
feningen zekere naderhand geheel te zoek 
geraakte en voor ons onbegrypelyke voor. 
treffelykheid , zich heeft beginnen te ver- 
beelden; insgelyks dat zommigen, die be- 
ter hadden kunnen weeten> zich niet heb- 
ben ontzien, de Muziek, onder voor- 
wendzel van haare groote waardy te ken- 
nen te geeven en haar rechten te verdedi- 
gen, voor iets uittegeeven dat boven alle 
zelfs hedendaagfche, opgehelderde en be- 
fchaafde wysgeerte voortekkelyk is: als 
of de ouden door Muziek in een ruimen 

zin 



Muziekaale Onderzverpcn. 143 

zin niet geheel iets andera, dan Muzie- 
kaale pi aktyk en theorie hadden ve;lhan, 
en dus de woorden van Plato, Philo- 
Jopbiam magnam es/e Muficam; in pbaed: of 
de wys^eerte is een proote Muziek, ilegts 
betekenden, onze Muziek is de Grootïie 
wysheid; Ja, ais of het iets bewees, al 
had Plato, of iemand anders zulks gedacht 
en met ronde woorden gefchreeven. — • 
uitleggingen waariyk, die nergens toedie- 
nen, dan zich by de geleerden be'achelyk 
te maaken, onkundigen te misleiden, en 
de beminnens waardige kunit ten t.oon te 
ftellen: wanc de woorden van Cicero in 
Quaeft tufc: Stminam eriiclitionem Gracos 
fitam Cenfuiijè tri nervarum vocumque Can- 
tibus, en onteibaare andere zoorc gelyke, 
doen niets tot het bewys van de eigent» 
lyke waardye der zaak, die alleen volgens 
onbetvriftelyke Gronden kan en moet aan- 
getoond worden. — 

De term Muziek- kunde kan tot vermy- 
ding van dubbelzinnigheid voor het woord 
Muziek dienen; want de betekenis ver- 
volgens van de hand en by trappen afge- 
fchaft zynde, verftond men door Mufica 
in een naauwen zin de praktyk alleen, 
maar in een ruimen, praktyk en theorie; 
nochtans men kan op dien voet, in uit- 
drukkingen buiten verband ilaande, niet 
a^.yd klaar ontdekken, op wat gedeelteeen 
auteur het oog heeft, behalven dat ken- 
nis 



*44 Redênwing over Nuttigel 

ils van en redereering over de Muziek 
zekerlyk iets anders is dan Muziek zelve; 
by voorbeeld, de goude woorden van 
Auguftinus , d«e ons drie boeken over de 
Muziek heeft nagelaaten: onweetenheid 
in de Muziek vak aan het rechte verftand 
der heilige fchrift hinderlyk Mufica ignora* 
tio Jcripturs intelleSium impedit, torn. 3* 
lib: %.. de doSiii Cbriftu worden deerlyk 
misbruikt door toepasiing op komponee- 
ren, zingen en fpeelen, daar ze alleen 
tot de theorie haare opzicht kunnen heb- 
ben , . voor zoo verre eenige fchriftuur 
plaatfen zich door behulp van Muzïekaale 
termen laaten ophelderen , als waar van 'er 
in der daad merkwaardige voorbeelden 
zyn. vide Meihomii prafatio ad antiqua 
Mufica fcriptores. ten anderen, zy* die de 
Muziek voor een Weetenfchap en kunft 
uitgeeven, en dus theorie en praktyk in 
een zelfde belchryving onder een mengen, 
kunnen zich niet dan zeer bezwaarlyk uit 
de verwarring redden, en alle diergelyke 
onheilen kan men gemakkelyk, verhoe- 
den , door het maat Gezang alleen Muziek 
te noemen, en ten opzicht van de befpie- 
gelende kennis de bewoording Muziek- 
kunde in te voeren: onderfcheidende dus 
de kunfl en Weetenfchap, als verfchillen- 
de zaaken, zonder ze evenwel in het 

minfte van malkander af te lcheiden. 

10* 



Muziekaale Onderwerpen* 145 

10. 

De Muziek kunde. 

De moogelykheid der kennis van Mu- 
ziekaale dingen ftaat genoegzaam buiten 
twyffel, wy zyn gewis verzeekerd, eens- 
deels dat toonen, die wy gewaar worden, 
die blydfchap en droefheid in ons ver- 
wekken, en buiten ons allerhande veran- 
deringen te wege brengen, cns nietibchts 
volgens onze verbeelding, maar in der 
daad, aandoen en gevolgelyk voorhanden 
zyn ; anderdeels , dat ieder uitwerking 
evenredige oorzaaken , tot haare voort- 
brenginge toereikende , vereifcht, en an* 
ders nooit zoude ontdaan* ja, dat die al* 
zoo vaftgaat, als, dat onze voorwerpzels 
en indrukken 'er niet altoos zyn ge weeft, 
en niet uic niet hebben kunnen voortfprui- 
tet: wyl alle zaaken in de natuur zynde 
toereikende oorzaaken hebben, waajom ze 
veel eer zyn als niet zyn > en veeleer dus 
zyn als anders, zoo volgt van zelve, dat 
alle veranderingen en verfchynzelen die 
ër omtrent Muziekaale dingen ooit kunnetl 
voorvallen, insgelyks zulke oorzaaken heb- 
ben, en uit dien hoofde kennelykheid in- 
fluiten. ■ — • 

Muziekkunde betekend verftand van 
Muziekaale dingen; in de kunft komt het 

K niet 



146 Re den eer ing over Nuttige* 

niet aan op het weeten, maar op het kun- 
nen; de fmaak, die ons zommige toonen 
voor bevallig, andeie in tegendeel voor 
ongenoegelyk doet keuren, is de fpi!, op 
welke het rad der Muziekkunft draait , 
vind zich imand door natuur] yke drift ër 
-toe aangenoop*-, hy onderitelt, wat hetn 
behaagt, is goed, wat hem niet behaagt, 
deugd ook niet; daar op viert hy zynen 
geeft den ruimen teugel , en met eenen 
Muz^ekaalen fraaak begaaft zynde , be- 
driegt hy zich zelden in deeze onderftel- 
ling; Doch vraagt de Edele weeigierig- 
had, wa \rom is het goed? waarom moet 
men dus en niet anders werken? waarom 
luiden de toonen hoog, laag, fterk, zwak? 
waarom zvn zommige wan en andere wel- 
luidende ? en wat zyn toonen? wat is het 
oogmerk van dit alles? hy weetzuiks zeer 
wel, maar kan het zoo juift niet zeggen: 
en waaEpm niet? om dat hy 'er geen ver- 

ftand \^p heeft. Het verftand is een 

vermoogen om zich iets duidelyk voor te 
Hellen ; onze redeneeringen richten zich 
naar de oordeelen; de oordeelen, naarde 
begrippen, en deeze hebben verfchillende 
graaaen van klaarheid wie, by voor- 
beeld, van een menuet verder niet te zeg- 
gen weet, als dat ze een Muziekftuk is, 
die heeft 'er een onduidelyk begrip van, 

wie, 



Muziekaak Onderwerpen. 1 4 7 

Wie, een menuet is, geen paflVpied, ga- 
votte, of iets anders , diens begrip is klaar; 
echter verwart of cnduidelyk, zoo hy de 
kentekens, dcor welke hy een menuet van 
alle oveiige Muziekftukken onderfcheid* 
niet kan aanwyzen; maar duidelyk, by al. 
dien hy zulke tekenen kan aancoonen; hier 
uit fpruit de duidelyke kennis van het fa- 
mengeftelt geheel uit een klaar begrip der 
deelen, en konden wy deeze zelfs duide- 
lyk inzien, onze kennis zoude des te hoo- 
ger graad van duidelykheid influiten; ten 
anderen, wy bedienen ons in het uitvin- 
den ? opftellen , en uitvoeren des maat 
gezfciigs van zekere regels; een Muziek 
regel zegt alleen, doet dus of zoo, h?t 
zal welluiden, doch ze zegt niet waarom 
het dan welluid, waar van 'er toch zeeker 
een Grond of reden moet zyn , door wel- 
ke zulks bevattelyk kan worden, alzoo de 
Muziekaale dingen kennelykheid in zich 
vervangen; het is dierhalven iets andeis, 
gekomponeerd , gezongen en gefpeeld 
maatgezang, en iets anders is de kennis 
van de regels, volgens welke men kom- 
poneert, zingt en fpeelt, doch ook alweer 
iets anders die van de gronden, op welke 
de regels fteunen, en welke de reden in- 
fluiten , waarom men zich juift naar deeze 
en geene andere regels dient te gedraagen: 

K % Duè 



148 Redeneering over Nuttige. 

Dus volgt van zelve , dat verwardelyk be- 
greepen Muziekregels, verre van de ge- 
heele Muziekaale theorie te weezen , 
Hechts voor zoo verre, als ze den weg 
zyn, langs welken men eindelyk tot dui- 
delyke bevatting geraakt, onder de verhe* 
ven bewooiding theorie, van zien, be- 
fpiegelen, of befchouwen afkomllig, kun- 
nen doorgaan; dus waar omtrent de voor^ 
vallende zaaken en woorden geen duider* 
heid overblyft, maar bondige befchryvin- 
gen by gebragt, en werkingen uit haare 
oorzaaken verklaard worden, daar is dui- 
delyke en Grondige kennis; deeze noemt 
men Weetenfchap, en zodanige kennis 
omtrent Muziekaale dingen noem ik , met 
een woord, Muziek- kunde. — ~ 

De Muziek- kunde is een Weetenfchap 
van de Natuur en het rechte gebruik der 
Muziek; door de Natuur der Muziek ver- 
ftaa ik, de middelen hier tot zekere wer- 
king in gereedheid zynde, en hunne in. 
nerlyke gefchapenheid, uit kracht van de- 
welke 'er deeze en geene andere werkin» 
gen uit voortfpruiten ; door het rechte 
gebrute , dat de voorhanden zynde midde- 
len in deeze en geene voorvallen zooda- 
nig worden aangewend, als het oogmerk 
vereifcht. — De middelen zelve beftaan 
in Maat- gezangen, die zich op oneindig 

ver- 



Muziektak Onderwerpen. 149 

verfchillende manier aan een voegen, uit- 
beelden en luidiuchtig voortbrengen laa- 
ten: dus om het oogmerk des te Gewisfer 
te bereiken en teffens van allerhande ver- 
fchynzelen omtrent toonen voorvallende 
des noods bondige reden te kunnen gee- 
ven, onderzoekt men zelfs de Natuur 
dier middelen» — ? 

De Muziekkunde is tweezins als een 
Weetenfchap aantemerken: voor eerft, 
voorwerpelyk voor zoo verre men 'er in- 
gefchriften en op Hooge fchoolen van 
handelt; uit beginzelen die zonder verder 
bevvys klaar zyn, leer- Hellingen en voor- 
ftellingen trekt, en uit deeze vervolgens 
regelen, hoe de Muziek is te oeffenen; 
afleid; ten welken opzichte ze noch heden- 
daags op zommige vermaarde Academiën, 
te oxford in Engeland en elders , door or- 
dinaire Profeffors en Leélors word verhan- 
deld : want tot het Doétoraat in de God- 
geleerdheid zyn aldaar elf en tot dat in de 
Geneeskunde, feven Jaar vaftgefteld ; maar 
wie Baccalaureus in Mufica begeert te 
worden, die moet 'er feven, en wie Doc- 
tor Mufices tracht te heeten, twaalf jaar 
in de Theorie en Praktyk doorbrengen» 
vide, Parecbolas é corpare ftatutorum aca- 
demia oxonienfts 9 pag. 44. — Ten twee- 
den, onderwerpelyk , voor zoo verre ie* 

K 3 mand 



I$ro Redeneering over Nuttige, 

mand e©ne bekwaamheid in het betoogen 
zyner Muziekaale - {tellingen bezit , eq 
dus een Muziekkundige word genaamd; 
in het eerde geval deelt zy als een fcha- 
kei van ■ waarheeden ons mede, en in het 
tweede 5 deelen wy zelfs aan anderen me- 
de , de iMuziekaale weetenfchap ; daar 
word verfland vereifcht om in $e Mu- 
ziekkunde , voorwerpelyk aangemerkt te 
vorderen , en onderwerpelyk is de Mu- 
giekkunde, verftand van de Muziek zelfs.- 
De Muziekkunde bevat theoretifche en 
pjaktikaale , of befpiegeïende en oeffe- 
nende Hellingen; de eerde, onderzoeken 
en verklaaren de natuur der zaak, de twee- 
de, het oogmerk en de .aanwending der 
middelen. — Het theoretifche gedeelte 
bevat gronden, het praktikaale gronden 
en regelen: te weeten, algemeene regels, 
uit welke een Muziekaale praktizyn naar 
vereifch van omftandigheeden , byzondere 
regels , die men toch onmoogelyk alle kan 
aan de hand geeven, dient afteleiden. — * 
een grond maakt bevattelyk, dat aekere 
zaak dus of zoo is; en een regel t . dat men 
zich in deeze of andere voorvallen dus 
en niet anders heeft tegedraagen: Dit al- 
les moet verftrekken tot aanwyzing van de 
natuurlyke order , hoe behoorlyk te den- 
ken en te werken. — 

De 



Muziekaale Onderwerpen 151 

De voornaamrte Gronden der Muziek 
leggen in de Wys-geerte; men kan de ge* 
fchapenheid der toonen niet bevatten» 
zonder Natuur- kunde, tot het onderschei- 
den van en tot het oordeeien over toonen 
aan onzen geelt verleend, niet leeren ken- 
nen, zonder Geeft- kunde, van den aard 
der toonen, en van allerhande Muziekaa'e 
dingen, geen duidelyk begrip vormen, 
zonder reeken en maatkunde; de beginze- 
Jen aller menfchelyke kennis niet nagaan, 
zonder Over- natuur-kunde; het rechte 
gebruik der gemoeds bewegingen niet in- 
zien, zonder' Zede- kunde; en van de be- 
hoorlyke aanwending der krachten des 
verftands in het onderzoek van Muzie- 
kaale waarheeden niet genoegzaam verze- 
kerd weezen, zonder redeneer- kunde. — 
Alle deeze Weetenichappen , die de order 
der Natuur aan wyzen, zyn gedeelten* dtr 
Wys-geerte, en de p-ronden, die 'er uit 
afgeleid worden, zyn hier de voornaamfte, 
om dat de Natuur der zaak anders onbe- 
vattelyk blyft. — zonder r.u van andere 
Weeterfchappen en Vrye- kunflon , die 
hier ins^elyks de behulpzaame hand kun- 
nen bieden, eens te gewaagen» zoo volgt 
onvvederfpreekelyk, datduiaeiyke en gron- 
dige Muziekaale kennis zonder behu'p der 
Wys-geerte geenzins te verkygen is. — 

K 4 De 



i$% Re deneer ing over Nuttige. 

De Muziek, kunde is een Weetenfchap 
óp haar zelve; men bediend zich, naar 
het voorbeeld der hooge faculteiten, van 
alles, wat eenigzins tot opheldering kan 
ftrekken,* doch alle (tellingen, uit andere 
Weetenfchappen ontleend, laaten zich 
niet voor de vuift overneemen, maar 
vereisfchen zomtyds eenige uitzondering. — 
De Natuur- kunde leid ons op den weg, 
echter handeld ze flechts van het geluid, 
maar niet van toonen , veel min van wel- 
luidende en wanluidende toonen. — ■ De 
wiskunde kan ons hier treffeiyk te pas 
koomen, en onze gewoone bewoordingen, 
primen, fecunden, tertfen, Quarten, 
Quinten, enz: hebben 'er de geur van, 
nochtans volgt niet, dat men zich naar re- 
kenkundige order moet gedraagen', wan- 
neer de ondervinding het tegenfpreekt; en 
alle voornoemde Weetenfchappen flaan op 
verre na de laafte hand niet aan een bruik- 
baar Muziekaal-fyftbema, gelyk deszelfs 
voortbrenging aan geleerden, in de Mu- 
ziekaale praktyk onbedreeven , noch nooit 
heeft willen gelukken. — De Muziek- kun- 
de leid 'er ftellingen uit af, die hier alleen 
te hais hooren, en nergens anders te pas 
koomen; kan men nu, volgens billykheid , 
aangaande alle Muziekaale dingen van 
ieder Muziek- kundige geen ieden eis- 

fchen , 



Mitziekaale Onderwerpen. 153 

Jchen, alle reden die 'er van wordénge- 
geeven , en ooit gegeeven kunnen wor- 
den, behooren evenwel toe de Muziek- 
kunde, aangemerkt als een eigen zoort 
van Weetenfchap, aan de Wys-geerige 
faculteit onderhoorig. -« — 

De Muziek regelen, door het gebruik 
ingevoert, vereisfehen onderzoek; in alle 
kürïften pleegen met 'er tyd misvattingen 
in te fluipen, en door onkundigen te wor- 
den voortgeplant, des ieder Helling, vol- 
gens welke ieder zich gedraagd, zeeker- 
lyk niet goed kan heeten. — een regel is 
goed, wanneer ze op (tellingen beruft, 
die waarheid behelzen, en men weet, dat 
ze zulks is, by aldien men de waarheid 
dier Hellingen bevat, gemerkt niet de 
waarheid zelve, maar de bevatting van 
haare bewyzen het verftand eerft volkoo- 
men geruft field. — Regelen zyn Conclu- 
fien, of laafte ftellingen van bewys reden, 
welker voorfte (praemisfae )kortheids , maar 
ook wel onweetendheids halve in de prak- 
tyk achter wege blyven; voorbeeld, ie- 
mand heeft aldus Geredeneert: wat het 
Muziekaal gehoor beledigt, moet men in de 
Muziek ver my den; onmiddelyk achter mal* 
kander volgende oïïaven tn Ouinten beledi* 
gen het Muziekaal- gehoor ; ergo, men moet 
de zelve vermyden. — beide voorfte ftellin- 

K 5 gen 



154 Redeneer ing over Nuttige. 

gen vereisfchen hier nader opheldering; 
doch die ergo, dus ujtgefprooken , men 
moet onraiddelyk achter malkander voJgen- 
de o&aven en Quinten vermyden , of 
maakt geen oöaven en Quinten, heet een 
regeL- — zulke Hellingen draagt men mal- 
kander, zonder onderzoek en bew v s, van 
hand tot hand over, en menig pndéNry* 
2er noemt ze een veibod, hoéwe! zelfs 
fchrandere leerlingen genoegzaam verze- 
kerd zyn, dat het gezag hier van geen 
waarde is, maar alles op toereikende reden 
moet bt ruften, — Men diend derhalven 
de beide voorite Hellingen, ut welke een 
regel direkt heefc kunnen volgen, naa te 
fpeuren, en der zelver waarheid te toeN 
fen; is een van beide, of zyn ze beide 
valfth en onzeker, dan deugt ook de r?gel 
niet, vermits 'er uit zodanige fteliingen 
nooit bondige beiluiten kunnen voonkoo- 
men. of nu de Gronden van een regel 
klem hebben, en het befluit 'er wettig uit 
volgt zulks kan ons de redeneer- kunde al- 
leen aanwyzen. doch kan men den grond 
van een regel , aan de welke de goede 
fmaak in het algemeen zyn zegel hangd, 
niet ondekken, het voldoet voor eerfl, 
dat ze haare zekerheid heert door het ge- 
hoor: de edele Weetgierigheid vind echter 
nooit ruft, voor dat ze de Gronden der 

regelen bevat. 

6 De 






Muzkkaale Onderwerpen. 155 

De Midden van kennis zyn hier onder- 
vinding en verftand» — door de oplettend- 
heid op onze aandoeningen bemerken wy 
allerhande zoorten van toonen, het Ma- 
ziekaal gehoor en de goede Muziekaale 
finaak doen ons meer toonen , en meer in 
ieder toon onderfcheiden, en door naau- 
keurige proef neemingen geraaken wy tot 
de bevatting van hunne eigenfchappen , Ja 
de ondervinding brengt zelfs riuidelyke 
begrippen te wege, by aldien men alle 
deelen van een famen gefield geheel, hun- 
ne order hunnen famenhang, en de wyze, 
hoe ze met elkander verknocht zyn ter 
deeg in aanmerking neemt ; waar men 
echter zoo verre niet komt, maar 't 
flechts by een oordeel volgens zoort gely- 
ke voorvallen laat heruiten, daar word de 
kennis uit de ondervinding, aan die uit 
dereden tegen gefield, die insgelyks het 
boe aanwyft; de eerfle gemeene, en de 
laafle Grondige kennis genaamt.— Een 
klaar begrip van de deeleji, kan het be- 
grip van hec geheel duidelyk maaken; dui- 
flere begrippen kunnen door oplettenthtfd 
klaar-, eo klaar e door nadenken duidelyk 
worden, zoo dat oplettendheid en naden- 
ken de middelen zyn, door welke wy ver- 
ftand krygen. — Dit vermoogen, wiens 
hoogfle trap, in befpiegeling van den ge- 

hee* 



156 Redeneer ing over Nuttige, 

heelen famenhang van waarheeden beftaan- 
de onderwerpelyk , of in ons, reden öeet, 
maakt ons vervolgens den grond der zaak 
bevattelyk , doet ons ieder ding naar zyne 
waarde fchatten, in betrekking tot hec 
oogmerk oordeelen, en geftadig meer nieu- 
we waarheeden ontdekken; ondertusfchen 
legt de ondervinding niec alleen den grond 
flag tot alle verdere kennis, aangezien 
iemand, die niet voor af aanmerkt dat iets 
voor handen is, nooit tot het onderzoek 
geraakt, hoe en waarom hec is, maar wy 
hebben ons ihier , voor 300 verre het aan- 
doeningen betreft, zelfs geduurig op de 
ondervinding en op hetMuziekaal-gehoor, 
te beroepen: alzoo Muziekaale vertoogen , 
die lapgs deezen weg niet beveiligt , maar 
tegen gefprooken worden , van geen waar- 
de zyn. 

Men kan in de Muziekkunde van voo- 
ren en van achteren beginnen: te wee- 
ten , of van de gronden tot de regelen , 
of van de laafte tot de eerfle overgaan* — 
Eene ordentelyke leerwyze vereifcht, dat 
men met 't lichte begint, maar htt zwaare 
laat volgen, licht is 't geene, dat zonder 
behulp van iets anders kan worden bevat; 
op dien voet ayn de befte regels niet licht, 
aangezien haare bevatting van die der 
gronden , op de weike ze fteuneg , en om. 

trent 



Muziekaale Onderwerpen. 157 

trent welke eenig nadenken word ver- 
ei(cht , afhangt } niets kan in tegendeel 
lichter weezen dan grond (tellingen en 
befchryvingen , die aanftonds klaar zyn , 
zoo draa men de woorden hoort, en hun- 
ne betekenis verftaat: daarom, de eerft 
gemelde leerwyze is gevoeglykfl in ge- 
schriften, en, om by lieden van oordeel 
den grond te leggen ; doch wil men gron- 
dig aanleiden, of iemand, die in de prak- 
tyk reeds gevorderd is theorie by zet ren, 
men moet van achteren aanvangen, gelyk 
men zulks in taaien , en ande^ oefFenin- 
gen, alwaar uit misflagen geen zonderling 
gevaar , zoo als wel in de zede en genees- 
kunde, te duchten (laat, doorgaans doet, 
ten einde eerft wat handigheid in 't wer- 
ken te verkrygen, en dus de zwaarighee- 
den der kunft, op welke 't hier inzonder- 
heid is aangezien , des te eerder te booven 
te koomen; in zulk geval begint men dan 
met verklaaring der voorvallende teekenen 
en kunft woorden, zoekt omtrent al 't 
geene, dat bevallig en onbehaaglyk voor- 
koomt, naar de reden, en ontleent de 
zelve zoo lang, tot men eindelyk grond 
Hellingen, die geen verder bewys vereis- 
fchen, ontmoet, die als dan tot bekrach- 
tiging van 't geene, dat men in de praktyk 
reets bewaarheid heeft bevonden , verftrek- 

ken; 



ï$% Redencering over Nuttige. 

ken; eene leerwyze, die des te Natuur- 
lyker fchynt, om dat de kunft tot de 
Weetenfchap, en niet de Weetenfchap 
tot de kunft , den weg heeft gebaand. — - 

Muziekaale- kunft en Weeter.fchp die* 
nen onafscheidelyk met malkander gcpaart 
te gaan; het een kan ionder 't ander be- 
ftaan; de theorie, uithoofde van bondig- 
heid, zonder praktyk; en de zoogenaam- 
de Natuurlyke Muziek, Ja, de gemeene 
praktyk, wier ft reelende indrukzelen me- 
nig liefhebber aan de vereifchte oplettend- 
heid omtrend de voorgedraagene regels 
hinderlyk vallen, zonder theorie. — Noch- 
tans, het een is hier om 't ander; de 
kunft onderfteld Weetenfchap, en deeze 
heeft de praktyk tot haar eigentlyk doel- 
wit. — Men onderzoekt de Muziek, om 
dat men de kunft, welluidend maatgezang 
uittevinden , op te ftellen en uit te voe- 
ren, te baat heeft, en niemand kan in de 
kunft den vollen wasdom bereiken, zon- 
der het merg van Weetenfchappen te heb- 
ben ingezoogen; want, dat iemand, die 
zich flechts door behulp van Natuurlyke 
regels in de praktyk verwonderens waardig 
vertoont, door onderfteuning van theorie 
noch verder had kunnen koomen daaraan 
ftaatiamersganfch niet tetwyffeleh. — Het 
is ook moogelyk, teffens Weetenfchap en 

kunft 



Muziekaak Onderwerpen, 159 

kunft te bezitten, door dien men alle onc- 
fangen venuoogens opfcherpen, en tel- 
kens zodanige, als 'er dan tot een onder* 
werp u orden vefeifcht, te werk Hellen 
kan. hoewel men de Weetenfchap onge- 
lyk gefflakkefyker ichynt te kunnen verkry- 
gen, lan de kunlt, wyl menu een de 
zaak ren eerften bevat, zoo draa hy 'er 
onderrichting van ontfangd, maar lang 
moet werken, voor hy in de uitvoering 
van regels eene handigheid verkrygt, zoo 
zal mei] by n?der onderzoek bevinden, 
dat de Naruurlyke begaaftheeden tot de 
Müzi>£ - kunde , n haar volle beflag aan- 
gemerkt, vereifcht, op verre na niet al- 
getniéen zyn, gelyk 'er immers onder de 
!Vïu/>iekanten van profesfie niets zeldzaa- 
mer, dan Grondige Muziekaale kennis 
word ortraoet> — 

DetJmMuficus, of Muziekant, bete- 
kend iemand, die teffens Muziekaaie- 
kunft en Weetenfchap bezit; deeze be- 
woording , die men toch nooit anders dan 
orderwerpelyk kan aanmerken , wierd eer« 
tyds by de Grieken, toen een Muficus, 
een Dichter, en een wysgeer het zelfde 
gezeid was, ut iidem Mujici et vates et fapien- 
tes judicarentur. Quintil: lih 1. cap: 17. 
ifiji: orat — Mujlct nomine vir omnium 
fcitntiarum compos intelltgebatur Afiftopb? 

f col: — 



1 6o Rede neerif? g over Nuttige^ 

fcoh — voor een zonderlinge eernaam ge- 
houden, en wegens de verheven betekenis 
des woords Muziek, aan niemand toege- 
legt, die niet teffens in de Muziek- kunde 
Zoo veel ervaarendheid had, dat hy, naa 
vereifch zynes Muziekaals karakter, fterk 
in de Muziek konde heeten; terwyl zy, 
die fiecbts iets komponeeren, zingen eri 
fpeelen koften * maar 'er verder geen re- 
den van willen te geven, als dat het 
klinkt, zich met de benaaming van Miu 
ficaftri , betekenende zoorten van Mu- 
ziekanten, die men op Muziekanten kan 
toegeeven, rnoeften vergenoegen,— De 
term Muficus drukt ook in der daad zon- 
der by voeging meer uit , daii de woorden 
Muziek- kundige , en Muziekaale- prakti- 
zyn, als welke te kennen geeven, dat 
iemand ilechts in een gedeelte geoeffend, 
of ten minften in beide, niet even fterk 
is: echter behoeft men hen, die zonder 
theorie in de Muziekaale- praktyk eeniger 
wyze uitmunten, dien eernaam juift niet 
te betwiflen, maar hem ook, voor al in 
gefchriften , gelyk immers de bewoording 
een braaf, vermaard foldaat niet wel op 
die maniere zoude voegen voor flafs offi- 
cieren, niet optedringen aan voornaams 
Muziekaale- amptenaars, dewelke, zederd 
de naam Muficus , helaas ! verachtelyk is 

ge- 



Muziekaaïe Onderwerpen. 161 

geworden, en zelfs aan Bier- vedelaars 
word gegeeven, er ganfeh niet begeerig 
naar zyn, maar liever Muziek m:efters, 
direkteurs, komponiiien, of met een 
woord, virtuofen willen genaamd wor- 
den. , 

De Muziek. kunde heeft hair voor- 
naamfte opzicht tot da kompofietie, want 
deeze is 'c voornaamfte gedeelte van de 
kunit, en van kornponillen word ongelylc 
meer verftand vereifcht, dan van hen, die 
flechts als uit hunnen mond fpreeken; zy 
moeten de middelen aan de hand ges ven, 
om 's menfehen Geeft door maat - gezang 
op allerhande vereifchte wyze te verlus- 
tigen en te beweegen, en dus moeten zy 
de werking der toonen en den aard der 
menfehelyke gemoederen zekerlyk nader 
kennen; zy verbeelden in 't ryk der Mu- 
ziek, Koningen, die anderen wetten voor- 
fchryven; zy moeten echter van alles wat 
ze opftellen en beweeren, des noods aan 
'c parlement der fchranderheid bondige 
reden kunnen geeven. 

Alle Muziek- kunde moet nuttigheid in 
de praktyk kunnen hebben; alle theorie 
is praktyks halven, maar niet de praktyk 
theorie 's halven: nooit zoude men op 
theorie hebben gedacht, ten zy de regel- 
looze- praktyk ons als genoodzaakt had, 

L om 



ió2 Redeneer ing over Nuttige. 

om naar (tellingen uitcezien , die in aller- 
hande voorvallen toe hulpmiddelen en 
wegwyzers konden verftrekken, wat tot 
dien einde op geener hande wyze kan die- 
nen, mag men vryelyk als nutteloos ver- 
werper: doch alles wat tot ? t verband der 
zaak behoord, moet men uit dien hoofde, 
als nuttigheid influitende aanmerken, 
fchoon het ieder ten allen tyde geen voor- 
deel aanbrengt, noch zich op nooten (lel- 
len laat, — Doch waar in deeze reeele 
nuttigheid eigentiyk beflaat , 'zal ik hier 
tars noch niet aanhaalen, maar zulks zal 
in 't fiot van deeze Redeneeiingen by de 
ftukken blyken. — 

De Muziek- kunde word hier in geen 
voiftrekten zin voor eene Weerenfchap 
uitgegeeven, want dan kocmt die eernaam 
aan de wiskunde toe; wy hebben hier riet 
alleen met MathematiTche, maar inzonder- 
heid met Philofophifche , en zelfs met 
Hiilorifche kennis te doen; indien 't zoo« 
genaamd zuiver verftand hier zelden plaats 
vind, wyl wy ons geduurig op de onder- 
vinding dienen te beroepen, zoo word 
ook het Muziekaale bloed des te minder 
in zyneti loop geftremd, en het begrip 
van de zaak kan des te algemeener wor- 
den: koomen hier eenige dingen voor, 
welker Grondige kennis wy onze nakoo- 

me- 



Bluzkkaale Onderwerpen. 163 

tnelingen moeren overlaaten, het is ge- 
noeg, datwy veele, en de meeflo (tellin- 
gen oriwederfpreekelyk kunnen bewyzen.— 
Befchryvingen van Weetenfchappen en 
vrye kunften dienen nochtans volgens den 
raad en het gebruik van groote wysgeeren 
en redenaaren, naar de hoogfte voUnaakt- 
heid, die ze ooit kunnen influiten, te 
worden opgemaakt * al is het dat niemaand 
dezelve tot dus verre heeft kunnen berei- 
ken: eensdeels om geene paaien te ftellen 
aan neerftige onderzoekers, maar hen veel 
eer aantemoedigen altoos verder te gaan, 
en anderdeels om de verwaandheid van de 
geenen, die reets over lang meenen te 
hebben uitgeleerd, te fluiten; alzoo toch 
al ons weeren iets gerings is in vergelyking 
van het geene, daar van wy onkundig zyn. 

vide B: V\ Wolf^ logic: inleiding §. 9. 

Boven dien de Muziek- kunde verfcheele 
pngelyk meer van Muziek , dan redenryk- 
kunde van welfpeekendheid, door dien de 
Mu/.iekaale ftoffe reets op haar zelfs een 
vry wydloopig onderzoek vereifcht. — wie 
intiisfehen het woord toonen oppert, die 
opent een ruim veld tot redeneerïnsr. 



L 2 11. 



ï64 Redeneering ovsr Nuffige* 

ir. 

De Toonkunde. 

De toonkunde is een Weetenfchap van 
toonen, niet voor zoo verre zy Muzie- 
kaaleftoffe, veel min wel of wanluidende, 
maar alleen voor zoo verre ze toonen zyn, 
die door zekere beweeging van zekere 
lichaarnen verwekt, voortgeplant, en tot 
onze bevatting gebragt worden, en die 
men opzichtelyk, als laa^e, hooge, zwak- 
ke, duurzaame enz: onderfcheid, en uit 
welke men vervolgens de Muziekaale 
{toffe verkieft. — Dit is dan een zoort 
van gehoorkunde of Acoujiyk; wy weeten 
van geen geluid, zonder gehoor, en van 
geen gehoor, zonder geluid; hooren word 
van de ziel gezeid, klinken, luiden, ge- 
luid geeven, verwekken of veroorzaaken, 
van lichaarnen; des is de bewoording Ge- 
hoor, kunde van het Edelfte gedeelte af- 
geleid. — De acouftykj als een gedeelte 
van de Natuur- kunde, en de fufter van de 
Optyk of gezichtkunde, handeld van het 
geluid, Van gebrooken en weerom gekaatft 
geluid, vbn de werktuigen des 'gehoors, 
van de middelen om het geluid voortte- 
planten , te verdooven * het verzwakt ge- 
hoor 






Muziekaak Onderwerpen- iöy 

hoor te verbeteren, en van verfcheiden 
andere weecenfwaardi'Te zaaken. — zodanig 
gedeelte der acoufyk, het welk enketyk 
op/.icht heefc roe toonen, en Hellingen 
bevat, die m de Muziekaate praktyk tot 
een Grondflag kunnen verftrekken, konde 
men dienvolgens Maziekaale Gehoor- kun- 
de noemen; en van deeze gedenk ik by 
deeze redeneering, onder de bewoording 
toonkunde of Pbonurgia, een ontwerp te 
maaken, vermits 'er toch van het Muzie- 
kaal gehoor- noch niet gehandeld word, — 

Lichaamen, die naa ontfangen aanftoo* 
tingj in een behoorlyken affland, onse 
gehoortuigen koomen aandoen, noemt 
rnen geluuverwekkende lichaamen; hunne 
uitwerksels tusfehen hen en onze ooren, 
verfpreid, noemt men geluid, voor zoo 
verre zy in de zelve zekere veranderingen 
te wege brengen en geluid kunnen ver- 
wekken. ■ 

Daar word nooit geluid verwekt zonder 
beweeging; want zonder beweeging, of 
gefladige verplaatsing van deelen, valt 'er 
in lichaamen nooit eenige verandering 
voor; ieder ruftend lichaam volhard in 
den (laat van ruft, tot het door een ander 
word genoodzaakt om dien te verlaates; 
en het bied aan de beweeging tegenftand, 
en kan, voor de zelve word gebrooken, 

L 3 nte t 



i66 Redeneering over Mistige. 

niet in beweeging geraaken; vvyl nu zulke 
breeking door aanflooting van een ander 
lichaam, reeds in beweeging zynde, ge- 
fchied, zoo ontllaat ieder beweeging uit 
eene voorgaande , en wat een oorzaak van 
eene beweeging kan weezen, 11001111: men 
een trillend vermoogen, of een beweegen- 
de macht, 

Daar kan geen geluid tot onze bevattin- 
ge koomen zonder lucht; een wekker, of 
een ander flagruig, met hehoorfyke om- 
zichtigheid op de plaat van een lucht- 
pomp gelegd zynde , hoort men gefïadïg min- 
der geluid, naar mate de lucht 'er verder 
uitgepompt, of door verfpreiding in verder 
ruimte meer verdund ^word, eneindelyk, 
wanneer de lucht, zoo verre zulks doeniyk 
is, 'er geheel is uitgelaaten, hoort men, 
hoe men ook luifterd, Ganfch geen geluid 
meer, fchoon men de flingers even eens 
als voor heen ziet werken, en naar mate 
dat de lucht 'er weei toegang verkygd, het 
geluid weer als vooren hoort, — zonder 
lucht is 'er geen ftcffe, aan de welke de 
beweegende lichaamen hunne werking me- 
de deelen , en door welke ze de uitwerk- 
selen tot onze Gehoor- tuigen kunnen 
overbrengen: zoo dat men het water 
Hechts voor zoo verre als het lucht in zich 
bevat, tot dien einde bekwaam kan achten, 

en 



Muziekaale Onderwerpen J6j 

en in 't gemeen te recht zegt, dat onze 
ooren by gebrek van lucht te vergeefs zou- 
den gelchapen zyn, en wy ais dan hec 
noodlot van doove en ftonime zouden 
moeten ondergaan. — 

Het geluid is niet dan trillende lucht , 
die, wanneer wy hooren, in onze ooren 
dringt; ruftende Lucht- deelen , die een 
bewoogen lichaan omringen, ontvangen 
beweeging, om dat hunne kracht van 
traagheid word gebrooken; en trillende 
beweeging, pm dat zy de lichaamen, die 
hen aanvallen , niet eensklaps kunnen 
plaats maaken maar tegenftand bieden en 
zich moeten trachten te herftelien,— voor 
dat de zwaarte en de Veer- kracht der 
lucht ondekt waaren* verbeelde men zich 
gemeenlyk; als of 'er uit de geluidver wek- 
kende lichaamen, het zy door wryving en 
perflng, of by wyze van uitwaasfeming, 
zekere deeltjes kwamen uit te fchieten, 
en onze ooren te genaaken, en volgens 
zommigen beftonden de klanken en toonen 
uit een meenigte geeften, of Doemones, 
die zich in Muziekaale Tnftrumenten ver- 
fchuilden, en 'er uitverdreeven wordende, 
hunne woonplaatzen ten eerften weer gin- 
gen opzoeken, vide Porpbirus, in vita 
Pythagora. cap: 41. — eene gemakkelyke 
methode waarlyk om den aard der wel en 

L 4 wan- 



168 Rede neer mg over Nuttige. 

wanluidende toonen volgens manicheefche 
Gronden te verklaaren of alles, van een 
goed of kwaad beginzel af ce leiden ! **- 
Men konde de zaak iadien tyd niec wel 
anders bevatten, en hec ontbreekt tans 
noch niet aan geleerden, fchoon in 't voor- 
fchryven van goede Muziek regels uit- 
muntende, die zich niec ontzien, het ge- 
luid met ronde woorden, voor een hoor- 
baare fubftantie, die geen lichaam heeft, 
uittegeeven Ziet Mathefm , over Bet wee- 
zen des toonktyriks* pag 36. Gedr. hamb: 

De ondervinding doet onsz^ker merken, 
op wat Inftrumenten deeze of geene too- 
nen voorkoomen, zelfs of men op zilver, 
koper, yzer, glas, fleen of hout Haat; 
niet, om dat 'er in ieder geval een byzon- 
der zoort van deeltjes kootnen uittefchie- 
ten, maar aüeenlyk, om dat 'c geluid, 
wegens de verfchillende oppervlaktens, 
van welke de luchtdeelen koomen afre- 
fluiten, zeer verfchillende fterkte en zui- 
verheid omfangt. — hoe zouden deeltjes 
van ganfch ongelyke hardigheid met ge- 
lyke vaardigheid kunnen na buiten fprin- 
gen? Hec geklank der trompetten ver- 
fpreid zich in de voortgedreeven richting 
vry verre, en dat van groote klokken zom- 
tyds hy ieder flag Jgeheele uuren in het 

rondt ; 



Muziekaale Onderwerpen* i'9 

rondt; waar zouden toch alle die deeltjes 
van daan koomen? Hoe waaïe het mooge- 
lyk, dat de floffe dier werktuigen , naa 
menige jaaren diergelyk verlies te hebben 
ondergaan, niet merkelyk zoude vermin- 
deren? Ja, dat die deeltjes onder weeg 
hunne kracht niet zouden verhelen? Men 
moet derhalven nootzaakelyk toeflaan, dat 
een bewoogen lichaam door een floot of 
flag niets kan ontvangen dan een trillende 
beweeging, dat deeze aan de naafl aan- 
grenzende luchtdeelen ingedrukt, door 
luchtdeelen voortgeplant, en tot onze oo- 
ren overgevoerd wordt. — ieder bewee* 
ging verwekt ^een geluid, want geluid on- 
derfteld persfing, of lichaamen, die te- 
genftand kunnen bieden: doch wyl weeke 
lichaamen , welkers deelen aanftonds uit- 
wyken, tot dien einde onbekwaam zyn, 
zoo kunnen ze ook geen hoorbaare bewea- 
ging in de lucht veroorzaaken* — i Men kan 
niet alleen de werking van harde lichaamen 
door kunfl verydelen, maar het is zelfs 
ganfch niet onwaarfchynelyk, dat 'er on- 
telbaare beweegingen in de Natuur voor- 
vallen, welkers uitwerkzels, wegens ge- 
brek van overeenkomfl met onze gefield, 
heid, onze bevatting ten eenemaal ont- 
wyken. — Het is dierhalven onbegryp3- 
lyk, hoe wysgeeren aldus hebben kunnen 

L 5 re- 



$70 Redeneering vver Nuttige* 

redenkavelen: de hemelklooten zyn in be- 
weegiog, daar word geen geluid verwekt 
zonder beweeging; ergo, ze verwekken 
niet alleen geluid , maar zelfs een wonder 
aangenaame harmony ! — 

Geluid, het welk, eenigen tyd in de 
eigende hoogte voort duurende, klaar te 
onderfcheiden en uit dien hoofde zingbaar 
js, noemt men eenen klank, en klanken 
van verkhillen^e hoogte, in onmiddelyke 
acfatervoiginge op en in fam en (lemming 
met malkander aangemerkt, toonen. — 

Ieder klank en toon is een geluid, voor 
zoo verre ieder, op onze gehoortuigen 
werking oeffent, of vermoogen heeft om 
*er op te werken; men kan dierhalven den 
aard der toonen geenzins bevatten, zondar 
alvoorens dien van het; geluid in 't gemeen 
te kennen 

Waar geen geïnd kan voorkoomen, daar 
heeft nooit toon verwekking plaats: hier 
diend dan in \ voorbygaan te worden 
aangemerkt, dat zy, die by misduiding 
van fchriftuur plaatfen, den Hemel met 
Muziek inftrumenten bezetten, ziet Ma- 
thefons orchefire i. pag: 3 03. — en over 
eene aanftaande Hemel Muziek , gefchrif- 
ten onderneemen in 't licht te geeven, 
idem, van de Hemelfche Muziek, hambx 
1748. zich niet gebelgd behoeven te hou- 
den 5 



Muziekaale Onderwerper?* 171 

den, als men bewys eifcht, dan 'e: c: in 
den Hemd lucht is, of dat aldaar buiten 
dat toonen kunnen worden v ,c. - — 

Ziet Mitzkr Muzkkaa'e biblioteek te n. 3 o 
pag. 5-81. Leipzig 1749. 

ieder geluid is geen klank en toon: om 
dac aile hoorbaare indrukzelen , zelfs ge- 
bulder die niec dan verwarde bevatting 
toelaaten , al mede opder de bewoording 
van geluid doorgaan. 

Ieder toon is ook een klank: want dee- 
ze termen hebben beiden hun opzicht tot 
klaar bevatteiyk geluid, en de uitdruk- 
king, een verfchiiiende klank of toon , 
geeft te kennen, geluid van' verfchiiiende 
hoogte , gelyk die , de eigende klank of 
toon , geluid het welk hooger noch laa- 
ger klinkt. 

Ieder klank is geen toon, om dat ieder, 
door andere onmiddelyk word gevolgd, 
noch met anderen famenftemc by voor- 
beeld, het geluid van een Klok, of van 
een glas, hoe dikwils ook achter een ge- 
hoord , is in een Muziekaalen zin , een 
klank, geen toon, ten zy 'er zich onmidde- 
lyk daar naa of ter zelfde tyd* ten min- 
ften noch een verfchiiiende klank opdoet, 
wiens verfcheidenheid van hoogte tot on- 
derlinge vergelyking genoegzaeme gelegen 
hyd geefd, als wanneer ieder ten opzicht 
van de andere, een toon heet, beteekenen- 

de 



172 Redeneering over Nuttig. 

de dus deeze bewoording in 't gemeen 
overgang van klank tot klank oïprogresfio 
foni infonum. — 

Het woord toon is afkomftig Van ipan- 
tiing of uitrekking — zal een inaar geluid 
geeven, men moet ze fpannen; zal haar 
klank eene wyle tyds in de zeive hoogte 
voortduuren, ze moet op de zelfde wyze 
gefpannen blyven, en by aldien 'er een 
ander toon zal opvolgen, ze moet min of 
meer uitgerekt werden- — Hier komt de 
grootheid van de ruimte in aanmerking, 
langs welke zulke uitrekking gefchied; op 
dien voet befchreeven de oude Muziek- 
kundige den klank , als een itemval van 
een welfde fpanning, en de toonen, als 
klanken van verichiliende fpanning. 

Sonus eft vocis cafjs in unam exten* 
flonera. volgens jinftoxenus^ in elem: 
harm: lib: x. pag: 15 — fonus eft vocis 
cafus, cartui aptus, in unam tenfnnem, 
Euclides, introd; harm: pap: 1.— foni 
non eandem tenfionem habentes, appel- 
lantur toni of uitvoeriger: tonus eft fpatii 
magnitudo, qui ideo tonus dióhis eft, 
quia per hoc ipatium prima vox .... 
extenditur, Martian: capella, de Mufi. 
ca, pag: 188. ed Meibomii. — 

Hier blykt dierhalven, dat zy die het 
•wnord toon van dondc- ^ebten aftelei- 
den, 



Muziékdak Onderwerpen. 173 

den, de zaak kwalyk hebben begreepen.— - 
fchoon tono, tonirru of tonerre hier al 
nader mogten fchynen, tonus is evenwel 
afkomftig van tendo, tenfio en extenfio, 
in plaats van welk laatfte naderhand, in* 
tenfio is ingevoerd. 

Hec woord toon ziet enkelyk op ver- 
fchillende hoogte, en niet op de fterkte. — 
Een toon kan even hoog blyven by zeer 
verfchillende graaden van fterkte, en niet 
even ilerk by verfchillende hoogte: daarom 
is de fterkte hier een enkelde toevallig, 
heid; maar een verfchillende toon, als een 
uitwerkzel van verfchillende fpanning, be- 
tekend alleen verfchillende hoogte. — 

Werktuigen in achtervolging en in fa- 
men - (lemming tot 'c veroorzaaken van 
toonen bekwaam , heeten Muziekaale In- 
ftrumenten,— Deeze verdeelt men in 
natuurlyke , door de natuur zonder toe- 
doen voortgebragt, en in kundige, aan 
de welke 'c talent en de werkzaamheid 
der menfchen deel hebben; de eerde zyn 
de zangftemmen, wegens verfchillende 
laagte en hoogte, als difcant, Alt Tenoor 
en Bas, onderfcheiden; de tweede, de 
fnaar, flag, Blaas en winduiigen, ieder 
uit verfchillende zoorten beflaande. — 

Dienvolgens, een geraas verwekkend 
werktuig, neem eens, een trommel, kan 

in 



174 Redeneering over Nuttigel 

in geenen deele Muziekaal heeten ; zelfs 
een eentonig, of klank verwekkend, ver- 
diend deeze benaaming in geen eigently- 
ken zin, fchoon men zekerlyk uit ver- 
fcheidcn eentonige, een Muziekaal Inftru* 
ment kan toeftellen; DdcH, een een- 
fnaarig, is "volkoomen Muziekaal, om dat 
ieder fhaar, door middel van verfchiltende 
fpanning en afdeeling, verfcheiden too- 
nen, om nu voortaan geen verder gewag 
te maaken van klanken, kan voortbren- 
gen - — 

Veerachtige lichaamen worden alleen 
tot het verwekken van toonen bekwaam 
gevonden, door dien ze gemaakkelyk tot 
'c trillen kunnen worden gebragt, en ook 
hunne trillingen eenigen tyd voortzetten.-^- 
lichaamen, welker deelen, naar dat ze ge- 
perft, of by wyze van ftaale veertjes, ge- 
boogen zyn, hunne voorïge gedaante weer 
aanneemen,zoo draa 't drukkkend vermoo- 
gen hen vryheid geeft van zich uittezetten» 
noemt men veerachtige of Elaftique^ en 
des te volmaakter iS/^/fóigs naar dat ze zich 
volkoomener herftellen, of by de geftadi- 
ge wryving minder merkelyk verlies on- 
dergaan. — Door trillingen verftaa ik, 
heen en weer keerende, flingerwyze be- 
weegingen, hoedanige wy in vry bewoo- 
gen lange en dikke fnaaren door bloote 

oo- 



Muztekaale Onderwerpen 175 

oogen, en in korte en dunne, door behulp 
van vergroot glaazen ontdekken, gelyic 
ook die van luchtdeelen op de oppervlakte 
van water en kwikzilver zichtbaar, en die 
van klokken en ftaaven voelbaar zyn. — 
Dusdanige lichaamen trillen na ontvangen 
aanftooting, om dat hunne deelen, door 
de hevige fchudding zekere veranderingen 
in hunne pooren ondergaande, zich in 
den voorigen ftand trachten te herftel- 
len. — Een fnaar ontvangt terplaatze daar 
men ze beroert, een bogt, en zulks des 
te eerder, wyl ze nooit volkoomen recht 
is ge weeft, 'er oneindige krachcen zouden 
vereifcht worden om ze zodanig te trek- 
ken; Deeze bogt veroorzaakt, dat de 
naafte deelen, van weerkanten getrokken 
wordende, weer op de naafte, werking 
oeffenen. — ze gemakkelyk tot het trillen 
gebragt, om dat ze door de fchudding der 
deelen in beweeging geraakt, en een deel- 
tje minder tegen ftand bied aan een kleene 
bogt, dan het geheel aan een grooter zou- 
de bieden. — fchoon nu een fnaar naa 
geëindigde perfing iets langer en dunner 
word, en een klok by ieder flag iets van 
haare cirkelronde gedaante dreigt te ver- 
liezen, de veerkracht befchikt, dat alle 
als in wanorder geraakte deelen, al eer ze 
noch verre koomen uit te wyken, reets 

we- 



ty6 Reiïetieerbtg over Nuttige. 

Weder tot zich zelve worden gebragt ~ 
2e .zetten de trillingen voort* om dat ze 
de verbaazende iföelheid, in welke ze ge- 
field zyn, niet aanflonds kupaien verlie- 
zen, tn, plotfelyk tot hunne ruit plaats 
weerkeerende, maar aldaar geen ruft vin- 
dende, nood/aakelyk 'er buiten fpringen- 
de en de beweeging hervatten moeten. — 
Houd dan de drukkende magt hen eenigea 
tyd geduurig fterker onder bedwang, ge- 
lyk de ftrykftok eene ihaar, de veerkracht 
vermeerdert, zoo lang haar finnerlyk ver- 
mooien zulks toelaat; doch krygen ze 
vryheid van zich uittezetten, de beweeging 
word by aappen flaauwer, naar maate de 
beuoogen deelen tot hunne eerfte fland- 
plaa's koomèa, vermits ze geftadig door 
anderen worden belemmerd, namelyk, te- 
gen de lucht,- en vochtige dampen, met 
weke dezelve geduurig is bezwangerd, te 
worf telen hebben, tot ze eindelyk, wan- 
Keer de hinderpaaten even groot zyn als 
de eerfte kracht, geheel weer fchynen te 
rullen. 

Het JVFuiiekaal geluid word, ten aanzien 
der werktuiglyke oorzaaken, flechts op 
tweeöerlei wyze gebooren: ten eerden, 
wanneer twee harde lichaamen, van de- 
welke een, tot trillen kan worden ge- 
bragt, malkander aanftooten; en ten twee- 
den: 



Muzkkdale Onderwerpen. 17? 

den: twee vloeifloffen, namelyk tegen 
malkander werkende lucht-deelen, in tril- 
ling worden gefield. — Toe de èerftö zoorc 
tyHiooren de ihaar-en flag- tuigen, gelyk 
aldaar rüuw gewreeven paarde hair van 
ftrykftokken, pennen, nagels van vinge- 
ren of van zilver, kopere ftiften, heiite 
boüeijes, raderen enz: op fnaaren, en 
klepels van allerhande metaal, yvoor^ of 
hout op klokken , ftaaven en pauken aan- 
vallen, en 'er trillingen in veroorzaaken,- 
tot de tweede* de blaas en windtuigen, 
fluiten, hoboen, trompetten i waldhoö- 
ren, , orgel -pypen enz: Ja, de zangflern 
zelve, van dewelke, als een der grootfle 
Natuur-wonderen, vervolgens in het by- 
zonder zal worden gehandeld — alle ove- 
rige zoorten van geluid verwekking raaken 
de acouftyk in 't gemeen en niet de toon- 
kunde. — Dat hec in blaas en windtuigen 
op de trillingen dier.geheele lïchaamen, 
noch op did van hunne binnen vlakten* 
aankoomt, biykt hier uit, voor eerft, om 
dat men 'er ook ftofren die weinig of geeiï 
veerkracht hebben, by voorbeeld, lood, 
fteen, leer, bord papier, toe kan gebrui- 
ken, ten tweeden dat ieder blaaftute van 
dezelfde zoorc en lengcé, hoe verfchillen- 
de de ftoffe zyn mag, zich met gelyke 
kracht laat aanblaazen, hec welk, by al- 

M diea 



178 Redenering over Nuttige. 

dien dedeelen dier werktuigen zelfs moeften 
trillen, volftrekt onmoogelyk zoude wee- 
zen, dit is dan de zaak: vvyl de lucht 5 als 
een fubtiel lichaam, alle ruimte die doc^r 
andere lichaamen verlaaten en niet dooi: 
kunft ia 't ydel gefield word, vervuld, 
zoo zyn de blaas en wind tuigen reets vol 
lucht, en deeze binneniuchc is hier 't 
toon verwekkend lichaam * maar de lengte 
en wyd te dier Inftrumenten dienen een- 
lyk om zekere Quantiteit lucht van de 
buiten lucht af te zonderen, en 'er tril- 
lingen in te verwekken. — De binnen 
lucht zoude zich uitzetten , ten zy de pers» 
fende buiten lucht zulks verhinderde; dee- 
ze hinderpaal word door de kracht van 
inblaazing weggenoomen: dus is de veer- 
kracht der buiteri lucht de oorzaak, dat 
de beurtelings voortgeftooten en te rug 
gekaatfte binnenlucht, zich trachtende 
te herftellen, trillingen voortbrengt, aan 
die van fnaaren evenreedig.— de lengte 
der blaaftuigen ftaat gelyk met de lengte 
van fnaaren, hunne wyd te, met haire 
dikte; de inblaazende kracht verbeeld het 
drukkend vermoogen, en de veerkracht 
der buitenlucht, de fpanning der fnaar. 
Hoe verfchillend dit laafte ook fchynt, 
nademaal de lucht in blaas en windtuigea 
famengeperil, maar een fnaar uitgerekt 

word , 



Muziektak Onderzverpen. 179 

word, ten aanzien der uitwerking ftaan 
ze evenwel volkoomen gelyk, vermits de 
trillingen van beide enkelyk voortfpraiten 
uit de pooging om weder in hunnen Na- 
tuurlyken ftand te geraaken. — De ftoiïe 
der blaastuigen moet hard weezen , ten 
einde de lucht deelen ter deeg van malkan- 
der af te fcheiden; de binnen vlaktens 
moeten glad Weezen , om aan den loop der 
gins en weer rollende lucht deelen niet 
hinderlyk te vallen; de hoeken, moeten 
valt geflooten (weezen, op dat de binnen 
gaande lucht niet zoude koomen uit te 
wyken; vide L m Euler<> tentamen nova 
tbeoria Mufica. Peter sb: 1739, cap: 1: % 
28. — ondertusfchen is het iets anders de 
inblaazende kracht en weer iets anders, 
de toon verwekkende ftoffe ; deeze blaaft 
men 'er niet eerft in, maar breekt flechts, 
door het geene dat men 'er toevoegd; en 
in de buiten lucht gaat verdwynen , haare 
kracht van traagheid; de binnen lucht 
moet langs de vlakte zagtjes worden voort- 
gedreeven, des 'er, naar alle waarfchyne- 
lykheid, in 't midden, een zoort van een 
luchtzuil ftaan blyft. — De binnenlucht, 
door de kracht van inblaazing verfterkt, 
werkt als met dubbelde kr?cht, geen won- 
der dan, dat ze tegen de hevige persfing 
der buiten lucht iets venpag, en noch 

M 2 min- 



i8o Rèckneering over Nntiige* 

minder, dat deeze, in envenreedigheld 
met de werkende oorzaak, tegeniland 
bied; fchoön men nu aan luidbaar ge- 
maakte blaas en windcuigen ook uuterlyk 
cenige trillingen befpeurd, deeze zyn al- 
zoo weinig ais V gedreun van nabuurige 
planken, muuren, en Kerk verwelfzelfs, 
oorzaaken der toonen , maar alleenlyk iets 
door 't geluid by toeval veroorzaakt. — 

Daar zyn zichtbaare en onzichtbaare 
toon verwekkende lichaamen: de eerde, 
de inaar en flagtuigen beftaan uit deelen, 
die nooit, behalver; in onze verbeelding, 
gantfeh volkoomen met malkander geiyk 
zyn; de tweede, de binnen lucht van 
blaas en windtuigen, uit gelykfiachtige 
vloeiftoffe. — wy befpeuren echter om* 
trent deeze laafte zoort van toon verwek- 
king, alwaar deelen van eenerlei Natuur 
elkander in bsweeging ftellen, nooit val- 
fch gsluid, uit den aard der ftoffe ont* 
; flaande, des is dezelve, wegens meerder 
overeenftemming tusfchën 't menigvuldige, 
zekerlyk ook de volmaa!<fle„ — 

Gelykflachtig beeten de toonverwekken- 
de lichaamen, wanneer wy niet anders be- 
merken, of hunne deelen fluiten, uit 
hoofde van eenerlei ftoffe en geweefzelge- 
lyke kracht in, daar ze in tegengefleld 
geval, verre van even wel geregelde be- 

wee- 



; 



Muziekaaïe Onderwerpen. 181 

weeging aan de iuchc over te brengen, 
malkanders loop fluiten, door dien zooi* 
mige deelen zich reets uitzetten, terwyl 
andere noch geperft worden of inwaarcls 
gaan; zorarnige reets rullen, terwyl ande- 
re noch hevveegen. — 

Ieder toon verwekkend lichaam beeft 
eene bepaalde grootheid. — veronderfteld 
dat het redelyk gedachtig is, en niet al 
te hevig aangeftooten, of al te verre uit 
zyn ruft plaats gedreeven word: want ia 
zulk geval beginnen de deelen, welke de 
kracht van aanftooting onmiddelyk ont- 
vangen, Ichielyker te beweegen als de an- 
dere volgen kunnen, zoo dat de mede 
werking van eenigen word verhindert; 
daar nu alle beweeging in tyd gefchied, 
van hoe korten duur die ook is 5 het getal 
der trillingen moet als in de volgende 
fecunde, of 6o ü ^: gedeelte van een mi- 
nuut, van dat der voorgaande zekerjyk 
verfchillen. vermits de masïa, zich in ge* 
lyke kringen verdeelende, naderhand, 
wanneer alle deelen me vereende krach- 
en werken , langzaamer beweegt. — an- 
derzins volgt ten opzichte van veerachti- 
ge lichaamen altoos, dat de beweeging, 
niet tegenftaande de onmiddelyk aange- 
flooten deelen in 't eerde moment iets fel- 
ler gboogen raaken , zich door alle dee- 
M 3 len 



iti Redeneering over Nuttige. 

len heen gelykelyk verfpreid; dat de dee- 
len, geftadig met elkander in en uitwaards 
gaande, toe dezelfde beweeging famen 
loopen, dat, by voorbeeld, in een inaar 
die vyf voet lengte, en dus 720. oftwaaif- 
c.e deelen van een duim bevat , ieder linie 
een 720^5 part van de beweeging draagt — 
Grootheid betekent hier, de menigte van 
deelen, die een geheel ftellen, en tot een 
ze'fde beweeging famenwerken; deeze 
word bepaald genaamd, niet alleen om 
dat ieder lichaam flechts een bepaalde 
kracht heeft, en men door ieder alles, 
noch evenveel kan uitvoeren, maar ook 
om dat het getal dier deelen bevatteiyk 
gemaakt of beltemd kan worden, gelyk 
ciie van fnaaren, klokken, flaaven thans 
meet en weegbaar zyn. fchoon nu de 
lengte, dikte en fpanning, als driederhan- 
de znoiten van grootheeden, zich op zeer 
verlchillende wyze laaten famenvoegen, 
en elkanders gebrek eenigzins kunnen ver- 
goeden, ze leveren telkens flechts een be- 
paalde grootheid* aangezien een zelfde 
lichaam ter zei ver tyd onmoogelyk een 
ir.eerder en een minder geul van deelen 
vervangen, en men niet meer deelen dan 
*er voorhanden zyn te werk ftellen kan, 
maar alle deeze in een zelfde moment 
even fchielyk worden bewoogen. — voorts, 

blaaft 



Muziekaaiê Onderwerpen. 183 

blaaft men een fluit of pyp over, fcheid 
men een gedeelce van een fnaar zoo om- 
valt af, dat de beweeging tot anderen kan 
overgaan, of fpant een fnaar feller aan, 
zoo dat 'er minder deelen in beweeging 
Kunnen raaken, als 'er nu meer buiten de 
kammen worden getrokken, en dus de 
fnaar dunder word, men fteld dadclyk 
eene andere bepaalde grootheid, uit wel> 
ke, als uit een verfchillende oorzaak, ze» 
kerlyk een verfchillende werking moet 
voordpruiten. — 

Eene zelfde bepaalde grootheid van een 
oröentelyk bewoogen toonvei wekkend 
lichaam veroorzaakt, met hoe verfchillen- 
de kracht de voorhanden deelen ook wor- 
den bewoogen , in gelyke tyden een gelyk 
getal van trillingen. — - fchoon de eer'ie 
trillingen van (naaren ongelyk ruimer ge- 
fchieden, ais de volgende, by dewelke ze 
haare kracht by trappen verhezen, haar 
verder of korter weg neemt in gelyke 1e- 
cen af en toe met de kracht welke ze daar 
doe befleeden; ze hebben tot een verder 
weg niet meer tyd van nooden, om datze 
des te meer, dan tot een korter r en ze 
des te minder geboogen en gefpannen zyn. 
De veerkracht doet hen even eens werken 
als flingers, die, hoe flaauw of fterk ze 
moogen gaan, altoos gelyke tyden hou- 

M 4 den; 



J ?4 Redeneering over Nuttige: 

den; hebbenze flechts de helft van hun; 
ne kracht overig, de weg is ook Hechts 
half zoo verre; ontwyken de trillingen 
eindelyk onze gewaarwording, haare 
kracht veyflaauwt by trappen, zonder dat 
het getal der trillingen , in zekeren tyd 
verwekt, in 't minfte kan veranderen; zoc* 
lang de toon verwekkende lichaamen tril- 
lingen voortbrengen, levert ieder, vol- 
gens zyne bepaalde grootheid, uithoofde 
van veerkracht, gelykmaatige trillingen, 
dat is, evenveel in ieder kleenfte cydft/p. — 
Snaaren zyn de bekwaamde onderwer- 
pen tot beproeven van trillingen ; wanneer 
men aan koorden van veifehillende lengte, 
gewigten van geiyke zwaarte hangt, en ze 
met gelyke kracht beweegt, zoo langzaam 
echter, dat men de flingeringen kan tellen, 
befpeurt men reets dat haar getal in een 
gegeeven tyd des te grooter is, naar dat 
de koorden minder, en des te kleener 
naar dat ze meerder lengte hebben. In- 
middels wyl zulke telbaare trillingen juift 
niet veel bewyzen, en men rasfe trillingen 
niet tellen, maar wei fnaaren, gehoudens 
de lengte, door kammen en vingeren op 
allerhande wyze verkorten, en de ruim- 
tens meeren, Ja, fnaaren op planken fpan- 
nen, en door vergelyking van haare leng- 
te, dikte en de fpannende kuchten, vol- 
gens 



MuziekaaJe Onderwerpen. i8j 

g£ns de wetten der beweeging, het getal 
der trillingen, 't welk de gedeeltens tus- 
ichen de kammen, als op welke het hier 
alleenlyk aankoorat, in zekeren tyd moe- 
ten voortbrengen, uitreekenen kan; zoo 
ftaat gemakkelyk te begrypen, dat dierge- 
lyke toonverwekkende lichaamen hier in- 
zonderheid tot opheldering kunnen dienen; 
dat wy by gebrek van fnaaren, van de 
innerlyke Gefchaapenheid der toonen wei- 
nig of niet zouden weeten , en aangaande 
hec getal van trilingen in een bepaalden 
tyd verwekt van haar op alle overige, naar 
evenredigheid moet befluiten. 

De lichtfle en voornaamfle Hellingen, 
die zulk een fpannend werktuig, of ' Inflru- 
mentum CordQfophicum^ een de hand geeft, 
zyn de volgende: lhaaren van geiyke leng- 
te, dikte en fpanning, leveren in geiyke 
tyden,, volgens de evenredigheid tusfchen 
oorzaaken en werkingen, evenveel trillin- 
gen, — verfchillen ze flechts in lengte; 
het getal dier trillingen (laat in omgekeer- 
de reden met de lengtens: by voorbeeld, 
terwyl Ai vier voet lang 5-0. maal trilt, 
doet B: van twee voet zulks 100. maal; 
is C; vyf, en D: drie voet lang, C: maakt 
drie trillingen, tegen vyf D: — verfchil- 
lenze enkelyk in de dikte, de trillingen 
liaan in omgekeerde reden met de middel- 

M 5 lynen, 



186 Redeneering over Nuttige. 

lynen, zynde namelyk in een gegeeven 
tyd des te minder, naar dat hy kleener 
is. — verfchillen ze alleen in fpanning het 
getal der voornoemde trillingen is als de 
vierkant wortelen der fpannende gewich- 
ten: te weeten, A: door een pond gefpan- 
nen, maakt in eenen zelfden tyd half zoo 
veeTtrüliogen, als B: aan welke vier pond 
hangt» voorts; men kan nagaan, hoeveel 
trillingen deeze of geene fnaar in zekeren 
tyd moet afleggen, hoewel Hechts langs 
een vry gemakkelyken weg. vide Euler y 
ubi Jupra, cap: i. § 10. 36* — hst vol- 
gende vopritel zal de zaak misfchien be- 
vattelyker maaken. 

Snaaren zyn kleene cylinders, of vol- 
zuilen; haare lengte ftaat gelyk met de 
hoogte, haare zwaarte met de masfé, haare 
dikte met de middellynen der cylinders. 
jn een cylinder is ieder linie van hoogte, 
eene regte linie, als men dan de opper- 
vlakte aanftoc;, worden regte linien in 
kromme verandert: want de oppervlakte 
raakende, beroert men insgelyks den om- 
trek dier kringen, welke de oppervlakte 
Hellen , en naar maate van welker ruimer 
vierkant de kracht van aanflooting tot een 
grooter menigte van deelen overgaat, en 
grooter bochten in de kringen verwekt. 
voyez, croufazj traite du b§au 7 loc. cit. 

pagx 



Mvziekaak Onderwerpen. 187 

fpg: 2 ^ 7, &r/ 1715-. — gelyker vvyze ont- 
vangen ook langer en dikker fnaaren, we- 
gene het meerder getal van deelen, op 
welke de beweeging zich verfpreid, ea 
minder gefpannen fnaaren, die wegens 
minder veerkracht, minder tegenftand 
kunnen bieden, grooter bochten, maar 
korte, dunne en feller gefpande, uic te- 
gen geitelde reden, kleener bochten. — 
Hoe grooter de bochten worden, des te 
meer, hoe kleener des te minder tyd word 
'er toe herilcliing vereifcht: dienvolgens, 
des te langzanmer beweegen ze in hec 
eerde geval, des te fneller in 't tweede — 
Hoe langzaamer ze beweegen, des te 
minder, hoe fneller, des te meer trillin- 
gen werden 'er in een zelfden tyd geboo- 
ren; kortelyk, het getal der trillingen, 
door fnaaren in zekeren tyd verwekt, is 
des te kleener, na dat de fnaaren langer, 
dikker en flapper, des te grooter, na dat 
ze korter, dunner en ftyver gefpannen 
zyn. — 

De Muziekaale Inftrumenten fchynen 
beftemd om de lucht aan de gang te helpen 
en gelegenheid te geeven tot het vertoo- 
nen van haare wonderbaare veerkracht. — 
fnaaren moeten gefpannen weezen , zullen 
ze haare veerkracht te werk ftellen , wan* 
neer men die echter op ftoelen, of tegens 

muu- 



i88 Redemerwg over Nuttige. 

muurenfpant, dan blykt genoegzaam, dat 
zy op zulk een dun lichaam, a's de lucht 
is, weinig vermoogen hebben ^ dies word 
de kracht der fnaaren verftrekta deels, 
door het veerachtig houc der klankboo- 
dems, deels, door hunne hoiiigheid en 
door kleene openingen 'er in gemaakt, 
op dat de lucht hen van verfcheide kanten 
te gelyk z^ude kunnen omringen* — - Dit 
alLes werkt te famen tot 't persien en 
voortftooten der aangrenzende luchtdee- 
len; hoewel deeze beweeging, naar alle 
waarfchynelykheid , niet voorvalt in de 
geheele masfa der lucht, gelyk by de wind, 
alwaar de luchtdeelen Hechts als voorge- 
ftuwt worden, maar alleenJyk, in haar 
kleenile en vèerachtigfte deelen, tot 't 
aanneemen en voortzetten van trillingen 
befl bekwaam. — Dusdanige luchtdeeltje 
ontvangen gelykmaatige trillende bewee- 
gingen; nademaal de lucht, als veerach- 
tige vloeiftoffe, alle ooit verzinnelyke in- 
drukzels kan overneemen: Ja, krings of 
golfswyze ingerichte beweegingen; door 
dien in veerachtige lichaamen, op ieder 
persfing eene uitipreiding volgt* en op 
deeze weder een tweede persfing enz; be- 
weegingen waarlyk, die buiten twyffel 
eene wonder aangenaame vertooning zou- 
den maaken, als 'c moogelyk waare om 

de- 



Muziekaale Onderwerpen. 189 

dezelve door 't oog ce ontdekken, — zoo 
dra men een fteen, of iets anders in 't 
water gooy t , befpeurc men > dat 'er eerft 
maar een kring uic ontftaat, die terflond 
zvn beweeging mededeeld aan een tweede; 
deeze weder, aan een derde enz: Die ver* 
gelyking tusfchen de voortplanting van 
waterkriftgen en luchtgolven is aardig ge* 
noeg ter opheldering, Ja, de eenigfte, 
die wy hebben; maar echter op verre naa 
niet volledig, dus moeft zy ons billyk 
niet verleiden tot de onzekere Helling, als 
of in de lachtdeelen telkens ook voor eerft 
maar een golf, die aanftonds andere zoort- 
gelyke voorteek, konde worden verwekt: 
wie, by voorbeeld, midden in een ruime 
kamer eene viool hoord, wier toon en aller 
weege, te rechter en ter linker zyie des 
uitvoerders, even klaar tot 't gehoor koo- 
men, die zoude geenzins kunnen bepaalen, 
waar ter plaatze die gewaande eerde lucht* 

golf haare geboorte heeft ontvangen. 

Het fchynt veel e er over eenkomftiger met 
den aard der zaake, dat ieder bepaald getal 
van trillingen, dooreen toon verwekkend 
lichaam in zeker tydftip voortgebragt, 
teffens aan alle kanten, van waar geen hin* 
derpaal zich opdoet, in de aangrenzende 
luchtdeelen eene menigte golven veroor-: 
zaakt, waar uit terflond, met een onbe- 

gry- 



190 Redeneering over Nuttige. 

grypelyke fhelheid , andere [zooïtgelyke 
golven worden verwekt, van dewelke ie- 
der, 't getal van trillingen, de eerfte gol- 
ven ingtdrukt, fhptelyk overneemt, be- 
houd en tot onze gehoortuigen over- 
brengt.-— 

Laat ons de gemelde vergelyking nader 
befchouwen, om te onderzoeken, of en 
in hoe verre de voorplanting der luchtgol- 
ven daar door konde worden opgehelderd— 
ieder waterkring ontvangt zyne beweeging 
van de naaftvolgende; daar koomen tel- 
kens meer deelen aanvlieten, dan 'er noo- 
dig zyn tot de vereffening van de opper- 
vlakte, en deeze worden telkens verder 
achterwaards gedreeven, dan zyn in 't 
heen gaan voor uit liepen: dus verfpreid 
de beweeging zich geduurig verder, en 
daar worden geftadig meer kringen ver- 
wekt, die echter by trappen zwakker 
worden , naar maate dat de kracht van den 
eerden, reets verminderd en by na ver- 
dweenen is. gelykerwyze worden 'er ook 
geduurig meer luchtgolven geteeld, die 
des te minder kracht influiten, naar dat 
zy van 't middelpunt namelyk, van 't toon- 
verwekkend lichaam , een verder afftand 
hebben. — De volgende waterkringen wor- 
den klaarder, dan de eerfte, om dat zy 
in 't begin zeer veel tegenftand ontmoeten, 

maar 



Muzitkaale Onderwerpen. 191 

maar naderhand altoos minder: volgens 
dezelfde reden befpeurc men ook , dat de 
toonen in een maatigen afftaad van 't mid- 
delpunt, onderfcheidentlyker tot de bevat- 
ting koomen, dan wanneer men 'er aller- 

naaft ftaat, of 't oor 'er boven houd. 

Het minde van de beweeging, die 't ge- 
zicht in 't water bemerkt, naa dat een 
fteen aldaar wierd ingeworpen, is toe te 
fchryven aan de fteen zelve; gelyk men 
ook 't minfte van 'c geene , wat in eenige 
afgelegenheid tot 'c gehoor koomt, kan 
toeeigenen aan de toon verwekkende lic- 
haamen , door welker behulp de luchtgol- 
ven flechts wierden aan de gang gebragk 
De deelen van bewoogen vloei (toffe n be- 
hoeven niet, gelyk die van fnaaren en 
klokken, tot hunne voorige ftandplaatfen 
weder te keeren; genoeg, dat ze elders 
eene ruftplaats vinden, tot zy wederom 
van nieuws in beweeging worden gefteid.-- 
verzwakt nu de eerfte kring, door den ge- 
ftadigen tegenftand der persfende lucht, 
dan begint de tweede insgelyks te verfiau- 
wen , en vermindert teffens de kracht van 
den derden: de eerfte, kunnen reets ver- 
dwenen zyn, terwyl een honderdfte, 
eerft te voorfchyn koomt; en waar zy 
niet kunnen heen reiken, daar is van hun- 
beweeging ook niets te bemerken; doch f 

an- 



i£2 Redeneering over Nuttige. 

anderzins hebben fcherpziende en oplet^ 
tende iets voor uit, en blinde kunnen in 
't geheel daar van geene bevatting vormen. 
Die alles aat zieh op de luchtgolven en 
óp 't gehoor gemakkclyk toepasfen; nu 
moeten we ook zien, waar aan 't hier 
hapert, 

ï. De waterkringen worden flechts op 
de oppervlakte van 't water geteeld; maaf 
't geluid word als in 't ingewand der luch't 
verwekt; de golven worden middenin de 
lucht gemaakt, tn loopeti door dezeke 
na booven, na beneden en na alle zy- 
den heenen. vide Musfchenbroek , Natuur 
kunde §. 1448. ed: 1739. — 

2, Waterkringen worden enkelyk vöort- 
gedreeven door hunne zwaarte; maar de 
luchtgolven worden voortgeplant door veer- 
kracht; de eerfte verbeelden flingers, die 
getrokken zynde ryzen en daalen; de 
tweede beftaan uit krachten, die na ont- 
vangen aanftooting trillen, vqyez^ Hifi: 
deT acad: Royale 9 1737. pag: 138 ... . 
Memoire 1737. pag'. 7. 

3» Waterkringen houden niet lang ftand; 
doch omtrent luchtgolven heeft 'er ook 
duurzaamheid plaats. 

4. Aan Waterkringeh vefftrekt ieder 
hard lichaam tot een onverwinnelyk hin- 
derpaal, zoo dat zy 't graf vinden ter 

plaau 



Muziekaak Onderwerpen. 19 3 

plaatze van hunne geboorte , daar integen- 
deel 't geluid zich langs deezen weg mer- 
kelyk verfterken en zelfs op een bekoor- 
lyke wyze te rug kaatfen laat 

5. Men kan ter zei ver tyd verfcheide 
toonen verwekken, die nooit door ver- 
menging tot een worden, maar van dewel- 
ke ieder, zich nevens andere zoo klaar 
laat bevatcen, als of het Hechts een toon 
waare; dus moeten 'er zekerlyk luehtgol- 
ven, dio ieder een verfchillend getal van 
trillingen influiten , zonder verwarring on- 
der malkander, loopen, Miracle fans être 
comprisl iets het welk in tiet water geen- 
zins aangaat 

6. De waterkringen beweegen des te 
fneller of langzaamer, naar maate dat 't 
geene, wat men in 't water werpt, zwaar- 
der of lichter en van meerder of minder 
hoogte koomt affluiten; maar aan de lucht 
is de onveranderlyke wet voorgefchreeven, 
zelfs by een ganfch ongelyk getal van tril- 
lingen , altoos gelykmaatige fnelheid in den 
loop hunner golven te moeten bewaareli: 
de veerkracht brengt te wege, dat twe 
toonen van ganfch verfchillende hoogte, 
in een zelfde tydftip verwekt, ter plaatze 
waar men beide noch onderfcheidentlyk 
kan verneemen, te gelyk tos 't gehoor 
koomen. — — 

N No- 



1P4 Redeneering over Nuttige, 

Nopens 'c wonderbaar maakzel van onze 
gehooruiygen, daar ointrent kan menora* 
ftandig bericht ontmoeten in de gefchrifcen 
der Natuurkundigen; en uit dezelve laat 
zffch insgelyks afneemen, dat het rnaatge- 
zang niet kan beftemt -weezen tot een ver- 
maak der ooren; aangezien deeze, even 
weinig bezef kunnen hebben van geluid, 
als een pen van letters, als een p.nceel 
van kouieuren en als een vel papier van 't 
geene 'er op gefchreevén flaac. Immers 
vermaak onderfteld bewuttfteid: dus is de 
waarheid der zaake, dat de ziel hoort, 
door 't kanaal der ooren. Schoon de ge- 
woone uitdrukkingen, de Muziek moet 
aangenaam weezen voor de ooren; een 
misflag, welke het oor niet bemerkt, is 
geen misflag, en alle zoortgelyke, in den 
burgerly ken omgang, alzoo wel verdraa- 
gelyk zyn, als die van 't op en ondergaan 
der zonne, in den mond van wyze Coper- 
nikaanen, moet zulks echter ons niet ver- 
hinderen in, desnoods, behoorlyk onder- 
fcheid te maaken tusfchen ooren, als lic- 
haamelyke werktuigen, gehoor, als een 
vermoogen, en Hooren, als eene daadelyk- 
heid der ziele. — Ten anderen, die ge- 
fchriften erinneren, dat men de ziel, by 
het hooren van geluid, niet kan aanmerken 
als onafhangkelyk van den ftaat der hars- 

fenen 



Muziekaale Onderwerpen,' 195* 

lenen en van dien des zenuw geflels in 'c 
gemeen; dat wy namelyk flaapeloos en 
mee gezonde cpenftaande ooien onder 't 
bereik der werking van geluid geevende 
lieftaamen geiaakende, niec alleen geene 
keur meer hebben, of wy hooren willen 
dan niet, aangezien 't geluid zyne wer- 
king doet, het mag ons lief of leedwee- 
zen; maar dat zejfs de wyze van bevat- 
ting, hoedanig iets ons zal klinken, ge- 
heel buiten onze macht is, wy kunnen 
geenzins té xwege brengen, dat, by voor- 
beeld, het gekvvak vaneen kikvorfch ons 
eveneens voorkoomt, als de zang van een 
Nachtegaal; het gebulder van grof gefchut 
als een dwars -fluit; een Trompet , als een 
Viool enz: maar wy zyn volflrekt gehou- 
den, om alle indrukken zoodanig te ont- 
vangen, als dezelve volgens den aard der 
bewoogen lichaamen, volgens de manier 
van beweeging en in ovefeenkomft met on- 
ze gefteldheid , ons koomen aandoen — - 
voor r t overige , kan iemand uit de gemel- 
de achtbaare gefehriften ook leeren begry- 
pen , op hoedanige wyze onze ziel de ge- 
waarwording van 't geluid ontvangt; hoe 
üit eene ftoffelyke afbeelding in de gehoor 
zenuw, een onftoffelyk denkbeeld word 
gevormd; zoo is hem zulks zeer gaarn te 
gunnen. -~ My aangaande,, ik weet daar 

N % van 



ï9ö Redeneer ing ever Nuffige. 

van verder ntéts, dan dat de gewaarwor- 
ding van toonen, tér gelegenheid vain en 
in evenredigheid met zekere wiflelvallig- 
heedcn, in onze gehoortuigen verwekt, 
opkocmt en veroorzaakt word; dat de 
toon verwekkende lichaamen werking oef- 
fenen op de lucht, deeZe op de gehoor- 
tuigen, en deeze wederom cp de ziel. 
Nu kunnen wy m des te vollediger zin 
van de toonen handelen, en de toon ver- 
wekkende beweegingen van de toonen 
zelfs als oorzaaken van werkingen onder- 
fcheïden ; tor der toevlucht te neemen tot 
de ouderwetfche temden Soms primus en 
jecundus: men me Nkumentyds wereld be- 
Jcbotdwing) pag: 240. Ed: 1725-. — 

Een kiank of toon oniflaat uit een be- 
paald getal van trillingen in zeker een tyd- 
ilip, en verfchillende toonen fpruiten uit 
een verfchillend getal van trillingen, ge- 
duurende een zelfde tydftip in de lucht 
veroorzaakt en tot onze bevatting overge- 
bragt. — ieder gelyk flachtig en behoor- 
lyk in beweegirg gefield toonverwekkend 
lichaam, in zeker eenen tyd, een zeker 
getal van trillingen leverende, ontvangen 
onzeooren, door middel van luchtdeelen, 
in zekere order, hun beurtelings trillende 
aanvallende en ontwykende, klaare indruk- 
ken, en uit deeze, word klaare bevatting 

ge- 



Muziek a?k OnderwrHn \ j 7 

gebooren. — 't maatgezang vereifcht zing? 
baare toonen, en uit hooide van de ge- 
melde bevatting, worden de toonen zing* 
baar voor ons; ovtrzulks leggen gelyk 
jnaatige trillingen üen Grondflag toe \ 
jnaatgezang. Het zelfde getal van triHin- 
gen word door de luchtgoiven dikwyls 
herhaald; dus heeft hier oplettendheid 
plaats, door dien in een volgend oogenblik 
zich laat bevatten , wat in een naaft voor- 
gaande ontglipte; geen wonder dan, dat 
iemand, die anderzins om zoo te fpreeken, 
maar een half gehoor heeft, toonen ftipter 
kan oi.dei fcheiden , dan ooit woorden. 
Het tegendeel van dit alles , befpeurt men 
voor eerft, warneer de luchtdeelen tot 
geene golven gebragt, maar voorrgeftuuwt 
worden; ten anderen, wanneer fchielyk 
ontfpannen luchtdeelen de ooren op een- 
maal als överftelpen , gelyk by 'tlosbranden 
van grof gefchuc, of van een fiiaphaan; 
ten derden wanneer de voortteeling van 
luchtgolven door ongely krachtige werk 
oorzaaken word gefluit, In alle deeze ge- 
vallen, zyn 'er trillingen genoeg voorhan- 
den, nochtans word 'er verder niets ver- 
wekt, dan een duiftere en verwarde be- 
vatting, om dat \ aan gelykmaaiige trillin- 
gen ontbreekt, of 't welk 't zelfde i$, 
dewyl in ieder kleenfle tydftip niet even- 

N 3 veel 



x£8 Redeneer ing over Nuttige. 

veel trillingen verloopen: daarom zegt 
m^n, ten aanzien van lange fnaaren en 
groo e klokken, als welke, om dat haare 
deelen zelden ten-naaften by ■ gelykflachtig 
zyn, lieden van delikaate oorèn dikwyls 
met ftrydige of zoogenaamde bytoonen 
quellep; ieder toon fpruitr als uit een meng- 
zel van toontjes » vermits ieder deeltje van 
't toonverwekkend lichnam hier 't zyne 
tot het geluid moet b ; brengen, en de 
lucht onmoogelyk reiner golven vormen, 
voortplanten, en tot onze ooren overvoe- 
ren kan, dan de gemelde lichaamen, als 
werkende oorzaaken, haar indrukken. — - 
Het weezen van verfchillende toonen, 
beflaat derhalven in de verfchillende be- 
paalde grootheeden, door welke iy wor- 
den veroorzaakt; een langer fnaar heeft 
een andere grootheid, dan eene korte, 
dienvolgens, werkt zy ook anders en fteld 
de luchtdeelen op een andere manier in 
heweeping; andere zoorten van luchtgol- 
ven verwekken in onze ooren andere in- 
drukzels-» en met deeze gaan wederom an- 
dere beg: ippen gepaard.— • 

De Natuurkundigen bewyzen ganfch 
wel, dat de toonen van fnaaren en klok- 
ken nier uit de merkelyke zicht- en- voel- 
baare tellingen worden gebooren» maar 
alleenlyk, uit zekere ongevoelige in hun- 
ne 



Muziekaah Ondet "werpen 199 

ne kleenfte deeltjes verwekt. Doch daar- 
aan behoeven wy ons weinig te kreunen. 8 
fnaaren en klokken zyn op verre na de 
gehcele Muziek niet; deeze ondervindin- 
gen betreffen alleenlyk de minit volmaaklte 
zoort van toon verwekking, zynde dus 
geenzins toepasfelyk op blaas en windtui- 
gen, veel min, op zangtoonen alle fnaaren 
en klokken luiden ook juift niet vaifch, 
en in valfche klokken voert toch altoos 
een toon, door andere te overltemmen, 
het oppergebied; doch wy moeten onder- 
fcheiden 't geluid, en de 'bepaalde hoogte 
of den toon. Schoon de trillingen, door 
toonver wekkende lichaamen onmiddel v 7 k 
verwekt, zelden tot onze gewaarwording 
koomen; genoeg dat wy doorgaans zoort- 
gelyke ontvangen uit de eerfte voortge- 
teeld; zomwylea Hechts wederom gekaac- 
fte, die de oorlpronkelyke, geheel ver- 
dooven, en te mets ook deeze en geene. 
Het gaat hier even eens, als met de licht- 
ftraalen; vide Engelhard , Pbys: §2$i 9 De 
Natuur heeft een voordeel, het welk ons 
van geen dienft konde weezen, opgeof- 
ferd, ten einde ons veel grooter genoegen 
te befchikken, en door verfterkce, meer- 
der klaarheid influitende luchtgolven, zelfs 
in een verren af (land, hoorende te ver- 
luftigen en te beweegen* — - 

N 4' Naa- 



200 Redeneering ever Nuttige. 

Nadien de menfch vry onbekend blyft 
aan zich zelven, en de ontleedkundigen 
geene navraag kunnen houden , tot wat 
einde een geftorven perfoon de zenuw 
veezeltjes van verfchillende lengte , welke 
zy by manier van klavier fnaaren geplaatft , 
in de hoiügheeden en pypen van 't zooge- 
naamd doolhof der ooren ontmoeten , heeft 
gebruikt, zyn eenig^ geleerden tot de ge- 
dachten gekoomen, als of ieder vap die 
veezeltjes Hechts tot 't verwekken van een 
toon, zonder meer, beftemd was; voyez 
croufaz. uhi fupra pag: 37. 174. en dat 
'er daarom onder de luchtdeeltjes mede 
zulk een verbaazend groot ondeifcheid \vee« 
zen moet, dat zekere deeltjes alleenlyk tot 
de beweeging van zekere oorveezeltjes 
moeten dienen; invoegen de nabuurige 
luchtbolletjes , tot verwekking van andere 
toonen beftemd, als dan maar .oppervlak- 
kig aangedaan, doch niet levendig gaande 
gemaakt wierden, voyez 9 V Htft: de C 
acarh royale. 1737. pag: J34. Men: 1737. 
pag: 1 . . — op die manier moert niet 
alleen ieder hoekje, een oneindig gedeelte 
van alle ooit verzinnelyke zoorten van 
luchtgolven, ter verwekking van ieder 
toon vereilcht, in zich bevatten, gemerkt 
ieder toon zich allerweegen laat voortbren- 
gen; maar wanneer men eene fnaar of 

eene 



Muziekaale Onderwerpen. aoi 

eene pyp* allengskens hooger of laager 
ftett, dan moeiten 'er ook, in ieder oo- 
genblik, andere zoorten van luchtdeelen 
aan de gang zyn; daar 't evenwel, naar 
myn gedachten, bevatielyker is, dat de- 
zelfde kleenfte luchtdeelen flechts op een 
andere vvyze worden aangedaan, en dat 
ieder van hun, alzoo wel tot de overvoe- 
ring van ieder toon, als ieder lichtftraal 
tot die van elk kouleur kan dienen. 

Laage toonen zyn een uitwerkzel van 'c 
minder en hooge toonen van 't meerder 
getal van trillingen, door toon verwekken- 
de lichaamen, geduurende zeker tyditip, 
in de lucht veroorzaakt en tot onze bevat- 
ting overgebragt. — fna^ren leggen in een 
gegeeven tyd des te minder trillingen af, 
naar dat zyn langer, dikker en flapper, 
en des te meerder naar dat zy korter, dun- 
ner en ftyver gefpannen zyn; door dien 
zy in 't eer/Ie geval langzaamer, maar in 
't tweede zich fneller verroeren; 't welk 
men op alle overige toonverwekkende lic- 
haamen, naar evenredigheid veilig mag 
toepasfen. — vermks van de beweegende 
oorzaaken niets tot ons koomt, en alle 
trillingen , die wy gewaar worden , tril- 
lende luchtdeelen zyn, zoo moeten wy 
voornaam letten op 't geene, wat in de 
lpcht en in ons voorvalt; By luchtgolven, 

N s die 



fica Redeneering over Nuttige. 

die binnen een zeker tydftip, een minder 
getal van trillingen in zich bevatten, ont- 
vangen onze ooren langzaamer, minderen 
min aan een hangende ftooten, doch by 
een meerder getal, fneller , meer en ras- 
fer op malkander volgende, hun beurte- 
lings ontwykende en van nieuws weder 
aanvallende ftooten. — voelen wy ons 
oorvlies, geduurende zeker tydftip, door 
minder ftooten, dan in een voorgaande 
aangedaan, zoo noemen wy de toonen 
laag, maar bemerken wy meerder ftooten 
dan noemen wy dezelve hoog; en naar 
maate dat wy zulk een getal, in betrek- 
king tot anderen kleender of grooter be- 
merken , noemen wyze ook laager of hoo- 
ger: daarom zeggen eenige hedendaagfche 
Philofophen, ten bewyze dat onze ziel 
veele dingen, waar van zy geen bewuft- 
heid heeft , kan werkftelli^ nmken: de 
ziel telt geduurig, als wy Muziek boor en , 
zonder te weet en , dat zy telt , ziet kruger 
zielenleer e , pag: 114. — de vraa^ is: Raad 
de ziel het ftipte getal der trillingen van 
ieder toon? doch dit zal men niet dur- 
ven beweeren, want dan was ons begrip 
duidelyk, by aldien wy de kenmerken 
van onderfcheiding aan anderen konden 
beduiden* — wat zal ons dan 't tellen 
baaten, als wy daar mede niet verder kao- 

men 



Muziékaale Onlsrwcrpen. 303 

men? Het is dankens-w;::: rd, dat grond 
geleerde mannen de Muziek- kunde ver- 
klaaren voor ongein en diemtig tot ophel- 
dering van den aarc der ièftige naamheid van 
allen dingen! er pa*. 11$ 120. — 

om ttiyne fciele intusifchen niec te veel 
wonc chc toe te eigenen, zoo beken 

ik openhartig; dat ik my, by hooger en 
Idagfer toonen, noch nooit heb opgehou- 
den met tellen, maar dat ik die evenwel, 
zo Tier ooit te misfen, klaar bemerke; 
eveneens gelyk ik by een concert, een ta- 
me'yken afftand van de Muzïekanten, 
aar Is onfeilbaar weet, in wat grond- 
toon men begint, vervolgt en eindigt, 
zonder dat ik ooic iemand zoude kunnen 
beduiden, door wat kenmerk ik, by voor* 
beeld, E. mol over de groote, van E. 
over de groote derde en van alle overne 
gebruikelyke grondtoonen , onderfcheide. 
kortelyk, wy hebben van laager en hoo- 
ger toonen een. klaar, maar geen duidelyk 
begrip — 

Muziekaaïe Inftrumenten ftellen, bete- 
kent te wege brengen, dat harmonie ize 
fpeehuigen, neem eens klavecimbels, ten 
aanzien van ieder klanktrap, in zekere 
tydftippen een bepaald getal van trillingen 
leveren. — Toonen die te laag zyn, heb- 
ben te weinig trillingen, en die te hoog 

zyn, 



S04 Redentering over Nuttige. 

zyn, hebben te veel, in beide gevallen 
noemen wy ze ontfteld; maar hun ge^al 
is bepaald, by aldien 'er gten een ir,erkfc- 
lyke trilling te min noch te veel is , en 
wie zulks befchikt, die ftelt ze in het ver- 
eifchte accoord. — Het gefcherpt Muzie- 
kaal gehoor, doet hier 't werk, en dit 
vermoogen laat zich door 't behandelen 
van geltreeken fnaartuigen, Ja zelfs door 
middel van twee eenf «aarige werktuigen , 
een Monochordum en fonometre , krachtig 
op fcherpen: doch een klavierift van den 
aart der geftreeken fnaartuigen garfch on- 
kundig, is voor 't fyne der Muzjekaale 
Theorie niet ter deeg vatbaar. — 

Gelyk nu in de Natuur, volgens alle 
waarfchynelykheid , ontelbaare beweegin- 
gen voorvallen, welker uitwerksels, we- 
gens gebrek van overeenkom!!; met onze 
gefteldheid, wy niet bemerken: zoo kun- 
nen 'er ook veele toonverwekkende be- 
weegingen moogelyk zyn, die wegens al 
te langzaame of al te fchielyke trillingen , 
ganfch geene werking hebben op onze oo- 
ren, maar tot een geheel ander oogmerk 
moeten ftrekken; overzulks hebben wy't 
Muziekaal geluid aantemerken als een 
linie, die juiflt niet oneindig is doch alwaar 
wy van weder/yden geen einde kunnen ont- 
dekken. vifoMüzkr , Muf: bibli: Urn i. 

pars. 3. 



Muziekaale Ondertoerpen. *öf 

pars. 2.pag: 63. — In Orgelen, alwaar (tem- 
men van 32 en van 1. voet toonmaat 
zyn, ontmoet men negen octaven , ruim- 
ten van verfchillende hoogte, als: 

1. van 3x. tot 16. voet, 

2. t 16. * 8. ■**»! 
3* * 8 s 4- ~ 9 

4. * 4. * ^. — * 

5. è z. * 1. — , in de eenvoetige 



6. z C. # C. 

7. * C. * c, 

8. * c, • c v 



flem 



— * 

— * 

9. * c. * §. —- , en dit is alle» 
wat 't gefcherpfte menfchelyk gehoor kan 
ondertcheiden. uit de Memorie de V acade» 
wie Royale pag: 408. gedrukt 1713. blykt, 
dat iemand de moeite heeft genoomen, 
om de trillingen van ieder klanktrap, tot 
15*. octaven toe, op het papier te ftellen 
men kan noch wel l<. O&aven daar by voe- 
gen , maar waartoe zal 't dienen? genoeg als 
wy, ten aanzien van de voornoemde 9 octa- 
ven , 9. maal in meetkundige progreffie aldus 
voorttellen 1 -x, 1 — 4, 1.-8, 1 —16, 1 — 
31; 1 — 64, 1 -- 128, 1 — 256, 1 — 5 iz 9 
en zoo de laagfte als hoogde toonen noch 
onderfcheidentlyk verneemen, dat wy dan 
toonen onderfcheiden , die als 1. tegen 512. 
ftaan Een wonderbaar vermogen, denmen- 
iche verleend, word by 't onderfcheiden 

van 



%oS Redeneering over Nuttige. 

van zulke fubtile dingen blykbaar: doch 
by betoonde wap.rheeden blyven geene re- 
denen van cwyffekng over. — 

1 De bevatteiyke toonen in laage, mid- 
delbaare en hooge verdeelende , kan men 
iich, by den ruimen voorraad der in ge- 
reedheid zynde toonen nader uitdrukken; 
fchoon het van zelfs volgt , dat de woor- 
den laag, en hoog, alzoo wel als die van 
flerk en zwak, groot en kleen, zwaar eri 
ligt enz: niet volftrekt, maar flechcs, op- 
zichtelyk, of in ver<elyking met anderen, 
zyn aantemerken: wie, by voorbeeld, 't 
geluid van kleene fluiten meed gewoon is, 
die rekent dat van een Altviool reets voor 
laag, fchoon fi zelve aan iemand, die 
flechts Bas inftrumenten behandeld, als 
hoog voorkoomt. — 

Alles wat veroorzaakt, dat de luchtdee- 
len, in zeker tyditip, meer of fneller tril- 
lingen voortbrengen , dient tot verhooging, 
en wat minder of langzaamer trillingen in 
hun verwekt, tot verlaaging van toonen. « 

Hoe meer men het gedeelte eener fnaar, 
*t welk trillingen kan aanneemen , door 
afperking verkort , des te kleener boog be- 
fchreid zy, des te eerder herfteld zy zich 
en hervat de beweegïng, zoo lang zy daar 
toe kracht overig heeft; des te fneller be- 
weegt zy zich , des te meer trillingen ver- 
wekt 



Muziekaak Onderwerpen. 207 

wekt zy, geduurende zeker een tydftip in 
de lucht , des te meer trillingen brengt de 
lucht tot onze ooren en begrippen over 
gevolgelyk des te hooger toon; gelyk 't 
tegendeel van dit alles, de reden aanwyft 
van desfelfs meerder laagte, — en wan- 
neer by een harmonieus orgelfpel, gelyk 
men zegt , de wind uitgaat, dan gaan al- 
le toonen eersflags naar de kelder, we- 
gens de flaauwer beweeging by den laat- 
iten ademtocht; ten anderen hoe langer 
en wyder eene pyp is, des te meer toon- 
verwekkende ftoffe vervangt zy, des te 
verder weg heeft de binnenlucht afteleg. 
gen, des te meer tegenftand ontmoet zy, 
des te langzaamer beweeg- zy zich , be- 
houdens dezelfde kracht van inblaazing, 
des te minder trillingen veroorzaakt zy in 
een gegeven tyd, by gevolg is de toon 
des te iaager, en in een tegengefMd ge- 
val des te hooger — word eene pyp ge- 
dekt of boven toegemaakt, dan volbrengt 
zy in een zelfden tyd maar half zoo v.?el 
trillingen: aangezien de binnenlucht boven 
geen uitgang vindende, te rug keeren en 
een weg van dubbelde lengte moet afleg- 
gen, het welk van dezelfde uitwerking is, 
als of zulke pypen eens zoo lang waar n, 
fchoon de vaardige aenfpraak nu eeni*zins 
word belemmerd. ■■ voorts in klokken 

ge- 



5c8 Redeneering over Nuttige* 

gefchieden de trillingen volgens geheele 
andere wetten, dan in fhaaren, vermits 
de ronde gedaante hier groote verfchei- 
dendheid veroorzaakt , gelyk men zulks 
klaar bemerkt aan opgehangen klompen 
van dezelfde ftoffe en zwaarte: haar meer- 
der wydte flaat -gelyk met de meerder 
dikte, haar meerder dikte eveneens als van 
ftaaven en glaazen, met de feller fpanning 
van fhaaren, Maakt men klokken en ftaa- 
ven dunder« dan worden de toonen laa- 
ger, hoewel zy teffens iets van hunne 
kracht en eigenfchap verliezen, maakt 
men dezelve korter, zy worden hooger, 
om dat in 't eerfte geval , deelen die we- 
gens minder fpanning , grooter bocht ont- 
vangen, langzaamer, en in 't tweede ge- 
val, minder deelen, eveneens gefpannen, 
fchielyker beweegen, ins^elyks onder gla- 
zen , van eenerlei ftoffe en maakzel, leve- 
ren de dikte, hooger toonen, die naar 
maate men daar in meer en zwaare voch- 
ten giet , laager worden , door dien de 
deelen, hoe minder zy zich kunnen uit- 
zetten, des te langzaamer in beweeging 
worden gefield. — in fluiten en zoortge- 
lyke blaaftuigen, zyn de toonen afhanke- 
lyk, eerftelyk, van meerder of minder 
ftopping der gaaten, als waar door de weg 
welke de binnenlucht heeft afteleggen* 

by 



Muziekaaïi Onderwerpen. 20$ 

by manier van ruin of meer afgeperkte 
fnaaren, verfcneidendlyk word verengd 
of verkort; ten anderen, van meerder in- 
gebiaa/.en kracht, die uit hoofde van fnel- 
Ier bewèeging, hoogei 1 toonen veroor- 
zaakt. Dewyl nu de binnenlucht langs de 
vlakte moet voortlonpen, zoo koomc 't 
by dusdanige blaaftuigefn voornaam aan op 
de lengte, invoegen de wydte, by wyze 
van dikker (naaren* byzonderlyk dient tot 
bevordering van meerder fierkre, fchooa 
zy 't gebrek van lengte eenigzins kan 
vergoeden; hoewel 'er ook telkens zekere 
evenredigheid van de wydce tesens de 
lengte word yereifcht, vide Mitzler , ubi 
fupra, torn: 1. pars j. pag: 84« — & pars 
6' m pag: 5. — en by voiflagen gebrek van 
deeze evenredigheid* een blaaftuig ganfeh 
geen geluid meer levert. — verder by 
Blaatuigen die men, gelyk Trompetten en 
walthoorens, alleenlyk door den adem re- 
geert, worden toonen vereifcht* die de 
b'aazer als daar in zingt, mits dat hy zich 
bepaalt by zulke, voor dewelke zyn In- 
flrument vatbaar is; die toonen worden 
als dan wonderbaar verfterkr , 't getal der 
trillingen, in de naafte deelen van de 
lucht cylinder veroorzaakt, gaat terf-nnd 
over tot de ranfte, en dus word Je toon- 
ver wekkende be «reeging langs de binnen- 

O vlakte 



2io Re deneer ing ever Nuttige. 

vlakte voortgedreeven; tot hoe langer 
grondtoon een nieuwmodiich walJhooreii 
zal dienen , des te langer of wyder moet 
\ zetftuk weezen. — 

De verfchillende trappen van de veer- 
kracht der zichtbaare toon verwekken de 
lichaamen en die der lucht, baaren groote 
veranderingen m de laagte en hoogte der 
toonen; nadien de veerkracht alleen, ze- 
kere lichaamen bekwaam maakt tot de ver- 
wekking van toonen, zoo is 'eganfeh ge 
wonder, dat zy by verfchillende veer- 
kracht, verfchillende toonen leveren; de 
ondervinding leerd, dat de veerkracht der 
lucht, door den dampkring en . andere 
doorvloeyende fyne fïoffen, grooi 
kan worden vermeerderd en verminderd; 
dat die van de zichtbaare toonverwekken- 
de lichaamen, fchoon onveranderd bly- 
vende in de luchtpomp, ten klaaren be- 
wyze, dat zy van die der lucht niet af- 
hangt, echter doorgaans af en toeneemt in 
evenredigheid met de veerkracht der lucht, 
welker aandoening en perfing zy moeten 
ondergaan; dat de digiheid der lucht en 
haare veerkracht, altoos in gelyke reden 
liaan, dat de gemelde werktuigen, groo- 
ter veerkracht hebben in de koude, ver* 
mits hunne deelen als dan vader famenge- 
dvongen, de pooren beter geflooten en van 

vreem- 



I 

Muzitkatle Ondewerpen. au 

vreemde ftofffefl meer bevryd zyn: kort, 
dat die veerkracht m 't geneen grooter is 

by di^te, koude en drooge, en anders 
kleendei by dunne, wanne en vochtige 
lucht. — Deeze ftoffe vereifcht in der 
daad langduui n ©eerftige proefneernin- 
gen; di ; ïs, naaüwkeurige Manos 

tenno en hygrometers: want de Barome- 
ter, de zwaarte der lucht aanwyzende, is 
hier van geen zonderlingen dienft, ver- 
mits heete en Koude Jucht ook gelyke 
zwaarte hebben kan, de eerde door de 
tioenigte.van toevloeyencje dampen, en de 
tweede door de eigenaardige ftoffo, min- 
der ruimte beilaande, waar uit dan alleen 
vo'gt, dat blaas en windtuigèn in 't eerde 
gevaj minder, maar in 't tweede meer 
Linkbaare materie inhouden. — - 

Voorbeelden van eenerhande werkin- 
gen , uit tegengeftelde oorzaaken ont~ 
ftaande, beipeuren wy iasgelyks aan 't 
fpringen dor fnnaren, welker deeien, 
voor al die dar darmfnaaien, de droogte 
ontbind en de voch;ighdd doet krimpen: 
wordende dus in 't eerfte geval, als af ge- 
tornd, maar in 't tweede, feller dan zy 
kunnen veelen uitgerekt, — indien de 
fnaaren haare veerkracht ter deeg te werk 
zullen (lellen, ' dan moeren ze zoo ftyf 
worden gefpannen als zy zulks eeni^zins 

O 2 kun- 



2,i2 Re deneer ing over Nuttig. 

' kunnen dulden; gelyk zynu deels door ds 
fpannlng, deels door de beweegende 
macht, Groote wisfelvaüigheden in haare 
pooien moeten ondergaan $ zoo volgt van 
zelve, dat men, inzonderheid by de mid- 
delbaare toonen, op klavecimbels, vry 
wat (naaren kan fpaaren, indien men by 
felle fpanning niet teffens gcduurig aan- 
flaat, maar haar alvoorens een weinigje 
ruft günd en alleen op eene manier doet 
lyden. 

De toonen van fnaartuigen zyn by kou- 
der lucht hooger, en by warmer lucht 
laager; zoo de fnaaren, als de klankbo- 
dems, hebben in kouder lucht grooter 
veerkracht; dus brengenze in zeker een 
tydftip, meer trillingen voort, gevolgelyk 
hooger toonen , eveneens als of de fnearen 
feller gefpannen waaren; in tegendeel, 
hoewarmer een Muziekkamer word, des 
te meer vermindert de veerkracht der 
klïnkbaare lichaamen, het welk veroor- 
zaakt, dat de fnaaren, als minder uitge- 
rekt, langzaamer beweegejn , en dus laager 
toonen verwekken. 

De toonen van blaaftuigen en van 't 
pypwerk in orgels (aldus genaamd ter on- 
derfcheiding van de roer of tongwerken) 
zyn by kouder lucht laager, en by war- 
mer lucht hooger; kouder lucht digter of 

vafter 



Bïuziekaalt Onderwerpen» 2*3 

vafier faamen gehoopt zynde, zoo ont- 
moet de inblaazende kracht als dan meer 
tegenftant, dus baart de langzaamer be- 
woogen binnenlucht laager toonen; daar 
integendeel dunner lucht, eveneens ais 
een dunne fnaar, zulk een tegenftant niet 
kunnende bieden, maar gemakkelyker en 
fneller bewoogen wordende, in gelyke 
tyden meer trillingen veroorzaakt, dien- 
volgens hoog er toonen. — Dit gaat zoo 
verre, dat volgens uitreekeningen van 
wiskunftenaan, opgemaakt naar den laag- 
iten en hoogden (land van den Mercurius 
m Baro en Termometers, de fluit en vuU 
ftemmen der. orgels, mee een woord 't 
pypwerk, in 't koudfte weer een gebeelen 
toon laager zal liaan, dan in de heetfte 
lucht* vide Euler 9 tentamen? cap\ 1. 38. 
altans wie van twee gelykeoonige blaafcui- 
gen 't een, een wyle tyds in koude, e:i 
't ander in warme lucht fielt, die zal met 
der haaf!: eenig verfjhil kunnen bemerken , 
en de ondervinding teert, dat de toonen 
van fluiten, na dat men eenigen tyd 'er 
op geblaazen heeft, gelyk ook die van py- 
pen, door warme handen aangeraakt, ter- 
llond hooger worden, zekeriyk om dat de 
binnenlucht dan verdund word, en dun- 
ner lucht fneller beweegt. Daar en tègea 
zyn de toonen van tongwerken in orgelen, 

O 3 üa- 



214 Redcnemng over Nuttige. 

namelyk , van Trompetten , Bazuinen , 
voxhumana enz: eveneens als die van 
friaanuigen, by kouder lucht hooger, en 
by wanner lucht laager; hier word de 
lacht niet in beweegmg geiteld door zoort- 
geïyke deelen, maar door middel van een 
koperplaatje, 't tongetje genaamd: dus 
koomt 't hier niet aan op de lucht > maar 
op ce hoedanigheid dier tongetjes, dewel- 
ke harder en veerachtiger zynde dan de 
lucht, haaren tegenftsnd gemakkelyk. b ree- 
ken ei) overwinnen kunnen; gelyk de on- 
dervinding zelfs de grof-foids leert, dat 
warm metaal iets langer is dan koud , een 
zienje krimpen, en in de warmte zich een 
weirrigje verder uitzetten; in 't eerde 
val* iets korter zynde en feller peisiende, 
is de uitwerking dezelfde, als of men de 
.koperdraad, door welke zy worden be- 
ftierd, iets om laag had geflaagén, dus 
vcroorzaaken zy, wegens grooter veer- 
kracht en fneller beweeging, hooger too- 
iden, en zulks te meer, naar maate dat 
de lucht kouder is; terwyl zy in 't tweede 
geval, iets langer en flapper gefpannen 
zynde, langzaamer beweegen, gevolge- 
Jyk, mar maate van meerder warmte, 
laager toonen verwekken. — ook is hier 
de. minde verandering, alzoo wel als in 
Concerten , alwaar fnaar en blaaftuigen by 

elkan- 



Muziekaah Onderwerpen* 215 

eikanderen zyn, des te merkelyker, we- 
qs den tegengeflelden loop, welken pyp 
en tongwerken houden; ftemmen nu dec« 
ze mecgeene, die door toedoen der lucht, 
nooit anders, dan volgens meetkundige 
proportie, buiten den toon raaken, te 
hoog, zoo Haat men de koperdraat iets 
om hoog, als wanneer 't tongetje langer 
wordende, Jangzaamer begint te bewee- 
gen, maar {temmen ze te laag, dan (laat 
men die draad zoo verre om laag, tot 'c 
tongetje, tans verkort, fneller beweegen- 
de, 't getal van trillingen, tot den begeer- 
den toon vereiichc, naauwkeurig ople- 
vert. — r-- 

De fterkte der toonen is een uitwerkzel 
van de grooter kracht, waar mede ieders 
eerfte luchtgolven worden gevormt; een 
zelfde portie van lucht is buiten twyffel 
tot 't overneemen van een meerder en van 
een minder getal trillingen in een zelfden 
tyd, op zich zelve aangemerkt, even be- 
kwaam, en dus voor 't verwekken van 
hooge en laage toonen even vatbaar, ook 
neemt zy alle indrukken zodanig over, als 
de toonverwekkende lichaaraen die op- 
geeven, maar de veerkracht dier lichaa- 
menen de beweegende macht, grootclyks 
verfchilJend zynde, zoo worden ook de 
lucht -deelen met zeer verfchillende kracht 

O 4 aan 



«2i 6 Redeneering over Nuttige. 

aan de gang gebragt: ieder portie lucht 
last zich, behoudens 't zelfde getal trillin- 
gen, met zeer verfchillencte nadruk pers- 
fen en voortftoocen; dubbeide kracht 
werkt niet op een dubbelde portie van 
lucht, maar perft dezelfde mas'a eens zoo 
hevig; deeze kan zich eens zoo fel uitzet- 
ten, en houd evenwel noch des te meer 
kracht overig tot de voortteeling van meer 
golven — In nabyheid rnet 't tQonver- 
wekkend lichaam worden onze sehoonui- 
gen tans heviger aangedaan, hoewel de 
toonen, in een 'matigen afitand onder- 
fcheidendlyker tot de bevatting ko.omen. — 
wanneer wy nu bemerken, dat onze oo- 
ren, door gelykmaatige trillingen, leven- 
diger dan anders worden getroffen, en wy 
zelfs in een verren afftand Van 't middel- 
punt, dusdanige trillingen gewaar worden, 
zoo noemen wy de toonen fter'k^ wanreer 
zy noch levendige indrukken verfchaffen , 
noch verre kunnen reiken, zwak; 'en naat 
mate dat zulke {indrukken levendiger of 
flaauwer zyn, en de uitwerkzelen meer óf 
min verre zich kunnen verfpreiden, zwak- 
ker of fterker. — fterke toonen, die in een 
verren afftand tot 't gehoor koomen, 
noemt men alzoo te recht uitwerkzelen 
van een grqoter menigte bewoogen lucht- 
deelen; en 't fpreekt van zelve, dat de 

fterk- 



Muziek aak OtuUrwttpetu tij 

fterkte eens zelfden toons, by fcherper 
Natuurlyk gehoor en don or m af* 

ilnnd , krachtig kan ve*fchillen. — In 't 
gemeen volgc cok, dat onder twee of 
meer toonen van ganfeh ver :^de 

iïerkte. welke ter zeJve tyd om oorvlies 
aardoen, zulk een, die cen fterkften in- 
druk verwekt, in 't bvzonj.cr en voor zoo 
verre hy 't gei uid van anderen geh:ci ver- 
dooft, alleen in aanmt-rking koonn.— op 
dezen grond beruft^n de vulftemmen ia 
orgels; by voorbeeld, een^ftsquialt levert 
op de toets van C; G, t; op E, B, 5 
krui-; op G> H5. ^; dienvolgens op C. 
E. G. teffens B. d g kruis B. by gebrek 
van ervarenheid, zoude men durven wed- 
den, dat daar uit nooit geen verdraaglyk 
geluid konde ontftaan. — Hoe flerker nu 
zekere toonen zyn, des te meer kracht toe 
verdooving van anderen vervangen zy en in 
hoe verder aflland men die hoort, des te 
meer zy by't middel punt, doorgaans reets 
verzwakt: aangezien de luchtgolven des te 
minder kiacht overig hebben, naar dat zy 
reets meer golven hebben voortgeteclt. — 
Dat nu de fterkte en de hoogte der toonen 
geenzins van eikanderen afhangen, maar 
dat de toonen ahoo wel fterk en laag, als 
fterk en hoog, alzoo wel zwak en laag, als 
£wak en hoog kum en weezen, zulks be- 

O 5 wy- 



siS Redeneering *ver Nuttigs. 

wyzen. de orgelftemmen, en ten aanzien 
van geftreeken fnaartuigen, kan de fterkte 
van een zelfde toon* volgens zommigen, 
voycz, ï Hifloire de f academie Royale 1700. 
pag: 175. in 72. trappen verfchillen, ech- 
ter blyft hy , behoudens de zelfde groot- 
heid, uit hoofde van de veerkracht der 
lucht, altoos dezelfde toon; Ja, de on- 
dervinding leert, dat een hevige voor of 
tegen wind, de toonen iets verhaafien, 
verder verfpreiden, of vertraagen, doch 
aangaande de laagte en hoogte, niets daar 
aan veranderen kan. 

Alles wat tot feller persfing van eerfte 
luehtgolven, en dus tot voortteeling van 
meer golven, mede werkt, dient tot be- 
vordering van meerder fterkte der toonen; 
hier toe behooren in der daad: 

1. De gemelde vulflemmen in orgels, 
vermits ftrydige geluiden, door anderen 
volkoomen overftemt, feller doorzetten; 
hoewel daar mede , voor gefcherpte ooren, 
altyd noch eenig gieren verzeld gaat, het 
welk verwarde begrippen verwekt: tot wat 
.einde hier verfcheide fterke regifters ter 
ze!\fe tyd gebruikt, en de koppelingen van 
de klavieren zullen verftrekken, zulks is 
een iegelyk genoeg bekent. — verders 
koomen in aanmerking; 

2, Het veerachtig hout der klankbodems 

toe 



Muziekaale Onderwerpen. xi9 

tot fnaartuigen; 'c welk klinkbaar weezen 
cm echter op zich zelf nocli geen eig 1 
toon hebben moet; weshulven glas , koper 
en andere veerachoge itoffen hier geenzins 
van dïexiit kunnen weezen; 

3* v Hunne holligheeden en openinge ; 

4. De meerdei dikte van fnaaren; hoe- 
wel 't ten aanzien van de geiykmaan^e 
flerkce aller toonen eens zelfien tnaarcuig, 
ook inzonderheid aankomt op de gelyk 
aaidigheid vau 't houu, 't vvtlkop zommi- 
ge plaatzen dunder zynHe dan diers, al- 
daar zekerlyk minder to mitraalen doet 
afltuiren; gelyk by voorbeeld meni^Ciavi- 
cimbel gelykmaatig fterke toonen levert in 
de Discant en in de Bis, ma ir niet in de 
Tenor of in de gdircepen o&aaf; een ge- 
brek, 't welk door dikker (naaren eenig- 
zins geho^en, hoewel niet volkoomen 
weggenoomen wordt; — 

5. Zeker lak of gom, op de klankbo- 
dems van inaartui^ n door ftrykftokke.i 
geregeert: verftrekkende tot zoodanige 
fluiting der pooren, die de iuchtdeelen 
feller te ru^kaatfl:, zonder nochtans hin- 
derlyk te vallen aan de beweegh^; — 

6. De zuiverheid der eenftera -nige en 
gelykluidende toonen van eei delfde zagt- 
luidend Inftrum m: by voof beeld, een 
Clavicordiutn ofClavicimbsl, wiens fr.aa- 

ren 



£20 Redeneering ever Nuttigt. 

ren behoorlyk in 't accoord Haan , zal be- 
ter doordringen, dan een ontfteld, om 
dat de luchtgclven in 't eerfte geval, el* 
kandertn veriterken, maar anders malkan- 
ders loop lïremmen ; by na even eens als 
ongelykflachtige toon verwekkende lichaa- 
men ,* Doch iets adders is *t in orgelen met 
de zoogenaamde unda maris alwaar men op 
ieder toets van een prsltant van 8. voet, 
ten minden in de Discant, twee pypen 
plaatfl, die opzet telyk niet zuiver gefteld 
zynde, klesire, en zoo veel doenlykis, 
gelykmaatige zweeving hebben moeten, 
ten einde de Barren der zee aftefchetzen ; 

7. De harde veerachtige ftoffe der Blaas- 
tuigen, als welke door feller persöng te 
veroorzaaken , de buitenlucht des te ge- 
weldiger \n bewepging fielt; 

8. De meeder wydte van Blaas en wind- 
tuigen, mits in behoorlyke evenredigheid 
flaande tegens de lengten ; 

9. De beweegende machten: neem eens, 
de kopere tangenten op Gavicördiën» de 
rave pennen, in behoorlyke breedte, op 
Clavicimbels en fpinetten, de verfchilien- 
de klepels tot klokken en flaaven, ftevig- 
fyn en ruuw gewreeven paardehair op 
ftrykftokken , de kracht van den beftier- 
der, enz: 

io. De wyze van beweeging, dat men 

na- 



Muziek aalt Önderwerptrt* *2t 

aamelyk een Jnftrument behoorlyk aantaft, 
alle toonen 'er ter deeg uithaald, en 't 
zelve echter niet al te fel beroert, ver- 
mits de toonen in zulfc een geval niet al- 
leen minder zuiverheid verkrygen, maar 
ook eerder verdvvynen , om dat de volgen- 
de trillingen langzaamer worden, 

II- De fkndplaatzen , naar dat dezelve 
kot de verzaameling en bewaaring der 
luchtgob r en bequaamer, en van weeke 
lichaamen, die 't geluid als verflinden, 
meer bevryd zyn: weshalven dan een zelf- 
de Muziek Inftrument in de vrye lucht, 
op 't water en in deeze of geene vertrek* 
ken, zeer ongelyke werking doet. 

is* De verfterking, die de luchtgolven, 
onder wege* van harde nabuurige lichaa*. 
men ontvangen, — zyn 'er eenigen om- 
trent, die unifoons of oétaven- wyze kun- 
nen mede klinken, dan praatenze onge* 
vraagt mede, wanneer zulke trillingen, 
als tot hunne Geboorte worden vereifcht , 
hun van ter zyde aanvallen: zoo draa men, 
by voorbeeld, boven een fraai, wel be- 
fnaard Clavicembel, in de ftiptelyk ver- 
«ifchte hoogte, roept, zingt offpeeld A, 
zal de fnaar A daadelyk geluid geeven; 
fnaaren van luiten , aan de wand hangen- 
de, koomen ter aanfpraak, zoo draa men 
hatre toonen treft; in een kamer, alwaar 

ver- 



1 2 2 R edeneer hg o ver Nu *ttge* 

verfchei^e evéneei s geitelde vioolen han- 
gen, zullen dj losfte (naaren eenec viool 
daar men op (Irykr, vee] iterkei* luiden 
dan elders: ja, oicri kan glaze , inzon- 
derheid wyde eri grove, die veel lucht 
vervangen, en uit ongelykflagtige de- k-n 
begaan, do r fchreeuweft , Waaien en 
fpe s vide Morhof, dis- 

jert de/ryvbo vitreo voce hu nana fra&a. 
kiel 163 te weeteri, de fopte toon van 
zvA ■ glas, in nabyheid, op eene vio- 
lonc-l, eentje maaien 1 eeven 7yn- 

de. begini; 't glas als te zingt n , hoe dik— 
\ Is men dien toon langzaam, op de 
maat, ook herhaalt, \ zingt mede, tot 
rnen een ^anich tbr ie ftreek , vlak tegen 
de maat doet, dan knikt 't, om dat e 
ceel jes in hunne werking, met vereende 
chren in en buitewaards te eaan, wor- 
mt. — en mislchien is porcelain, 
ftuk voor (luk fchuins op losfj plankjes liaan- 
de, in die gevallen, mede aan gevaar onder- 
bev zelfs anoere harde lichaamen , voor 

gelykniaatjgè trillingen niet vatbaar, kun* 
r.en re wege brengen, dat de Juchtgolven 
met veel grooter kiacht hunnen weg ver- 
vol, beflooten plcntzen te rug 
W] ken: daarom bediende men zich te Athe- 
ner , op 't vermaard Bachus- tooneel van 
28. mecaale vaaten of tonnen , t naaft 

muur 



Muziekaale Onderwerpen. i 

muur op dunne yzere (tangen ruftende, 
voyez Guilktiere, Atbems ancienne et nou* 
veile pap 3x8. en by de Romeinen, van 
rondom gehangen fchiiden, door welke 
de (temmen der Akteurs ongelooflyk wier- 
den vertlerkc. llehalven dusdanige ge- 
brooken toonen, koomen mede in aan- 
merking de te rug gekaatfte door verder 
afgelegene harde lichaamen veroorzaakt, 
iets, waar van men in de Natuur- ku. 
ge verhandelingen doorgaans uitvoerig be- 
richt ontmoet. — 

e verfchillende veerkracht der lucht 
baart insgelyks groote verandering in de 
fterkte der toonen; zy veroorzaakt dat 
de toonen zorawylen als te zoek raaken, 
verflonden en in de Geboorte gefmoord 
worden, maar ook op andere tyden, ons 
als onder de hand aanwasfen, invoegen 
de zangfleramen en fpeekuigen zich zal- 
ven fchynen te overtreffen; in p : eerde 
geval noemen wy de toonen dompig, of 
dof, in 'c tweede doordringende , of hel- 
der, 't is gemakkelyk te begrypen , dat de 
eerfle luchtgolven met grooter kracht 
worden ge vormt en hunne werking onge- 
lyk verder verfpreiden , wanneer de lucht- 
deelen vafter famen gedrongen en van 
mirt, nevel of andere dampen meer be- 
vrydzyn; zy gaan zelfs verder by rmcht, 

dan 



&^4 Redeneering óver Nuttigs. 

dan over dag; niet, om dat de breeking 
der %onmfb aaien hinderlyk vak aan de 
voortplanting van 't geluid, maar dewyl 
de lucht gemeen! yk digter, kouder en 
drooger is by n^cht* Dit zal vermoedelyk 
dt; oorzaak weezen, waarom men op een« 
zaatrve plaateen, wegens haar Echo ver- 
maard, meer Echo's hoort by nacht, can 
over öag. vide Kircherus Fkonurgia lik r, 
wyders, door dien de dunne min veerach- 
tigè lucht, volgens geloof w^ard'g bericht, 
Ztet Derbams Natuur- kunde , pagt Ed 1728, 
veroorzaakt, ézt een piitooiibhoot, die 
in vaileyen een vervaarlyk geraas verwekt, 
op de toppen van hooge bergen zulk een 
flaauw geluid geeft* als of 'er Hechts een 
ftokje wierde gebrooken ; zoo moogen wy 
vrvelyk befluiten , dat onze Muziek Inflru- 
menten aldaar van geen dienft zouden 
weezen, maar dat de fynfte luchtdeelen 
( Aether ) ter overvoeiing van de licht- 
ftraalen beftemd, onze gehoortuigen niet 
genoegzaam kunnen aandoen. — 

Alle ruimte, langs welke bevattelyke 
toonen zich verfpreiden , moet van alle 
kanten bezet weezen met zoortgelyke 
luchigolven. — Dat ik het zag, zeidde de 
blinde ! immers geen beweegend lichaam 
kan tot een afgelegen plaats kommen, zon- 
der alle tusfehen leggende ruimten eerft 

door 



Muziekaak Onderwerpen 2?. 5 

door te loopen: waaneer wy dan , by voor- 
beeld, cle wal rond wandelen, teiwyl een 
fraai klokfpel midden ia de ftad, nee^n 
eens , in den afftand van een Qtiartier uur 
gaans zich hooren laat; dan zyn alle ruinir 
tens uisfchen *t toon verwekkend lichaaa 
en onze 'ooren, onder en booven, mee 
diergelyke luchrgolven vervult, zonder dat 
een 'er van ooit cene andere overdwarft. 
Wat een wonder 1 Wat geneugte! Wereld! 
hoe vermaakelyk! De Natuur kundoen 
weeteh ons tèfr verhaaleh , hoe verre 't ge- 
luid zich kan verfpreiden* vide Eufcr, 
tmtammi .Cap: £4. Dit" ziec enkelyk 
dsar op, wanneer by voorbeeld» van twee 
perfoonen, die volgens naauwkeurig egaal- 
gaande fecundewyzers, een affpraak heb- 
ben gehouden, de een aan den oever der 
Zee te fchevening een grof gefchut lolt, 
terwyl de andere op den toren van de 
groote Kerk in 's Hage de fecunde gade 
flaat, wanneer 't geluid tot zynë ooren 
koomt, en daar uit afneemt, hoe veel fecun- 
den 't zelve onderwege heeft doorgebragt; 
Doch al konde 't geluid van fchevening tot 
Utrecht reiken: zoo hebben deeze waarrnée- 
mingen echter geene betrekking tot de 
Toon- kunde, en ieder weet , dat 't geluid 
Iran een Clavicordium zich onmoogelyk 
even verre; als dat van een trompet kan 
verfpreiden. — 

P 



&2$ Redeneering over Nuttige. 

De fterke tocnen kan men verdeden fit 
volle en fchelle*, en de zwakke in dunne 
en zagte. — De volle of zwaare toonen 
verwekken levendiger, maar de fchelle 
icherper indrukzelen; de eerde vuiien 't 
oor ten eeriten > en de andere koomen 't 
zelve als kïttelende aanvallen, en worden 
aiiengskens bermonelyker: ïtder 2,oort 
vind zyne liefhebbers, gciyk de Blonde 
en Bruinetten. — In orgeluemmen leveren 
de wyde Menfuuren, of Cylinders, vol- 
ler, en de naauwe en fcheunfche pypen, 
fcheiler toonen; zelfs ieder Glavicimbel 
van twee en acht voet, levert voorbeel- 
den daar Tan; te meer als anderen 'er tus. 
fchen leggen: frwaren, die de kam irader: 
zvfl, een kleender boog befchryvenae , 
fpannen de Juchtgolven iets naauwer aan: 
dies luidt de voorfte acht voet fcheiler ; 
deachterfte voller.- Door dunne toonen ver- 
fiaa ik zulke, die wégensgebrek van mnsfaj, 
minder kracht hebben, en door zagre, 
die ilerker konden weezen, ten vvaare men 
zulks opzetteiyk verhinderde: -~ wie meer 
behaagen heeft in dunne als zwaare toonen, 
die gebruikt by de Clavicimbels kiaye in 
fléde van ravepennen; doch in her gemeen 
noemt men zagt, wit fterker klinken kon- 
de, gelyk by voorbeeld, een luit-re^is-^ 
^ter. — iterke en laage toonen kan men met 

een 



Muziektak Onderwerpen. 11.1 

een woord, Grove noemen; ftorke ei 
hooge, fyne; zwakke en laagfei ïlompe; 
zwakkeen hooge, tedere. — onxc gelteld? 
heid verflrekt ook in deezen toe een regefc 
maat: wyl al te hevige bewee^ingen, die 
'c oör-geweefzel eenigzins in gevaar van 
fcheuring ftellen, uic kracht van de on^ r e- 
noegelyke aandoening, teriloiia daar me ie 
verzeld gaande, ons noodwendig mi<h;>a. 
gen, en wy, wanneer 'c aankoomt op le- 
vendige en fcherpe indrukzeis, toonen die 
van genoegzaaine fterkte ontbloot zyn, 
weinig rekenen. — 

De duurzaamheid der toonen, ontffaat 
uit de aanhoudende persfing van 't druk- 
kend vermoogen ; zy vind derhalven geen 
plaats in vry bewoogen toonverwekkende 
lichaamen: naraelyk in Ckvicimbel en 
ftarpfhaaren , klok en ftaaffpellen enz: wel- 
ke toonen , die eerfl: gebooren worden , 
wanneer de drukkende m%t wykt, en on- 
ze ooren eerlang weder ontwyken , nr*n 
in tegenfteliing, afgebrookene, Vhigge of 
kortftondige kan noemen, mits dezelv2 
behoorlyk onderfcheidends van doffe, die 
uit ganfeh andere oorzaaken van korten 
duur zyn. — waar zulk eine duurzaam- 
heid moogelyk is, daar kan men ook de 
fterkte der toonen by trappen vermeen le- 
ren: dit is reets op orgels, by gekoppelde 

P a Cl*. 



22 3 Redeneer ing ever Nuttige. 

Cla vieren eenigzins doenlyk, hoewel men 
bekennen moet, dat de zangftemmen, de 
geftreeken fnaartuigen, en zelfs eerrige 
blaaftuigen hier in veel voor uit hebben 
boven de gewoone Clavieren. — - Dat nu 
allerhande zoorten vatl toonen, grove en 
fyne, (lompe en tedere, vatbaar zyn voor 
duurzaamheid, daar van kunnen de orgel- 
ftemmén insgelyks 't bevvys leveren.- — - 
Daurzaaine toonen verfchillen van andere 
eigentlyk zoogenaamde fterke, byzonder 
hier in , dat z,y lang achter een in gelyke 
flerkte gunnen worden bevat: de kracht 
der eerfte jluchtgolven blyft dezelfde, zoo 
lang het drukkend vermoogen haar als on- 
der bedwang houd, dus bJyven.zy ook be- 
kwaem tot de voortteeling van des te meer 
golven. — 

De zuiverheid der toonen fpruït voort, 
uit 'c ftipt getal der vereifchte trillingen, 
uit dê gelykaardigheid der dealen van 
tbonverwekkendè lichaamen, en uit de 
gladdigheid en droogte van hunne opper- 
vlakten; het eerde is een uitwerkzel van 
kun ft, Ja, een zoort van meetkunde, 
waar toe echter ongeletterden reets be- 
kwaem zyn; ten aanzien van dusdanige zui- 
verheid zegt men te recht: rein gefield , is 
half gejpeeld, ten ;tweeden , de toonen zyn 
Zuiver, wanneer hunne flipte hoogte, 

door 



Muziektal* Ondtrüerptn. 229 

door geene ftrydige of zoogenaamde by- 
tocncn, onzeker word gemaakt „ en andtr- 
zins vaifch. hier komt 't aan op iiiiieiiykc 
ocrzaakcn, van ons niet afhangende: het 
gaat hier eveneens met 't gehoor, als met 
andere iinnèn: etc mindere volmaaktheid 
derdeelen, bevordert zomwylen ei e meer- 
dere volmaaktheid van 't geheel , wat wy niet 
bemerken, dat quelt ons niet; haddea we 
zulk een fcherp gehoor, als haazen, dan 
zouden we buiten twyffel meer yalfehe 
toonen ontdekken, en misfchïen menig 
fnaar en flagiuig, 't welk ons nu ftfeelende 
voorkoomt, ongenoegeiyk vinden. — Ds 
vraag is alleenlyk, of de ftrydigheid be- 
dekt blyft, en eindelyk ovérheexfcht en 
verdooft wordende, ten aanzien van on- 
ze bevatting, verdwynr, als wanneer wy 
gewoon zyn, de toont 1 zuiver te noemen: 
gemerk '1 minft onvolmaakte voor volmaakt 
doorgaat. — ten derden, de toonen worden 
zuiver, uit hoofde van gladde en drooge 
oppervlakten, van welke de luchtdeelen 
als onbelemmerd affluiten en met zekere 
vaardigheid op V gehoor aanvallen; de on- 
dervinding leert, dat fpeelcuigen, mies in 
maatige droogte, als hun element, be- 
waard, door *t gebruik, of 't zoQgehgam- 
de uüfpeelen, niet alleen iv. fterkte aan- 
winnen, voor zoo veire de droogte hunne 

P 3 dëe- 



%t,o Reden tering mer Nuttige. 

d:elcn vafter famendringt, maar ook in 
zuiverheid: verkrygende lar;gs deezen weg 
iets, 't weiic de hand des makers hun niet 
yüllooinen konde byzetcen: vermoedelyk, 
om dat eenige onaelykilachtige deelen al- 
dus vereffent, de pooren tot den vereifch- 
ten doortogt der lucht bequaamer geniaaict 
ende uppervlakten m:er gcp)lyil worden ; 
J,v'j zy leert, dar ve/.eitjes van niet ter 
deeg afgeknipte Clavicimbel pennen, reets 
hinderlyk vallen aan den vryen loop der 
Juchtdeetefl; deeze zoort van onzuivere 
ïoonen, door uiterlyke oorzaaken ver- 
wekt; kan men, ter onderfcheiding van 
de beide voornoemde, ruwe of fehorre 
noemen: en in *t gemeen Haat 't vafl by 
keu'lyke liefhebbers, dat ontflelde, val- 
fche tn ruwe toonen, van zuivere, ver- 
febiUèq als kwelling van verluftiging des 
geelts. — 

De groote veerkracht der lucht, bevor- 
dert in?eelyks de meerdere duurzaamheid 
en zuiverheid der toonen; men kan 't des 
te langer uithouden by het zingen en blaa- 
zen , hoe meer reine lucht in plaats van 
staojpïge daar by word ingeademt; de fnaa- 
ren houden beter toon, dan m buyachtig 
woe r ; de fchroeven en trekkers van de 
Muiek'.a'e InhVumenten laaten zich ge- 
Hukkeiyker regeeren: doch overmaatige 

droog* 



Muzhkêak Onderwerpen. 23* 

droogte doet het hout krimpen, waar te- 
gen, ten aanzien van orgelregisters, ci;e 
zich niet ter deeg laaien floppen, en dus 
veroorzaaken, dat zpmmige toonen als on- 
gevraagt mede praaten, geen beter middel 
is, dan geduld, toe 'er wederom vochtig- 
heid in de lucht komc, als wanneer men, 
zulk gebrek aanftonds van zelve herfteid 
vind; hieruit volgc, dat de grooter veer- 
krachc der lucht, met matige droogte ver* 
z^li, het bekwaamst Saifoen is tot 'c genot 
van wonder aangenaam Muziekaal genoe- 
gen; en da e zy, welken de Muziek nooit 
anders genoe^lyk klinkt, dan by de kaars , 
van 't rechte fjach der liefhebbers noch 
niet zyn. — 

De zangftem is een wonder der Natuur ; 
De middeliyn der glottis kan in de zang 
oefFening, zelfs ten opzichte van de ruiin- 
fte menfchelyke keelen, geen linie, of 
twaalfde deel van een duim bedraagen; 
nochtans fpruit uit ? t kleen verfchil tus- 
ichei zulke middellynen> 't groot onder- 
fcheid van laage middelbaare en hoog e 
zangftemmen; wat meer is: men kan na- 
gaan, dat die kleine middeliyn zich ia de 
za ig oeffening op veifcheide duifend wy- 
zen moet verdeelen — De voor ere ffelyke 
Toon-kundi^3 Heer Dodart. Hifi: ie ï 
(icad: Roj: 1699. p* 'V x7 — 31. Mtmi 1699* 

P 4 Mf ï 



%%<i Reckneering over Nuttige.- 

pag\ 308.— 35-9. fte!d 'er, zonder ver- 
grooring, 961%. te weeren, in een oftaaf 
301. en dus in twéé octaven, die de meefta 
zangers kunnen bereiken , 601. toonen van 
gelyfce tusfchen wydte. — wy kunnen» 
zegt hy, noch veel naauwer toonen voort- 
brengen , doch laat ons flèchts 't gemelde 
getal verdubbelen: 1204. De fterkte van 
Ieder duurzaame toon kan y% maal groo* 
tér worden, men ftelle nu enkelyk vier- 
maal? dus 4816. en aan de formeering van 
ieder toon hebben beide de lipjes der glot- 
tis evenveel deel, dus 963Z. — Deeze 
laatfte vermeerdering fluit verlchillen in , 
kleender dan een 54* e gedeelte der middel- 
lynen van een zyden draad, fevenmaal 
dunder als een hoofcthair; verfchillen noch- 
tans, die een gefcherpt gehoor ftipt kan 
onderfcheiden. — alle kundige Muziek aale 
Inftrumenten moeten hunne behoorlyke 
lengte en wydte hebben, of daar kan niets 
mede uitgericht worden > hier in tegendeel 
kunnen de Baszangers, binnen een om- 
trek, die nooit boven zes duim kan be- 
draagen, toonen voortbrengen, die pypen 
van 8. voet lengte vereisichen; waar zul- 
len wy hier de proportie vinden ? het ver« 
fchil is als 1* tegen 16 ; wie ftaat niet 
verbaafl over zulk een wonderbaare mecha- 
pyk. wil men de glottis iuet tongetjes fn 



Muzieka *k Onderworpen. 2, 3 3 

orgels, of met roeren van blar ; :i ver. 
gelyken , daar is geen vcider pvsreenkomft, 
ais dat 'er in ieders middcllyn telkens ee- 
nige opening moet blyven; en alhoewel 
zoodanige orgelpypen, die alleen of v.x>r- 
namelyk tot de veriterking van de toonen 
der tongetjes dienenj mee 't buiten kanaol 
der zangftem vry wat overeenkomt fchy- 

). te hebben 9 zulke pypen brengen even- 
wel niet voort dan teder geluid, en ieder 
pyp flechts een toon, die gemeenlyk vry 
traag ter fpraak koornt, en wiefis ftérkte 
zich niet vermeerderen noch verminderen 
laat; daar en tegen kan de glottis niet al- 
leen vaardige en delikaate toonen leveren , 
^sar zelfs toonen van zoodanige zuiver- 
heid, by weike die van kundige Iniïru- 
menten, hoe paauwkeurig ook in 'c ac» 
coord gebragt f geftreeken fnaartuigen liïc- 

jondert, als vahch luiden. — De voorr- 
brengzelen der zangftem zyn onder 't ge. 
bied van onzen wil gefield, wy verbeel- 
den ons toonen in zekere hoogte, en tref- 
fen ze zoodanig, zonder cat wy de werk- 
tuigen, nóch zy de bevelhebber kennen 
of verdaan kunnen wat hy hun gebied; Ja, 
al 't voornoemde ziet ^och Hechts op vol- 
wasfen menfehelyke keelen: want poojt 
men eens naategaan, wat fubtile bewee- 
gingen 'er toch in de keelen van zingende 

P s k:n- 



$34 Redimering over Nuttige. 

kinderen en van zangvogeltjes moeten 
voorvallen, 't verfland ftaat geheel (lil: De 
ïunft verlaat den rreeflcr ; doch verwonde- 
ring is hier een vruchc van oplettendheid. - 
Nopens de vtrfchiliende hoogte der 
zangftemmen, als tot dewelke 't woord too- 
nen alleenlyk zyn opzicht heeft, zoo ver- 
deeld men ze nu, zederd men by groote 
Muziek Chooren nok zangftemmen van 
verfchillence hoogte heeft ingevoerd in 
\ier hoof dfterainen, ais Bas, Tenoor, Alt 
en Discant; men eigent aan ieder, ander» 
half oflaven ruimte, naar kamertoons hoog- 
te toe, dus ftrekt de Bas zich uit vaa F; 
tot c; De Tenor van c, tot g; De Alt 

van f. tot 6, en de Discant van c, totg; 
hoewel die omtrek zich geemins laat be- 
paalen, en veele zangers twee o&aven 
ruimten kunnen bereiken. — ■ De Bas en 
Aft* gelyk de tenoor en Discant verfchillen 
alleenlyk oftaven wyze, en deeze beide 
laaflgeraelde zyri de gewoonïyke Hemmen 
onder 't Kerkzang; maar de beide eerfte, 
worden zeldzaamer ontmoet; Jongelingen, 
die in de jeugd de Discant zongen, kry- 
gen by aannadering der mannelyke Jaaren 
de Tenor; en uit de Altftem van Jongelin- 
gen, word naderhand de B^s; terwyl de 
bekoorlyke vrouwe item in beflendigheid 
uitmunt. — 



Mèzukaak Onderwerpeed *:> 

Den laagften t i n, die men ook h 
Bafïht ömmoetqtle, eens € naar 

Choortoon heek men in z 
mei king genooti 

bhlylc, een richtiboer voer de fyt n 
valt te ftclien. — j 
men 8, voce; als 't ( •<. i 1 fta fhoogc 
4 vocl; by anderh- . < ó 3* 

voet; twee o&aaven r, 2. voet, 

enz; Men kon zich zelven d^ijzelven (lip- 
tdyk wederom te binne brengen, door 
behulp van fluiten, glazen $ fcaafjes van 
daal, of andere klinkbaare lichaamen , dia 
hoewel in hooger o&aavea* juift dien toon 
en geen andéren opleverden; vervolgens 
kon die regelmaat, door middel van toon- 
fiuiten alom worden veripreid; gelyk zy 
noch heeden daags op crgelen en Pofiti- 
ven, niet ten aanzien van de lengte d r r 
pypen, maar als Toonraaat aangemerkt, 
tot grondflag van onderfcheiding verftrekt.- 
Naderhand wierd by eenige zangers en 
fraarenfpeelders, de Choortoon wat te 
boog en dus ongemakkelyk bevonden; 
doch nu 'er reets eene vafte regelmaat be- 
kent was, zoo behoefde 't weinig moeke 
te korten om 'er iets tot verbeetering by 
te voegen: men kon den voorigen laagften 
to^n, ten minften in de verbeelding, ter 
diltantie van een geheelen toon doen af- 

daa- 



23 6 Redeneen 'n g wer Nuttige. 

daalen, en des noods de kompofietie hon- 
ger inrichten. — Dit was den oorfprong ■ 
van den benainnelyken kamertoon; een 
weinigje bout meer ten behoeve der fpeel- 
tuigen, kon niet hoog aanloopen; de or- 
gels vereiichten zwaarder baspypen, ge- 
volgclyk grooter koften, doch zy konden 
ook voor eeril, tot nader ordre, in Choor- 
toon blyven: de organift mocfl de Kerk 
Pfalmen, naar maate 't orgel hooger in 
tpon ftond, des te laager inzetten, dan of 
9 t in kamertoon waare; en ten einde by 
Kerk- muziek, of by andere voorvallen, 
met kamertoonige Inftrumenten overeen te 
draagen, moeft hy de violiften, om te (lel- 
len en hunïie fnaaren geene al te hooge 
fpanning te vergen, in plaats van de ger 

«woone a, nu g aangeeven , of g kruis, 
naar goedvinden der Concertiften , en ver- 
volgens , een geheelen of hslven toon lsa- 
ger tranfponeeren.— Hier uit zal een on- 
kundig liefhebber den aart en 't gebruik 
van kamer en Choortoon , nu 't hier pas 
geeft, om 'er van te gewagen, myns be- 
dunkens duidelyk kunnen afneemen, Doch 
ik moet wederkeeren tot .'t wonder der Na- 
tuur de zangftem, en aantoonen, hoe de too- 
nen in de keel van den menfeh voortkeo- 
'inen. •~— m ~ 

Zangtoonen worden alleeiityk door de 

gloc* 



Muziek aalt OndsrwtrpCft. ttf 

tis geformecrt; want toonen, die wy hoo- 
ren, zyn reecs gefoi meert; de vraag is 
dan, hoe zulks omtrent de zangtoonen ge- 
ichied? ieder toon is een geluid; 't geluid 
beftaat uit trillende lucht , en triliing on- 
derf leid persfing, gevolgelyk een lichaam 
't welk tegenitand kan bieden. — Nu word 
de lucht, als de ftoffe yan 't fpiaak en 
zuig geluid, niet in maar uitgeademd, of 
te mg gegeeven , gelyk een ieder zulks ge- 
makkelyk kan bemerken , wanneer hy van 
fpreeken tot zingen overgaat. — De long 
verbeeld hier een zoort van een blaasbalg, 
dryvende de lucht, met een zachte even- 
maatige loop riaar booven ; op den weg van 
de long tot aan de ftrot, alwaar de pasfafie 
geduurig ruimer word, ontmoet ze geenen 
tegenftand, en noch minder in 't ruims 
kanaal der luchtpyp zelve, tot dus verre 
geene persfing voorvallende, kan 'er ook 
geen geluid worden verwekt. Laage too- 
nen vereisfchen meer en hooger minder 
lucht, gevolgelyk, meerder of minder 
ruimte tot hunne formeering; wylwyoo- 
genfchynelyk befpeuren, dat de ftrot , of 
luchtpyp der keel, by laage toonen krimpt, 
en zich by hooge uitrekt, zoo volgt van 
zelve, dat zy de oorzaak van de vorming 
der toonen niet kan weezen; dus blyft'er 
verder niet overig dan de opening boAen 

aan 



1 3 8 Redeneert xg ever Nuttige. 

aan de ftrot, 9 z ftrotten -hoofd ^f de gbttïs 
genaamd, en de Epiglottis of 't ker-lkiap/e * 
toe de fluiting der gktttis beftemd; — De 
beweeging van dit klapje fiaat, volgens de 
aanmerking van de r.aauwkeurigl'te ontle- 
ders, niet onder 't gebied van onzen wil, 
maar v/y kunnen gemeenlyk zingen , wan* 
neer 't ons behaagd: dos komc 't bier alleen 
aan op de glottis. — Deeze beftaat uit een 
eironde opening* befloo^en tusichen twee 
lipjes , die z;C l i door middel van (bier ve- 
zelen meer of min openen en flunen, of 
uitrekken en krimpen; hier word de op- 
wellende lucht, door haar zelve tegenftand 
biedende j en door de naauwte van den 
weg lydende, nevens de lippen der glottis 
tot tjtrilten gebragt* en in dusdanige tril. 
lingen legt 't weezen oer zan^toonen. — « *' 
ïede: toon vereifcht een bepaald getal van 
trillingen in zekeren tyd, en de glottis is 
Hechts tot verlchillende openi.i^ en fluitirg 
haarer lippen bekwaam; de qua^.nreit van 
lucht, by ieder toon door de glottis vloey- 
ende moet derhalven evenredig weezen aan 
de opening der glottis,— opent men ze 
zoo verre als doenlyk is, de luchtdeelen 
als dan den minden tegenftand ontmoeten- 
de, beweegen langzaam, dienvolgens ie- 
mand verwekt den laagften toon dien hy 
kan bereiken; fluiten de lippen der glottis 

zich 



MutAtkaalc Onderwerpen. 139 

zich vervolgens meer en meer, de lucht 
moet des te (beller béweegen, naar dat ze, 
wegens minder opening, meer tegenftand 
vmüt: dus gaat mui allengskens over tot 'c 
vormen van hooger toonen; hoe hooger de 
toont n zyn, des te kieender is de opening: 
evenwei moet 'er altoos, a!zoo wel als op 
roeren van hoboén en basfons, eènige ope* 
ning blyven, of de weg, langs welken de 
beweeging alleenlyk kan tot ons koomen, 
word geflooten. — M:t hoe meerder na- 
druk de glottls, behoudens dezelfde ope- 
ning, zekere porde van tillende lucht 
laat doorvloeyen, dej te ilerkcr, me: hoe 
minder, dos te zwakker, hoe langer ze ia 
den eigende ftatid blyft, des te duurzaa- 
mer, hoe eerder zy tot een andere werking 
overgaat, des te vlugger, en hoe netter 
ieder opening gefchled, hoe beer de lip- 
pen telkens aan een fljiten, Ja, hoe glad- 
der en drooger ze zyn, des te zuiverder 
kunnen de toonen worden. — 

De luchtpyp befc'iikt aan de gevormde 
toonen de noodi^e ruimte tot de overvoe- 
ring ; ze krimpt by laaee toonen, ten einde 
de buis van den mond zich met des te 
meer gemak verlenge, en rekt uit by kao- 
ge, om aan de buis toetelaaten, dat ze 
zich intrekke en korter worde; ze doet 
derhalven ongelyk meer da;i ooit eenig ka- 
naal 



iió Redenê$v:g over Nuttige. 

naai van een windtuig, doch de oorzaak 
van de fornieering der toonen kan -ze daar- 
om niet weezen, om c;at 'ér dan of'eehe 
tegen gefielde beweeging zoude vereifcht 
worden, of dat men namelyk in 't zingen 
de luchc niet te ing geeve, maar inade- 
ine, en dat zulke ingeademde lucht tegen 
de ftroom der geftadig opwellende lucht- 
deelen kan te rug deizen, of dacdegioN 
tis, by menfchen zoo wel als by zcmmige 
watei vogels, die eenen feilen galm flaan , 
niet boven maar onder aan de ftrotpyp 
waare geplaatft ; dus Word de toonverwek- 
kende beweeging door 't beftier van y t bui- 
ten kanaal der luchtpyp, welker krimping 
en rekking met de laagte en de hoogte der 
toonen geduurig in omgekeerde reden ftaat 
in 't buiien kanaal des monds overgebragt, 
om aldaar verfterkt en vervolgens geuit te 
worden» — 

Elke portie van lucht vind in 'c verhe- 
melte des monds als een bekwaam verwelf, 
zei tot weeromkaatzing, en ieder deel, 
boe teder 't ook fchynt, brengt 't zyne by 
tot verfterking; inzonderheid koomen hier 
in aanmerking de neusgaten en de tanden; 
zingt men met geflooten mond en open 
neus, 't geluid is juïft niet onaangenaam, 
doch houd men in het zingen de neus toe, 
zoo dat 't geluid aldaar niet kan doordrin- 
gen, 



Mime kaak Onderwerper?! 24.x 

f-c-n , maar van die kant zyne verfterking 
moet m.sfen, 't begint naar dat van end. 
vogels te geiyken; dat men dan niet door 
de neus moet zingen, word Hechts ver- 
keerden by misvatting beweerd.— einde* 
lyk de ondervinding leert, dat zelfs 't ver. 
lies van een tant de zangftem zomcyds 
merkelyk kan verzwakken, en 't is ook 
waarfchynlyk, dat 'c keelklapje de oorzaak 
van zekere aanminnige beevingen, flee- 
pen, trembelementen en andere zangcie- 
raaden is, invoegen dat men volgens een 
byzondere gelukkige gefteldheid 'er ver- 
moogen op krygt, fchoon 't in 't gemeen 
onder 't gebied van den wil niet ftaat.— - 
De zangftem is beftemd tot een uitnee- 
mend Melodieus Inftrument; zy heeft 't 
voorrecht om alle woorden van allerhande 
taaien verftaanbaar uittedrukken, en 't 
vermoogen, om een zelfden toon, zonder 
fchielyke afbreeking, een wyle tyds achter 
een te kunnen voortbrengen in maarige* 
by manier van herhaaling, en in verfchil- 
lende, in een flags vermeerderende en in 
allen^skens of toeneemende of verminde- 
rende fterkce; Het eerft gemelde, zal ik 
onderfcheidings halve noemen, Duurzaa- 
me, 't tweede, Met licht en fchaduwe 
verzelde, 't derde, geaccentueerde, en 't 
vierde, aanwasfende toonen; eigenfehap- 

Q pen 



s.iz Redemering over Nuttige. 

pén waarlyk, die men nergens zoo deii- 
kaac ontmoet.— 

De Muziekaale Inflrumenten, door 
kunft nagebootft en onder ons bekend, 
laacen zich belt verdeelen in fnaar, Blaas, 
wind; en flagtuigen. — - Door Blaaftuigen 
verftaa ik hier, Inftrumencen , die door 
'smenichen mond, maar door windtuigen, 
zulke, die langs een ander kanaal ter aan- 
fpraak koomen. 

De fnaaren zyn van verfchillende (toffe: 
darmen van dieren, koperdraad 0n *t ge- 
meen mesfing, maar de dikfte van rood- 
koper) ftaale, met zilverdraad befponnen, 
en ook wel eens zyde koorden. — i ieder 
fnaar zal of alleenlyk dienen ter verwek- 
king van een toon zonder meer , of door 
middel van afperking teffens tot die van 
verfcheide; eene fraaye vinding, dat een 
losfe fnaar, een ganfche menigte van ande- 
re , van zeer verfchillende lengte > affchetst: 
daarom telt men in de Muziekaale letter- 
kunft billyk van beneden naa booven, 
vermits men dit gebruik in de order der 
Natuur gegrond vind; eene fnaar door af- 
perking verkortende kan men immers ge- 
duurig hooger toonen verwekken, doch 
den toon der losfe fnaar, behoudens de. 
zelfde fpanning, geenzins naar believen 
verlaagen: overzulks zyn hooge toonen, 

ge- 



Muziekaalt Onderwerpen 243 

gelyk de kinders van de ouders, afkomftig 
van de laage, en wy tellen geduurig op- 
\vaards, by voorbeeld, de quint van g, 
is d; mee c, en dus met alle overige 
klanktrappen. 

By zommige fnaartuigen worden de 
fnaaren door de vinger punten van de 
ipeeldcr onmiddelyk, maar by andere, 
door behulp van zekere werktuigen aan- 
geraakt. — om hier een draad van redenee- 
ring te vinden, zal ik met de eerftgeiiielde 
't begin maaken. 

1. De koninglyke Davids Harp, ofHar- 
jpe Royale, met darmfnaaren voorzien» 
heeft gemeenlyk, gelyk, Cla vieren, een 
omtrek van vier oélavenruimten , en zom- 
wylen is 'er een pedaal met contra to.onen 
bygevoegd. 

z. De luit, wier krom geboogen lange 
toets. La Manche , door de litikeihand 
word onderlteund en onder den arm gemak- 
kelyk draagbaar is, heeft elf ook wel 
twaalf Chooren, of paar van twee en twee 
unifons wyze gefielde darmfnaaren, en ach- 
ter de kam, een tedere belponnen fnaar, ge- 
naamd Cbanterelle; haar omtrek is gemeen- 
lyk van c , tot <j , hoewel de fnaaren op 
verfchil lende manier kunnen worden gein- 
toneerd. Men gebruikt hier in ftede van 
hooien > letters, of een moeyelyke en voor 

Q x an- 



1 44 Redeneer ing over Nuttige* 

andere Muziekanten onverftaanbaare tabu- 
latuur, op welker geheimen zin de Luite- 
niften van profesfie machtig pochen. -— — 
Het flreelend geluid van dit Inftrument is, 
volgens zommigen, alles wat de hemel ooit 
fouigeeven; daar en tegen betuigen ande- 
ren, dat zy, die meer vermaak fchcppen 
in 't ilellen, dan in 't fpeelen en toelui- 
fteren, hier byzonder wel kunnen te recht 
raaken dat een luitenift 80. jaar oud zyn- 
de, ten minden 60, Jaar met üell^n heeft 
moeten doorbrengen, en dat 't onderhoud 
van een luit, te Parys Jaarly&s even hoog 
aanloopt, ais dat van een paard; daar by 
komt noch, dat op verre alle luiteniften 
geen bekwaamheid genoeg hebben in het 
Ilellen, en dat hunne fnaaren, door de 
geftadige omwantding der fchroeven ; lich- 
teïyk onzuiver worden. — De Luite eve- 
naart eenigzins. 

3. De Angelique, die meer losfe fnaa- 
ren, zonder Chooren, heeft en zich ge- 
makkelyker laat behandelen: als'mede 

4. De Theorbe, verrykt met agr bas 
fnaaren, eens zoo lang en dik, dan de zes 
Jaagde der luit. Deeze, als tot de gene- 
raaïe bas niet ondienftig, draagt in Vrank- 
ryk zcmwylen de benaaming van Aartfluit 
of Archiluth, 

5 . De Calichon , met vyf enkelde fnaa- 

ren, 



Muziekaale Onderwerpen. 245 

ren, by naa gefield gelyk die van een vio- 
la di gamba, is mede een zoort van een 
kleéne luit, niet onaardig toe een vaardig 
accompagnement. — zonder van krasferide 
pandoren of van laffe Cithers en Citrinjes 
eens te gewaagen. — 

6. De Guitarre, of Cithara hispamca* 
heeft doorgaans zes Chooren, de bei -e 
onderfte van befponne darmlhaaren, de 
drie middelfte, ieder unifoons wyze ge- 
field, van mesfinge fiiaaren, en booven 
pen tedere fnaar* van daal cf gelyk de 
Chantarelle der luit. — Dit kunfc- werk- 
tuig willen wy de ibanjaarden, by hun lek- 
ker knoflook , en de herders in ficiliën ge- 
willig overlaaten. — • 

7. De gemeene of Tafel harp, kan, we- 
gens haar gierend geluid, door nagels der 
vingeren verwekt, ten miniten door fiige- 
bootfte zilvere, 't vermaak van delikaace 
liefhebbers niet weezen: hoewel het haar 
geenzins ontbreekt aan een ruimen om- 
trek, namelyk, voor de linkerhand van C, 
tot e, en voorde rechter, van b mol toe 
f. — Hier onderfcheid zich 

8. De dubbelde Harp, of Arpa 'doppfa, 
die twee klank bodems heeft: voor de. lin- 
kerhand darmfnaaren, zich uittrekkende 
van contra B , tot c ; voor de rechterhand , 
van d, tot g; en dan, verandering? hal- 
ven 5 mesfinge fmiaren van c, tot f. 

Q 3 T^ans 



246 Retkneerïng over Nuttige* 

Thans kooraen wy tot de zoogenaamde 
moeder van alle Muziekaalë haimony, na- 
melyk, de Clavieren, door toetfen geie- 
geert: alwaar men de Harmonifche Qaagea 
zekerlyk nader dan elders kan ter hand 
hebben, hier verfchynen 

9. Het Clavicordium, niet zoo zeer 
dienftig voor aanvangers, dan tot oefe- 
ning in het piano en forte, in fraay e ac- 
centuatie, Ja, voor virtuoofen, om z-icli 
fantaifecrende te laaten hooren; hier mt |l 
gefprooten 't dubbeld Clavicordium mee 
een pedaal, als een ftudeer Inftrumenr, 
voorlieden dje op 't orgel ooit denken uit- 
temunten: mits dat *c voortkoomt uit de 
hand van een bekwaam makker, die fterkte 
en lieflykheid daar in weet te brengen en 
te paaren. — 

10. Het Clavicimbel, wegens de fchuin- 
7,e gedaante van 't beneeden einde, een 
vleugel, of ftaartftuk genaamd. — Schoonöit 
Inftrument in kracht en doordringendheid, 
't Clavicordiom verre te booven gaat koomt 
't echter, wat aanbelangt de mooglyke de- 
likatesfe, met 't zelve in geene vergely- 
king. — Men vindze ook met darmfnaa- 
ren , maar zulk een dof geluid wil weinigen 
behaagen^ ook overeind flaande om ruimte 
uit te winnen, zelfs famengeflagene , met 
drie byzondere Klankbodems in een kas 

voor 



Muziekaale Onderwerpen ztf 

voor een perfoon gemakkelyk draagbaar. — 
Mindere zoonen van Clavicimbels zyn de 
vieren driekantige van agt, en de fpinet- 
ten, van vier voet toonmaaü vierkante, 
van brave meefters, ia lange oftaaf en bo- 
ven ten minden tot 3, kunnen by gebrek van 
andere, voor aardig doorgaan; eenige 'er 
van leveren tcffens 't fpinet, 200 dat men 
aldaar, by de zoogenaamde moeder met 
hef kind, werk vind voor twee perfoonen, 
of geleegenheid tot koppeling van beide 
Clavieren. — De' driekantige «, in Engeland 
Harpficord genaamd, vertoonen uitwendig 
ter weder zyden, een fcheunfche hoek en 
in 't midden eene rechte linie. 

11. Staaf- {pellen met klavieren kunnen 
een doordringend, maar by gebrek van 
demping geen genoegzaam onderfcheidend 
geluid leveren: doch ten einde men vry* 
heid behoude, om zulk een Inflrument 
ook als een flagtuig te gebruiken , zoo kun- 
nen de ftaafjes van onderen worden aange- 
raakt, h zy door metale, ofhoute, of met 
laaken bekleede kogeltjes, aan balein va ft 
gemaakt. 

12. Het Pantalon, alwaar de fnaaren 
door middel van houte hamertjes worden 
bewoogen, is onderhevig aan het zelfde 
gebrek, ora iemand baloorig te maaken; 
doch geheel anders is 't gefield met het 

Q 4 13. Pia- 



248 Redeneering over Nuttige. 

13. Piano Forte, 't zy leggende, of 
overeind ftaande; hier laat ieder toon zich 
behooilyk dempen, en wie genoegzaame 
bekwaamheid bedt in de recbte behande- 
ling van een Clavicordium , die kan hier 
ftoffe vinden tot een byzonder vermaak, 
ais mede tot een defcig accompagnement. 
Dit zoude men in, des te vollediger zin mo- 
gen zeggen van het 

14. Clavier Di Gamba, vermits desfelfs 
toonen, zoo lang men 't Groote rad trap, 
pende in beweeging houd, duurzaam en 

•2,eer lieflyk kunnen weezen, maar de be- 
fponne darmfnaaren, vereifchen Helaas ! 
Jaarlyks ten minden zoo veel koften, als 
twee luiten te Parys, al zyn die fnaaren 
met boom wol bekleed, ter plaatze alwaar 
zy de zeven kleene radertjes, met Calip. 
honium beftreeken, aanroeren, moeren 
zy echter, door de geftadige wryving, met 
der haaft kapot raakenz en zelve telkens, 
wanneer men met fpeelen uitfcheid, te 
ontfpannen en naderhand weder in het ac- 
coord te brengen, beneemt haar ten eer- 
ilen alle zuiverheid, -r Wydders denk ik 
ny niet optehouden, met dingen, die by 
kermisfèn en tot foldaate Muziek worden 
£ebjuikt: alzoo blyft de noordfche balk, 
Ivt hakkebord en diergelyke hier buiten 
aanmerking, dit laaft gemelde konde ook 

tot 



Muziekaale Onderwerpen* 249 

tot de flagtuigen worden betrokken, maar 
wat legt ons daar aan geleegen? genoeg als 
wy zaaken van eenig belang naauwkeurig 
kunnen vaft Hellen. — De uitvinder vaa 
't Clavier Di Gamba had reets bemerkt, 
wat men door een nagebooefte ftrykftok 
kon uitvoeren, hoewel deszelfs vermoo- 
gen dan eer ft ter deeg kennel yk word, 
wanneer beide handen haare krachten wys* 
lyk vereer.en , gelyk by de volgende merk- 
waardige Inflrumenten. 

15. De viool is tans tot een hoogen trap 
van volmaaktheid gereezen. — Men heeft 
wel eer in Jtaliën vyffnaari^e vioolen ge- 
had , gefteld in C, g, d, a", e.' toen was 
g, de cweede; d, de derrie; enz: die be- 
naamingen hebben naderhand ftand gehou- 
den; Met vyf fnaaren was de viool even- 
wel volmaakter. Maar vier fnaaren wier- 
den gemakkelyker bevonden tot de behan- 
deling, en het bleef des te verwonderlyker 
voor het veiftand van opmerkenden, dat 
vier fnaaren reets een verandering kon le- 
veren, voor dewelke ro, en meer Clavi- 
cimbel fnaaren moeten fwichten. — Een 
ende zelfde toon kan hier reets groote ver- 
andering opleveren; nu is hy fterk, dan 
zacht, noch fterker, roch zachter: nu 
valt hy als op eenmaal met de deur in 't 
huis en doordringt m erg en been ; nu word 

Q s hy 



250 Redeneer ing ever Nuttige. 

hy zoo teder, dat men 'er naa moet bitte- 
ren; nu neemtt zyne flerkte allengskens 
toe,- dan gaat 't uit, als een endje kaars. — 
deeze middelen zyn 't waar door men de 
hartflochten zoo vierig kan ontfteeken en 
dempen, 

ïö. De viool D' Amour, hebbende na- 
melyk vier fnaaren van ftaal of mesfïng, 
en boven, een darmfnaar, in de toonen 
g, £\ e, ( of naar believen, e, mol) g 
en §• doch zomwylen ook gelyk een ande- 
re viool gefield, kan in der daad een be- 
koorlyk en zilverachtig geluid opleveren: 
wonder is 't, dat zy, by Concerteerende 
partyen, niet van meerder gebruik word 
bevonden. ~— 

17 De Alt viool word gefield, in c, g, 
2 , a , en is niet alleen een noodwendig 
Jnftrument in Concerten, ten einde de 
hooge en laage toonen te verryken met 
middelbaare, maar zy kan desgelyks tot 
allerhande Concerteerende {lukken zeer 
aanminnig dienen.- — 

18* De Suiflende viola Di Gamba, of 
Basfo de viole, met zes fnaaren, gefield 
in D, G, C, e, a, d, zoude, wegens 
haar ruimer omtrek en meerder vatbaarheid 
voor harmony, van de viool den rang kun- 
nen betwiflen, by aldien zy even door- 
dringend waare en even bekwaam tot den 

bo- 



Muziekaak Onderwerper,. 251 

bovenzang. — RofTeau, zyne gewoone 
welfpreekenheid , in een byzonder boekje: 
Defenfe delcbasfe de uiole y verdedigt haar 
tegen de voorfhnders der 

19. Violoncello met vier fnaaren, in O, 
G, d, a, geftemd; de echter tot het ac- 
compagnement: in Concerten, billyk voor 
dieniliger en ceffens tot allerhande Con- 
certeerende partyen ganfeh bekwaam ge- 
acht word. Nu volgen noch twee Reppen 
of ondersteunende werktuigen. 

20. De viola di fpala, kan, als des te 
minder beletzelen ontmoetende, tot een 
prompt accompagnement handreiking doen, 
en 

21. De violone, of contra Bas, van i<5. 
voet, tot meerder ftatigheid; die groot 
papa vergenoegt zich, deftigheids halven, 
met louter hoofdtoonen, laatende de op- 
tooizels aan de Jonge w r ereld over. — De 
gryzaards onder haar, hebben zes fnaaren , 
geiteld in contra G, groot C, F, A, d, 
g. — 't zal mifchien naar men zegt, psnr- 
dewerk weezen, als iemand, drie, vier 
uuren achter een, tegen dit fchrikdier 
moet kampen. — onder de B!aastuigen 
fchynt niets een fraaye menichen ttem na- 
der te koomen, dan de al om bekende en 
door Koninglyke Handen hoog vereerde 

22. Dwarsfluit Q Flute d' allemagne ou 

Tra- 



z$z Redeneering over Nuttige, 

Traveriiere ) verre boven allen lof verhe- 
ven. — geheel anders is het gefield mee de 

23, Fiute douce, of Flute d bec; het zy 
Discant, alt- Tenoor- of Basfluic: 't gaat 
hier van den bek af: ieder van dezelve 
kofl: den uitvoerder meer wind, dan een 
Fagot, oboe, of dwarsfluit, en begint 
echter den toehoorder lichtelyk te vervee- 
len. verder mag de eenigzins huilende Cha* 
lumeaux of fchalmei, zich in de hondsda- 
gen, by koele avondffconden, of in de 
winter- maanden , by bevroren water, als 
in 't verfchiet laaten hooren; en de dunne 
Flageolet, willen wy hun, die lydzaarn- 
heid genoeg bezitten tot 't afrechten van 
kanarievogels, niet ontneemen. — iets na- 
der koomt 

24. De harde Cornet, zink, of Cornet 
è Uuquin , vervangende in haar gebied de 
toonen van a, tptg; als mede, 

25*. De Clarinet, gaande van f, tot a. 
doch veel nader, 

26. De oboë, of Hautbois, die binnen 
den omtrek van c tot | , als fpreekende 
toonen oppert, en waar van naderhand 
de Hautbois S amour 9 van a, tot a > is af- 
geleid: mits dat -zy tederlyk worden aan« 
geblaazen, gemerkt in tegendeel, een 
deuntje op de mondharp, of op de kam, 
voor menig delikaat liefhebber bevalliger 

mag 



Muziekaale Onderwerpen. &$$ 

jmag weezen. — zy worden beft onder- 
fteunt door de floute 

27. Baffon, Duiciaan, of Fagotto , gaan- 
de van C, tot g. zelfs tot contra A; alle 
dewelke niet alleen tot vervulling, maar 
ook tot Concerteerende {tukken kunnen 
dienen. — 

Tot dus verre zyn de blaaftuigen voor- 
zien met gaten ; maar nu koomt de prach- 
tig klinkende 

28. Bazuin, als op dewelke de toonen 
worden gevormt door middel van uittrek- 
ken en infchuiven, telkens met vefchillen- 
de porden van swind* — Hier oncferfcheid 
men tusfchen Bas en Tenoor, Alt en 
Quintbazuinen: de beide eerltgemelde ge- 
coogen ieder vier, maar de beide laaite 
bepaalen zich tusfchen A , eng; de laafte 
tuffchend, en c. 

29. Het waldhoorn, in den omtrek ge- 
lyk (taande met Trompetten , dat is in G, 
e , g_, c_, cj g , c , d» e 9 f 9 ( f j kruis) 
g> a, fi, c, verdiend billyk de verwon- 
dering van oplettenden, want tans kan 
men dit Inftrument door middel van ver- 
fcheide zetftukken, by naa tot alles be- 
kwaam maaken* 

30. De Trompet verdiend insgelyks 
Grooten lof, en men vind tans virtuofen, 
die een zelfden toon, met een zilverachtig 

ge- 



*54 Redéüeering over Nuttigt. 

geluid? ongelooflyk lang kunnen uithou- 
den — By windcuigen komt 

31 HetOrgel, als hetpuikjuweel der Mu- 
ziekaale , Inftrumenten , in zulk een voor-, 
name aanmerking, dat men niet eens hoeft 
te cwyffelen, of ieder befcheiden toehoor- 
der zal aan 't zelve den voorrang gewillig 
toekennen; zoo ten aanzien van 't krachtig 
geluid , 't welk een perfoon aldaar kan ver- 
wekken, als van de menigvuldige Harmo- 
ny en de ruime verandering van toonen» 
by dewelke ganfch verfchillende fpeeltui- 
gen, ieder naar hun byzonderen aart, ter 

Zelve tyd zich kunnen laaten hooren, 

Hier van onderfcheiden zich, als mindere 
zoorten, de Pofitiefs of huis Orgels; de 
fnaarende Regaalen, verbeeldende een Dul- 
ciaan, in zingclasfen ter onderwyzing dien- 
ftig, van dewelke men eenige Bybelregaa» 
len noem*:, om dat men dezelve fkmen 
liaan, en in 't formaat van een mediaan 
Bybel gémakkelyk kan omdraagen; Ja, de 
nieuw modifche kunftige water- orgels, al- 
waar eeri of twee kanaalen de blaasbalg en 
de trom in beweeging ftellen en houden, 
door welker behulp ook de klappen in de 
windladen geopend worden. — - voorts wil ik 
de draai - orgels , lieren , zakpypen a Pool- 
fche Bokken en dieigelyke fraayigheeden, 
aan hunne liefhebbers gaarne overiaaten. 

van 



MuziekaaU Onderwerpen* i>5$ 

van flagtuigen verdienen hier onze opmer- 
king 

31. Het geweldig klokfpel, met vuiften 
en voeten geregeerd, als zynde niet alleen 
vatbaar voor allerhande fraaye Melody 
maar ook zeer prachtige Hartnony, voort* 
loopende, rollende en gebrokene pasfa- 
gies, en zelfs voor 't piano forte — * men 
ontmoet hier van verfcheide zweemzels* 
uit metaal, klinkbaar hout, bierglazen en 
andere gemaakten toegefteld. voor 't laacfte 

33. De heldenmoed verwekkende ketei- 
trom, in contra G, en groot C* — - 

Zie daar eene nominatie van 33. zoor- 
ten van toon verwekkende kunftwerkcui- 
gen, die anderen ftoffe tot nadenken en tot 
verdere uitbreiding kan ter hand ftellen; 
hier blykt echter, hoe deeze Inftrumenten 
in zekere Claffen kunnen worden verdeeld, 
en tot wat einde die Van ieder zoort beft 
bekwaam zyn 



K. 



ijö Redeneering over Nuttige. 

12. 

De Muziekaale ftoffe. 

De Natuur, de werkende kracht aan ge- 
fchapene weezens verleend, gaat ons voor 
in levering van geluid , klanken en too* 
Den. — onbezielde lichaatnen verwekken 
reets geluid, door onderlinge aanftooting, 
en zommige by voorbeeld, fuiflende win- 
dén eii ruisfchende beeken, ichynen te 
mits tot voortbrenging van eenige zoetlui- 
dendheid beftemd, — onder geluidgeeven* 
de Dieren is de verandering van dien ver- 
wonderens waardig, gemerkt ieder zich 
door zynen galm, niet alleen van alle ovet 
iige, maar in veelerhande gevallen ook 
van zich zelf onderfcheid; Ja, \ kwinke- 
leerend pluimgedierte, inzonderheid de 
flreelendeLeeuweiik, de lief kooiende ka- 
narie, en de hoogbegaafde Nachtegaal, 
verdient niet alleen onze opmerking, maar 
zeifs onze eerbiedige verwondering, voor 
zoo verre des grooten fcheppers oneindige 
wysheid en macht ook in de fchelle bekoor- 
lyke keele, aanzulke kleene dieren ver- 
leend, middag klaar doordraait. — wyl 't 
fpraak geluid echter meerder en onderfchei- 
dener veranderingen toelaat, zoo is de ge- 
niel- 



"MuziekcoU Onderwerpen* 2ff 

melde verfcheidenheid noch onnoemclyk 
grooter onder de menfchen, en wy vinden 
ons dus zomvvylen aan alle kanten omringt 
door gélnid, — Men eisend de levering 
van geluid in 'c gemeen toe aan de Natuur, 
om dat zy de ftoffe levert, zonder welke 
de kunftj die \r Hechts zekere vorm, of 
verdichte gedaante aangeeft, nieis ver- 
rang; en ceeze ftoffe is van zoo verfchil- 
lenden aart, dat wy nooit in glas noch por- 
celain nooir twee toonen, in allen deelen 
met elkander gelykcnde aantrtffen, aange- 
zien de Natuur nooit twee volmaakt gslyke 
dingen voortbrengt. 

De Natuur levert ongtiyk meer toonen, 
dan onze fmaak in een zeilde Muziekltuk 
behaagiyk vind; wanneer men lange, ge- 
fpannen fnaarrn door kammen, die men 
allengskens verder kan fchuiven, verdeelt, 
belpeurc men , dat een fcherp gehoor bin- 
nen zulke naauwe ruimte, welker uitwerk- 
zel men em halven noemt, meer dan vyf- 
tig verfchillende toonen ftiptelyk kan on- 
derfcheiden , wyl ons echter zulke lubtile 
toonen vry onfmaakelyk voorkoomen, zoo 
kunnen wy daar uit niet anders befluiten, 
dat de Natuur hier zu!k een ruim veld 
opent, dan om 'er zoodanige toonen uitte- 
kiezen, als beft met onze gefteldheid over 
eenkoomen , dezelve tot 't gebiuik te 

R fchik. 



258 Redeneer ing over Nuttigt. 

fchikken, en 'er ons aan te gewennen. — — 
het is dierhalven iets anders , 't gros van 
hevattelyke toonen, en weer iets anders 
de Muziekaale ftoffe, in toebereiding van 
dewelke hier 'c eerfte werk der kunft be- 
Haat, 

Alle Mnziekaale toonen worden door 
kunfl: afgedeeld; de Natuur wyfl ons in 
sommige Inftrumenten, als in Trompetten 
en Waldhoorensj zekere toonen aan, by 
welke wy ons moeten houden, zonder al- 
daar naar believen andere tusfehen leggen- 
de te kunnen voortbrengen, fchoon 't ze- 
ker van de lengte en wydte dier blaaftui- 
gen, en gevolgelyk van de hand desmaa- 
kers afhangkelyk blyft, dat de laagfte toon, 
tot een grondflag der overigen verftrekken, 
de, juift C, geen D, of een ander is; 
hier krygen wy gelegenheid, de Natuur 
als in de kaart te zien, en de gronden naa- 
tefpeuren, volgens welke zy zelve een 
Muziekaal Sifteraa opmaakt. — voor zoo 
verre ieder toon door krachten word voort- 
.gebragt, aan gefchapene weezens verleend, 
is ieder, niet alleen Natuurlyk, maar ook 
even Natuurlyk, zoo dat in dit opzicht 
geen toon onnatuurlyk , niet Natuurlyk en 
veel min bovennatuurlyk kan heeten ; hoe- 
wel men in betrekking tot zekere Inftru- 
menten het eigenaardige Natuurlyk, het 

on- 



Muzkkaale Onderwerpen. ±S9 

oneigene onnatuurlyk, en dus zekere too- 
nen NatuurJyk voor viooien, onnatuurlyk 
voor Trompetten, Natuurlyker voor de 
dwarsfluit, dan voor de oboe, enz: be- 
naamt. — nochtans alle Maziekaale toonea 
zyn kundig; voor zoo verre de Natuur aan 
de afdeeling van dezelve nooit de laaifte 
hand flaat, want de keur (laat aan ons, 
mits dat wy de wetten aan den goeden 
fnaak, tot een richtflioer voorgefchreeven, 

niet te buiten gaan. 

De Muziekaale ftoffe beftaat uit toonen, 
die twee en twee zeker bepaalde tusfchen 
wydte hebben, geduurig in betrekking toe 
elkander aangemerkt, en dus bepaalde too- 
nen, Muziekaale twee klanken, klinkende 
tusfehenruimtens, en met een woord Inter- 
vallen genaamt worden. — uit toonen, en 
niet uit afgezonderde klanken: om dat on- 
ze fmaak geftadig iets vereifcht, het welk 
genoegzaame gelegenheid tot onderlinge 
vergelyking geeft, en de Muziek in der 
daad eene geeftige taal verbeeld , tot wel- 
ken einde dan een klank, zonder achter- 
volging, van geen dienft kan weezen; 
maar ook uit toonen van zekere bepaal- 
de wydte: om nu van deeze een klaar be- 
grip te maaken , dient men zich den toon 
voor te ftellen als eene linie , die zeer ver- 
fcheidentlyk afgedeeld kan worden, en uit 

R 2 kracht 



%6o Redeneering ever Nuttige. 

Itracht van verfchillende werk-oorzaakei^, 
teiktns verfchillende wt-rkmg moet uitkve*- 
ren — fteit men een kam, of een ander 
hinderpaal, o 'dei eenfnaar, daar vertoo 
tien zich aanilonds twee ruimtens, ieder 
tusfehen rwee eïndens begreepen; Ja» ten 
zy de kam juift in 't midden onder de 
fnaar ftaat , twee ruimtens van verfchillen- 
de grootheid: dusdanige ruimtens heet men 
eigemlyk Invallen; de welluidendheid 't 
oogmerk aller onzer naavorfchingen zynde, 
gebruikt men dien term insgelyks en voor- 
naamlyk ten oplicht van de.uitwerkzels» 
te weeten, van zoodanige luidruchtige 
toonen, als 'er, met uitlluiting van ande- 
ren 5 ovérlang tot de Muziekaale praktyk 
zyn verkooren, betekenende dus 't wooid 
Interval, in een Muziekaaien zin, twee 
toonen van een bepaalden onderlingen sf* 
Hand, in betrekkin? tot elkander aange- 
merkt; gejyk men hier nu telkens twee 
toonen met elkander vergelykt, en ze als 
halve, geheele, drie, vier, vyftootien 
én-/: onderfcheid, ten einde de min, of 
veidercn afftard van twee, door een be- 
woording beknopt aan te toonen, zoo 
kunnen ze 'ook Muziekaale twee klanken 
hteten; bepaalde toonen worden ze £e- 
naamt, voor etrft om dat men in hunne 
voortbrenging als bepaald is; te wee ten, 

een 



Muzkkaale Onderwerpen. 161 

een (haar van een Muziekaal Infirument 
geitcid hebbende, de Overige (naaren, zul- 
len ze de gewoone intervallen leveren, 
• noodzaakelyk dus en niet anders moet fp<:n- 
nen- ten anderen, om dar achter elkander 
volgende enkele toonen, die 'door hunnen 
(lipten afitand, zekere intervallen ftellen, 
door elkander worden bepaaid, en de 
eerde nu hooger of laager zynde dan an- 
ders, de »wc ede zulks insgelyks weezeu 
moet. Ten der jen, om dat hun flipte af- 
(land zich befleoimen of bepaalen laat, 
wanneer men namelyk de zichtbaare en 
tafttlyke ruimtens, door welke zy in fnaa- 
ren worden verwekt, meet; en 'er door 
behulp van getallen en linien afbeeldingen 
van maakt. Dusdanige vergelykingen > als 
de befte en eenigfte middelen om de zaak 
onder 'c verftand te brengen, noemt men 
Muziekaale redemaaten en evenredighe^» 
den: teweeten, een enkele toon heeft een 
grootheid, maar geen reöemaat, wyl ze 
twee grootheeden, gel'yk een evenredig- 
heid twee of meer redemaaten vereifchr. 
wyl ondertusfehen geen andere toonen van 
verfchillerde hoogte, dan bepaalde, zich 
«podanig laaten aan een fchakelen* dat ze 
tot 't voornoemde oogmerk kunnen ilrek- 
leen, en wy dus in de Muziekaale praktyk 
flechts toonen van een bepaalde tusfehen 

R 3 wyd- 



ix62 Redeneer fog over Nuttige, 

te gebruiken, welker redemaaten juift in 
deeze en geen andere getallen ftaan, zoo 
is ieder redemaat geen Muziekaale rede- 
maat, en ichoon alle intervallen toonen 
zyn, alle zyn geen intervallen , dus beftaat 
de Muziekaale ftofFe eigentlyk uit interval- 
len, twee k ] anken, of bepaalde toonen, 
hoedanige hier voortaan door de bewoor- 
ding Toonen, kortheids halven toereiken- 
de worden gemeend, en dusdanige ftoffe 
is 't tans, op welke de befchry vingen , De 
toon is een klank door anderen bepaald, 
uit anderen afgeleid, of tot anderen be* 
trekkelyk , zinfpeelen, vide Engelhard. 
Ptys: $ 254. Tonus e ft Sonus ex allo deter- 
minatus* Sonus ad alium Sonum relatus. F: 
A\ widder, dijjert : de affeiïibus ope Mujï- 
ces txcitandus. § tu — immers, geen toon* 
is alleen zynenthalven , maar ieder kan en 
moet ook teffens tot dienfc van anderen 
verftrekken, Ja, luid in een zelfde behoor- 
lyk gefield Muziekaal Inftrurnent, in een 
zelfde welgeregeld Concert, met opzicht 
tot anderen zoodanig, als hy behoord te 
luiden. Men onderfcheid voorts de enkele 
toonen door zekere letters en bewoordin- 
gen, om dat men ze geftadig in betrek- 
king tot malkander wil gebruiken: onder- 
ftellende te recht, dat een toon zoodanige 
hoogte heeft, als de betrekking tot ande- 
ren 



Jduzkkaale Onderwerpen. s: 

ren mede brengt; eifcht nu iemand A, 
aantegeeven om 'er naa te (teilen, dfUkl 
word van geen klank gehandeld, ïchoon 
men voor dien ty<l niet dan A , noemt en 
hoort, maar van een toon, om dat mtn 
opziehtelyk tot anderen fpreela, of een 
toon als de regelmaat van anderen aan- 
merkt. — 

Men telt in de Muziekaale letter kunft 
geduurig van beneden naar booven , of vau 
laage toonen tot hooge; dit gebruik is in 
de order der Natuur gegrond , aangezien 
Bas en Tenoor (temmen, Alt en Diskant, 
maar deeze nooit Tenoor en Bas- toonen 
kunnen voortbrengen; ten anderen, een 
fnaar door afperking verkortende kan men 
geftadig hooger toonen verwekken, doch 
de toon der losfe fnaar, behoudens de ei- 
gende fpanning, kan men geenzins naar 
believen verlaagen.— De langde toon, op 
welken de hoogere als geveitigt zyn, en 
naar welken men dezelve bereekend, draagt 
dienvolgens de benaaming van grond toon 
of Prime. — Hier op ziet ook de bewoor- 
ding generaale Bas , vermits men in deeze 
oeffening der harmony alle vereifchte inter- 
vallen van óm grondtoon afleider en mis- 
fchien is zelfs ons Nederduitich woord 
Baas vader des huisgezins , van den ouden 
Muziekaalen term Bas oorfprongkelyk, wat 

R 4 ten 



064 Redentering over Nuttig. 

ten opzicht van laigte, met bas (temmen 
overeenkomft heen, roemt men acht , 
wat een oétaaf hooger is, vier, noch een 
o&aaf hooger, twee, en wat een oétaaf 
laager gaat, zefh'en voet toon, uit alle wel- 
ke eindelyk ook een, en twee en derng 
voetige tocnen zyn voongefprooten. De 
uit druis kingen, een geluid, klank, toon, 
flem, pyp, of fnaar van 8. voet, 4. voet, 
enz: zien derhalvtn, niet op de lengte van 
pypen en inaaren, maar enkelyk op de 
laagte, in betrekking tot Bas flemmen, 
aangemerkt als de richtfnoer, met een 
woord, cp toonmaat.— 

In de Muziekaale praktyk koomen voor- 
naara in aanmerking, zeven Natumlyke 
Inte- vallen, traps wyze uit vyf geheele en 
twee halve, en dus uit acht enkelde too- 
nen beftaande, deeze worden NstumJvk 
genaamd, om dat ieder, die eenigzins ge- 
hoor heeft, zulke klanknappen zo: der 
moeite als van Natuur, kan nazingen, ter- 
wyl 'er tot 't treffen van zoodanige twaalf 
intervallen, als de Clavieren gcmeenlyk 
binnen den omtrek van ieder -oftaaf, traps- 
wyze in dertien enkelde toonen vervangen, 
al vi y wat kunft vëreifcht wordt, — wor- 
den nu de gemelde zeven met de prime, 
a's twee, drie, vier, vyf, zes, z^ven en 
agt toonen vergeleeken , zoo zyn ze insge- 

\ lyks 



Muzkkaalê Onderwerpen* &6f 

lyfts min gemakkelyk, en dus m i n Natuur- 
lek dan de eerde; 't volgt Intusfchen in 
beide gevallen, dat de agtfte toon, of de 
oétaaf met de eerlte toon of piime gdyk 
luidt: waarom men hier dan ook met 't agc 
tal, gelyk in de rektnkufcft met 't tiental 
te werk gaat. 

Toe de benaaming der agc enkelde too- 
nen, uit welke de gemelde Natuurlykfte 
inrervallen voortfpruiten, zyn oe zeven 
eerite letters van ons Alphabec toereiken- 
de- mits men de letters wat verfchikke, 
en mits dat men ook die van verfchillende 
oéïaven op zekere wyze van malkander 
pnderfcheidt ; in deezen kunnen de Ciavie- 
ren , die gemeenlyk in vier octaven ruim- 
tens aile moo^elyke zangtoonen vervan- 
gen, tot een regelmaat verftrekken, en 
dus noemt men de Muzieknoocen van de 
laa^fteo&aaf, groot C, D, E, F, G,A, 
B, die van de tweede, kleen c, d, e, f, 
f a , b. die van de derde, eengeiheepc 
c>d} e, F) gj, b. die van vierde, 
twee g itreept c , J > e i f, g, 5, b5 wat 
hooger eaat drie, v^r, (a vyfgep-reept, 
en wat laajer is als G; Contra B , en Con- 
tra A, men kan en moet deeze benaam'n- 
genj ot de zangflem en alle overige Mu- 
ziekaale Inflrumenten overbrengen, voor 
zooverre tot de (lipte uitdrukking dus ia- 



266 Redeneer ing over Nuttige. 

nig eonderfcheiding word vereifcht: by 
voorbeeld de laagfte toon van de violon- 
cel is G, de viool di Gamba D, de Altvi- 
ool G, de viool g, de oboe c, de dwars- 
fluit d, de fluit a bec f, enz: doch ik 
denk hier en elders in 't geeven van voor- 
beelden, alwaar men 't zonder noocen wel 
af kan, my 'er geduurig van te bedienen, 
des iemand die myne meening begeert te 
vatten, de gemelde verfchillende uitbeel- 
ding der letters A , a , a , a , f , enz: naau- 
keurig gelieve in acht te neemen 

De intervallen ontvangen hunne benaa- 
ming ook volgens den af itand , dien ze in 
nooten op agt traps wyze volgende ruim* 
tens 't zy ftreepen of fpaatien vertoonen. - 
*t hedendaagfch gebruikelyk nooten geflel , 
beftaande in een balk van vyf ftreepen , 
wicrd eertyds met de bewoording van een 
Muziekaal Sistema vereerd , en word tans 
tot behulp der praktyk billyk als iets on- 
verbeeterlyks aangemerkt, om dat vyf, zich 
gemakkelyk laaten onderfcheiden , zelfs 
ongelyk lichter als zes, vermits 'er in vyf, 
een middelde is, die aan 't oog geduurig 
tot een leidsman, en men echter op vyf 
ftreepen en zes fpaatfien, niet alleen een 
cóttaaf, by voorbeeld A, a, maar ook 
twee guiten, neem eens, A, e; ene, b, 
kan uitdrukken; en dus ontvangen de in- 
ter- 



Muziekaalc Qtkrwcrpen. 267 

tervallen hunne benaaming volden J den af- 
ftand; itaat de prime, by voorbeeld, op 
de benedenfte of eeifte ftretp, wat inde 
naafte of tweede fpaatfie vale heet toon, 
offecund; wat op de tweede ftreep komt 
drie toon of terts; wat: de derde fpaatfie* 
inneemt vier toon , of quan ; wat de der- 
de ftreep vervult vyf toon, of quint in de 
vierde lpaatfie verfchynd zes toon, of 
lext} wac de vierde ftreep bellaar zevea 
toon of feptima; en wat men in de vyfde 
fpaatfie, gevolgelyk in de agfte nooten 
ruimte, ontmoet agt toon, of oftaaf, — — 
Deeze met de prime gelykiuidende en ef- 
fens de prime der volgende oéiaaf verbeel- 
dende noemt men, wat zich dan op de 
vyfde ftreep vertoond, weer fecund, en 
wat tot de ze^de of bovenfte fpaatfie over- 
gaat Terts; [fchoon men in de generaale 
bas tusfehen fecunden en Nonen , of ne- 
gen toonen ondericheid maakt, — wyl mea 
geduurig van beneden naar boven telt, 
zoo is de quwt van c, g, maar de quint 
van g , is niet c, maar d * en dus met aiie 

overige* 

Om binnen den omtrek d r vyf gewoo- 
ne ftreepen meer, Ja ongelyk naauwer en 
ruimer intervallen te kunnen aanduiden, 
bedient men zich van drie teekenei, die 
Uien voor de nooten ftelt, als ft» b, 

en 



2 68 Redeneering over Nuttige. 

en È? genaarat kruis of verhooging, mol of 
verlaaging , en quarre herfteiling, dit laas- 
te te ueeten, beteekend verhooging by 
aldien de voorafgaande noot verjaagd » en 
verlaaging wanneer dezelve veihoogd is 
geweeit — itaat nu >voor de prime een 
kruis, of voor bovennoot een b, 't inter- 
val is naauwer; heeft de prime een kruis, 
ei3 de bovennoot tefFens een b, \ zelve is 
noch naauwer; vertoont zich in tegendeel 
of voor de prime een b, cf voor de bo- 
vennoot een kruis, daar r door word een 
ruimer, en wanneer 'er voor de prime een 
b, en teffens voor de bovennoot een kruis 
verfchynd, een noch ruimer interval aan- 
getoond, — - 

Naar dat de intervallen zich aldus in 
nooten naauwer of ruimer vertoonen, on- 
derfcheid men ze door de bywoorden 
kleenfte en kleene^ groote en groot fle, ter- 
wyl de benaaming volgens den afltant der 
ruimtens, fecund, terts i quart, enz: on- 
veaanderlyk dezelfde blyft. niet wegens 
eenige onderlinge overuenkomft, als of, 
by voorbeeld, een kleenfte en een kleene 
terts omtrent van eenerlei aardt en werking 
waaren; ook riet, om dus fyinnen min- 
deren of meerderen afitand in fnaaren aan- 
tewyzen , als of een kleenfte terts van 
een prime verder waare afgeleegen , dan 

groot* 



Muziek aale Onderwerpen. *6$ 

grootfle fecund, -als waar van in der daad 
't tegendeel waar is: maar alieenlvk om 
dus etn vafle regelmaat van oriderfcheiciing 
en benaaming aan de hand te geeven.— • 

De elementen of kleenfte deelen, uit 
welke on*:e intervallen worden famen ge-» 
field, zyn kleenfte, en groote halve too* 
nen; de Mu/iekaale gronden handen Gan- 
fch niet af van onze gewoonde of wil<e«« 
keur, maar alleen, dat elke waarheid aan 
ieder niet bevattelyk kan gemaakt worden. 
De goede Muzickaale fnnak doet ons de 
gerechte helft van een geheelen toon, en 
de eertyds gebruikelyke quart toonen . of 
vierde parten, zelfs tot geen disfonancen 
goed genoeg achten, des een geheele toon 
uit deelen van ongelyke groote moet wor- 
den Amen -gefield. — wyl een geheele 
toon even ruim kan blyven, fchoon des- 
zelfs deelen tegen elkander in ongelyke 
reden {laan, zoo hebben de toon-kundU 
gen hier omtrent allerhande verfchillende 
S ; stemen voorgeflaagen ; De groote fau- 
veur, z$yez Memoires de l acad: Roy: 1701. 
pag: 43- bevvyft, met verwonderens waar- 
dige fcherpzinnigheid, dat 'er onder 2?, 
flechts drie, voor bruikbaar Runnen door- 
gaan: tevveeten, men dient de ruimte van 
een geheelen toon of, volgens het Sistima 
van Huigens, in 5 . gelyke deelen te fchei- 

den, 



27o Redeneer kg over Nuttigs. 

den* en voor den kleenflen halven toon 
i., voor den kleenen halven 2, en voor 
den grooten halven 3. te Hellen; of, vol- 
gens Sauveur, in 7. deeien, 1 voor den 
kleeniren, 3, voor den kleenen, en 4. 
voor den grooten hafyen toon. — voyez. 
Mem: de T acad: Roy: 1 700. pag\ 357. of, 
volgens 't Sisceem, by de Muziek oefFe- 
naars doorgaans gebruikelyk, in 9. deeien, 
zoo dat den kleenfien 1. deel den kleenen 
4. deeien, en den grooten halven toon 5, 
deeien toekoomen. — In ieder van deeze 
Sistemen (laat vafh 

1, Dat een geheele toon uit ongelyke 
deeien moet worden famen gefield, 

x. Dat een geheel toon even ruim blyft, 
niet tegenftaunde deszelfs deeien ongelyke 
groote hebben, 

3. Dat twee kleene halve toonen min- 
der* en twee groote halve meer, dan een 
geheele toon bedraagen, 

4. Dat een geheele toon uit een klee- 
nen en een grooten halven toon word fa- 
men gefield, en 

5. Dat een kleenfte halve toon 't ver- 
fchil is tusfehen een kleenen en grooten 
halven, en 'c is in 't gemeen waar, dat 
men zonder kennis van kleene en groote 
halve toonen geen duidelyk begrip van de 
Muziekasle flofFe kan verkrygen 

Wyl 



Muziekaali Onderwerpen. a;t 

Wyl de toon- kundige intuflchen *t hier 
in volKoomen eens zyn, dat 't kleenfte 
bruikbaare gedeelte, een fnippel of corama 
genaamt, ten allernaaften by, een negen- 
de part van een geheelen toon is; Mem: 
1707. pag: 270. — 416. — en men de ruim- 
te, binnen welke een kleene en groote hal- 
ve toon in fnaaren word verwekt, met 
een paffer meetende, 't laafte Sisteem door 
de praktyk beft beantwoord vind, zoo ver- 
kies ik van de drie voornoemde , die ieder 
iets voor en tegen hebben , ihd: pag: 270, — - 
s8i. — 't laafte, ten einde de liefhebbers 
en Curieufe navorslchers , op een licht be- 
vattelyke wyze, een denkbeeld van de in- 
tervallen eener oftaaf te geeven; fteüende 
dus voor den k!eenf>en halven toon 1. com- 
ma, voor den kleenen 4, en voor den 
groot en halven 5*. Commata. 

De Muziekaale tekens kruis en b, heb- 
ben enkelyk hun opzicht tot kleene halve 
toonen. — 't kruis geeft, volgens 't oog- 
merk der inftellers, verhooging van 4. 
Commata te kennen , en 't dubbeld kruis , 
in plaats van welk, zommigen om verwar- 
ring te myden liever 't enkele X. verkie- 
zen, toond een verhooging aan van 8. 
Commata; ten anderen het b beteekend 
verlaaging van vier, en twee bb, in wel- 
kers plaats men 't Griekfche konde in- 

voe- 



%7% Redewtring over Nuttige. 

voeren , verlaging van agt Commata. Ditë 
verichiiien, by voorbeeld, e tak. en D*> 
als een negende part van een geheelen toon: 
de eerfte is 4.. Commata, hooger alsG, en 
de andere wyft 4 Ommata van D. te rug» 
en valt dienvolgens in 't vyfde comma bo* 
ven C; desgeyks, c met twee kruysje* is 
noch geen d, maar een comma laager en 
d. met twee bb is geen C, maar noc.i een 
comma hooger, en dus met alle overige 

Een kleenfte halve toon word ir» de 
naafte nooten ruimte zoodanig uitgebeeld, 
dat de nooten den zelfden toon fchynen 
aantetoonen neem eens e fc ru * s f. b& ruis C gx 
g Men kan dit iniei val op de ze)fde ruiji- 
te niet uitdrukken, om dat 't flechts een 
afftand van een comma vereifc t, en een 
krufcje reets verhooging van vier Commata 
te kennen geeft dus men zich hier op Ga- 
vieren met een en dezelfde toets moet var- 
genoegen, 

Eenkieene halve toon verfchynd in noo* 
ten op dezelfde ftreep of (paatfie, onder- 
fclvidede zich de bovennoot door een 
kruis, of een herftellin^s teeken fc; een 
interval , 't welk zich ge nakkelyker, dan 
eenig ander laat onderkennen. . 

Een groote halve toon, of kleene fè- 
cund, gaat van een fpaa:fie tot de naafte 
ftreep, of van een ftreep tot de naafte 
fpaatfie, onderfcheidende zich of door 

een 



Muziekaale Ondewerpeit. z?% 

een b voor de bo vennoot, of door een 
kiuis voor de prime, uitgezondert in e, 
f, en b, c, die geene voortekens vereis* 
fchen, hy voorbeeld, c. c b , C*™». d, 
uit een kleinfcen, en een kleinen haivt-n 
toon famengelteld; te weeren, c, C kruis ; 

C kruis , <jb . fC kruis , c b ; d b d. 

Onze nootenruïmtens, fchoon evenwy- 
dig, beelden geen evenwydi^e intervallen 
uit, maar op zich zelve zonder voone- 
kvns aangemerkt, in twee graden , de bei- 
de voornoemde groote halve toonen e, f; 
bj c; en in de vyf overige geheele too- 
nen. — indien ieder graad halve toonen 
vooritelde, daar zouden op vyfftreepeneu 
zes fparien weinig geheele toonen kunnen 
plaats vinden; ieder, geheele toonen, da 
vereifchte tekens buis en b, zouden de 
praktyk te moeyelyk maaken, en in beide 
gevallen zoude 't gemak , de intervallen 
volgens den afftand in nooten te rekenen 
en te benaamen, verlooren gaan; dus is 
de tegenwoordige fchikking te recht voor- 
trekkelyk te achten. — Hoe gemakkelyk, 
en hoe onverbeterlyk ze in dit opzicht ook 
is, daar fpruiten evenwel in de omloop der 
toonen, groote zwaarigheeden uit voort, 
zoo dat ze ons bykans alzoo zeer in de 
weg Haat, als de lucht de ftarrekykers: 

S tfans 



274 Redeneering over Nuttige. 

want de kennis van groote halve en gehee- 
le toonen hangt nu volftrekt af van de ken- 
nis der Muziek» fkutels, en deeze vervan- 
gen de beide voornoemde groote halve 
toonen ieder in verfchiilende graden, wil 
men voorts c, d, e, f, in D verplaatzen 
of 'ra^ftoneeren, daar word vereifcftt, d, 
e* f, krui S g; in E, zoo word vereifcht, 
e, f*"** g kmi S a; en in F,— f, g, a, 
h mo K ™ kortelyk dereden waarom men 
in zekeie grondtoontn deeze en geene an- 
dere kruisjes en b tekens aan 't hoofd der 
nooten ontmoet en dient te plaatzen, is 
uit voormelde flelling alleen bevattelyk.-— 
Een verdubbelde halve toon beftaat in 
nooten der eigerfle ruimte, cndeifchei- 
dende zich door een dubbeld kruisje voor 
de boven noot, of door een b voor de pri- 
me en teffens door een kruysje voor de bo- 
ven noot: neem eens, c, c x - d, d** e b , 
e kruis, jjmoi, i kruis. Dit interval, uit 

twee kleine halve toonen famen get- 
iteld, bevat 8. Commata Nochtans volgt 
niet, dat ieder dubbeld kruysje een ver- 
dubbelden kleinen halven toon aanduid, 
gemerkt, by voorbeeld, e kruis , f s ; b kruis , 
c*, gelyk (laat met f, g; c, 3, maar 
wel, dat men, tot vermyding van dubbel- 
zinnigheid, voor onmiadelyk achter mal- 

kan 



Muzickaak Onderwerpen. 2.75' 

kander volgende verhoogde en verl-agde 
nooten, alleen. yk aan, wanneer ze noch 
verder verhoogd of* verlaagd zullen wor- 
den, de eigenite tekens van verhooging en 
verlaaging dient te ftëllen\ — 

Een geheele toon , of ^;roote fecund , 
gant eveneens als een £ioote halve toon 
van fpatie tot de naafte ft eep, of va 1 een 
ftreep tot de naafte fpaue, zynde ui c een 
kleenen en een grooten halven toon of 
uit twee kleine en een kleinflen halben 
famengefteld: by voorbeeld f, g, uit ƒ kruis- 
fkmrs, gb., gb ? g # voorts dient hier ook 
in 't voorby gaan aangemerkt, dat men de 
boven toetien van Clavieren Hecht* onei- 
gertlyk halve toor^n noemt, wyl immers 

e b , f,* e, f kruis- f kruis 9 g kruis- a mol, D mol, 

enz: alzoo wel geheele toonen leveren als 
f, g; g, a; a, b; en men een toets, noot 
en klank, zonder betrekking tot anderen 
aanmerkende, van malkanderen fcheidt, 
wat iamen hoort, en dus niet Muziekaal 

handelt. 

Een grootfte fecund is (amen gefield uk 
een gehee.'enen een kleinen halven toon: by 
voorbeeld c, d; d, d kruis ; bevattende dus 
13. Commata. Hier hebben wy dan zes 
verfcheide zoorten van fecunden, name- 
lyk kleinfte, kleine, en groote halve, 

S 1 ver- 



&j6 Redeneer ing over Nnttigè. 

verdubbelde kleene halve, geheele tooneii f 
en groorfte fècunden, deeze, gclyk ze m 
Booten niet verder gaan, dan tot de naaftè 
ruimte, noemt men trappen, en alle ove- 
rige fprongen.- — - 

Een 'kleenfte Terts vervangt twee groote 
halve toonen: by voorbeeld, B, d mo1 is 
famen gefield uit B, c; c, d mo1 , ( 10. 
Gom: ) hier blykt derhalven, dat ze naau- 
wer is dan de gróót ftè fecund, het welk 
zieh dan van alle volgende zoortgelyke 
eveneens verflaat. — : een kleene Terts 
vervangt een geheelcn én een grooten hal- 
ven toon , als c , t mo1 ; fpruit uit c , . d ; d , 
e mol- f 14,, Com: ) Een groote Terts, 
twee. geheele . toonen: c, d; d, e; (18. 
Cottu ) en een grootfte Terts vervangt 
twee geheele en een kleenen halven toon: 
alsc, e kruis ; ( 2x. Coitf:)-— 

Een kleenfte quart bevat eert geheeleh 
en twee groote halve toonen: by voorbeeld 
c kruis f f. uitc kruis , dj d, e; e, f; ( 19. 
Com; ) e,en quart , twee geheele toonen 
en een groote halve: als c, f; uit c, d; 
d, e; e, f; (23. Com: ) Nota de term 
quart, zonder by woord, beteekend dan 
ahoos de kleene quart; een interval van 
meerder volmaaktheid en dienft, dan eenig 
ander van dezelfde benaaming. — Een 

gro<*- 



Muzkkaak Onderwerpen. 277 

groote quajt, bevat drie gehoeie toonen; 
als c, fHruis; (07. Com.; een interval, 
het welk de beneden toetfen van Cla vie- 
ren flechts in f, b; uitleveren.— Een 
grootfte qaart bevat drie geheele toonen 
en een kleenen halven, by voorbeeld B mo J, 
e kruis. u i t . gmui^ c; c? j; d,e;e, e kruis .— 
(31. Com;; 

Een kleenfte quint is famengefteld uit 
een geheeler? en drie groote ha ? ve toonen: 
by voorbeeld c kruis , g mo1 ; uit c kruis ,d$ d, 
e moi ; emoi^ f ; f 5 gmoi ; £24. Com: ") Een 

kleeneof valfche quint, uit twee geheele en 
twee groote halve toonen: als c kruis , g; uic 
c kruis , d; d, e; e, f; f, g; v 28 Com:) 
Een quint, uit drie geheeleeneen grooten 
balven toon, als: c, g; (31, Com: N Een 
grootfte quint beftaat uit vier geheele too- 
nen als c, ^ kruis ^ u \i c, d; d, e; e; prófc- 

f kruis % gHrui S> ( 36^ Com; ;— * 

Een kleenfte fext vervangt twee geheele 
en d ie groote halve toonen, by voorbeeld 
ckruis, a moN u i c cfcms, $ ; d, e; e, f; f, 

g; g, a mo1 ; (33, Com; ) EJen kleenefexc 
drie geheele en twee groote halve tooi en: 
alsc, a mo1 ; (37. Com: ,) Een groote flxc 
vier geheele en een groote halve toon; als 
F? *H <. 4 1 ' C° m: ^ Een grootfte &xl ver- 

S 3 vangS 



2? 8 Redenming over Nuttige. 

vangt vyf geheele toonen: als c, a kru ^- 
(45. Gom: ). — 

Een kleenfte feptima vereifcht drie ge- 
heele en drie groote halve toonen: ais c kmis , 
b mo1 ; uit c>™, d; d, e; e, f; f, g; g, 
a; a, b 1 * *; ( 42. Com; ) Een ideene fep- 
tima» vier geheele en twee eroote halve 
toonen als G, t» 01 ; ( 46* Com: ) een groo- 
te feptima vyf geheele en een grooten hal- 
ten toon: als c, b; ( 5c. Com:) Een groot- 
fte feptima vereifcht zes geheele toonen: 
als c, bto™ 5 ; ( 54. Comm: ^ — 

Een verminkte oétaaf beftaat uit vier ge- 
heele en drie groo'te halve toonen: by 
voorbeeld c^S c; uit c kruis ^ d; d, e; 
e, f; f, g; g, a ; a, b, b, c; (51. 
Comm:) en een geheele o&aaf, uit vyf 
geheele en twee groote halve toonen: als 
c> c; (55. CommO- — Deeze laafte, 
als de grenlpaal , en de wegwyzer om van 
9 t middelpunt niet te verdwaalen, vervangt 
niet zes geheele toonen, maar een comma 
meer, gelyk 6. maal 9. niet 't zelfde ge- 
tal levert, als y. maal 9* en tweemaal 
vyf— befnoeit men dit beminlyk interval* 
't uitwerk zei word verminkt genaamt of di- 
ficiens, om ciat de bewoording kkene hier 
noch te goed is. — het tegengeftelde voorts, 
of oe • zoogenaamde overmaatige oóhaf, 
c&ava fupeiflua, vel abundans, by voor- 
beeld 



Muziekaale Onderwerp&n. zyg 

beeld c, c kruis ; blyft buiten myn beflek, 
als gaande de oélaven ruimte reets te bui- 
ten. — 

Binnen den omtrek van een oélaaf ont- 
moet men 28 intervallen: namelyk 6. fe- 
cunden, 4* tertfen, 4. quarten, 4. quin- 
ten, 4- fexten, 4. feptima, en 2. octa- 
ven. — wie nu op hunnen afftand in de 
nooten ruimtens, op de tekens door welke 
ze ongelyk naauwer en ruimer worden 
aangeduidt, op de groote halve en geheele 
toonen naauw keurig acht geefc, en zich 
naar een maatftok omziet, gelyk hier de 
by gebragte Commata een duidelyk begrip 
van de zaak geeven, die zal gemakkelylc 
tot grondige kennis van de Muziekaale 
ftoffe kunnen geraaken; iets d4t in der 
daad zelden word ommeer by Muziekan- 
ten van profesfi^, als welker geeft door* 
gaans veel te galant is tot de beipiegeling 
van zulke grandes begatciles. - — 

In ieder van de gemelde drie bruikbaare 
Muziekaale Si (lemen begrypt men de ruim- 
te eener oéfcaaf •> fchoon uit vyf geheele en 
twee groote halve toonen befha-de, in 
verfehiiiende deelen. — Het Siflem van 
Huigens . bevat 31. deelen: namelyk 5. 
maal ?♦, voor vyf geheele toonen, en 
tweemaal drie, voor de beide groote hal- 

s S 4 ve. 



&8o Rsdeneering over Nuttigel 

ve* — zeid nu iemand, een Ideeneen een 
groote halve tooa verfchillen als een vyfde 
part van een geheejen toon, ?Ai!ks is niet 
volftrekkelyk waar, maar fleches in betrek- 
king tot dii Sifleem; ten tweeden \ Sideem 
yan Sduveur, bedaar uit 43. merides: te 
weeten, 5. maal 7. en 2, maal 4; en 't 
derde of raeefl gebruikelyke Si fleem beftaat 
uit 55* Commata, 5 maal 9. en x. maal 5 — 

fed^r onderfcheid.ecdlyk gedeelte eener 
o&aaf kan tot een prime verftrekken ; 
fpant men een fliaar een zierrje hooger of. 
Jaager, men. (lelt aan (Ion ds een andere pri- 
i me; ieder epcamerides kan een prime wee- 
zen: èus hebben wy 'er 301. binpen een 
octaaf, -~ ten anderen, verdeeld men een 
corama in 9. deelen, ieder geneeiè toon 
( gemakshalyen ondérileld, dat ze alle 
pven ruim zyn ) levert 8'i« en dus de ruim- 
te eener oófcaaf ( in f, maal 8c en z. maal 
45^ ) 455* pnmtn; ja, weet men de ruim- 
te ven een gfheelen toon in j 9 5. deeltjes 
tefcheiden, ieder oftaaf bevat reece (-in 
5-. maal i$6 , en x. maal 112 ) 11204. pri- 
pjen — 

Ieder interval kan van ieder prime begin 
reemen, en tot andere bevattelyke oétaven 
ruirncens worden overgebragt: want . 't 

kocmt 



Muziekaak Onderwerpen %%% 

koomt by de intervallen ganfch niet aan op 
de meerder of minder hoogte der piime, 
maar Hechts op evenredige tusfehen wyd- 

te. — 

Enkeld noem men de intervallen wan- 
neer ze binnen den omtrek van een oéhaf 
blyven; Dubbeld, en drie, viei\ vyf- 
dubbeld, wanneer, en na maate zy 'er ver- 
der buiten gaan: by voorbeeld, G 7 c , is 
een enkelde oétaaf; G, c, een dubbelde; 
C, *, een drie dubbelde; G, <ƒ , een vier 
bubbelde, C, |, een vyf dubbelde.— 
voorts, de zoogenaamde overnaaatige oc- 
taaf, by voorbeeld C, Z^ is , is niet dan 
een dubbelde kleene halve toon, dien 
men echter van den verdubbelden dient te 
pnderfcheïden; C, cl, is een dubbelde 
verdubbelde kleene halve toon, en dus 
met alle overige. — 

Eenvoudig heeten de intervallen, wan- 
neerze blootelyk verfchynen, zonder de 
deelen, uit welke ze voortfpruiten , maar 
famen gefield, wanneer hunne deelen zich 
trapswyze vertoonen; by voorbeeld, C, 
c, is een eenvoudige oétaaf, maar c, d, 
e, f, R s a 9 b, c, een famengeftelde of 
compofita, en gaat dit op de ry voort van 
C, tot c , ze is twee voudij; van c tot | , 
drievoudig, bis vel ter compofita. — De 

S 5 gvon- 



%%2 Redeneering ever Nuttige. 

grondige kennis van de intervallen hangt 
zekerlyk af van die der deelen t uit wdke 
ze fimengefteld kunnen worden: aangezien 
men alleenlyk langs doezen weg reder kan 
geeven, hoe, by voorbeeld, c, c krui % 
van c, t&° 1 ; c. i kmis^ van c, f; en c, 
geruis . van Cj ^moi ? verfcfrüen. 

Wanneer men twe intervallen famen- 
fleld, worden de Muziekaale letters ver- 
zamelingswyze, of coüeétive aangemerkt, 
om dat men een, tweemaal telt. — • twee 
fecunden inaaken geen quart, fchoon twee- 
maal twee vier is, maar een terts, aldus 
gerekent, c, d; d, e.— desgelyks, fe- 
cund en terts leveren een quart: t, d; d, 
e, f. — twee tertfen, een quint; c, d, 
e; e, f, g, — Tertsenquart, een fext: c, 
d, e; e, f, g, a. ; — twee qmrten een 
fepthna: c, d, e, f; f, g, a, b en quart 
en quint of quint en quart, een o&aaï — 

Men verdeelt de intervallen in trappen 
en fprongtn, in enkelde en dubbelde, 
eenvoudige en ftmengeftelde, kleene en 
groote, gelykluidende en verfchil'ende, 
welluidende en waniuidende; door kleene, 
verftaa ik, fecunden, tertien en quarten, 
door grooce, q» finten, fexten, feptiraen 
en oéfcaven; door gelvkluidende, de oéta- 
ven ; dour verfchalinde , alle overige , hoe 

ook 



Muziek aale Onderwerpen. 283 

ook genaamd; van cie welluidende en wan- 
luidende, zal vervolgens in myne rede- 
neering over de harmony worden gefproo- 
ken 

De kennis van de afdeelingy d^ eii>en. 
fchappen , en de fchüting der intervallen 
noemde men eertyds Haimonyk — Deeze 
harmonica vel Canonica verfcheelt vaa 
Harmony, of Hamonia, . en van Muziek, 
als kennis van bouwflofien , van 't opmaa- 
ken van fchetien.» werkelyke timmering, 
en opgetrokken wooningen; echter is zy 't 
geene, op't welke'i ganfehegeoouwberuft, 
vermits 't eerde werk derkunft in toeberei- 
ding van bekwaame ftoffe bellaar, en 't in 
de Muziekaaie praktyk doorgaans, op de 
uitvoering van de regels der harmony k 
aankoomt — wie nu alken in deeze zoort 
van Muz»ekaale kennis was geoeffenr, diea 
noemde men , ter onderfeneiding van eea 
Muficus, Harmonieus, of toonkundige. — 

Een eerfte fchets van afbeelding, vol- 
gens welke de intervallen, binnen een 
octaaf vervangen, verzameld, en zekere 
overeenkomftige, als tot een byzondere 
klafle behoorende , aangemerkt worden , 
draagt de benaaming van klank geflacht. 
Dusdanige Theoretifche voorfchriften zyn 
'er drie: teweeten 't Diatonyke, of vol- 

too- 



at>4 Redeneering over Nuttige. 

toonige bevat; fkchts groote haive en ge* 
heele toontn, 't cromatyke, of bunte, 
kkene halve en groote halve toonen; en 
'tEn Harmonyke, dooT zonimigen \ puüc 
©vereenftemmige genaamd, klecnfte, klee» 
fie, en groote halve toonen. — ieder van 
deeze worden gebruikt of eenvoudig of ge- 
mengeld, 't eenvoudige diatonyke; ver- 
ftrekt tot een ojiveranderlyke grondwet 
aan alle Muziek fiukken, fchoon men om 
slch niet geheel by groote halve en gehee- 
lé toonen te bepaalen, ook te mets naau- 
ber intervallen 'er laat tusichen vloeyen 5 
en dus uit de beide overige klankgeslach- 
ten, ais uiteen echter hoede, of provifip 
tameren , zomwylen allerhande keurige 
materiaalen ophaalt, van deeze en andere 
dingen ksn men in geene redeneeringen 
een auidelyk begrip geeven, maar ze die- 
Ben apart in nooten uitgebeeld te worden: 
des ik daar van hier alleen welding doe, 
om zulks in 't geheel niet met ftilzwygen 
voor by te gaan; — • De kennis der klank- 
gedichten dient onder anderen daar toe, 
óz r men op de vraag, hoe veel intervallen 
men iiï de Muuek gebruikt? ordentelyk 
tot befcheid kan geeven, in 't Diatonyke 
klank geflacht 10 , in 't cromatyke 17., 
en in 'c Eniiarmonyke al wat 'er op is, 

na* 



Muziekaalt Onderwerpen, a8$ 

namelyk, z8. intervallen — Een bepaal- 
de faraet.hang van trapswyze achter mal- 
kander volgende vyf geneeie en twee groi- 
te halve toonen, draagd de naam van een 
hcold, of gronitoon; dusdanige grond- 
toonen gebruikten de oude Grieken, eer- 
fte initellers van Muziekaale order, zes 
oorfpronckelyke of authentici, cie ieder 
de beide halve toonen in verfchillende gra- 
den hadden, echter den eenen in de qmnr, 
en den anderen in de quart. — ■ van deeze 
zes, gebruikt men noch heedendaags in- 
zonderheid twee, namelyk c, d , e, f , g f 
a, b, c. die een groote terts, c, e; ea 
a, g, f, e, d, c, B, A, die opwaards, 
een kieene terts A, c, vervangt. Ik zeg 
inzonderheid, want in Kerk- muziek zelft 
in onze oude gewoone Piaim voizen, koo- 
men noch dikwils drie van de overige 
grondtoonen der Grieken ten voorfchyn.— 
De overdragt van zekere intervallen aan 
hooger en lasger toonen, word tranfpo* 
fietie genaamd, en deeze brenet mede, 
dat, niet tegonftaande de verfchülende 
hoogte, ieder groote halve toon, een 
groote halve blyft, ieder geheele, een ge- 
heele enz: wy onderrcheiden de beide 
grondtoonen C en A volgens de groote en 
kltene terts, en tianiponeeren ze: Dus 

kun- 



&86 Redeneer hg over Nuttige* 

kunnen 'er, ten aanzien der intervallen 
van alle drie de klank geflachten, op Dia- 
tonyke wyze gebruikt, 41. grondtoonen 
uit voortfpruueo , als xi. over de groote, 
en 2i'. over de kleene derde of terts, 't 
welk ook alles is, wat 'er op zit, en van 
welke zommige reets fchynen onze bevat- 
ting te booven te gaan • men kan ze in noo- 
ten vooritellen en uitvoerig verklaaren, 
doch de uivoering van zommigen op inftru- 
menten komt tot noch toe voor als ondoen- 
lyk. genoeg, dat wy voor eerft weeten wat 
een grondtoon is, en dat de grondtoonen, 
Ja, alles wat ooit fcalen, zang of toonlad- 
ders, kan heeten, uit de klank gefhchten, 
en vervolgens de harmony uit de grondtoo- 
nen afgelyd worden